Hoe marxisten verkozen posities gebruiken om een krachtsverhouding voor verandering uit te bouwen

Op 25 mei werden in ons land voor het eerst sinds 30 jaar consequente linkse verkozenen naar zowel het federale als regionale parlementen in Brussel en Wallonië gestuurd. De opmerkelijke doorbraak van de PVDA zorgt ervoor dat voortaan ook een andere stem aan bod kan komen in zowel de parlementen als het publieke debat.

De PVDA-verkozenen kondigden aan dat ze een megafoon voor hun kiezers willen zijn. Critici daarentegen wijzen erop dat PVDA met slechts twee verkozenen in de Kamer, vier in het Brussels parlement en twee in het Waals parlement onvoldoende weegt om daar verandering te bekomen. Door oppositie te voeren, zou de partij niet ‘wegen’ op het beleid. Hoe kunnen consequent linkse verkozenen hun positie gebruiken om met de werkende bevolking sterker te staan in de strijd tegen de besparingen? En hoe kunnen enkele verkozenen de toon van het debat bepalen? Om op deze en andere vragen een antwoord te bieden, kijken we naar enkele voorbeelden van verkozenen die deel uitmaken van onze organisatie.

In het Amerikaanse Seattle raakte Kshama Sawant eind vorig jaar verkozen met 95.000 stemmen. In Seattle worden negen gemeenteraadsleden verkozen, vergelijkbaar met een schepencollege bij ons. Bart Vandersteene verbleef de afgelopen maanden langere tijd in Seattle en bericht over hoe de positie van Kshama werd gebruikt in de strijd voor de verhoging van het minimumloon tot 15 dollar per uur.

Met de Europese verkiezingen van eind mei slaagden we er niet in om de stunt van 2009 te herhalen door in Dublin met de Socialist Party een zetel te halen. De afgelopen vijf jaar toonden we aan hoe een linkse verkozene in het Europees Parlement het verschil kan maken. Onze Ierse zusterpartij heeft wel meer ervaring met parlementsleden, na de verkiezing van Ruth Coppinger in mei van dit jaar beschikken we nu over twee zetels in het Iers parlement. Finghin Kelly was de afgelopen vijf jaar actief als medewerker van de Socialist Party in het Europees Parlement.

Ten slotte grijpen we terug naar een historisch voorbeeld van de strijd in Liverpool waar er tussen 1983 en 1987 een links stadsbestuur aan de macht was. Hoe gingen linkse socialisten met de macht om toen ze een meerderheid vormden? Het contrast met wat pakweg de SP in Nederland van plan is als coalitiepartner van de liberalen in Amsterdam is wel erg groot.

De ervaringen die we in dit dossier naar voor brengen, kunnen nuttig zijn om ook in ons land optimaal gebruik te kunnen maken van de posities die de PVDA in de parlementen heeft bekomen.


 

Seattle: hoe een verkozen socialist het verschil maakte in de strijd voor de verhoging van het minimumloon

door Bart Vandersteene

Voor het eerst sinds decennia is er een linkse socialiste verkozen in de gemeenteraad van een grote Amerikaanse stad. De verkiezing van Kshama Sawant in Seattle in november laatstleden is sindsdien niet onopgemerkt voorbijgegaan. Seattle heeft als eerste grote Amerikaanse stad het minimumloon opgetrokken tot 15 dollar per uur. Niemand betwijfelt dat de verkiezing van Kshama Sawant en de rol van Socialist Alternative een doorslaggevende rol hierin speelden.

In deze krant en op socialisme.be hebben we het afgelopen jaar uitvoerig bericht over de gebeurtenissen in Seattle. Twee medewerkers van LSP trokken naar Seattle om te delen in de ervaring en om onze hulp aan te bieden bij de opbouw van onze zusterorganisatie Socialist Alternative die momenteel een forse groei kent.

Zonder overdrijving kunnen we stellen dat de verkiezing van Kshama Sawant voor de Amerikaanse linkerzijde een keerpunt betekende. Sindsdien is een debat losgebarsten over de initiatieven die links moet nemen om een reële speler te worden.

De verkiezing van een linkse socialiste met 95.000 stemmen ging niet onopgemerkt voorbij. Maar wat pas echt als een bom insloeg, was het feit dat het stadsbestuur zes maanden later reeds besliste om het minimumloon, weliswaar gefaseerd, op te trekken tot 15 dollar per uur. Sawant en Socialist Alternative hebben met deze belangrijke overwinning een baken uitgezet voor de tienduizenden activisten die een strategie zoeken om een alternatief op het kapitalisme naar voor te brengen. Zelfs de internationale media konden niet om de ontwikkelingen in Seattle heen, er waren artikels in onder meer The Guardian, The Indian Times, Duitse, Franse, Deense, Israëlische dagbladen, een reportage op het Duitse ARD,…

Nog voor de stemming over 15 dollar op de gemeenteraad, erkenden de lokale journalisten het belang ervan. De Seattle Times, een krant die moeilijk van linkse sympathie kan verdacht worden, schreef op 29 april reeds: “Als de gemeenteraad in de komende maanden het minimumloon optrekt naar 15 dollar, dan zal Sawant terecht de eer opstrijken door vanuit het niets plots de politieke agenda in de stad te bepalen.”

De politieke agenda bepalen, deed Kshama Sawant niet door de andere acht gemeenteraadsleden met goede argumenten te overtuigen. Ze dwong het politieke establishment tot toegevingen door de publieke opinie te mobiliseren en te bouwen aan een beweging van onderuit. Eerst was er haar verkiezingscampagne met daarin centraal de eis voor een minimumloon van 15 dollar. Deze offensieve campagne dwong beide burgemeesterkandidaten om zich over deze eis uit te spreken. De uiteindelijke winnaar, Murray, zag zich genoodzaakt om het voorstel te steunen.

Een week na de eedaflegging in de gemeenteraad was er een bijeenkomst met 250 aanwezigen waar de campagne 15 Now werd gelanceerd. De afgelopen maanden waren er tientallen acties, buurtvergaderingen en campagnemomenten om de brede steun voor de eis van 15 dollar in de stad te consolideren en te versterken. Volgens een peiling kreeg deze eis in januari de steun van 68% van de bevolking, in maart was dit al 72%.

Op basis van de campagne kondigden Sawant en 15 Now aan dat ze de burgemeester tot eind april de tijd gaven om via overleg tot een voorstel te komen. Indien er geen afdoende voorstel kwam, zou 15 Now een campagne starten om handtekeningen op te halen om via een bindend referendum in november een eigen voorstel aan de kiezers voor te leggen.

Op 1 mei kondigde burgemeester Murray aan dat hij een compromis had bereikt met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de vakbonden en een meerderheid van de gemeenteraadsleden. De 15 dollar zou ingevoerd worden, maar naargelang de grootte van het bedrijf zou dat over een periode van twee tot zes jaar gebeuren. Na twee jaar zou het bedrag aan de inflatie aangepast worden. Hierdoor zou iedereen, via een verschillend traject, in 2025 op een minimumloon van 18 dollar uitkomen.

Verschillende gemeenteraadsleden hebben in samenspraak met het bedrijfsleven het originele  voorstel van 15 Now afgezwakt. De enige reden waarom ze niet verder durfden gaan in het verdedigen van de belangen van het bedrijfsleven, was de dreiging dat ze bij de volgende verkiezingen binnen anderhalf jaar zouden afgeschilderd worden als de stromannen en –vrouwen van de rijkste 1%.

Het voorstel is niet 100% wat Sawant zelf voorstelde, maar het blijft een belangrijke stap vooruit en een overwinning die aangeeft hoe een verkozen positie kan gebruikt worden om strijd van onderuit te versterken en resultaten te boeken. Maar liefst 100.000 mensen raken hierdoor uit de armoede. De onafhankelijke journalist Arun Gupta beschreef de dynamiek: “Het was indrukwekkend om te zien hoe efficiënt Socialist Alternative was in het combineren van tactieken binnen en buiten de gemeenteraad. Het was als een schaakspel, waarbij iedere zet van de burgemeester en het bedrijfsleven werd beantwoord met een tegenzet door 15 Now. De positie van Sawant aan de onderhandelingstafel werd versterkt door de betogingen en acties.”

Voor Al-Jazeera America schreef hij: “De overwinning van Sawant toont aan dat socialist zijn niet langer een nadeel is bij verkiezingen.  Bovendien leverde de campagne voor 15 dollar per uur een model op voor democratie van onderuit die ingaat tegen het door het bedrijfsleven gecontroleerde politieke proces. Waarnemers verwachten dat de wet tegen eind mei zal passeren. Als dit gebeurt, zal de overwinning – zelfs indien het geen volledige overwinning is – de benadering van Socialist Alternative bevestigen, die organisatie versterken en meer ruimte creëren voor een socialistische politiek in de VS.” (21 mei 2014)

Bij de finale stemming in de gemeenteraad op 2 juni sloot Kshama Sawant haar toespraak als volgt af: “De boodschap vandaag is duidelijk: als we als werkenden ons organiseren met een socialistische strategie, kunnen we de kloof van inkomensongelijkheid en sociale onrechtvaardigheid aanpakken. 15 dollar in Seattle is slechts een begin. We hebben een hele wereld te winnen.”

Meer over de rol die Kshama Sawant en Socialist Alternative in Seattle spelen: https://nl.socialisme.be/tag/kshama-sawant


Ierland. Consequente socialistische verkozenen versterken verzet tegen besparingsbeleid

door Finghin Kelly

De Ierse zusterpartij van LSP, de Socialist Party, won in 1997 voor het eerst een zetel in de Dáil, het Ierse parlement. In 2009 won de partij met Joe Higgins een zetel in het Europees parlement. Joe werd in 2011 opnieuw in het Ierse parlement verkozen en liet zich opvolgen door Paul Murphy. In het Ierse parlement werd Joe in mei van dit jaar vervoegd door Ruth Coppinger die namens de Socialist Party een tussentijdse verkiezing voor een zetel in Dublin West won.

De Socialist Party is in lokale gemeenteraden vertegenwoordigd sinds 1991. De partij nam een voortrekkersrol in de Anti Austerity Alliance die dit jaar bij de lokale verkiezingen 14 verkozenen behaalde, waarvan 9 leden van de Socialist Party. De alliantie is vertegenwoordigd in vijf van de gemeenteraden van de drie grootste steden van het land.

Doorheen deze periode werd de Socialist Party geconfronteerd met heel wat uitdagingen en moeilijkheden. In de jaren 1990 en begin jaren 2000 maakte de Ierse Labour Party net zoals andere sociaaldemocratische partijen in Europa een scherpe bocht naar rechts. De partij vormde zich om tot een door en door pro-kapitalistische partij en aanhanger van het neoliberalisme. Een gelijkaardig proces vond ook plaats onder de meeste vakbondsleiders die afstapten van het idee van actieve strijd om de belangen van de werkende bevolking te verdedigen. De vakbondsleiders gingen er steeds meer van uit dat er geen alternatief op het neoliberale kapitalisme mogelijk is.

De afgelopen jaren kende het Ierse kapitalisme een diepgaande crisis. De banken werden gered met gemeenschapsmiddelen voor een bedrag van 64 miljard euro. Er kwam een hard besparingsbeleid dat werd doorgevoerd door alle gevestigde partijen. Dit beleid heeft de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking sterk ondermijnd. Het heeft de economie verder naar beneden getrokken wat leidt tot de traditionele plagen van het Ierse kapitalisme met massale emigratie en werkloosheidscijfers die nieuwe records bereiken.

