Kapitalisme, globalisering en migratie

Welke rol speelde migratie in de ontwikkeling van de kapitalistische samenleving? Wat is de impact ervan in deze tijden van harde besparingen? Hoe antwoorden socialisten op vragen rond migratie tegenover rechtse politici en extreemrechts die de werkende bevolking willen verdelen?Hannah Sell ging hier in 2012 dieper op in met een recensie van het boek “Exceptional People: how migration shaped our world and will define our future” (door Iain Goldin, Geoffrey Cameron en Meera Balarajan).

Zowel de Tories als Ed Miliband van Labour pleiten voor een harde aanpak van immigratie. Dit boek brengt de andere kant van de dubbele houding van het kapitalisme rond dit thema. Historisch ontwikkelde de kapitalistische wereldmarkt op een tegenstrijdige wijze vanuit de natiestaat. Op sommige ogenblikken was de ‘vrije handel’ belangrijk voor kapitalisten. Op andere momenten waren nationale grenzen belangrijker. De productiekrachten vandaag zijn de natiestaten ontgroeid, maar ze blijven er deels door beperkt. De houding van het kapitalisme tegenover migratie weerspiegelt deze tegenstelling.

Het boek ‘Exceptional People’ is geschreven door academici van Oxford en Cambridge. Er wordt nadruk gelegd op het element van ‘vrijheid’ en vooral “het idee van vrije beweging.” Ze vatten het als volgt samen: “Zelfs een beperkte toename van de migratie zou belangrijke voordelen opleveren voor de wereldeconomie. Zowel rijke als arme landen halen er voordeel uit, de ontwikkelende landen nog het meest. Toenemende migratie heeft een sterkere impact op de inkomens in armere landen, het draagt bij tot het beperken van de ongelijkheid tussen landen.”

In een scherpe veroordeling van de ongelijkheid onder het kapitalisme wordt gewezen op het feit dat de kloof “tussen de rijkste en de armste landen 250 jaar geleden vijf tegen een was, terwijl hij nu ongeveer 400 tegen een is.” Dat migratie de kloof zou verkleinen, wordt niet ondersteund door de feiten in het boek. De auteurs omschrijven de afgelopen 30 jaar als “een dynamisch tijdperk van globale integratie” met een significante toename van migratie. Tussen 1990 en 2005 alleen trokken 33 miljoen mensen weg van ‘ontwikkelende’ naar ‘ontwikkelde’ landen. En tegelijk is de ongelijkheid tussen de landen met ongeveer 20% toegenomen sinds 1978 terwijl het “relatief stabiel bleef tussen 1960 en midden jaren 1970.”

De kapitalistische globalisering van de afgelopen decennia heeft de productiekrachten ontwikkeld, maar op een erg tegenstrijdige wijze. Deze globalisering werd mee mogelijk door de nieuwe technologie, maar het ontwikkelde vooral als een gevolg van de relatieve afname van industriële productie in de economisch ontwikkelde kapitalistische landen. Er werd gezocht naar nieuwe, meer winstgevende investeringen en daarbij ging het kapitalisme over tot gokken op de financiële markten waarbij grote speculatieve zeepbellen werden geblazen die steeds verder stonden van de onderliggende economische realiteit.

Tegelijk gingen multinationals steeds meer over tot het delokaliseringen van industrie naar landen met lagere lonen. De economische crisis vanaf 2008 wijst op de tegenstellingen die aanwezig waren in de periode van groei voorafgaand aan deze crisis. Er is nu een lange crisis van het kapitalisme, maar het boek ‘Exceptional People’ gaat daaraan voorbij. Het boek verscheen in 2011 maar heeft het over de “recessie van 2008-09” alsof het slechts een tijdelijk gegeven was en de periode van voor 2008 gewoon terugkeert.

Gevolgen in de neokoloniale wereld…

Vrij verkeer van arbeid is een aspect van de globalisering. Het is de vrijheid van het kapitalisme om de uitbuiting op te voeren met een neerwaartse spiraal inzake lonen. Andere voorstanders van vrij verkeer van arbeid zijn eerlijker en brutaler hierover dan de auteurs van ‘Exceptional People’. The Economist bijvoorbeeld pleit voor open grenzen met het argument dat meer immigratie tot lagere lonen leidt. In 2002 stelde het magazine over migratie: “De kloof tussen wat arbeid opbrengt in arme en rijke landen, zelfs voor iets onbenullig zoals het schoonmaken van tafels, is veel groter dan de kloof tussen de prijzen van verhandelde goederen uit verschillende delen. De potentiële voordelen [winsten] van een liberalisering van migratie zijn dan ook veel groter dan de potentiële voordelen van het weghalen van de beperkingen van de wereldhandel.”

Geen enkele kapitalistische regering heeft open grenzen ingevoerd, dat zou immers leiden tot politieke instabiliteit. Maar terwijl repressie tegen asielzoekers uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika de norm blijft in elk ontwikkeld kapitalistisch land, zijn er ook veel landen die bewust de grenscontroles hebben afgezwakt.

Voor migranten is het een erg beperkte ‘vrijheid’ als ze de wereld rond moeten trekken om hun familie te voeden. Welke vrijheid heb je als je het spaargeld van je familie aan mensensmokkelaars moet geven om, in het beste geval, na een gevaarlijke reis als ‘illegale’ migrant voor minder dan het minimumloon te werken?

De auteurs van ‘Exceptional People’ aanvaarden dat migratie geen pijnloos gegeven is. Ze vergelijken het met wat de econoom Joseph Schumpeter omschreef als de ‘creatieve destructie’ van het kapitalisme. Ze stellen dat de problemen zich vooral op korte termijn stellen en van ondergeschikt belang zijn, terwijl de gevolgen op lange termijn grotendeels positief zijn voor migranten en voor de landen die ze verlaten en waar ze naartoe trekken.

De statistieken in het boeken wijzen meer op ‘destructie’ dan op ‘creatie’. Het argument dat migratie goed is voor de landen van herkomst wordt ondermijnd. De exodus zorgt ervoor dat sommige van de armste landen een uittocht van geschoold personeel kennen: “Meer dan 70% van de mensen met een universiteitsdiploma in Guyana en Jamaica verhuizen naar ontwikkelde landen, andere landen kennen gelijkaardige percentages van afgestudeerden die vertrekken.” In Malawi is meer dan de helft van het verplegend personeel vertrokken op amper vier jaar tijd, er blijven nog 336 verplegers over voor een bevolking van 12 miljoen mensen.

De auteurs kunnen evenmin overtuigen met het argument dat het geld dat door migranten naar het thuisfront wordt gestuurd de economie daar zou ontwikkelen. Het belang van dit geld is toegenomen, “van ongeveer 31,1 miljard dollar in 1990 tot ongeveer 316 miljard dollar in 2009.” Dit kan een grote impact hebben op het leven van mensen en gemeenschappen, maar ‘Exceptional People’ moet erkennen dat dit geld “slechts in een erg klein aantal landen substantieel is in verhouding tot het BBP. In elf landen zijn deze bijdragen belangrijker dan de export van goederen.”

… en voor de ontwikkelde kapitalistische landen

In de economisch ontwikkelde landen heeft de periode van globalisering geleid tot een scherpe toename van de ongelijkheid. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld is het aandeel van het BBP dat naar lonen gaat al 30 jaar aan het dalen. Als het aandeel van de lonen in het BBP even groot was, dan zouden de werkenden 60 miljard pond meer naar huis nemen. De situatie in de VS is gelijkaardig. Lonen waren daar in juli 2011 goed voor het kleinste aandeel van het BBP sinds 1955: 54,9%. De winsten van de bedrijven waren goed voor het grootste aandeel sinds 1950: 12,6%.

Een factor in dit proces was de tendens van het kapitalisme om de productie te verschuiven naar landen met lagere lonen. Een andere factor, met wisselend belang naargelang het land, was het inzetten van extreem uitgebuite migranten naast jonge werkenden, interimmers, … waardoor de lonen in bepaalde sectoren, zeker die sectoren die niet kunnen gedelokaliseerd worden, naar beneden werden gedrukt. Als de arbeidersbeweging zowel ideologisch als organisatorisch sterk genoeg was om een efficiënte strijd te voeren voor een degelijk inkomen voor iedereen, dan zou migratie geen neerwaartse druk op de lonen kunnen zetten.

‘Exceptional People’ beweert dat het effect van migratie op de lonen grotendeels neutraal is. Eens te meer spreken de feiten in het boek deze stelling tegen. Het boek stelt dat “in het buitenland geboren werknemers op alle scholingsniveaus minder verdienen dan hun collega’s die niet in het buitenland geboren zijn. In de VS verdienden migranten in 2007 23% minder dan in de VS geboren collega’s.”

Het enige hedendaagse voorbeeld van een beleid van open grenzen dat in het boek aan bod komt, is de beslissing van de Britten om geen beperkingen op te leggen aan werkenden uit de acht landen die in 2004 bij de EU aansloten. Tussen 2004 en 2008 kwamen een miljoen mensen uit die landen. De enige vergelijkbare grootschalige immigratie naar Groot-Brittannië was die tussen 1870 en 1920 toen voornamelijk Joodse arbeiders de pogroms in Rusland en Oost-Europa ontvluchtten. In die periode was er ook een netto vertrek van 2,6 miljoen Britten waaronder een significant deel van de middenklasse en een aantal arbeiders. De meesten trokken naar Canada, Australië en Zuid-Afrika. Vandaag bestaan deze vluchtroutes niet meer. De toegenomen immigratie zorgt er dan ook voor dat de Britse bevolking toeneemt, op tien jaar tijd met maar liefst 3 miljoen.

De opstelling van New Labour rond de Oost-Europese nieuwkomers werd volledig gesteund door de grote bedrijven. ‘Exceptional People’ merkt op dat die grote bedrijven “al lang opkwamen voor het afbouwen van de beperkingen van het vrij verkeer van personen.” Het boek stelt dat de Britse ervaring van het openen van de grenzen “bewijs levert van de economische voordelen die door theoretici werden beloofd: de inflatoire druk nam af, de werkloosheid nam af en de economie ging erop vooruit.”

De werkloosheid nam tijdens de periode van economische groei af, maar in april 2007, op het einde van die groei, waren er wel nog steeds 1,69 miljoen Britse werklozen. Tegelijk namen de reële lonen met amper 1% toe, een historisch laag niveau. De gemiddelde loonsverhogingen bedroegen 4% en de inflatie 3%. Groot-Brittannië is een wereldspeler inzake financiële sector, dienstensector en ongelijkheid. Enkel de VS kenden als ontwikkeld kapitalistisch land een grotere kloof tussen arm en rijk.

‘Exceptional People’ probeert rond de echte redenen waarom werkgevers migranten willen te gaan: “Buitenlanders zijn goed voor 10% tot 15% van de werkenden in Groot-Brittannië, maar ongeveer de helft van de nieuwe jobs worden door migranten ingevuld, ofwel omdat het gaat om jobs die specifieke vaardigheden vereisen (zoals loodgieterij of bankieren) of omdat de autochtonen deze jobs niet willen doen (zoals fruitplukken of ouderenzorg).”

De vaststelling dat het Britse systeem niet eens jongeren opleidt voor belangrijke vaardigheden zoals loodgieterij is samen met het verdwijnen van bijna 3400 jobs per week een scherpe veroordeling van het Britse kapitalisme. ‘Exceptional People’ vergeet natuurlijk op te merken dat veel ‘autochtonen’ bepaalde jobs niet willen omdat ze er geen leefbaar loon voor krijgen. Ouderenzorg bijvoorbeeld is erg veeleisend en belangrijk, maar het gemiddelde uurloon voor een zorgwerker is 6 pond.

Miliband gaf achteraf toe dat de toegenomen immigratie onder New Labour gevolgen had voor de lonen. Maar hij heeft geen oplossingen. Hij verzette zich tegen de slogan van Gordon Brown van ‘Britse jobs voor Britse werkenden’, niet omdat dit een nationalistische opstelling was maar omdat het utopisch is om de Britse werkenden jobs te beloven. Eigenlijk herhaalt Miliband de poging van Brown om steun te vinden op nationalistische basis. De dreiging om de erg beperkte uitkeringen die sommige migranten krijgen nog meer aan banden te leggen, toont dit duidelijk aan. Het feit dat sommige migranten ‘illegaal’ zijn en geen enkele uitkering krijgen, is net een belangrijke factor die hen aanzet tot zwartwerk voor slavenlonen.

Een socialistische benadering

Een socialistische wereld zou er een zijn zonder paspoorten en grenzen, laat staan gesloten centra en deportaties. Het zou een wereld zijn zonder de redenen waarom mensen aangezet worden om te vluchten. Een democratische socialistische planning van de productie zou de enorme mogelijkheden inzake wetenschap en technologie, alsook de natuurlijke rijkdommen, inzetten om aan de behoeften van de bevolking in elk deel van de wereld te voldoen. Diegenen die beslissen om naar andere delen van de wereld te trekken, doen dit dan vanuit een oprechte keuze.

Onder het kapitalisme zal immigratie altijd een instrument van de kapitalisten zijn om de winsten te maximaliseren. Dit gebeurde niet altijd door vrije beweging van werkenden aan te moedigen. Soms gebeurde het tegendeel. Zo legt Karl Marx in ‘Het Kapitaal’ uit dat katoenfabrikanten uit Lancashire konden vermijden dat hongerige katoenarbeiders wegtrokken naar de kolonies omdat ze hen liever hielden als “reserveleger” waardoor de lonen laag gehouden werden. (Het Kapitaal volume 1, hoofdstuk 13).

Zoals opgemerkt is de graad waarin de kapitalisten immigratie kunnen gebruiken om de lonen naar beneden te halen afhankelijk van de sterke van de arbeidersbeweging. In de Londense metro heeft de strijdbare opstelling van de vakbond RMT er alvast voor gezorgd dat het kuispersoneel een loon van 8,30 pond per uur heeft afgedwongen. Een sterke arbeidersbeweging zou het recht kunnen afdwingen om met democratisch verkozen comités de immigratieprocedures van de regering te onderzoeken en om racistische praktijken te bestrijden.

De strijd tegen de neerwaartse spiraal van de ‘race to the bottom’ is intrinsiek verbonden met de strijd voor socialisme. Dit vereist de eenmaking van de arbeidersklasse – geschoolde en ongeschoolde, jonge en oudere, blanke en gekleurde werkenden – rond een gezamenlijk socialistisch programma. Wat zou zo’n programma naar voor brengen rond immigratie? Het zou vertrekken van de verdediging van de meest onderdrukte lagen van de arbeidersklasse, waaronder migranten. Het zou ten stelligste ingaan tegen racisme. Het verdedigt het recht op asiel en het stopzetten van repressieve maatregelen zoals gesloten asielcentra. Zo’n programma zou opkomen voor werk voor iedereen aan degelijke voorwaarden, los van de afkomst van werkenden.

Tegelijk kan een socialistisch programma niet zomaar de slogans van ‘open grenzen’ en ‘stopzetting van immigratiecontroles’ naar voor brengen. Dit zou een obstakel zijn om werkenden van een socialistisch programma te overtuigen, zowel rond immigratie als andere thema’s. Dergelijke eisen vervreemden de overgrote meerderheid van de werkenden, waaronder ook migranten die hier al langer zijn, omdat ze het zien als een bedreiging voor hun jobs, lonen en arbeidsvoorwaarden.

We mogen ook niet de fout maken om werkenden die bezorgd zijn rond immigratie meteen af te doen als ‘racisten’. Racisme en nationalisme zijn aanwezig bij standpunten tegen migranten, maar er zijn ook veel bewuste antiracistische werkenden die bezorgd zijn om de schaal van de immigratie. Ook vorige generaties van marxisten moesten daarmee omgaan. In 1870 omschreef Marx hoe Ierse werkenden door het Britse kapitalisme werden gebruikt: “De Engelse burgerij heeft de Ierse ellende niet alleen gebruikt om de arbeidersklasse in Engeland neer te drukken door de gedwongen immigratie van arme Ieren, maar ook door de arbeidersklasse in twee vijandige kampen te verdelen. De gewone Engelse arbeider haat de Ierse arbeider als concurrent die de lonen en levensstandaard naar beneden trekt.” (International Working Men’s Association, Confidential Communication on Bakunin, Marxists Internet Archive)

Betrokkenheid bij arbeidersbeweging

De verdeeldheid die Marx beschreef, begon pas te verdwijnen toen de Ierse arbeiders deel werden van de arbeidersbeweging. Dat gebeurde voor het eerst massaal in de beweging van Chartisten en nadien met de ontwikkeling van massale vakbonden van ongeschoolde arbeiders eind 19de eeuw. Hetzelfde gebeurde in de jaren 1950 en 1960. In 1950 bijvoorbeeld was het de spoorvakbond die vooraan stond in de strijd tegen het verbod op kleurlingen in tal van Londense cafés. Het kwam voort uit het besef dat de kapitalisten enkel zouden stoppen om goedkope arbeiders uit het buitenland in te zetten indien deze arbeiders deel werden van de vakbond en samen opkwamen voor degelijke lonen.

Het is als gevolg van deze tradities dat veel migranten een sterke band hadden met de arbeidersbeweging, zelfs indien veel migranten niet uit steden afkomstig waren. In de jaren 1970 speelden migranten een belangrijke rol in verschillende syndicale strijdbewegingen. Zelfs nu, na de afname van het aantal vakbondsleden in de jaren 1990, ligt de syndicalisatiegraad onder Afro-Carribische werkenden met 32,4% nog steeds hoger dan de algemene syndicalisatiegraad van 26,6%.

De arbeidersbeweging moet vandaag gelijkaardige campagnes voeren om migranten te organiseren. Dit is moeilijker dan in de periode na de Tweede Wereldoorlog, onder meer omwille van het aantal landen van waaruit er migranten zijn. Vaak zijn deze mensen meer gericht op de kwesties van hun land van oorsprong dan op wat er in Groot-Brittannië gebeurt.

De arbeidersbeweging kende in het verleden gelijkaardige problemen. Friedrich Engels schreef in 1893 in een brief aan een Amerikaanse socialist over de moeilijkheden om een arbeiderspartij in de VS op te zetten. Hij stelde dat immigratie “de werkenden in twee groepen verdeelde: diegenen die in de VS geboren zijn en de buitenlanders, die dan nog opgedeeld zijn in de Ieren, de Duitsers en de vele kleine groepen die elk enkel zichzelf verstaat: Tsjechen, Polen, Italianen, Scandinaven, … En dan zijn er nog de zwarten. Om een eengemaakte partij te vormen, zullen er krachtige prikkels nodig zijn. Er is soms een krachtig elan, maar de burgerij moet slechts passief wachten tot de verschillende delen van de arbeidersklasse terug uit elkaar vallen.”

Ondanks deze moeilijkheden benadrukte de brief van Engels vooral dat de VS “echt wel rijp is voor een socialistische arbeiderspartij”. Voor de arbeidersbeweging is er een andere positieve kant aan globalisering. ‘Exceptional People’ vergelijkt de huidige situatie met die van groeiende integratie van de wereldeconomie voor de Eerste Wereldoorlog. Vladimir Lenin, de voorman van de Russische revolutie, sprak in 1913 over migratie. Veel van de zaken die hij toen naar voor bracht, zijn vandaag nog steeds van toepassing. “Het kapitalisme heeft geleid tot een bijzonder vorm van migratie van naties. De snel ontwikkelende industriële landen maken grootschalig gebruik van machines en duwen achtergebleven landen van de wereldmarkt, ze verhogen de lonen boven het gemiddelde en trekken daarmee arbeiders uit de achtergebleven landen aan. Honderdduizenden arbeiders maken dan voettochten van honderdduizenden kilometers.” (Pravda 29 oktober 1913).

Hij vervolgt: “Ongetwijfeld zorgt extreme armoede er al voor dat mensen hun land moeten verlaten, en kapitalisten buiten migranten schaamteloos uit. Maar enkel reactionairen kunnen de ogen sluiten voor de progressieve rol van deze moderne migratie. Emancipatie van het juk van het kapitaal is onmogelijk zonder de verdere ontwikkeling van het kapitalisme en zonder de klassenstrijd die daarop gebaseerd is. Het kapitalisme trekt de massa’s van de werkende bevolking uit de hele wereld in deze strijd mee, los van hun lokale gewoontes, nationale grenzen en vooroordelen worden overstegen, werkenden uit alle landen worden verenigd in grote fabrieken en mijnen in Amerika, Duitsland, …”

Lenin beschreef hoe de plattelandsbevolking naar de ‘grote fabrieken en mijnen’ trok en daar een machtige arbeidersklasse werd. Vandaag zijn er nog altijd veel migranten die uit geïsoleerde plattelandsgebieden wegtrekken. Maar de desindustrialisering in de ontwikkelde kapitalistische landen zorgt ervoor dat deze migranten eerder in jobs zoals schoonmaak terechtkomen. Maar de globalisering en moderne communicatie hebben wel positieve effecten op het doorbreken van ‘nationale grenzen en vooroordelen.’

Het heeft geleid tot een sterker internationalisme onder de arbeidersklasse. Het internationale karakter van de beweging tegen de invasie in Irak, of recenter de Occupybeweging, is er een uitdrukking van. Als de arbeidersbeweging een correcte benadering heeft tegenover migranten, kunnen werkenden uit verschillende landen de beste ervaringen van elkaar overnemen – van revolutie in Egypte over algemene stakingen in Griekenland of de hartals [stakingen] in India. Dit versterkt de georganiseerde arbeidersklasse in de landen waar migranten naartoe trokken.

Groeiende nationale spanningen

Het kapitalisme is echter niet in staat om de beperkingen van de natiestaat te overstijgen. Een jaar na de opmerkingen van Lenin zorgden de spanningen tussen verschillende kapitalistische staten voor het uitbreken van de bloedige Eerste Wereldoorlog. Daarmee kwam er een abrupt en bloedig einde aan het tijdperk van ‘wereldwijde vrije migratie’. Vandaag staan we niet voor een nieuwe wereldoorlog. Maar de economische crisis versterkt nationale spanningen naarmate de verschillende nationale kapitalistische klassen zoeken naar een uitweg uit de crisis die hun nationale belangen het beste dient. Dit blijkt onder meer uit de spanningen binnen de eurozone.

Een toename van nationale spanningen creëert ook ruimte voor racistische en rechtse nationalistische krachten. En het kan gevolgen hebben voor het migratiebeleid. In 2011 publiceerde The Economist een dossier onder de naam “After €urogeddon”. Daarin stelde het magazine dat het opbreken van de eurozone er wellicht toe zou leiden dat “lidstaten het vrije verkeer van werknemers zouden beperken om te vermijden dat er een grote exodus naar andere landen in de EU komt.” Er waren in verschillende landen noodplannen voor het geval Griekenland uit de eurozone zou geduwd worden en een groot aantal Grieken naar andere landen zou proberen te trekken.

Als de eurozone volledig uiteen zou vallen, zou wellicht ook het vrije verkeer van personen afgebouwd worden. Het kan leiden tot een nachtmerrie voor werkenden uit andere EU-landen die met deportatie of het verlies van hun legale status geconfronteerd worden. Socialisten zouden campagne voeren voor het recht van deze werkenden om in in het land waar ze verblijven te wonen en werken.

Griekse lessen

Met een doordachte benadering is het mogelijk om brede lagen van de werkende klasse te overtuigen van een programma dat de rechten van migranten verdedigt. Maar het zal een punt van discussie blijven tot en zelfs nadat de werkende klasse de macht neemt. Griekenland is een land waar alle thema’s zich erg scherp stellen. De aanvallen zijn er het verste gegaan, net zoals de strijd ertegen. Het blijkt uit de brede steun voor Syriza. De enige uitweg voor de Griekse bevolking is een breuk met het kapitalisme en de opbouw van een democratisch socialistische samenleving.

De strijd voor socialisme moet gepaard gaan met antwoorden op de moeilijke kwestie van migratie. Griekenland is voor 90% van de asielzoekers het eerste EU-land dat ze aandoen. Op een bevolking van 11 miljoen mensen zijn er naar schatting 470.000 mensen-zonder-papieren. De groei van de neofascisten van Gouden Dageraad is een waarschuwing. Links moet reageren en de verdediging van migranten en linkse activisten organiseren tegen de dreiging van Gouden Dageraad.

Maar dat is slechts een kant van het verhaal. Tienduizenden migranten leven in vreselijke omstandigheden op de straten van Athene en andere grote steden. Deze mensen zitten vast in een nachtmerrie. Velen willen niet in Griekenland blijven, maar ze zitten vast in het land omwille van de Europese migratiewetten. Het is ook een probleem voor de Griekse arbeidersklasse. Als er zoveel mensen dakloos zijn en op straat leven, heeft dit onvermijdelijk sociale gevolgen voor alle werkenden en hun gezinnen.

Gouden Dageraad probeert de vooroordelen tegenover asielzoekers op te drijven om tot geweld over te gaan. Met antifascistische campagnes wordt daartegen in gegaan. Wij leggen daarbij de verantwoordelijkheid voor de sociale problemen bij het kapitalistische systeem en roepen op tot eengemaakte strijd van de Griekse werkenden, werklozen, armen en migranten voor degelijke levensvoorwaarden voor iedereen.

Er wordt ook opgekomen voor huisvesting en voedsel voor vluchtelingen. Vandaag worden veel Europese middelen inzake migratie besteed aan dure deportaties, er zijn dus middelen. Daarnaast pleiten Griekse antifascisten voor het toekennen van een verblijfsrecht aan vluchtelingen. Tegelijk wordt rekening gehouden met de vrees van de Griekse bevolking voor de vluchtelingen. Er wordt opgeroepen voor massale algemene vergaderingen van alle inwoners, Grieken en migranten, om democratisch verkozen wijkcomités op te zetten die onder meer kunnen bespreken hoe samen voor meer middelen kan worden gestreden, maar ook om te discussiëren over de bestaande problemen zoals toenemende criminaliteit, gezondheidsrisico’s van overbevolkte pleinen, …

Een correcte benadering op lokaal niveau zou gepaard moeten gaan met een politieke strijd op bredere schaal. Een arbeidersregering moet breken met het kapitalisme, de banken en de grote bedrijven nationaliseren. Zo’n regering zou een noodprogramma van heropbouw moeten opmaken als onderdeel van een democratisch socialistisch plan. De basisvoorzieningen zoals voedsel, elektriciteit, huisvesting, werk met een goed loon, … zouden daarbij het meest dringend zijn. De democratische rechten voor migranten – het recht op asiel voor al wie kapitalistische vervolging vlucht, het recht op een legale status, het recht op familiehereniging – kunnen meteen ingevoerd worden. Maar het zou voor een kleine Griekse arbeidersstaat niet mogelijk zijn om te voorzien in de behoeften van iedereen die naar Griekenland zou willen komen vanuit de hele wereld. Als socialisten het tegendeel beweren, zullen ze door brede lagen terecht als utopisch bestempeld worden.

Migratie en een arbeidersstaat

In het Rusland van 1917, een veel armer en minder ontwikkeld land als Griekenland, stelde deze kwestie zich eveens. De leiders van de revolutie – Lenin, Trotski en de bolsjewieken – waren door en door internationalistisch. Ze gaven de hoogste prioriteit aan de ontwikkeling van revolutie in andere landen en beseften dat het niet mogelijk was om socialisme in een enkel land op te bouwen. Maar het was voor het verarmde Rusland niet mogelijk om alle armen uit de hele wereld te ontvangen.

Er zijn verschillende nota’s uit de periode na de Russische revolutie waarin Lenin en de bolsjewieken erg praktische discussies voeren over grenscontroles in de arbeiderstaat. Het gaat vooral over het buitenhouden van de contrarevolutionaire krachten. Rusland was een jonge arbeiderstaat die vocht voor zijn overleven. Dit kan niet echt vergeleken worden met wat we in de toekomst zullen kennen. Maar het is interessant om te zien wat Lenin in 1922 bijvoorbeeld stelde in een nota: “Ik heb informatie over grootschalige illegale immigratie van Russen en Amerikanen langs verschillende grenspunten, vooral langs de havens aan de Zwarte Zee. Het departement van industriële immigratie zegt dat er maandelijks 200 tot 300 mensen binnenkomen (waaronder heel wat profiteurs, contrarevolutionairen en dergelijke mensen). Neem de meest resolute maatregelen om deze immigratie te stoppen.” (6 november 1922).

Andere documenten gaan in op de vraag of aanhangers van de revolutie het land binnen mochten. Het is een praktische kwestie van de materiële middelen. In 1921 schrijft Lenin over een discussie over het al dan niet aanvaarden van een groep Amerikanen. Hij stelt dat ze 200 dollar moeten meebrengen en voegt eraan toe: “In essentie ben ik voor, indien deze Amerikaanse werkenden in het algemeen het volgende meebrengen: (1) voorzieningen voor twee jaar voedsel (je zegt dat dit eerder gebeurde en dus is het mogelijk); (2) kledij voor een gelijkaardige periode; (3) werkinstrumenten. De eerste twee zaken zijn het belangrijkste, de 200 dollar is minder belangrijk.” (Brief aan LK Martens, 22 juli 1921).

Een Griekse arbeiderstaat zou niet alle armen van de hele wereld kunnen opvangen, maar het zou hen aantonen hoe het kapitalisme kan omvergeworpen worden. Door aan te tonen dat een socialistische democratisch geplande economie superieur is aan het kapitalisme met stappen in de richting van het voorzien van degelijke huisvesting, voedsel en werk voor de hele bevolking, en een samenleving waar de beslissingen in het belang van de meerderheid van de bevolking genomen worden, zou een socialistisch Griekenland wereldwijd voor inspiratie zorgen, ook in die landen waar veel vluchtelingen in Griekenland vandaan komen.

Een van de voordelen van de globalisering is dat een oproep van de Griekse arbeiderstaat aan werkenden in andere landen om een zelfde weg op te gaan internationaal veel gehoor zou vinden en ook veel sneller zou opgepikt worden dan ten tijde van de Russische revolutie. De werkenden in de rest van het zuiden van Europa zouden wellicht snel deze oproep in actie omzetten. Het zou het perspectief vestigen van een democratisch socialistische confederatie van de landen in de zogenaamde Europese ‘periferie’ als opstap naar een vrijwillige democratisch socialistische confederatie in Europa. Enkel door voor een socialistische wereld te strijden, kunnen we de obstakels van de natiestaat overkomen en bouwen aan een wereld zonder grenzen.

Print Friendly, PDF & Email