Het eenheidsfront tegen het fascisme

Geschreven: 8 december 1931. Bron: Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 3. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands. Overgenomen vanop marxists.org.

 

Duitsland beleeft nu een van die grote historische uren, waarvan het lot van het Duitse volk, het lot van Europa, in grote mate het lot van de gehele mensheid voor tientallen jaren afhangt. Indien men een bol op de top van een piramide zet, kan een zwakke stoot hem naar links of rechts naar beneden laten rollen. Dat is de positie die Duitsland nu met elk uur nadert. Er zijn krachten die willen dat de bol rechts naar beneden rolt en de rug van de arbeidersklasse verplettert. Er zijn krachten die willen dat de bol op zijn plaats blijft. Dat is een utopie. De bol kan niet op de top van de piramide blijven. De communisten willen dat de bol links naar beneden rolt en de rug van het kapitalisme verplettert. Maar willen is weinig, het komt op het kunnen aan. Proberen wij nog eenmaal rustig te overleggen: is de politiek die nu door het Politiek Bureau van de KPD gevoerd wordt juist of niet?

Wat wil Hitler?

De fascisten groeien zeer snel. De communisten groeien ook, maar veel langzamer. De groei aan de uiterste pool bewijst dat de bol niet op de top van de piramide kan blijven staan. Het snelle groeien van de fascisten betekent juist het gevaar dat de bol rechts naar beneden rollen kan. Dat is een zeer groot gevaar.

Hitler verzekert dat hij tegen de staatsgreep is. Om de democratie definitief te vernietigen, wil hij slechts langs democratische weg de macht veroveren. Kan men zoiets geloven? Als de fascisten bij de eerstkomende verkiezingen langs vreedzame weg de volstrekte meerderheid verkrijgen, dan zouden zij aan deze weg misschien de voorkeur geven. In werkelijkheid is die weg voor hen ondenkbaar. Het is naïef te menen dat de nazi’s een onbegrensd lange tijd blijven doorgroeien zoals zij nu groeien. Vroeger of later raakt hun sociaal reservoir uitgeput. Het fascisme heeft in zijn gelederen zulke sterke tegenstellingen dat het moment moet komen, dat de vloed ermee ophoudt de ebbe te vervangen. Dit moment kan komen, lang voordat de fascisten meer dan de helft van de stemmen verzameld hebben. Zij kunnen niet stoppen, want zij zullen niets meer te verwachten hebben. Zij zullen gedwongen zijn op de omwenteling af te gaan. Doch ook onafhankelijk daarvan is aan de fascisten de democratische weg afgesneden. De kolossale toespitsing van de politieke tegenstellingen in het land en de echte roversagitatie van de fascisten zullen er onvermijdelijk toe leiden dat naarmate het fascisme dichter bij de meerderheid komt, des te meer geladen de atmosfeer zal zijn, des te grotere uitbreiding de conflicten en botsingen zullen krijgen. Bij dit vooruitzicht is de burgeroorlog absoluut niet te vermijden. Over de kwestie van de machtsverovering door de fascisten zullen bijgevolg niet stemmingen beslissen, maar de burgeroorlog die zij voorbereiden en tot stand zullen brengen.

Kan men ook slechts een minuut aannemen dat Hitler en zijn raadgevers dit niet begrijpen en niet voorzien? Dat zou betekenen hen voor domkoppen te houden. Er is geen grotere misdaad in de politiek dan op de domheid van een sterke vijand te rekenen. Indien echter Hitler niet uit het oog kan verliezen dat de weg naar de macht door de wreedste burgeroorlog leidt, dan betekent dit dat zijn redevoeringen over de vreedzame, democratische weg slechts camouflage, een krijgslist, zijn. Des te meer is het zaak de ogen open te houden.

Wat verbergt Hitler achter zijn krijgslist?

Zijn berekening is zeer eenvoudig en duidelijk: hij wil de tegenstander met het vooruitzicht van de parlementaire groei van de nazi’s in slaap sussen om op het gunstige moment de dodelijke stoot aan de ingesluimerde tegenstander toe te brengen. Best mogelijk dat Hitlers buigingen voor het democratische parlementarisme moeten bevorderen om in de komende periode een of andere coalitie tot stand te brengen waarin de fascisten de belangrijkste posten bezetten om die uiteindelijk voor de staatsgreep te benutten. Want het is heel duidelijk dat een coalitie, bijvoorbeeldj van centrum en fascisten, niet een etappe naar de “democratische” oplossing van de kwestie zou zijn, doch een schrede naar de staatsgreep onder de voor de fascisten gunstigste voorwaarden.

Men moet met een korte termijn rekenen

Dat alles betekent dat de oplossing zelfs onafhankelijk van de wil van de fascistische staf in de loop van de eerstkomende maanden zo niet weken aan de orde komt. Deze factor is van geweldige betekenis voor het uitwerken van de juiste politiek. Als men toelaat dat de fascisten binnen twee of drie maanden de macht grijpen, dan zal de strijd tegen hen het komende jaar tienmaal zwaarder zijn dan nu. Alle revolutionaire plannen die op twee, drie of vijf jaar vooruit ontworpen zijn, zullen slechts een klaaglijk en smadelijk geklets blijken indien de arbeidersklasse in de loop van de volgende twee, drie of vijf maanden de fascisten aan de macht laat komen. Zowel bij oorlogsoperaties als voor de politiek tijdens revolutionaire crises is de factor tijd van beslissende betekenis.

Nemen wij ter toelichting van onze gedachte een verderaf liggend voorbeeld. Hugo Urbahns (1), die zich als een linkscommunist beschouwt, verklaart de Duitse KP bankroet, als politiek afgedaan en stelt voor een nieuwe partij te vormen. Indien Urbahns juist zou zijn, dan betekende dit dat de overwinning van de fascisten verzekerd zou zijn want voor de vorming van een nieuwe partij zouden jaren nodig zijn (waarbij volstrekt niet bewezen is dat de partij van Urbahns in welk opzicht dan ook beter zou zijn dan die van Thälmann; als Urbahns aan de spits van de partij stond, zouden er niet minder fouten gemaakt worden).

Ja, als de fascisten werkelijk de macht veroveren, zou dit niet slechts de fysieke vernietiging van de communistische partij betekenen, maar ook haar politieke bankroet. De miljoenen Duitse arbeiders zouden de Comintern en haar Duitse sectie een smadelijke nederlaag tegen benden menselijk stof nooit vergeven. De machtsverovering door de fascisten zou daarom hoogst waarschijnlijk de noodzakelijkheid van de stichting van een nieuwe revolutionaire partij betekenen en naar alle waarschijnlijkheid ook van een nieuwe Internationale. Dat zou een verschrikkelijke historische ramp zijn. Maar nu aannemen dat dit onvermijdelijk is, dat kunnen alleen werkelijke liquidateurs, zij die onder de dekmantel van holle frases in werkelijkheid er zich in schikken nog voor de strijd en zonder strijd laf te capituleren. Met deze opvatting hebben wij, bolsjewiek-leninisten, die door de stalinisten “trotskisten” genoemd worden, niets gemeen.

Wij zijn er onveranderlijk van overtuigd dat de overwinning op de fascisten mogelijk is — niet na de machtsverovering, niet na 5, 10 of 20 jaar heerschappij, maar nu onder de bestaande voorwaarden, in de komende maanden en weken.

Thälmann acht de overwinning van het fascisme onvermijdelijk

Om te overwinnen moet men een juiste politiek voeren. Dat wil zeggen, dat men een politiek nodig heeft, die berekend is op de bestaande verhoudingen, de bestaande groepering van krachten en niet op de toestand die na een, twee of drie jaar zal ontstaan, als de machtskwestie reeds lang beslist zal zijn.