In deze context was het belangrijk om onze verkozen posities te gebruiken om socialistische ideeën te verdedigen en een socialistisch alternatief op de crisis te populariseren door het politieke establishment te confronteren met de realiteit van hun beleid en de woede en het verzet van de werkende bevolking.

De geschiedenis heeft aangetoond dat alle belangrijke verworvenheden voor de werkende bevolking werden bekomen door mensen te organiseren en zo van onderuit druk te zetten op de kapitalisten en hun partijen. Overwinningen in het parlement waren enkel mogelijk op basis van bewegingen buiten het parlement. Wij hebben dan ook steeds onze verkozen posities gebruikt als politiek wapen van bewegingen buiten het parlement. Onze verkozenen geven een stem aan de werkenden en gebruiken het parlement als forum om een socialistisch alternatief naar voor te schuiven. Bovendien worden de posities gebruikt om ook praktische steun te bieden aan strijdbewegingen.

Als onderdeel van de verplichtingen van de trojka voerde de Ierse regering een belasting door op alle huizen, los van de vraag of de mensen deze belasting konden betalen. Deze belasting werd terecht als een besparingsmaatregel gezien. Er was een campagne voor een massale boycot van de belasting. Deze campagne werd ondersteund en mee uitgebouwd door de Socialist Party. Uiteraard gebruikten we de verkozen posities als megafoon voor de campagne. Europarlementslid Paul Murphy verscheurde in het parlement zijn belastingformulier tijdens een debat met Commissievoorzitter José Manuel Barroso. De verkozen posities boden ook heel wat praktische steun aan de campagne. Zo werd de helft van het kantoor van Paul Murphy in Dublin doorgegeven aan vrijwilligers van de campagne tegen deze belasting om er vergaderingen te houden, interventies doorheen het land op te zetten of om een vaste telefoonverbinding te hebben voor mensen doorheen het land die activiteiten wilden organiseren.

Onze verkozen vertegenwoordigers hebben een actieve voortrekkersrol gespeeld in iedere strijdbeweging die plaatsvond. Omwille van zijn rol in het verzet tegen een prijsverhoging voor de afvalophaling werd ons parlementslid Joe Higgins in 2003 zelfs een maand in de gevangenis opgesloten toen hij weigerde om het verbod op protest na te leven.

Voor onze organisatie is het een principekwestie dat vertegenwoordigers uit de arbeidersbeweging een levensstijl van gewone werkenden kennen. Een verkozen vertegenwoordiger leeft aan een gemiddeld arbeidersloon. Zo leefde Paul Murphy aan een gemiddeld loon van een jonge werkende in Ierland. Van de 6.300 euro die hij maandelijks als Europarlementslid kreeg, hield hij zowat 1.800 euro voor zich. De rest van het loon en de onkosten ging naar solidariteit met stakende arbeiders en campagnes tegen het besparingsbeleid.

Er zijn heel wat voorbeelden van hoe we onze posities gebruiken om arbeiders in strijd bij te staan. Zo maakte Joe Higgins in 2005 in het parlement de kwestie van extreme uitbuiting van Turkse en Koerdische arbeiders door het bouwbedrijf Gama bekend. Tijdens het hoogtepunt van de bouwwoede in Ierland werden arbeiders aangenomen om aan lonen van 2 tot 3 euro per uur te werken, slechts een fractie van het minimumloon in de sector. Toen ze vernamen dat ze veel te weinig betaald kregen, gingen de arbeiders in staking. Door de kwestie ook in het parlement te brengen, kon de druk opgevoerd worden en kreeg het ook meer aandacht in de media die voorheen aarzelden om het verhaal te brengen uit vrees voor vervolging. De tussenkomst van de Socialist Party in en buiten het parlement zorgde ervoor dat een overwinning werd afgedwongen.

Meer over Ierland: www.socialisme.be/nl/tag/ierland


Historisch. Toen Liverpool een socialistisch bestuur kende

In de lente van 1984 ging de gemeenteraad van Liverpool in de aanval tegen de conservatieve regering van Margaret Thatcher en werd een belangrijke overwinning geboekt. De strijd in Liverpool was een massale beweging in de vijfde grootste stad van het land gericht tegen besparingen en privatiseringen. De strijd werd geleid door de trotskisten rond het weekblad ‘Militant’ die toen de leidinggevende kracht vormden binnen de Labour Party in Liverpool.

De lokale besturen moesten zware besparingen doorvoeren omdat ze onvoldoende middelen van de nationale overheid kregen. Liverpool ging daartegen in. Er was een stadsbestuur waar het beleid, het programma en vooral de tactieken in de loop van de strijd bepaald werden door de sterke Militant organisatie in Liverpool die weigerde om de besparingen die door de regering geëist werden door te voeren.

Marxisten zijn uiteraard niet voor begrotingstekorten, ons alternatief is arbeiderscontrole en democratische planning van de grote bedrijven en banken. Maar in de context van het lokale bestuur, verdedigden we in Liverpool de noodzaak van een begroting gebaseerd op een tekort, waarbij het inkomen niet voldoende zou zijn voor de geplande uitgaven en waarbij er een massale campagne gepland werd om de regering te dwingen om te voorzien in extra middelen.

Het bestuur hield de verkiezingsbeloftes. We begonnen met een ambitieus plan om 5.000 nieuwe huizen te bouwen op vier jaar tijd waardoor er in Liverpool in die periode meer nieuwe woningen zouden gebouwd worden dan in alle andere gemeenten in het land samen. Hierdoor werden bovendien 12.000 jobs gecreëerd in de bouwsector. Het minimumloon voor het gemeentepersoneel werd opgetrokken tot 100 pond per week en er kwam een arbeidsduurvermindering van 39 tot 35 uur per week zonder loonverlies.

Het gemeentebestuur legde uit dat de regering miljoenen had gestolen van de bevolking van Liverpool en andere steden. “Geef ons onze 30 miljoen pond terug” werd gesteld in de beweging, waarmee dit ook in het bewustzijn van bredere lagen doordrong. Volgens een opiniepeiling in de Daily Post (24 september 1985) was 60% van de bevolking het met die eis eens.

Enkel door de arbeiders te mobiliseren konden we Thatcher tot toegevingen dwingen. Zo organiseerden we op 29 maart 1984 een 24-uren algemene staking op de dag dat de begroting moest gestemd worden. Dit was een van de grootste algemene stakingen op stadsniveau ooit, 50.000 mensen betoogden naar het stadhuis om hun steun te laten blijken voor de positie van het gemeentebestuur. Dit succes was enkel mogelijk na maandenlang campagnevoeren met massameetings doorheen de stad, aan de bedrijven, het verspreiden van pamfletten, deur-aan-deur campagnes,… Thatcher deed onder druk van de beweging in 1984 toegevingen voor een totaal bedrag van 16 miljoen euro.

Omdat de steun bij verkiezingen nog toenam – in 1987 haalde Labour 57% tegenover 47% in 1983 – werden andere middelen ingezet. Er kwam een gerechtelijke actie om de verkozen gemeenteraadsleden af te zetten en zelfs hun burgerrechten te ontnemen.  Dat was enkel mogelijk omdat de leiding van Labour het optreden van Thatcher steunde.

De nieuwe generatie moet lessen trekken uit de strijd van Liverpool. Die strijd toonde aan dat de arbeiders het neoliberale offensief kunnen stoppen. In strijdbewegingen is een duidelijk programma nodig, een organisatie, een basis in de arbeidersklasse en een leiding die in staat is het gevecht met de tegenstanders aan te gaan, erop vooruit te lopen en erop te antwoorden met de nodige tactische flexibiliteit.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie