Links en de Brexit

De stem om uit de Europese Unie te stappen, heeft geleid tot heel wat verwarring bij de Britse linkerzijde. Teruggrijpen naar racisme en nationalisme was een praktijk die aanwezig was in zowel de ‘Leave’ als de ‘Remain’ campagne. Het werd gebruikt door extreemrechts. Velen reageren daarop door de visie van het establishment over te nemen en de EU te steunen. Maar de enige manier om de rechtse druk te beantwoorden, is met een programma dat duidelijk ingaat tegen de besparingen en dat opkomt voor een internationalisme van de arbeidersklasse. Dossier door Hannah Sell uit ‘Socialism Today’

De belangrijkste reden voor de omvang van de arbeidersstem voor een Brexit, ondanks de angstcampagne door het kapitalistische establishment, was een revolte tegen al de ellende van de afgelopen decennia. Jammer genoeg werd dit niet vertaald in toenemend vertrouwen en samenhang van de arbeidersklasse. Maar het had niet zo moeten lopen. In juni 2015 schreef de linkse journalist Seamus Milne, nu aan de slag bij Jeremy Corbyn, waarom er nood was een linkse, pro-arbeiderscampagne voor een Brexit: “Als er radicale progressieve verandering op de agenda zou staan in Groot-Brittannië – of in gelijk welk ander land – dan zullen de Europese Verdragen die de vrije markt, privatiseringen en privileges voor de grote bedrijven opleggen een grote hindernis vormen.” Hij stelde dan ook: “Het is van cruciaal belang dat de kwestie van radicale verandering in Europa – en een breuk met de ondemocratische structuren die in dienst van de grote bedrijven staan – niet aan de rechterzijde wordt overgelaten.”

Jammer genoeg is dat wat er wel gebeurde. Een handvol vakbonden – RMT, ASLEF, Bakers’ Union en het Noord-Ierse NIPSA – stelde net als de Socialist Party en anderen dat er nood was aan een progressieve en internationalistische Brexit. Maar deze campagnes werden vanuit het oogpunt van de massa’s overspoeld door de officiële pro-kapitalistische nationalistische Brexit-campagnes. De meeste vakbondsleiders traden op als onkritische voorstanders van een kapitalistisch ‘Remain’. Hun verantwoordelijkheid is groot. Ook Labour-leider Jeremy Corbyn en John McDonnell, die onder druk van de aanhangers van Blair jammer genoeg op hun historisch verzet tegen de EU terugkwamen, voerden aarzelend campagne voor Remain.

Het resultaat is een verwarde politieke situatie in Groot-Brittannië. De conservatieve Tories zijn er tijdelijk in geslaagd om een dun laagje eenheidsvernis te leggen over de diepe verdeeldheid die desalniettemin blijft opduiken. De pro-EU-vleugel van de Tories, die de belangen van het grootste deel van de kapitalistische klasse verdedigt, verzamelt de krachten voor de komende strijd en hoopt alsnog de Brexit tegen te houden of de impact ervan te beperken. In het Hogerhuis zijn er openlijke aanvaringen tussen Tories die voor de EU zijn en aanhangers van de Brexit. Voormalig kanselier George Osborne zal ongetwijfeld hetzelfde doen in de pagina’s van de krant ‘London Evening Standard’ waarvan hij hoofdredacteur werd. De aanhangers van Blair werken achter de schermen met hen samen voor hetzelfde doel. Tegelijk is de populistische rechterzijde er niet in geslaagd om zijn positie te consolideren: de UK Independence Party is in crisis.

Ondanks de zwaktes van de rechterzijde, waren Corbyn en Labour vooralsnog niet in staat om te bouwen op de overtuigende overwinning van Corbyn in de voorzittersverkiezingen om van daaruit de massale steun om te zetten in de opbouw van Labour als anti-besparingspartij. De fundamentele reden hiervoor moet gezocht worden bij de aanhoudende, bijna eindeloze, pogingen tot eenheid met de pro-kapitalistische rechterzijde die nog steeds de partijmachine van Labour domineert en die vastberaden blijft zoeken naar manieren om Corbyn weg te krijgen. Als gevolg hiervan ligt Corbyn onder vuur in de gevestigde media – de meeste parlementairen van Labour dragen daar met plezier aan bij – zoals gelijk welke linkse politicus die consequent tegen besparingen ingaat onder vuur zou liggen. Alleen gebeurt dit met Corbyn zonder dat hij een duidelijk anti-besparingsprogramma naar voor schuift en zonder dat hij een anti-besparingspartij leidt.

In deze situatie is er heel wat verwarring onder diegenen die aanvankelijk enthousiast waren rond Corbyn. Het wordt ondersteund door een tendens van heel wat krachten die beweren links te zijn maar ondertussen optreden als de cheerleaders van de pro-EU-meerderheid van de kapitalistische klasse, met het argument dat ze ‘progressiever’ zijn dan de voorstanders van een Brexit. Er is een zekere historische gelijkenis met hoe verschillende linkse krachten capituleerden toen hun nationale kapitalistische klassen de oorlogstrommel begonnen te bespelen vlak voor Wereldoorlog I. Nu wordt gecapituleerd voor het kapitalistische blok van de EU. Polly Toynbee stelde in The Guardian (21 maart) dat we “tijdelijk mild moeten zijn” tegenover Osborne “als hij inderdaad in staat is om de rug van de meerderheid van Remain-parlementairen van de Tories te rechten zodat ze de controle terug overnemen van de Brexit-extremisten.” Dit is slechts het doordrijven van de tactiek van het ‘minste kwaad.’ Hoe kan Osborne die verantwoordelijk was voor het hardste besparingsbeleid sinds de jaren 1930 een ‘minder kwaad’ zijn dan de Tories die voor een Brexit zijn?

Brede lagen van de bevolking keren zich tegen de Brexit-aanhangers omwille van het racisme en het nationalisme dat ze opgezweept hebben. Dit is erg positief en als het georganiseerd werd rond een programma van arbeiderseenheid voor jobs, huisvesting en diensten zou het effectief zijn tegen racisme. Maar het kapitalistische Remain-establishment probeert op cynische wijze misbruik te maken van dit gevoel om steun te mobiliseren voor het ondermijnen van de Brexit. We mogen echter niet vergeten dat pro-EU-politici van New Labour, die nu op hypocriete wijze klagen over de toename van racisme na de Brexit, er bij premier Cameron op aandrongen om de dag voor het referendum over de Brexit nieuwe anti-migratieregels aan te kondigen in de hoop zo een overwinning voor Remain te behalen. Het is een uitdrukking van het feit dat alle vleugels van de kapitalistische klasse bereid zijn om, als ze het nodig achten, nationalisme in te zetten om hun belangen te verdedigen.

Het zit in de aard van de EU

Het slechtste wat socialisten in deze situatie kunnen doen, is om te vergeten wat ze weten en zich overgeven aan tijdelijke stemmingen. De neoliberale kern van de EU blijft pro-markt en anti-arbeidersklasse. De EU legt privatiseringen van openbare diensten op, verbiedt nationalisaties en maakt het op tal van manieren makkelijker voor de werkgevers om het personeel uit te buiten. De EU is in essentie een akkoord tussen verschillende nationale kapitalistische klassen in Europa met als doel om een zo groot mogelijk gebied te creëren waarin ze hun jacht op winst kunnen uitoefenen. We moeten er ons tegen verzetten op socialistische en internationalistische basis.

Er is een algemene tendens ter linkerzijde om te vallen voor steun aan de EU. Een kleine linkse groep, de Alliance for Workers’ Liberty (AWL) heeft de dubieuze eer om tenminste consistent gesteld te hebben dat de EU progressief is en moet gesteund worden. In de krant van de groep vlak voor het referendum stond: “Een marxistische benadering van de kapitalistische Europese integratie, op basis van kapitalistische concentratie, de verwevenheid van het kapitalisme en de staten, wijzen in de richting van een positie waarbij we dit proces niet verwerpen, maar aangrijpen om van hieruit internationale arbeiderssolidariteit op te bouwen.” Dit vertrekt van het verkeerde idee dat het kapitalisme in staat is om op succesvolle wijze tot een Europese eenmaking te komen en dat dit ‘progressief’ zou zijn.

De AWL houdt geen rekening met de beperkingen van de kapitalistische mogelijkheden om de natiestaat te overstijgen. De nood aan Europese eenmaking komt inderdaad van de noden van de productiekrachten die de beperkingen van de natiestaat en zelfs van de continenten ontgroeid zijn. Dit blijkt uit de ontwikkeling van grote handelsblokken zoals NAFTA of de EU. Maar historisch gezien is het kapitalisme ontwikkeld in het kader van de natiestaat en blijft elke kapitalistische klasse gebaseerd zijn op de eigen natiestaat waar de rijkdom en de macht geconcentreerd zijn. De natiestaten hebben bovendien een diepgeworteld nationaal bewustzijn doen ontstaan dat niet zomaar kan verdwijnen binnen het kader van het kapitalisme. Op basis van economische groei kon de integratie ver doorgevoerd worden, zoals we in Europa in de eerste jaren van de 21e eeuw zagen. Dit maakte dat delen van de kapitalisten, en jammer genoeg ook sommige marxisten, ervan droomden dat het kapitalisme de nationale beperkingen kon overstijgen en uitgroeien tot een eengemaakte Europese kapitalistische staat.

De EU is echter steeds een verzameling van natiestaten gebleven waarbij deze staten samenkwamen omwille van de wederzijdse voordelen van de kapitalistische klassen en niet zozeer om een Europese natie te vormen. Zelfs in een periode van economische groei waren er echter enorme beperkingen aan hoe ver de EU kon ontwikkelen. Maatregelen zoals een bankenunie of een Europese verdedigingsmacht, vaak voorgesteld als noodzakelijke stappen naar verdere integratie, werden nooit doorgevoerd ondanks decennia van discussie hierover. Eens het kapitalisme in crisis raakte, kwamen de nationale centrifugale krachten op de voorgrond. De Brexit is slechts één symptoom van de groeiende nationale spanningen in de EU. Er zijn er vele andere, van de hernieuwde crisis in Griekenland tot de steun voor Le Pen in Frankrijk of de regeringscrisis in Italië.

Marx vermist

De AWL probeert zijn positie vreemd genoeg te rechtvaardigen met een citaat van Marx uit het Communistisch Manifest. In een reactie op een edito uit ‘The Socialist’ stelde de groep: “De negatieve kijk van de Socialist Party op de wil van het kapitalisme om ‘de grootst mogelijke markt te creëren op basis van vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en arbeid’ staat in een schril contrast met Marx’ positieve kijk op ditzelfde proces. Marx stelt dat de kapitalistische klasse ‘meer en meer de versnippering van de productiemiddelen, van het bezit en de bevolking opheft. Zij heeft de bevolking opeengehoopt, de productiemiddelen gecentraliseerd en de eigendom in weinige handen geconcentreerd. Het noodzakelijke gevolg hier van was de politieke centralisatie. Onafhankelijke, slechts als bondgenoten tot elkaar staande provincies, met verschillende belangen, wetten, regeringen en invoerrechten werden samengedrongen in één natie, één regering, één wet, één nationaal klassenbelang, één douanetarief.’ Heeft dan geen enkel lid van de redactie van The Socialist ‘Het Communistisch Manifest’ gelezen?”

In het citaat uit het ‘Manifest’ beschreven Marx en Engels de historische rol van het kapitalisme in het ontstaan van de natiestaten. Ze beschreven hoe het kapitalisme zorgde voor de ontwikkeling van een wereldmarkt: “De behoefte aan een steeds uitgebreider afzet voor haar producten jaagt de bourgeoisie over heel de aardbol. Overal moet zij zich indringen, overal ontginnen, overal connecties aanknopen.”

Maar nergens suggereert het ‘Manifest’ dat het kapitalisme in staat zal zijn om wat Marx omschreef als een van de fundamentele tegenstellingen van het kapitalisme te overstijgen: de tegenstelling tussen de wereldmarkt en de natiestaat. Het ‘Manifest’ stelt duidelijk dat de arbeidersstrijd voor de macht onvermijdelijk op nationaal vlak moet beginnen, maar zich daar niet toe kan beperken. “Doordat het proletariaat moet beginnen de politieke heerschappij te veroveren, zich tot nationale klasse te verheffen, zichzelf als natie te constitueren, is het zelf nog nationaal, zij het dan ook geenszins in de zin van de bourgeoisie.”

Onmiddellijk na de publicatie van ‘Het Communistisch Manifest’ ervaarden Marx en Engels de nederlaag van de revoluties van 1848. Door wat Engels omschreef als de ‘verbazingwekkende lafheid’ van de Duitse burgerij leidde dit niet tot de vestiging van een eengemaakt Duitsland waarin de bestaande feodale vorstendommen en stadstaten opgingen. De lafheid van de Duitse kapitalisten was geen toeval. Zoals Marx en Engels uitlegden, was dit het resultaat van hun groeiende angst voor de groter wordende kracht van de arbeidersklasse. Dit duwde hen naar allianties met de overblijfselen van het feodalisme. Dit was in een periode dat het kapitalisme nog in een opgaande fase zat en er was ongetwijfeld sprake van een Duits ‘nationaal bewustzijn.’ Het is ongelofelijk dat de AWL meer dan 150 jaar later, op een ogenblik dat het kapitalisme in een diepe crisis zit, suggereert dat dit systeem in staat zou zijn om de EU te verenigen.

Klassenkwesties staan centraal

We zien echter duidelijk dat dit niet het geval is. Integendeel: de kapitalistische crisis zorgt samen met de neoliberale verdragen van de EU voor een groeiend verzet tegen alle kapitalistische elites en de instellingen van de EU die een vreselijk bezuinigingsbeleid hebben opgelegd aan de landen in de ‘periferie.’ In Ierland slaagde een massabeweging tegen de watertaks, met de Socialist Party in een leidinggevende positie, erin om deze gehate taks van de baan te krijgen. De regering moest de taks terugtrekken omwille van de massale en democratische beweging. De Europese Commissie kwam echter tussen en eiste dat de taks alsnog zou doorgevoerd worden.

De woede tegen de gevolgen van de kapitalistische crisis kwam op verschillende manieren tot uiting in de verschillende landen. Met de constante dreiging van een nieuwe fase in de economische crisis, zal de EU zeker geen natie worden maar veeleer geconfronteerd worden met sterkere centrifugale krachten. Er is een gevaar dat de woede van de werkenden tegen de besparingen wordt omgebogen in nationalistische richting. Maar als we het terrein aan populistisch rechts overlaten door de EU te steunen, is die uitkomst sowieso gegarandeerd. De beste manier om ertegen te strijden, is door op te komen voor een onafhankelijke positie van de arbeidersklasse: neen aan het Europa van het kapitaal, maar voor een socialistisch Europa.

In Groot-Brittannië kan Jeremy Corbyn nog steeds een dergelijke campagne trekken. Hij kan dit door op te komen voor een Brexit van de werkenden met een oproep aan werkenden doorheen Europa om deze campagne te steunen. Hij kan beginnen met een voorstel voor een wet die helemaal anders is dan wat premier Theresa May voorstelde, met name een voorstel om alle Europese regels die tegen de belangen van de werkende klasse ingaan te schrappen (denk maar aan de beperkingen van overheidshulp, het verbod op nationaliseren, de richtlijnen rond detachering waarmee de lonen naar beneden worden getrokken, …). Het kan meteen gekoppeld worden aan een intrekking van de antivakbondswetgeving, met inbegrip van de laatste wet die door de Tories is opgelegd en voor het opleggen van collectieve akkoorden. Het kan leiden tot echte arbeiderscontrole doorheen democratisch publiek bezit.

Deze klassenthema’s moeten centraal staan in elke campagne voor een socialistische Brexit en moeten gekoppeld worden aan een onafhankelijk klassenstandpunt rond de kwestie van de EU en migratie. De rechtse kapitalistische campagnes voor een Brexit plaatsen deze kwestie centraal, net zoals de officiële Remain-campagnes. Het had een effect op de ‘publieke opinie’ en de arbeidersbeweging moet daartegenin gaan. Maar het klopt niet dat migratie de belangrijkste reden voor de Brexit-stem was.

Dat is evenmin het geval vandaag. Een recente peiling van Opinium, gepubliceerd in het rechtse blad ‘Daily Express’, vroeg mensen om op een schaal van tien de belangrijkste kwesties in de Brexit-onderhandelingen aan te duiden. Het hoogste resultaat met 8,31 werd behaald door ‘het verzekeren dat de openbare diensten goed gefinancierd worden’, gevolgd door ‘ervoor zorgen dat er jobs beschikbaar zijn’ dat goed was voor 8,28. “Het aantal migranten naar Groot-Brittannië verminderen’, scoorde 6,88. Het was dus effectief een thema. Maar het kwam op de 13de plaats van de 22 thema’s die in de peiling waren opgenomen. Het kwam vlak voor ‘ervoor zorgen dat Europese burgers die al in het land zijn hier kunnen blijven’ dat 6,78 haalde.

Europese ‘vrijheden’

Rechtse nationalistische ideeën kregen vrijspel in de campagne naar het referendum. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in de periode erna een toename van racisme was. Miljoenen werkenden uit andere EU-landen zijn bovendien terecht bezorgd over hun rechten om in het land te blijven wonen en werken. Socialisten moeten zich organiseren tegen racisme. We moeten vooraan staan, zoals Corbyn dit doet, in campagnes die opkomen voor volledige rechten – zowel nu als in de toekomst – voor alle EU-onderdanen die in Groot-Brittannië verblijven. Daarnaast moeten we opkomen voor het recht op asiel voor al wie vlucht van oorlog, ramp en dictatuur. We moeten ingaan tegen repressieve maatregelen gericht tegen wie asiel zoekt met eisen zoals het stopzetten van gesloten centra en de mogelijkheid verlenen dat asielzoekers werken. Tegelijk moeten we strijden tegen de neerwaartse spiraal die eigen is aan het kapitalisme door op te komen voor gelijk loon voor gelijk werk, los van land van afkomst.

Jammer genoeg hebben velen ter linkerzijde het argument van de pro-EU-vleugel van de kapitalistische klasse overgenomen als ze stellen dat opkomen voor dit programma betekent dat we voor lidmaatschap van de gemeenschappelijke markt moeten pleiten. Dat is absoluut niet het geval. De eengemaakte markt kwam er na een verdrag dat door Thatcher in 1986 werd ondertekend. Het is gebaseerd op de zogenaamde ‘vier vrijheden’: vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en arbeid. De Europese Commissie ziet daar strikt op toe. Het is in dit kader dat de neoliberale besparingspolitiek van de Europese richtlijnen en regels wordt opgemaakt.

Dit betekent niet dat de Europese regels een onoverkoombare hindernis zijn. Zeker niet. Vastberaden acties door de arbeidersklasse kunnen de werkgevers nederlagen toebrengen, ook al worden die laatsten geruggesteund door Europese regels. Een vastberaden socialistische regering die de steun geniet van een massabeweging van de arbeidersklasse, kan niet gestopt worden door Europese wetten. Sommigen ter linkerzijde stellen dat de EU tenminste progressief is omdat het ‘vrij verkeer van personen’ garandeert. Dit geldt natuurlijk niet voor wie vanuit Azië, het Midden-Oosten of Afrika naar Europa wil komen en zijn leven moet riskeren bij de poging om in Fort Europa te geraken.

Wij strijden voor een socialistische wereld met echt vrij verkeer van personen – zonder grenzen, laat staan muren en detentiecentra. De arbeidersbeweging heeft zich in haar geschiedenis nooit automatisch uitgesproken voor kapitalistisch ‘vrij verkeer’. Zo kan het vrij verkeer van arbeid gebruikt worden om de arbeidsvoorwaarden te ondermijnen waardoor racisme en nationalisme opgezweept worden. De arbeidersbeweging heeft steeds gestreden voor een zo groot mogelijke controle op de arbeidsvoorwaarden, de hoogste vorm hiervan zou bestaan uit een democratisch socialistische samenleving met een geplande economie. Dat is waarbij de vakbonden bijvoorbeeld vaak opgekomen zijn voor zogenaamde ‘closed shops’ waarbij enkel vakbondsleden een job kunnen krijgen op een bepaalde werkplaats.

Eengemaakte arbeidersstrijd

Het is dan ook correct om zoals de algemeen-secretaris van Unite, Len McCluskey, te eisen dat werkgevers een degelijk akkoord met de vakbonden of een collectief akkoord in de sector moeten hebben vooraleer ze werknemers vanuit het buitenland aanwerven. Dit is een eis gericht op een grotere democratische arbeiderscontrole op wie aangeworven wordt en een vermindering van de controle van de grote bedrijven. Vreemd genoeg werd net dit standpunt van McCluskey door de Socialist Workers’ Party en anderen ter linkerzijde aangegrepen als voornaamste argument om hem geen kritische steun te geven in de verkiezingen voor de leiding van Unite. Nochtans moet McClusky het in die verkiezingen opnemen tegen een door het establishment gesteunde kandidaat, Gerard Coyne. Die neemt openlijk reactionaire posities in rond migratie. De kapitalisten en aanhangers van Blair voeren actief campagne en willen McCluskey weg als voorbereiding om nadien Corbyn aan te pakken.

De benadering van de vakbonden die het voorstel van McCluskey volgen moet er uiteraard op gericht zijn om de steun van werkenden uit andere landen te winnen voor de vakbonden en moet gepaard gaan met de eis dat ze tewerkgesteld worden aan de lonen en voorwaarden die voor deze job gelden. Dit werd al enkele keren op succesvolle wijze gedaan, recent nog door Unite in de olieraffinaderij van Fawley. Het is mogelijk om een grote meerderheid van de werkenden te overtuigen van een socialistische en internationalistische benadering rond migratie. Dit zullen we echter niet bekomen als we ontkennen hoe de kapitalistische klasse migratie gebruikt als een van de vele middelen waarmee de arbeidsvoorwaarden en lonen worden ondermijnd.

De afgelopen tien jaar ondergingen de Britse werkenden het grootste verlies aan inkomen sinds het Victoriaanse tijdperk. Deze aanval gebeurde met verschillende methoden, in de eerste plaats door gebruik te maken van de verwarring en het gebrek aan organisatie van de arbeidersklasse na de val van de stalinistische regimes in 1989-91 en de omvorming van Labour tot een kapitalistische partij onder Tony Blair.

Het feit dat er meer werkenden beschikbaar zijn, in het bijzonder uit EU-landen, werd eveneens gebruikt, samen met het verplaatsen van productie naar landen met goedkopere arbeid, het tewerkstellen van jongeren aan slechtere voorwaarden, het gebruik van interimarbeid, … Het is evident dat het niet de fout van de werkenden is dat ze harder uitgebuit worden, maar dat dit de verantwoordelijkheid van de werkgevers is. De enige manier om daartegen in te gaan, is door een eengemaakte strijd van alle werkenden. De militante tradities die veel migranten naar Groot-Brittannië meebrengen, kunnen die strijd verrijken.

Internationale solidariteit

Jammer genoeg bestaat de houding van sommige linkse activisten eruit dat ze voorbijgaan aan de wijze waarop het kapitalisme gebruik maakt van migranten. De AWL verwees begin januari in een tekst ‘Drie argumenten tegen vrij verkeer en drie antwoorden’ terecht naar de Eerste Internationale die net opgezet was als onderdeel van verzet tegen pogingen van de werkgevers om werkenden uit verschillende landen tegen elkaar op te zetten.

Maar vervolgens wordt elke vergelijking met de huidige situatie verworpen. “Er zijn twee belangrijke verschillen met de huidige situatie. Ten eerste hadden de conflicten waarop de Eerste Internationale antwoordde betrekking op werkgevers die in het ene land geconfronteerd werden met een staking en probeerden personeel uit een ander land aan te werven om de staking te breken. Vandaag worden migranten in Groot-Brittannië bijna nooit in het buitenland aangeworven en gebeurt dit nooit op de bewuste en expliciete basis om een staking te breken. Ten tweede waren de methoden van de Eerste Internationale gericht op solidariteit waarbij de arbeidersorganisaties over de grenzen heen met elkaar verbonden werden om op directe wijze de arbeiders op te roepen om hun arbeid niet te laten gebruiken om de strijd van hun kameraden elders te ondermijnen. Deze benadering heeft niets gemeen met de vijandige houding tegenover migranten en immigratie die vervat zitten in de politiek van de hedendaagse anti-vrij-verkeer-linkerzijde.”

Dit is klinkklare nonsens. Jeremy Corbyn heeft terecht voorgesteld dat alle vacatures lokaal moeten bekend gemaakt worden omdat het een vaak voorkomende praktijk is dat werkgevers enkel in andere landen naar personeel zoeken. Het komt ook vaak voor dat groepen werkenden uit andere landen gebruikt worden om collectieve akkoorden met de vakbonden te ondermijnen. De werkgevers worden daartoe gesteund door Europese richtlijnen. Het openlijk aanwerven van migranten om stakingen te breken, gebeurt wel degelijk nog steeds. Het gebeurt alleen bedekter omwille van de huidige wettelijke beperkingen hierop. Straatvegers en chauffeurs in de gemeente Wandsworth, tewerkgesteld door onderaannemer Continental Landscape, zijn momenteel aan het staken tegen de lage lonen. Continental Landscape doet er alles aan om Portugese arbeiders in te zetten om de staking te breken.

Net zoals dit in de tijd van de Eerste Internationale het geval was, moeten we de pogingen van de werkgevers om ons te verdelen bestrijden met een internationalistische aanpak van solidariteit. Dit is wat de Socialist Party deed tijdens de stakingen in de olieraffinaderij van Lindsey in 2009. Het ging toen om arbeiders uit Italië die door de werkgevers werden ingezet om het nationale akkoord in de sector te breken. Met de hulp van de Socialist Party maakten de stakers pamfletten in het Italiaans om deze arbeiders te bereiken. Ze slaagden erin om hun recht op lidmaatschap van de vakbond af te dwingen en kregen dezelfde lonen en arbeidsvoorwaarden als de Britse arbeiders.

Deze strijd werd door de arbeidersbeweging in Italië op deze manier erkend, in tegenstelling tot de AWL en andere linkse groepen in Groot-Brittannië. Giorgio Cremaschi, een linkse leider van de metaalvakbond Fiom, stelde: “Als de Italiaanse arbeiders minder betaald worden dan de Britse arbeiders en aan slechtere voorwaarden werken, dan is deze staking rechtvaardig. We moeten voor gelijke voorwaarden opkomen.” Het is met deze benadering – waarbij we erkennen hoe het kapitalisme de ‘vrijheden’ van de eengemaakte markt gebruikt om vooral de vrijheid van uitbuiting van werkenden op te drijven, en waarbij we opkomen voor eengemaakte arbeidersstrijd ter verdediging van de belangen van de werkenden – dat we massale steun kunnen opbouwen voor een socialistische en internationalistische benadering rond migratie en het hele proces van de Brexit.

Print Friendly, PDF & Email