Wat gebeurde er op Tienamen in 1989?

In 1989 vond op het Tienamen plein in Peking een opstand plaats. Duizenden arbeiders en jongeren protesteerden en botsten daarbij op brutale repressie door het regime. Op het plein was ook een lid van onze organisatie aanwezig: Steve Jolly. Hij nam er poolshoogte van de acties. We publiceren hier een verslag dat hij maakte van zijn bezoek.

Er was niets dat me kon voorbereiden op wat ik te zien kreeg in China. Het was wellicht de grootste gebeurtenis die ik ooit heb meegemaakt op politiek vlak. Ik kwam in Peking aan op de zondag voor de brutale aanvallen op de actievoerders. Het was hierdoor al moeilijk om sowieso op het plein te raken.

Er was een betoging met zo’n 200.000 aanwezigen. Het was zondag en heel wat arbeiders kwamen deelnemen aan de betoging. We betoogden op een brede laan waarbij er een stoet aan rode vlaggen zichtbaar was. Er waren delegaties van de staalarbeiders, van de studenten, leraars en heel wat anderen. Iedereen riep slogans en zong de Internationale.

Op het Tienamenplein begon ik discussies met groepen Chinese studenten. Die namen enorme risico’s en waren een hongerstaking begonnen terwijl de dreiging van repressie onverminderd bleef. Ik probeerde vooral te luisteren en wist niet goed wat ik de studenten kon aanbieden. De eerste groep die ik aansprak was een groep studenten uit Shangai die gelukkig Engels spraken.

Ze vroegen me of ik een journalist was. Ik antwoordde dat ik als marxist en socialist uit het westen naar hier was gekomen om vanop de eerste lijn te zien wat er gebeurde. Ik zei dat ik onze ervaringen wou uitwisselen. Ze vertelden me: “We krijgen heel wat geld van uit het buitenland en dat is goed. Maar we willen meer dan financiële steun, we willen ideeën. Dat is de beste manier waarop je ons kan bijstaan.”

Hetgeen ik aan de studenten uit Shanghai en nadien aan anderen eerst en vooral opmerkte was dat het belangrijk was om de studentenbeweging te verbinden aan de arbeidersbeweging, de studenten kunnen een strijd niet op zichzelf winnen.

Ik legde uit wat de kracht van de arbeidersklasse is, wat meteen ook de reden is waarom de arbeiders vooraan moeten staan in strijdbewegingen en waarom de studenten banden moeten aangaan met de arbeiders. Ik maakte de arbeiders duidelijk dat ze steun moesten geven aan iedere poging om een onafhankelijke vakbondsbeweging op te zetten. We discussieerden over de revolutie in Rusland in 1917 en hoe de arbeiders daar een centrale rol speelden, wat niet het geval was met de Chinese revolutie van 1949.

We discussieerden ook over de eisen en het programma dat nodig was voor de arbeidersbeweging en voor de studentenbeweging. We hadden het ook over hoe Lenin wou ingaan tegen de bureaucratie: de verkiezing van alle vertegenwoordigers, vertegenwoordigers die niet meer mogen verdienen dan een gemiddeld arbeidersloon, de noodzaak van een vrije media, verzet tegen een éénpartijstaat en het recht van iedereen om zich te organiseren.

Onder de studenten waren er hier en daar illusies in terrorisme, meer vanuit frustratie dan iets anders. We benadrukten de noodzaak om alle arbeiders democratische controle te geven op de bewapening en het leger.

Democratische hervormingen onder het stalinisme?

Het moeilijkste punt in onze discussies was de vraag of het mogelijk is dat een sterke arbeiders- of studentenbeweging democratische rechten kan afdwingen in stalinistische landen zoals China, de Sovjetunie of Oost-Europa. Heel wat mensen met wie ik sprak, dachten dat dit mogelijk zou zijn: “We denken dat het mogelijk is. Kijk maar naar wat er vandaag gebeurt in de Sovjetunie. Kijk naar de Poolse verkiezingen. En kijk ook naar wat er in het Westen gebeurt: jullie hebben kapitalisme, een veel slechter systeem dan dat van ons, en toch hebben jullie democratische rechten. Waarom zouden wij dat dan niet kunnen bereiken in een zogenaamd socialistisch systeem?”

Het viel op dat de studenten heel veel informatie hadden over de buitenwereld, zelfs via de officiële media. Inzoverre de bureaucratie in conflict treedt met het VS-imperialisme, is het natuurlijk in haar belang om in te gaan op de situatie van zwarten in de VS, de massale werkloosheid en de kloof tussen rijk en arm. Maar dat gaat wel hand-in-hand met een positieve analyse van het Pakistaanse regime of zelfs van de Chileense dictatuur, omdat de Chinese bureaucratie die regimes ondersteunt. De regeringsmedia herdrukt ook heel wat materiaal van de internationale burgerlijke media.

De Chinese bureaucratie

In de staatsmedia was er heel wat informatie over gebeurtenissen in Oost-Europa en de Sovjetunie. Deng en de bureaucratie dachten dat het in hun belang was om de problemen te benadrukken waarmee de glasnost en perestroika in Rusland te maken kregen. De bureaucratie dacht dat dit een goed effect zou hebben op de massa’s in China. Zo’n twee maanden voor de gebeurtenissen op Tienamen hield Deng een belangrijke toespraak voor de elite van de bureaucratie. Het kwam hierop neer: “We hebben twee keuzes. We kunnen de weg opgaan van Gorbatsjov, maar in een land met 1 miljard inwoners zou dat betekenen dat met vuur wordt gespeeld. Kijk maar naar de problemen die Gorbatsjov heeft. Hij denkt slim te zijn, maar hij is het niet. In China hebben we geen alternatief, we moeten onze hoofden rechtop houden en de situatie onder controle houden. En als we een miljoen mensen moeten doden, dan is dat maar zo. Er zijn er toch een miljard.” Deng toonde een zelfde minachting voor de Chinese bevolking als de vroegere keizers.

Ondanks zijn weigering om de weg van Gorbatsjov op te gaan, kreeg de Chinese bureaucratie toch te maken met een oppositiebeweging.

Op vragen over de mogelijkheden van democratische hervormingen onder het stalinisme, stelden we eerst en vooral dat de situatie in het westen anders is. De kapitalistische klasse heeft er de economische macht door haar bezit van de productiemiddelen. Deze klasse heeft ook de politieke macht doorheen haar staat. Onder druk van een sterke arbeidersbeweging moeten de kapitalisten soms toelaten dat een arbeidersformatie aan een regering deelneemt, zolang de kapitalisten zelf maar de economische controle kunnen behouden en de regering opleggen wat kan en vooral wat niet kan.

Ik legde uit dat dit enkel mogelijk was in de kapitalistische landen omdat er een sterke arbeiders- en vakbondsbeweging was. Democratische rechten werden enkel afgedwongen op basis van strijd. Daarbij gebruikte ik het voorbeeld van de strijd voor vrouwenstemrecht en de strijd voor algemeen stemrecht in het algemeen.

De situatie was anders in de stalinistische landen omwille van de nationalisatie van de economie. In China was dit het gevolg van de revolutie van 1949, in Rusland van de revolutie van 1917. De bureaucratie beschikte over de staatsmacht. De staat controleerde de sleutelsectoren van de economie. Als de bureaucratie haar staatsmacht zou verliezen, zouden ook de privileges verloren gaan. Voor hen betekent dit dat ze alles verliezen. Deng wist dat hij bij het verlies van de staatsmacht snel aan de dichtstbijzijnde lantaarnpaal zou worden opgehangen. De bureaucratie zal zich dan ook bitter verzetten tegen echte democratische rechten voor de arbeidersklasse en de studentenbeweging in China.

Eisen

We kwamen tot de conclusie dat onze eisen moesten opgemaakt worden in de vorm van overgangseisen. De vier punten van Lenin samen met de ontwikkeling van een onafhankelijke vakbondsbeweging, de verdere ontwikkeling van de studentenbeweging en haar banden met de arbeiders. Het was natuurlijk nodig om de vaststelling te maken dat de eisen van de arbeiders en de studenten in China niet zouden worden afgedwongen of veilig gesteld door de Communistische Partij en haar regering.

Op dinsdag organiseerden enkele studenten een bijeenkomst waarbij ik zou spreken voor een aantal studenten en arbeidersleiders in de Verboden Stad. Toen ik daar aankwam en de arbeidersleiders uitlegde wie ik was en waarom ik hier was, waren ze nog enthousiaster dan de studenten. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Een verschil tussen de arbeiders en de studenten was dat de arbeiders nota’s namen van de discussies. Ze noteerden ieder woord dat ik zei (of althans wat de vertaler hen zei, want de meesten kenden niet genoeg Engels om een discussie in het Engels te voeren).

We discussieerden gedurende drie uur, onder meer over de lessen van de vakbond Solidariteit in Polen. De arbeiders begrepen snel wat ik hen zei: “We moeten de Communistische Partij omver werpen”, stelden ze. Ze kwamen veel sneller tot conclusies dan de studenten. Dat is geen veroordeling van de studenten, maar het is een logisch resultaat van de klassenaard en de rol van de arbeiders in de samenleving.

Eén van de arbeiders zei me dat hij 80% van zijn loon aan de onafhankelijke vakbond schenkt. Hij zei: “Dat is alles dat ik heb in mijn leven”. Het deed me denken aan wat ik hoorde vanuit Zuid-Afrika over hoe de arbeiders naar hun vakbond keken als uitweg om komaf te maken aan apartheid en kapitalisme.

Met de studenten was het makkelijker om een algemeen akkoord te vinden rond de basisideeën en zelfs een volledig akkoord over het volledige programma. Met de arbeiders was dit moeilijker. Ze moesten steeds opnieuw overtuigd worden van de mogelijkheid om hun eisen af te dwingen en van het feit dat dit niet zou lukken zolang de Communistische Partij aan de macht was. De arbeiders nodigden me uit voor verdere discussies en uiteraard ging ik daarop in.

Een half miljoen aanwezigen

Dezelfde avond ging ik terug naar het plein. We slaagden er in om naar voor te trekken naar het Monument van de Volkshelden. Van daar had ik een adembenemend uitzicht. Er stonden 500.000 mensen voor ons, wanhopig op zoek naar ideeën en organisatie, wanhopig op zoek naar een richting om vooruit te gaan en de strijd te winnen. Het was een indrukwekkend beeld: een half miljoen mensen die de dagelijkse sleur van zich hadden afgeworpen om daar aan politiek te doen. Ik voelde me bijzonder klein tegenover die latente macht van de arbeidersklasse die ik er vlak voor mij zag. Als deze beweging marxistische opvattingen zou omhelzen, dan zou geen enkele macht ter wereld haar nog kunnen stoppen.

Voor het begin van de meeting kwamen er solidariteitsberichten. Een boeddhistische monnik, een lokale zanger en ook een 98-jarige vrouw die nog had deelgenomen aan de Lange Mars en die Mao persoonlijk had gekend. Zij stak haar nek uit en dat op die leeftijd. Zeker omdat het duidelijk was dat er mogelijk een confrontatie zou volgen. Ik kreeg een ruwe vertaling van wat ze vertelde. De vrouw stelde dat ze haar leven had gegeven voor de revolutie van 1949 en dat het haar geen plezier deed om hier veertig jaar later opnieuw te moeten opstaan om te strijden. Maar ze had geen keuze, zei ze. Ze voelde zich aangemoedigd door de studenten en ze koos hun kant. Haar toespraak kreeg een immens applaus en beroerde vele aanwezigen.

Rond 10 uur begon de meeting dan uiteindelijk. Dat gebeurde tegen een bizarre achtergrond. In heel de stad, en zeker in het centrum, had de regering luidsprekers geïnstalleerd waarlangs de hele dag commentaren werden gegeven op de ontwikkelingen, een beetje zoals in het boek “1984”. Op een denigrerende toon werd uitgehaald naar de studenten, “het uitschot van de samenleving”, de “chaos” en de “contrarevolutionairen”.

Tegelijk kwamen heel wat jongeren en arbeiders op voor echt socialisme. Op het plein hadden de studenten hun eigen netwerk van luidsprekers en daar werd geregeld het strijdlied De Internationale gespeeld. Daarmee maakten ze duidelijk: wij zijn geen contrarevolutionairen, maar staan aan de kant van de beste tradities van de internationale arbeidersbeweging.

Het opzetten van een vakbond

Om 10 uur begon de meeting toen een vakbondsleider recht stond en de eisen van de nieuwe vakbond voorlas. Ik was de tweede spreker en begon met mijn solidariteit te betuigen met de vakbond en stelde dat dit gedeeld werd door de arbeiders en studenten die uitkeken naar de gebeurtenissen en de beweging in China. Ik legde uit wat een overgangsprogramma was en ging ook in op de kwestie van de communistische regering. Ik stelde dat een regering die de arbeiders brutaal onderdrukt met repressie en die ingaat tegen de democratische rechten van de arbeiders niet echt communistisch was. Ik zei dat de enige echte communisten in China – diegenen die de tradities van Marx, Engels en Lenin volgen – diegenen waren die deze beweging steunden.

De aanwezigen waren duidelijk over hun standpunt tegenover het Westen. Ze moesten niet weten van het kapitalisme. Zoals een student me terecht opmerkte: “Als dit land kapitalistisch wordt, zal het niet zoals in Japan zijn maar zoals in India. Er zijn hier een miljard inwoners. Als de kapitalisten dit land overnemen, zal dit op onze kap gebeuren.”

Sfeer onder de arbeiders

In de fabrieken was er bezorgdheid dat de beweging ten einde zou komen op een ogenblik dat de eisen nog vrij vaag waren. “We zijn het eens met de studenteneisen voor democratische rechten, maar de machtsvraag wordt niet gesteld. We weten niet of we na het geven van onze steun niet gewoon zullen eindigen met dezelfde figuren die ons werk controleren en de samenleving in het algemeen.” De arbeiders aarzelden omdat ze vreesden dat de bureaucratie gewoon aan de macht zou blijven. Ze wilden eerst weten hoe er verandering zou komen en ze waren zelfs voorzichtig vooraleer aan te sluiten bij de onafhankelijke vakbond zelf.

De economische hervormingen van de afgelopen 10 jaar (voor 1989) hadden tegenstrijdige gevolgen. Een aantal arbeiders haalde er voordeel uit onder meer door het feit dat er geen tekort meer is aan consumptiegoederen. Dat is althans het geval in Peking en Shanghai. Bovendien was er een systeem waarbij de bureaucratie en de buitenlanders over speciaal geld beschikten dat verschillend was van het geld van de gewone bevolking. Tegelijk kwam er vanuit de laag van beter gestelde arbeiders actieve steun voor de beweging.

De oprichters van de onafhankelijke vakbond waren bijvoorbeeld veelal relatief goed betaalde arbeiders. Wellicht hadden deze arbeiders een groter zelfvertrouwen en tegelijk kreeg deze laag ook harder af te rekenen met inflatie waardoor hun geld snel aan waarde verloor.

Deze arbeiders wilden niet teruggaan naar de strikte centralisatie van het verleden of de repressie waarmee de Culturele Revolutie werd geassocieerd. De studenten stelden: we hebben nu economische hervormingen gehad, maar we hebben democratische hervormingen nodig op basis van een geplande economie.

Als de onafhankelijke vakbond twee weken eerder was opgezet, kon het wellicht bijzonder snel groeien. De studenten gaven vertrouwen aan de arbeiders, maar op dit ogenblik was de studentenbeweging reeds over haar hoogtepunt heen. De massa’s van de arbeiders hadden het meeste te verliezen en hadden onvoldoende zelfvertrouwen om actief deel te nemen aan de beweging.

Deng dacht dat hij de beweging kon neerslaan met het 27ste Leger, wellicht de meest gehate groep soldaten ter wereld op dat ogenblik. Het zal echter niet mogelijk zijn om een miljard Chinese arbeiders, arme boeren en jongeren te blijven onderdrukken.

Marxisten moeten lessen trekken uit de situatie in China in 1989 om ervoor te zorgen dat bij nieuwe oplevingen van strijdbewegingen de ideeën van het marxisme aanwezig zijn om de beweging te bewapenen. Dan pas kunnen we stellen dat de slachtoffers van de brutale repressie in 1989 niet voor niets zijn gestorven, maar dat de opstand van 1989 een eerste stap was.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie