Loon, prijs en winst: hoofdstuk 8

8. De productie van de meerwaarde

Veronderstel nu, dat de productie van de gemiddelde hoeveelheid dagelijkse levensbenodigdheden voor een arbeider zes uur gemiddelde arbeid vereist. Veronderstel daarenboven, dat zes uur gemiddelde arbeid gerealiseerd zijn in een hoeveelheid goud gelijk aan drie shilling. Dan zou drie shilling de prijs zijn of de in geld uitgedrukte dagwaarde van de arbeidskracht van die man. Zou hij zes uur per dag werken, dan zou hij dagelijks een waarde produceren, die voldoende is om de gemiddelde hoeveelheid van zijn dagelijkse levensbenodigdheden te kopen of zichzelf als arbeider in leven te houden.

Onze man is echter een loonarbeider. Hij moet dan ook zijn arbeidskracht aan een kapitalist verkopen. Verkoopt hij die voor drie shilling per dag of 18 shilling per week, dan verkoopt hij die tegen haar waarde. Laat ons aannemen, dat hij een spinner is. Wanneer hij zes uur per dag werkt, zal hij per dag een waarde van drie shilling aan het katoen toevoegen. Deze door hem dagelijks toegevoegde waarde zou precies een equivalent zijn van het arbeidsloon of de prijs van zijn arbeidskracht, die hij dagelijks ontvangt. In dit geval zou de kapitalist echter geen enkele meerwaarde of meerproduct toevloeien. Hier komen we dan ook aan het punt waar het om draait.

Door het kopen van de arbeidskracht van de arbeider en het betalen van de waarde ervan heeft de kapitalist, net als elke andere koper, het recht verworven de gekochte waar te verbruiken of te gebruiken. Men verbruikt of gebruikt de arbeidskracht van een man, doordat men hem laat werken, zoals men een machine verbruikt of gebruikt, doordat men haar laat draaien. Door het betalen van de dag- of weekwaarde van de arbeidskracht van de arbeider heeft de kapitalist dus het recht verworven deze arbeidskracht gedurende de gehele dag of de gehele week te gebruiken of te laten werken. De werkdag of werkweek heeft natuurlijk bepaalde grenzen, waarop wij echter eerst later dieper zullen ingaan.

Voor het ogenblik wil ik uw aandacht vestigen op een beslissend punt.

De waarde van de arbeidskracht wordt bepaald door de hoeveelheid arbeid, die nodig is voor haar instandhouding of haar reproductie, maar het gebruik van die arbeidskracht vindt slechts zijn grens in de actieve arbeidsvermogens en de lichaamskracht van de arbeider. De dag- of weekwaarde van de arbeidskracht is volstrekt verschillend van de dagelijkse of wekelijkse uitoefening van die kracht, net zo als het voer, dat een paard nodig heeft, iets volkomen anders is dan de tijd die het een ruiter kan dragen. De hoeveelheid arbeid, door welke de waarde van de arbeidskracht van de arbeider begrensd is, vormt geenszins een grens voor de hoeveelheid arbeid die zijn arbeidskracht in staat is te verrichten. Nemen we het voorbeeld van onze spinner. We hebben gezien, dat hij, om zijn arbeidskracht dagelijks te reproduceren, dagelijks een waarde van drie shilling moet reproduceren, hetgeen hij doet door dagelijks zes uur te werken. Dat belet hem evenwel niet per ‘dag tien of twaalf of meer uren te kunnen werken. Door het betalen van de dag- of weekwaarde van de arbeidskracht van de spinner heeft de kapitalist echter het recht verworven deze arbeidskracht gedurende de gehele dag of de gehele week te gebruiken. Hij zal hem derhalve, laat ons zeggen, twaalf uur per dag laten werken. Boven de zes uren, die nodig zijn ter vergoeding van zijn arbeidsloon of de waarde van zijn arbeidskracht, zal hij dan ook nog zes uren moeten werken. die ik uren van meerarbeid wil noemen, welke meerarbeid gerealiseerd wordt in een meerwaarde en een meerproduct. Als onze spinner b.v. door zijn dagelijkse zesurige arbeid aan het katoen een waarde van drie shilling toevoegt, een waarde die nauwkeurig een equivalent vormt van zijn arbeidsloon, zal hij aan het katoen in twaalf uur een waarde van zes shilling toevoegen en een dienovereenkomstig overschot aan garen produceren. Daar hij zijn arbeidskracht aan de kapitalist heeft verkocht, behoort de gehele door hem voortgebrachte waarde of zijn gehele product aan de kapitalist, de tijdelijke eigenaar van zijn arbeidskracht. Terwijl de kapitalist drie shilling voorschiet, realiseert hij dus een waarde van zes shilling, doordat hij voor de door hem voorgeschoten waarde, waarin zes arbeidsuren gekristalliseerd zijn, een waarde terugontvangt, waarin twaalf arbeidsuren gekristalliseerd zijn. Door dagelijkse herhaling van dit zelfde proces zal de kapitalist dagelijks drie shilling voorschieten en dagelijks zes shilling in zijn zak steken, waarvan de ene helft weer dient voor het betalen van het arbeidsloon en de andere helft de meerwaarde vormt, waarvoor de kapitalist geen equivalent betaalt. Het is deze soort van ruil tussen kapitaal en arbeid, waarop de kapitalistische productiewijze of het loonsysteem berust en die bij voortduring de reproductie van de arbeider als arbeider en van de. kapitalist als kapitalist tot resultaat moet hebben.

De meerwaardevoet zal, aangenomen dat alle overige omstandigheden gelijk blijven, afhangen van de verhouding tussen dat deel van de arbeidsdag, dat noodzakelijk is voor de reproductie van de waarde der arbeidskracht, en de voor de kapitalist verrichte meerarbeidstijd of meerarbeid. Ze zal derhalve afhangen van de verhouding, waarin de arbeidsdag langer is gemaakt dan de tijdspanne, in welke de arbeider door zijn arbeid slechts de waarde van zijn arbeidskracht reproduceert of zijn arbeidsloon vervangt.

>> Inhoudstafel

Print Friendly, PDF & Email

1 comment for “Loon, prijs en winst: hoofdstuk 8

Comments are closed.