Het grote ongeluk bestaat daarin dat de politiek van het partijbestuur van de KPD ten dele bewust, ten dele onbewust van de erkenning van de onvermijdelijkheid van de fascistische overwinning uitgaat. Inderdaad gaat het partijbestuur in de op 29 november gepubliceerde oproep voor het “Rode eenheidsfront” van de gedachte uit dat men het fascisme niet kan overwinnen zonder eerst de sociaaldemocratie overwonnen te hebben. Dezelfde gedachte herhaalt Thälmann in alle toonaarden in zijn artikelen. Is die gedachte juist? Historisch beschouwd is zij zeker juist. Het betekent echter volstrekt niet dat men met behulp daarvan, door eenvoudige herhaling, de vragen van de dag oplossen kan. Een vanuit het standpunt van de revolutionaire strategie in het algemeen juiste gedachte slaat in een leugen om, zelfs in een reactionaire leugen, als men haar niet in de taal van de tactiek vertaalt. Is het juist dat men voor de vernietiging van de werkloosheid en de ellende eerst het kapitalisme moet vernietigen? Juist. Maar alleen een eenvoudige domkop kan daaruit de conclusie trekken dat wij niet nu reeds met alle kracht tegen die maatregelen moeten strijden, waarmee het kapitalisme de ellende van de arbeiders vergroot. Kan men hopen dat de KPD in de komende maanden zowel de sociaaldemocratie als het fascisme neerwerpt? Geen normaal denkend mens die kan lezen en rekenen, zou zo’n aan zulk een bewering willen wagen. Politiek staat de kwestie zo: kan men nu in de loop van de komende maanden, d.w.z. terwijl een weliswaar verzwakte, doch ongelukkigerwijze nog altijd zeer sterke sociaaldemocratie bestaat, succesvolle tegenstand bieden aan het fascisme? Hierop antwoordt het partijbestuur ontkennend. Met andere woorden Thälmann beschouwt de overwinning van het fascisme onvermijdelijk.

Nogmaals: de Russische ondervinding

Om zo duidelijk en concreet mogelijk mijn gedachten naar voren te brengen, kom ik nogmaals terug op de ervaring met de opstand van Kornilov. Op 26 augustus (naar de oude kalender) van het jaar 1917 voerde generaal Kornilov een Kozakkencorps en een wilde divisie naar Petrograd. De macht was in handen van Kerenski, lakei van de burgerij en voor drievierde bondgenoot van Kornilov. Lenin hield zich in de illegaliteit op, in verband met de aanklacht dat hij in dienst van de Hohenzollern [de Duitse keizer] stond. Op grond van diezelfde aanklacht zat ik gedurende enige dagen in een afzonderlijke cel van de Kresti-gevangenis. Hoe handelden in die aangelegenheid de bolsjewieken? Zij hadden het recht te zeggen:

“Om Kornilov te overwinnen moet men Kerenski overwinnen.”

Zij hadden dit meer dan eens gezegd, want het was juist en nodig voor de gehele verdere propaganda. Maar het was volkomen onvoldoende om op 26 augustus en volgende dagen tegenstand te bieden tegen Kornilov en hem te beletten de arbeidersklasse van Sint-Petersburg af te slachten. Daarom volstonden de bolsjewieken er niet mee een algemene oproep tot de arbeiders en soldaten te richten: breek met de verzoeningsgezinde elementen en ondersteun het rode eenheidsfront van de bolsjewieken. Neen, de bolsjewieken stelden het eenheidsfront aan de mensjewieken en sociaalrevolutionairen voor en vormden met hen gemeenschappelijke strijdorganisaties. Was dit juist of onjuist? Laat Thälmann dit beantwoorden. Om nog scherper te tonen hoe de kwestie met het eenheidsfront erbij stond, wil ik de volgende episode aanvoeren: ik persoonlijk ging direct na mijn vrijlating tegen betaling van borgstelling door een van de vakverenigingen uit mijn cel naar het comité van de nationale verdediging, waar ik met de mensjewiek Dan en de sociaalrevolutionair Gotz, bondgenoot van Kerenski die mij in de gevangenis hadden gehouden, discussieerde over de vragen van de strijd tegen Kornilov en besluiten nam. Was dit juist of onjuist? Laat Remmele daarop antwoorden.

Is Brüning het kleinere kwaad?

De sociaaldemocratie ondersteunt Brüning (2), stemt voor hem, neemt de verantwoordelijkheid voor hem tegenover de massa — onder het motief dat de Brüningregering het kleinere kwaad is. Soortgelijke opvatting probeert “Die Rote Fahne” aan mij toe te schrijven — onder het motief dat ik mij uitgesproken heb tegen de domme en schandelijke deelneming van de communisten aan het Hitlerreferendum (3). Maar hebben de Duitse linkse oppositie en ik in het bijzonder soms verlangd, dat de communisten voor Brüning zouden stemmen en hem ondersteunen? Wij, marxisten, zien Brüning en Hitler alsmede Otto Braun (4) als verschillende bestanddelen van een en hetzelfde systeem. De vraag wie van hen het “kleinere kwaad” is, heeft geen zin, want het systeem dat wij bestrijden heeft al deze elementen nodig. Maar deze elementen verkeren ogenblikkelijk in de positie van conflict en de partij van de arbeidersklasse moet dit conflict in het belang van de revolutie gebruiken.

