Rechtse provocatieregering in de steigers – antwoord arbeidersbeweging nodig

Het blijft een gewaagde gok voor de burgerij. De kans dat hiermee een moeilijk bedwingbare sociale uitbarsting uitgelokt wordt, is reëel. Sinds verkiezingsdag is de dynamiek om het eens te proberen met een rechtse coalitie echter blijven groeien. Een rechtse provocatieregering met N-VA, MR, CD&V en Open Vld staat in de steigers. Wat dit voor de gewone werkenden zal betekenen, blijkt uit de eerste aankondigingen van de rechtse Vlaamse regering. Een verhoging van het inschrijvingsgeld voor studenten tot 1.000 euro, afschaffing van het gratis openbaar vervoer voor 65-plussers, drastische beperking van de woonbonus, verdubbeling van de zorgverzekering van 25 tot 50 euro, afschaffing van de kleine hoeveelheid gratis elektriciteit en water,… Gewone werkenden zullen fors moeten inleveren. Als dit beleid ook op federaal vlak wordt gevoerd, ziet het er niet goed uit.

Besparen: hard, harder, hardst

De voornaamste discussie tussen het PS-model en dat van de N-VA gaat over het ritme van de besparingen. Over de essentie – besparen op de kap van de werkende bevolking – zijn ze het eens. Maar waar de PS pleit voor voorzichtigheid, kan het voor N-VA niet snel genoeg gaan. Dat zien we met de voorstellen van de verschillende regionale regeringen. De Vlaamse regering haast zich om forse besparingen aan te kondigen, de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest doen dit iets voorzichtiger.

Maar ook langs Franstalige kant zal jaarlijks 1 miljard bespaard worden. Daaronder harde besparingen op het onderwijs. Aanvankelijk zullen 4 op de 5 gepensioneerde ambtenaren niet vervangen worden, na twee jaar wordt dat 1 op de 3. Ook dat zijn harde besparingen, maar de Vlaamse regering wil nog harder gaan. Een aantal van de aanvallen die de Vlaamse regering wil doorvoeren, werden eerder langs Franstalige kant al gerealiseerd. Zo bedraagt het inschrijvingsgeld voor de universiteiten er reeds 900 euro en is het gratis openbaar vervoer voor 65-plussers al langer afgeschaft.

De nieuwe Vlaamse regering wordt een kopie van de coalitie op het Antwerpse schoon verdiep. Dat beleid wordt gekenmerkt door harde besparingen op gemeentepersoneel en openbare diensten naast een bijzonder hard repressief optreden waarbij de provocaties niet geschuwd worden. Deze coalitie van N-VA, CD&V en Open Vld kan bovendien regelmatig melden dat ze slechts het beleid verder zet dat door de voorgaande coalitie onder leiding van SP.a werd uitgestippeld.

Hoe sterk er sprake is van neoliberale eenheidsworst bij het besparingsbeleid bleek toen Open Vld amper een nacht nodig had om het Vlaamse akkoord te slikken. Enkel een paar punten en komma’s werden aangepast, doorgaans om het jargon van nietszeggende vaagheden wat te boetseren. De beroepsprovocateurs – zoals die van VOKA, Unizo of de reactionaire rechtse fils-à-papa studenten van KVHV – zien de kans mooi om de plannen lof toe te zwaaien en meteen nog hardere maatregelen te eisen.

Kamikaze

De frustraties van de Franstalige liberale MR van Charles Michel en Didier Reynders nadat ze gepasseerd werden voor de Waalse en Brusselse regeringen, zorgden voor een openheid voor een kamikazeregering. Met slechts 20 van de 63 zetels langs Franstalige kant is de democratische legitimiteit van deze regering bij voorbaat ondermijnd. Maar die overweging woog voor de MR niet op tegen de verlokking van 7 ministerfuncties met bijhorende kabinetsposities.

Voor de verkiezingen was de MR nochtans bijzonder scherp geweest voor de N-VA. Die werd een “racistische ondertoon” verweten als onderdeel van “een project van discriminatie en van minachting”, “de partij maakt een karikatuur van Wallonië”, aldus Charles Michel (De Tijd 21 mei). Intussen is Michel wel bereid om met de N-VA in zee te gaan “omdat de regering geen communautaire agenda zal hebben, enkel een sociaaleconomische”. Dat de Vlaamse regering haar beleid ook federaal oplegt, is evenwel een sterke basis voor communautaire discussies en problemen.

De Vlaamse coalitiepartijen stelden alvast dat de geplande federale lastenverlaging van 1,35 miljard euro best wat meer mag omvatten. Nochtans werd tegelijk bevestigd dat de volgende federale regering 17 miljard euro moet besparen. Met de herberekening van de staatsschuld door de wijziging van de Europese boekhoudregels, zal dat nog oplopen. Bij de vorming van de Vlaamse regering stelde N-VA-voorzitter De Wever: “’De sociaal-economische toestand vergt dat er zo snel mogelijk op alle niveaus regeringen met daadkracht worden gevormd. Het besef van deze verantwoordelijkheid heeft ons samengebracht.” Op federaal vlak wacht onder meer een debat over de pensioenen.

Het lijkt erop dat de Belgische burgerij een bocht genomen heeft en de optie van een tripartite met de PS aan de kant schuift om met een regering rond de N-VA harde maatregelen te nemen. De schrik voor sociale onrust maakt plaats voor harde maatregelen waarbij ingeval van te grote onrust de PS van de reservebank kan gehaald worden. De Tijd schreef op 22 juli: “Bij de christendemocraten, die met Peeters de premier mogen leveren, was de schrik om de N-VA buitenspel te zetten groter dan de angst voor sociale onrust.”

Delen van N-VA lijken zich bewust van de moeilijke positie waarin de partij hierdoor zit. Enerzijds is er de druk van de werkgevers om erg onpopulaire maatregelen te nemen, anderzijds is er het gevaar dat de partij hierdoor als de asociale factor van de besparingsregering wordt weg gezet en als neoliberale schoktroep verbrand geraakt. Bij iedere asociale maatregel probeert de N-VA om de aanval wat te verpakken of om compensaties te voorzien. “We laten niemand achter,” aldus het Vlaamse regeerakkoord.

Antwoord arbeidersbeweging nodig

Niet alleen langs Franstalige kant, ook langs Nederlandstalige kant kan het besparingsbeleid tot sociale onrust leiden. Het lijkt erop dat De Wever, Bourgeois, Peeters en co denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. Het Antwerpse besparingsbeleid op lokaal vlak botste wel op verschillende acties, maar het kwam niet tot een veralgemeende beweging met een opbouwend actieplan waarbij het enorme ongenoegen in een harde strijd tegen de harde aanvallen werd omgezet. Wellicht rekenen de coalitiepartners van de provocatieregering erop dat dit ook op Vlaams en federaal vlak mogelijk is. Ze hopen dat de positie van de vakbonden voldoende verzwakt is, N-VA leverde daar met de frontale aanval op het ACV nog een bijdrage toe.

De afgelopen jaren heeft de arbeidersbeweging meermaals haar potentiële kracht laten zien. Dit was onder meer het geval met het protest tegen het Generatiepact of in de beweging voor koopkracht. Op 2 december 2011, nog voor de regering-Di Rupo goed en wel in het zadel zat, betoogden reeds 80.000 vakbondsmilitanten tegen de besparingsplannen. Maar het potentieel werd niet aangewend om een frontale confrontatie met het besparingsbeleid aan te gaan. Telkens opnieuw werd het argument van het gevaar van een rechtse regering gebruikt om het rechtse beleid van onder meer PS en SP.a te rechtvaardigen. Dit argument komt nu te vervallen, ook het ACV zal het niet gemakkelijk hebben om de banden met CD&V in stand te houden op een ogenblik dat deze partij deel uitmaakt van een regering waarin N-VA de lakens uitdeelt.

Voorlopig reageert het ACV erg mak. Patrick Develtere van Beweging.net, het vroegere ACW, verklaarde: “Een lastenverlaging is nodig en er moet bespaard worden, maar wij vinden het vanzelfsprekend om dat op een verantwoorde, sociaal-rechtvaardige en doordachte manier te doen.” Zou Develtere deze keer wel de achterban geraadpleegd hebben? ACV-voorzitter Leemans stelt vast dat de Vlaamse regering zich als ondernemersvriendelijk profileert en dat het “geen optie is om groei te creëren door te snijden in sociale welvaart en welzijn, of door collectieve diensten af te bouwen.” Bij het ABVV werd aangekondigd dat er op basis van overleg bijsturingen van het Vlaamse beleid moeten komen.

De vakbondsleiders hebben zich jarenlang beperkt tot pogingen om de scherpste kantjes eraf te vijlen. Aan scherpe kantjes zal het de komende periode niet ontbreken, er zullen er zoveel zijn dat de tactiek om ze af te vijlen tot mislukken gedoemd is.

De eerste aankondigingen van besparingen op regionaal vlak zetten de toon. Jongeren, werkenden, gepensioneerden, zieken,… Iedereen wordt getroffen, terwijl steeds meer middelen worden vrijgemaakt om cadeau te doen aan de grote (en nu ook de iets minder grote) bedrijven. Indien de provocatieve federale besparingsregering er komt, moeten we niet wachten om ons verzet te organiseren en ons evenmin laten beperken tot enkel het federale of Vlaamse niveau. Ook in Brussel, Wallonië, de Franse gemeenschap of de gemeenten wordt hard bespaard. We krijgen een lawine van besparingen op alle niveaus, ons antwoord moet daaraan aangepast zijn.

Sommige vakbondsleiders en militanten zullen misschien in de besparingsregeringen van het Waals Gewest of van de federatie Brussel-Wallonië een alternatief zoeken op de rechtse federale en Vlaamse regeringen. Ze vergissen zich. Het zal erop aankomen om van onderuit te bouwen aan een dynamiek van actief verzet en oppositie tegen het besparingsbeleid en dit op alle niveaus. Dat is wat we reeds voor de verkiezingen naar voor schoven met het idee van een front van verzet tegen alle besparingen. Een gezamenlijke informatiecampagne van de vakbonden op de werkvloer, onder jongeren, in de wijken of onder gepensioneerden zou een aanzet kunnen vormen om de reikwijdte van de geplande besparingen bekend te maken en een eerste stap zetten in de opbouw van een sterke mobilisatie.

Bij deze mobilisatie zullen we nood hebben aan een actieplan dat zich niet beperkt tot eenmalig stoom aflaten maar opbouwend de druk op regering en patronaat opvoert om de besparingen in te trekken. We kunnen hierbij inspiratie opdoen bij de ‘operatie waarheid’ die de grote mobilisaties van de algemene staking van 1960-61 voorafging, ook inzake de omvang van het vereiste verzet kan dat een inspiratiebron zijn.

Vanuit de kapitalistische logica is besparen de enige optie en beperkt het debat zich tot het ritme en de omvang van de besparingen. Zoals veel arbeiders, jongeren, zieken en gepensioneerden, vindt ook LSP dat we moeten vertrekken van de noden en behoeften van de meerderheid van de bevolking. Het beleid van de afgelopen jaren heeft de tekorten op vlak van werkgelegenheid, huisvesting, onderwijs en openbare dienstverlening sterk doen toenemen. Er is nood aan een drastisch plan van publieke investeringen om daar verandering in te brengen en onze levensstandaard te verbeteren met hogere lonen (met bijvoorbeeld een algemeen minimumloon van 15 euro per uur) en uitkeringen.

Er zijn veel middelen aanwezig, maar deze worden vandaag niet gebruikt in het belang van de meerderheid van de bevolking. Een herverdeling van de middelen wordt steeds meer gezien als een alternatief op de concentratie van rijkdom in handen van de 1% rijksten. Maar een herverdeling van rijkdom gaat regelrecht in tegen de logica van het kapitalistische systeem. Het vereist een politieke kracht die opkomt voor een ander systeem, een socialistisch systeem, gebaseerd op de behoeften van de meerderheid van de bevolking in plaats van de winsthonger die vandaag dominant is. Daartoe moeten we ook het bezit en de controle op de sleutelsectoren van de economie in handen nemen door middel van nationalisaties zonder schadeloosstellingen, tenzij op basis van bewezen behoeften.

De harde besparingen die eraan komen, zullen een test vormen voor de arbeidersbeweging en de politieke linkerzijde. De mogelijkheid van compromissen wordt steeds beperkter. De andere kant opent een scherpe confrontatie en dat vereist een antwoord dat hieraan aangepast is, zowel op syndicaal als politiek vlak. De stabiliteit van de besparingsregering zal afhangen van het antwoord van de arbeidersbeweging. LSP wil in dat verzet alvast een actieve rol in spelen, werk met ons mee, sluit je aan!

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie