Nepal: hulpverlening moet onder democratische publieke controle!

Nepal is een van de armste landen uit de Zuid-Aziatische regio. Het land werd hard geraakt door de recente aardbeving. De gevolgen van die natuurramp werden nog versterkt door het kapitalisme.

Artikel door TU Senan, CWI

Naar schatting zijn er meer dan 5.000 doden gevallen en meer dan 10.000 gewonden. Het aantal doden en gewonden kan nog verder oplopen. De zware aardbeving heeft zowat het volledige land geraakt, 39 districten zijn getroffen en de ramp heeft gevolgen voor het dagelijkse leven van meer dan twee miljoen mensen. Er zijn verslagen over dorpen die volledig van de kaart geveegd zijn.

De meeste slachtoffers bevonden zich op het platteland en waren armen in de steden. Zij wonen immers meer in huizen van slechte kwaliteit. De Britse krant The Guardian stelde dat “zowat alle oude huizen maar ook die van hout werden verwoest.” Arme gezinnen verloren alles wat ze hadden. De woede is groot. Een krantenverkoper stelde aan The Guardian: “Als we geld hadden, dan zouden we stevige huizen bouwen. Maar er is geen geld. We kunnen nergens heen. Niemand kijkt naar ons om. Het leven was al hard. Ik wil niet meer leven.” Voor de gewonden is er een bijkomend probleem, er is een groot tekort aan medische faciliteiten. Er dreigen ziektes los te barsten als gevolg hiervan. Er is onvoldoende noodopvang of voedsel voor de slachtoffers.

De regering van Nepal en geologen wisten op voorhand dat een ramp van deze omvang mogelijk was en zou gebeuren. Het was alleen een kwestie van tijd. Toch deden de regering van Nepal en andere regeringen uit de regio niets om voorzorgen te nemen. Daarmee hadden ze dood en vernieling in de regio kunnen vermijden. De omvang van de ramp is dus mee door de mensen bepaald, heel wat gevolgen waren vermijdbaar indien er preventieve maatregelen waren genomen.

Een ramp van deze omvang toont de instabiliteit van de kapitalistische regeringen. Ze zijn niet in staat om de productie te plannen zodat de behoeften van de massa’s centraal zouden staan en de meerderheid van de bevolking uit armoede en ellendige omstandigheden zou getrokken worden. Er is een gebrek aan investeringen in aangepaste infrastructuur en er werden geen preventieve maatregelen genomen. Zelfs in regeringsrapporten uit 2013 wordt gewezen op onveilige bouwmethoden en tekortkomingen in de infrastructuur. Er werd toen al gewaarschuwd dat dit de gevolgen van een aardbeving enorm kon versterken. De Nepalese regering heeft de waarschuwingen naast zich neergelegd. In plaats daarvan waren er aanhoudende oorlogen tussen de UCPN-M (Unified Communist Party of Nepal–Maoist) en het rechtse Nepali Congress (NC) dat gesteund wordt door de CPN-UML (Communist Party of Nepal–United Marxist-Leninist) over voorstellen voor een nieuwe grondwet.

De maoïsten (UCPN-M) slaagden er in 2006 in om brede steun te verwerven nadat een algemene staking een einde maakte aan het bewind van de koning van Nepal. Dat werd toen gezien als een belangrijke ‘politieke aardbeving’ waardoor de hele regio kon veranderen. Tienduizenden arbeiders, boeren en armen betoogden niet alleen tegen de monarchie maar ook voor een nieuwe regering die hun belangen wel zou verdedigen. De roep naar gerechtigheid werd van nabij gevolgd in India en andere landen in de regio. De hoop op nieuwe bewegingen tegen de rotte kapitalistische regeringen in de regio werd opnieuw gevestigd.

De maoïsten gaven aanvankelijk uitdrukking aan de roep naar verandering, maar ze weigerden socialistische maatregelen te nemen om de wil van de massa’s ook effectief te realiseren. Nepal is een klein land met een beperkt aantal middelen en bovendien zit het gewrongen tussen twee regionale machten, India en China, die elk het land in hun invloedssfeer willen houden. Een breuk met het kapitalisme en het doorvoeren van een geplande socialistische economie die navolging probeert te krijgen in de rest van de regio, zou een uitweg bieden voor de Nepalese massa’s en hen bevrijden van onderdrukking. Een socialistische federatie in de regio zou alle grondstoffen en rijkdommen uit de regio onder de democratische controle van de werkende bevolking plaatsen. Dit zou het leven van de massa’s enorm verbeteren.

Ondanks de gunstige voorwaarden oordeelden de maoïsten dat er nood was aan een ‘burgerlijk democratische fase’ van de revolutie. Ze pleitten voor een alliantie met het rechtse NC en zijn bondgenoot UML. Dit was op een ogenblik dat beide partijen in crisis waren door hun vroegere samenwerking met de monarchie. Deze pro-kapitalistische partijen maakten gebruik van de positie van de maoïsten om de onderhandelingen over een nieuwe grondwet eindeloos te rekken. Ze kochten tijd om hun greep op de macht te versterken. Ze slaagden daar ook in en wonnen aan invloed en macht. De directe betrokkenheid van de Indische en Chinese regeringen versterkte de positie van de rechtse partijen.  Die partijen blijven zich opwerpen als de enige keuze voor de Nepalese massa’s en ze werden in dat standpunt versterkt door het beleid van de maoïsten om met hen samen te werken. De eindeloze discussies zorgden ervoor dat de bevolking geen nieuwe grondwet kreeg maar ook dat er amper verbeteringen in hun leven waren. De kapitalisten en de media zagen hun kans om de maoïsten daar verantwoordelijk voor te stellen. Zij werden voorgesteld als de factor die alle vooruitgang blokkeerde. De rechtse partijen versterkten zich en voerden hun propaganda op. Dit bleek heel scherp in de verkiezingen van 2013 waarin de maoïsten een belangrijke nederlaag leden.

De pro-kapitalistische partijen wilden vervolgens hun grondwet opleggen zonder akkoord van de maoïsten. Dit dwong de maoïsten recent nog tot een oproep tot een driedaagse bandth (staking). Maar de maoïsten hadden afgedaan, ze waren er immers niet in geslaagd om de eisen van de arbeiders, boeren, minderheden en armen in te willigen. Er was een splitsing in de maoïstische partij en de steun loopt terug.

De periode van steun voor de heersende rechtse partijen was maar kortstondig. De aardbeving maakte er een einde aan. Er is enorm ongenoegen als gevolg van het falen van de regering om de hulpverlening degelijk te organiseren. Dit kan leiden tot nieuwe bewegingen tegen de regering. Natuurrampen kunnen soms leiden tot revoluties omdat het falen van het kapitalisme wordt aangetoond. Zo speelde de aardbeving van 1972 in Nicaragua een rol in de strijd tegen de dictatuur van Somosa. Die dictatuur bleek immers niet in staat te zijn om de bevolking te beschermen. De enorme dakloosheid, werkloosheid en vernielingen versterkten het sandinistische verzet en zorgden uiteindelijk mee voor de omverwerping van de dictatuur.

Meer dan een kwart van de 28 miljoen inwoners van Nepal leeft onder de armoedegrens. Zeker op het platteland is er een tekort aan proper water en andere basisfaciliteiten. En nu worden de economische gevolgen van de ramp ook nog eens op de bevolking afgeschoven. Alle partijen die in het verleden beweerden tegen de monarchie in te gaan, hebben nooit een betekenisvolle landhervorming georganiseerd. De koning is nog steeds een van de grootste grondbezitters van het land.

De schade voor de economie wordt nu al op meer dan 5 miljard dollar geschat, dat is meer dan 20% van het bbp van het land. De armen vormen de overgrote meerderheid van de bevolking en zullen nieuwe opofferingen moeten doen. Regeringen uit andere landen beweren dat ze bekommerd zijn om het lot van de bevolking, maar ze bieden weinig hulp. Zo maakte de Britse regering amper 5 miljoen pond vrij. De VS beloofde aanvankelijk 1 miljoen dollar, terwijl arme landen soms meer beloofden. Volgens Unicef hebben onder meer 940.000 kinderen dringend humanitaire steun nodig.

Met de tsunami in 2004 in Zuid-Azië zagen we dat gewone mensen sneller reageerden dan de meeste regeringen. Er is echter geen betrouwbaar instrument om de generositeit van de bevolking te vertalen in effectieve steun. Zoals we ook zagen na de aardbeving in Gujarat (India) of de overstromingen in Pakistan en Bangladesh, worden beloften van regeringen ook nooit volledig waar gemaakt. Een groot deel van het geld dat mensen aan hulporganisaties geven, raakt niet bij de slachtoffers. Het blijft plakken bij ‘administratie’ en soms wordt het door de regering gebruikt voor eigen propagandadoeleinden. De voormalige dictatoriale president Rajapaksa in Sri Lanka gebruikte heel wat hulpmiddelen na de tsunami om in zijn kiesdistrict een grotere basis uit te bouwen. Er zijn nu al verslagen die aangeven dat de Indische en Chinese regeringen de ‘opportuniteit’ aangrijpen om hun invloed in Nepal te vergroten.

De ramp toont het falen van de Nepalese regering en de hypocrisie van de kapitalistische regeringen doorheen de wereld. De nood aan alternatieve vormen van bestuur dringt zich op. Het collectief organiseren van de productie in de vorm van een socialistisch geplande economie zou niet alleen de massa’s uit armoede halen, maar zou ook maatregelen nemen om de impact van natuurrampen zoveel mogelijk te beperken.

De arme massa’s kunnen niet op hun regeringen vertrouwen om effectieve hulp te verlenen. Er duiken al voorbeelden op van wanbeheer. Democratisch verkozen comités van werkenden, boeren en armen zijn nodig om de controle op de hulp te organiseren en om op een planmatige manier de heropbouw te organiseren. Deze comités moeten de bevoegheid hebben om compensaties te geven aan gezinnen die levens en eigendom verloren, maar ook om de prijzen van grond en goederen zoals bouwmaterialen te controleren. Kapitalistische bedrijven staan al klaar om hun voordeel te halen uit de ramp. De hulpverlening moet onder democratische publieke controle en bezit gebeuren zodat de belangen van de slachtoffers centraal staan.

Print Friendly, PDF & Email