Een toonladder heeft zeven tonen. De vraag welke toon de ‘betere’ is: do, re of sol, is een onzinnige vraag. De muzikant moet ondertussen weten, wanneer en op welke toets hij moet slaan. Even onzinnig is de abstracte vraag wie het kleinere kwaad is, Brüning of Hitler. Men moet weten op welke van deze toetsen men moet slaan.

Is het te begrijpen? Voor de kortzichtige wordt nog een voorbeeld aangevoerd. Wanneer een van de vijanden mij dagelijks kleine porties vergif toedient, terwijl de tweede van achter de hoek op mij wil schieten, dan sla ik in de eerste plaats deze tweede vijand de revolver uit de hand, want dan heb ik de mogelijkheid om met de eerste vijand af te rekenen. Dit betekent echter niet dat gif een “kleiner kwaad” is vergeleken met een revolver.

Het ongeluk bestaat juist daarin dat de leiders van de KPD zich op dezelfde bodem geplaatst hebben als de sociaaldemocratie, slechts met het omgekeerde teken: de sociaaldemocraten stemmen voor Brüning, omdat zij hem als het kleinere kwaad zien. De communisten echter, die aan Brüning en Braun op iedere wijze het vertrouwen weigerden (en dat is volkomen juist gehandeld), gingen ondertussen de straat op om Hitlers referendum te ondersteunen, d.w.z. de poging van de fascisten om Brüning ten val te brengen. Daarmee hebben zij echter zelf Hitler als het “kleinere kwaad” beschouwd, want de overwinning van het referendum zou niet de arbeidersklasse aan de macht hebben gebracht, doch Hitler. Voorwaar, het kost moeite zulke abc-problemen uiteen te moeten zetten. Het ziet er slecht uit wanneer muzikanten als Remmele in plaats van de noten te onderscheiden het toetsenbord met de laars gaan bewerken.

Het gaat niet om de arbeiders die de sociaaldemocratie verlaten hebben, maar om hen die bij haar blijven. De duizenden en duizenden Noskes, Welsen, Hilferdings geven tenslotte de voorkeur aan het fascisme boven het communisme. Maar dan moeten zij zich ook losmaken van de arbeiders. Vandaag is dat nog niet zo ver. Vandaag geraakt de sociaaldemocratie in haar geheel, ondanks innerlijke tegenstellingen, in scherp conflict met het fascisme. Onze taak is het dit conflict te benutten en niet om de tegenstanders tegen ons te verenigen. Het front moet nu tegen het fascisme gericht worden. Het voor de gehele arbeidersklasse gemeenschappelijke front van directe strijd tegen het fascisme moet men gebruiken voor de aan de zijlijn gevoerde, maar daarom niet minder succesvolle, strijd tegen de sociaaldemocratie.

Men moet inderdaad de volkomen bereidheid aan de dag leggen een blok met de sociaaldemocraten te vormen, in alle gevallen waarin zij voor een blok blijken te zijn. Aan de sociaaldemocratische arbeiders te zeggen:

“schuif eerst uw leiders aan de kant en sluit u bij ons ‘partijloos’ eenheidsfront aan”, is slechts het toevoegen van een nieuwe zinledige frase aan duizend anderen. Men moet erin slagen de arbeiders in werkelijkheid van de leiders los te maken. De werkelijkheid is echter thans — de strijd tegen het fascisme.

Er zijn zeker sociaaldemocratische arbeiders die bereid zijn hand in hand met de communistische arbeiders tegen de fascisten te strijden, onafhankelijk van de wil en zelfs tegen de wil van sociaaldemocratische organisaties. Met dergelijke vooruitstrevende elementen moet men natuurlijk zo nauw mogelijke verbindingen tot stand brengen. Zij vormen echter niet het grote getal. De Duitse arbeider is opgevoed in de geest van organisatie en discipline. Dat heeft zijn sterke en zwakke kanten. De overgrote meerderheid van de sociaaldemocratische arbeiders wil tegen de fascisten strijden, maar nog niet anders dan met hun organisaties. Deze etappe kan niet overgesprongen worden. In deze nieuwe buitengewone situatie moeten wij de sociaaldemocratische arbeiders helpenondervinden wat hun organisaties en leiders waard zijn als het om leven of dood van de arbeidersklasse gaat.

Men moet de sociaaldemocratie dwingen tot een blok tegen de fascisten

In het bestuur van de KPD zitten ongelukkig genoeg heel wat geschrokken opportunisten. Zij hebben gehoord dat opportunisme bestaat in voorkeur voor blokken of allianties, daarom zijn zij tegen blokken. Zij begrijpen het onderscheid niet tussen parlementaire overeenkomsten en een nog zo bescheiden overeenkomst van strijd met betrekking tot een staking of de bescherming van arbeidersdrukkerijen tegen fascistische benden.

Parlementaire overeenkomsten, verkiezingsafspraken tussen de revolutionaire partijen en de sociaaldemocratie zijn in de regel voordelig voor de sociaaldemocratie. Praktische overeenkomsten over massa-acties, strijddoeleinden zijn altijd voordelig voor de revolutionaire partij. Het Engels-Russisch comité (5) was een ontoelaatbaar blok van twee leidende instanties op een gemeenschappelijke politieke grondslag, vaag, bedrieglijk, tot geen enkele actie verplichtend. De instandhouding van dit blok in een tijd van algemene staking, toen de generale raad van de Britse vakbeweging een onderkruipersrol vervulde, betekende van de kant van de stalinisten het voeren van een verraderspolitiek.

Geen gemeenschappelijke grondslag met de sociaaldemocraten of de leiders van de Duitse vakbonden, geen gemeenschappelijke publicaties, vaandels, plakkaten! Gescheiden marcheren, verenigd toeslaan! Alleen overleggen hoe toe te slaan, wie te slaan en wanneer te slaan! Daarover kan men zelfs met de duivel overleg plegen, met zijn grootmoeder en met Noske en Grzesinski. Onder één voorwaarde: zich de handen niet laten binden!

Men moet zonder verwijl eindelijk een praktisch systeem van maatregelen uitwerken — niet met het doel van eenvoudige “ontmaskering” van de sociaaldemocratie (door de communisten), maar met het doel van de werkelijke strijd tegen het fascisme. De vraag van bescherming van de bedrijven, vrije werkzaamheid van bedrijfsraden, onaantastbaarheid van arbeidersorganisaties en instellingen, van wapenvoorraden, die door fascisten in beslag kunnen worden genomen, de vraag van maatregelen in geval van gevaar, d.w.z. van verbinding van het actieve optreden van de communistische en sociaaldemocratische afdelingen, enz. enz. moet in dit programma opgenomen worden.

In de strijd tegen het fascisme komt aan de bedrijfsraden een belangrijke plaats toe. Hier is een speciaal nauwkeurig actieprogramma noodzakelijk. Ieder bedrijf moet een antifascistisch bolwerk worden met eigen commandanten en eigen strijders. Men moet een kaart bezitten van de fascistische kazernes en andere fascistische broeinesten in iedere stad, in ieder district.

De fascisten proberen de revolutionaire verzamelplaatsen te omsingelen. De omsingelaars moeten omsingeld worden. Op deze grondslag is een overeenkomst met de sociaaldemocratische- en vakorganisaties niet alleen toelaatbaar, maar een plicht. Daarvan afzien uit “principiële” overwegingen (in werkelijkheid uit bureaucratische domheid of nog erger uit lafheid) betekent direct en onmiddellijk het fascisme in de hand werken.

Een praktisch programma van overeenkomsten met de sociaaldemocratische arbeiders hebben wij reeds in september 1930 (“De koersverandering van de Communistische Internationale en de toestand in Duitsland”) – dus een jaar en een kwart geleden – voorgesteld. Wat heeft de leiding in deze richting gedaan? Bijna niets. Het Politiek Bureau van de KPD heeft zich met alles beziggehouden, behalve met datgene wat zijn directe taak was. Hoeveel kostbare, onherroepelijk verloren tijd is verzuimd! Er is werkelijk niet veel tijd meer overgebleven. Het actieprogramma moet zuiver praktisch, zuiver zakelijk zijn, zonder kunstmatige “aanspraken”, zonder nevengedachten, zodat ieder sociaaldemocratisch arbeider zeggen moet: wat de communisten willen, is absoluut onvermijdelijk voor de strijd tegen het fascisme. Op deze grondslag moet men door het voorbeeld de sociaaldemocratische arbeiders meetrekken en hun leiders bekritiseren, die onvermijdelijk zullen tegenwerken en remmen. Slechts langs deze weg is de overwinning te bereiken.

Een goed citaat van Lenin

De tegenwoordige epigonen, d.w.z. de door en door slechte leerlingen van Lenin, houden er van om bij iedere gelegenheid hun leemten met dikwijls misplaatste citaten te verzorgen. Voor de marxisten wordt de vraag niet met een citaat opgelost maar door de juiste methode. Heeft men de juiste methode, dan is het niet moeilijk passende citaten te vinden. Nadat ik de hierboven aangevoerde vergelijking had gemaakt met de opstand van Kornilov, zei ik tot mijzelf: waarschijnlijk kan men bij Lenin een theoretische verklaring van ons blok met de verzoeners in de strijd tegen Kornilov vinden. En werkelijk in het tweede deel van de veertiende band van de Russische uitgave trof ik de volgende regels aan in een brief aan het partijbestuur, geschreven in begin van september 1917:

“De Kerenski regering te ondersteunen zijn wij ook nu niet verplicht. Dat zou beginselloosheid zijn. Men vraagt: dus niet tegen Kornilov strijden? Natuurlijk wel. Maar dat is niet hetzelfde. Hier is er een grens; zij wordt door vele bolsjewieken overschreden, die tot het standpunt van de verzoeners vervallen en meedrijven met de stroom van de gebeurtenissen.

“Wij zullen strijden, wij strijden tegen Kornilov, maar wij ondersteunen Kerenski niet, wij leggen zijn zwakheden bloot. Dit onderscheid is tamelijk fijn, maar zeer wezenlijk en men mag het niet vergeten.

“Waarin bestaat de wijziging van onze tactiek na de opstand van Kornilov?

“Het bestaat daarin dat wij de vormen van de strijd tegen Kerenski variëren. Zonder ook maar in het minst de vijandigheid tegen hem te verzwakken, zonder een woord terug te nemen van datgene wat wij tegen hem hebben uitgesproken, zonder van de taak af te zien Kerenski ten val te brengen, zeggen wij: men moet het ogenblik berekenen, wij zullen Kerenski nu niet ten val brengen, wij gaan op andere wijze de strijd met hem voeren en dat wel door aan het volk (dat tegen Kornilov strijdt) de zwakheden en zwenkingen van Kerenski duidelijk te maken.”

Precies datzelfde stellen wij voor. Voor volkomen onafhankelijkheid van de communistische organisatie en pers, volkomen vrijheid van de communistische kritiek, hetzelfde voor de sociaaldemocratie en de vakbonden. Een belemmering van de vrijheid van de CP toelaten (bijvoorbeeld door toetreding in de Kwo Min Tan), dat kunnen slechts verachtelijke opportunisten. Wij behoren niet tot hen.

Niets terugnemen van onze kritiek tegen de sociaaldemocratie. Niets vergeten van hetgeen was. De gehele historische afrekening, waartoe ook de rekening behoort voor Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, zal te zijner tijd aangeboden worden, zoals ook de Russische bolsjewieken tenslotte aan de mensjewieken en sociaal-revolutionairen de algehele afrekening voor ophitsing, belastering, arrestaties, moord op arbeiders, boeren en soldaten aangeboden hebben.

Maar wij hebben onze algehele afrekening gepresenteerd twee maanden nadat wij de gedeeltelijke afrekening tussen Kerenski en Kornilov, tussen “democraten” en fascisten, gebruikt hadden om des te zekerder de fascisten te verslaan. Alleen door deze omstandigheid hebben wij de overwinning bekomen.

Wanneer het partijbestuur van de KPD zich de positie weet eigen te maken die in het boven aangevoerde citaat van Lenin aangegeven is, dan zal haar impact op de sociaaldemocratische massa en op de vakbonden meteen wijzigen. In plaats van artikelen en redevoeringen die alleen overtuigend zijn voor hen die reeds overtuigd waren, zullen de agitatoren een gemeenschappelijke taal met nieuwe honderdduizenden en miljoenen arbeiders vinden. De differentiatie in de sociaaldemocratie zal met versneld tempo voorwaarts gaan. De fascisten zullen spoedig bemerken dat het er niet om gaat Brüning, Braun en Weis (6) te bedriegen, maar de open strijd met de gehele arbeidersklasse op te nemen. In het fascisme zullen tengevolge hiervan onvermijdelijk grote verschillen ontstaan. Alleen op deze weg is de overwinning te bevechten. Maar deze overwinning moet men willen. Er zijn onder de communistische ambtenaren heel wat laffe avonturiers en bonzen voor wie hun positie, hun inkomen en nog meer hun huid dierbaar is. Deze elementen houden ervan met ultraradicale frasen te leuren, maar achter de woorden schuilt een jammerlijk en verachtelijk fatalisme.

“Zonder overwinning op de sociaaldemocratie kan men de strijd tegen het fascisme niet voeren!” zegt zo een verschrikkelijke revolutionair en op die basis… zorgt hij voor een paspoort.

Arbeiders-communisten, gij zijt met honderdduizenden, met miljoenen; gij kunt nergens heentrekken, voor jullie zijn er geen paspoorten genoeg. Wanneer het fascisme tot de macht komt, zal het als een tank over jullie schedels en ruggengraten gaan. Er is slechts redding bij onbarmhartige strijd. Overwinningis enkel mogelijk door in de strijd verbinding te vinden met de sociaaldemocratische arbeiders. Haast jullie, arbeiders-communisten. Er rest nog maar weinig tijd!

 

8 december 1931

 

Voetnoten

  1. Hugo Urbahns (1890 – 1946) radicaliseerde in de Eerste Wereldoorlog en nam deel aan de Spartakusbond en nadien aan de KPD.  Hij werd in 1926 uit de partij gezet en werkte samen met de Linkse Oppositie. Eind jaren 1920 kwam het tot een breuk met de trotskistische Linkse Oppositie omdat Urbahns meende dat de Sovjetunie op weg naar het kapitalisme was. Na de nazistische machtsovername moest Urbahns naar het buitenland trekken, hij vestigde zich uiteindelijk in Zweden waar hij overleed.
  2. Heinrich Brüning (1885-1970) was lid van de Centrumpartij en stond een tijdlang aan het hoofd van de christelijke vakbondsfederatie in Duitsland. Hij werd in 1930 kanselier en hield dit vol tot in 1932 waarna hij minister van buitenlandse zaken werd. Samen met Hindenburg probeerde hij vervolgens tevergeefs een akkoord met de nazi’s te sluiten. In 1934 vluchtte hij naar de VS, na de oorlog keerde hij terug als hoogleraar aan de universiteit van Keulen.
  3. De nazi’s voerden in augustus 1931 campagne om de sociaaldemocratische Pruisische regering aan de kant te schuiven. Drie weken voor de stemming bij dit referendum besloot de KPD om het referendum te ondersteunen en er een ‘rood volksreferendum’ van te maken. Daarbij werd door de KPD zelfs samengewerkt met nazimilitanten van de SA. In het referendum werd geen meerderheid tegen de sociaaldemocratische regering behaald.
  4. Otto Braun (1872 – 1955) was de Pruisische minister-president tijdens de Weimarrepubliek. Hij leidde een coalitie van zijn eigen SPD met centrumpartijen.
  5. Het Engels-Russische comité was een blok tussen de Russische vakbonden en de algemene raad van de Britse TUC (Trades Union Congress). Het comité kwam onder meer tot stand door de trage ontwikkeling van de jonge Communistische Partij in Groot-Brittannië, een radicalisering onder de Britse arbeiders (die onder meer tot uiting kwam in de algemene staking van 1926) en een poging van Russische bureaucratie om voet aan grond te krijgen in Groot-Brittannië. Zoals Trotski waarschuwde, werd het comité vooral gebruikt om het verraad van de reformisten toe te dekken. De stalinisten brachten slechts milde kritiek op de Britse vakbondsleiders, waardoor de arbeiders onvoldoende voorbereid waren op de onvermijdelijke terugtocht van deze linkse leiders tijdens en na de algemene staking van 1926.
  6. Bernhard Weiss (1880-1951) was een voorman van de DDP (Duitse Democratische Partij), de liberale partij die met de centrumpartij en de sociaaldemocraten een coalitie vormden in Pruisen. Hij was tijdens de Weimarrepubliek vicevoorzitter van de Berlijnse politie en hoofd van de politieke politie, de Kripo.
Print Friendly, PDF & Email

Post navigation

Geef een reactie