Inleiding

Naarmate de dreiging van het fascisme groter werd, kon niet genoeg benadrukt worden wat het belang van een eenheidsfront was. Als Trotski een dergelijk eenheidsfront voorstelde, had hij het niet over grote akkoorden tussen de leiding van sociaaldemocraten en communisten om de meningsverschillen aan de kant te schuiven. Neen, hij wees op het bestaan van een sterke maatschappelijke kracht in de vorm van de arbeiders en hun gezinnen die politiek gezien verdeeld waren tussen de sociaaldemocratie en de communistische partij. Het doel van het eenheidsfront was om de arbeiders in actie te verenigen tegen de fascistische dreiging. Als uitgangspunt daartoe stelde Trotski: ‘Gescheiden marcheren, verenigd toeslaan’. Hij verduidelijkte dat er geen gezamenlijke publicaties, vaandels of plakkaten moesten zijn, enkel overleg over hoe en wanneer toe te slaan.

De communistische partij weigerde tot dergelijke eenheid over te gaan. De partij bleef beweren dat de sociaaldemocratie niet fundamenteel verschillend was van de fascisten en dat zij sociaal-fascistisch waren. De stalinistische leiders ondergroeven daarmee niet alleen de mogelijkheid van gezamenlijke actie die van beslissende aard zou zijn, ze gaven er ook mee aan dat ze het gevaar van het fascisme onderschatten. Trotski waarschuwde de communistische arbeiders:

“Wanneer het fascisme tot de macht komt, zal het als een tank over jullie schedels en ruggengraten gaan. Er is slechts redding bij onbarmhartige strijd. Overwinning kan slechts verbinding van de strijd met de sociaaldemocratische arbeiders brengen. Haast jullie, arbeiderscommunisten. Er rest nog maar weinig tijd!”

De leiding van de sociaaldemocratie bleef ondertussen alle hoop op de burgerlijke politieke instellingen plaatsen. Er werd steun gegeven aan al wie het ‘minste kwaad’ vormde in de hoop zo de opmars van de nazi’s te stoppen. Op een ogenblik van radicalisering van brede lagen van de bevolking was dat uiteraard een illusie. Als de burgerlijke instellingen samen met het systeem waar ze uitingsvormen van zijn in crisis komen, moeten socialisten net wijzen op de fundamentele onderliggende redenen voor die crisis. Het toedekken ervan door steun te verlenen aan burgerlijke politici ondermijnde de geloofwaardigheid en slagkracht van de sociaaldemocratie. Dat nam evenwel niet weg dat nog steeds miljoenen arbeiders actief waren in sociaaldemocratische organisaties en een essentieel en noodzakelijk onderdeel moesten vormen van het arbeidersverzet tegen Hitler.

Hoewel de opmars van Hitler al ver gevorderd was, bleef Trotski hameren op de mogelijkheden om het fascisme te stoppen. Dat gebeurde met een scherpe kritiek op zowel de communistische als de sociaaldemocratische leiders, maar tevens met een vertrouwen in de kracht van de miljoenen arbeiders die hun hoop in deze partijen vestigden.

In dit hoofdstuk publiceren we vier teksten. Er wordt begonnen met een korte fabel uit ‘Wat nu?’, een langere brochure die nooit volledig in het Nederlands verscheen. De fabel  vat de kritiek op de theorie van het sociaalfascisme samen: ofwel komen we tot eengemaakt verzet, ofwel laten we ons afzonderlijk afslachten. Daarna volgt de tekst ‘Het eenheidsfront tegen het fascisme’ waarin kernachtig de situatie in Duitsland wordt geschetst en de argumentatie voor een eenheidsfront. Verder nog een uittreksel uit ‘Wat nu?’ met een kritiek op de zigzags van de Comintern. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de langere tekst ‘De enige weg’ uit 1932 met een gedetailleerde kritiek op de posities van de sociaaldemocratische en communistische leidingen op basis van een wetenschappelijke analyse van het fascisme en de dreiging van de nazi’s.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie