Lessen van de Vietnam-oorlog

30 jaar geleden werden de VS voor het eerst verslagen in een belangrijke oorlog. Wat kunnen we, met een oorlog tegen Irak in het vooruitzicht, leren van de anti-oorlogsbeweging van toen?

In augustus 1964 fabriceerde VS-president Lyndon Johnson een incident in de Golf van Tonkin. Bedoeling was politieke steun te krijgen voor een massale aanval op Vietnam. De VS kwamen tussen om te verhinderen dat de corrupte, kapitalistische regering in Zuid-Vietnam werd verslagen door de guerilla van het Nationaal Bevrijdingsfront (NLF). Het NLF was verbonden met Noord-Vietnam, waar een stalinistisch systeem was ingevoerd geleid door een bevoorrechte bureaucratie.

Hoewel het NLF zich niet baseerde op arbeidersdemocratie en internationaal socialisme, waren ze een bedreiging voor het grootgrondbezit en het kapitalisme. De VS vreesden een domino-effect van sociale revoluties in Azië.

Tegen 1968 waren er 500.000 troepen in Vietnam. 20 miljoen ton van het giftige Agent Orange werd over het land uitgesproeid, met een enorm aantal afwijkingen bij de geboorte tot gevolg. Alles samen waren er 2,8 miljoen Amerikaanse soldaten betrokken in de oorlog, waarvan er 57.000 stierven. De bombardementen vernietigden 70% van de Noord-Vietnamese dorpen. De hoofdstad Hanoi werd compleet verwoest.

Het programma van het NLF, van land aan de boeren en bevrijding van imperialistische overheersing, lokte een ontzagwekkende bereidheid om terug te vechten uit. Deze strijdgeest kon niet worden verslagen door de militaire kracht van het machtigste kapitalistische land.

De burgerrechtenbeweging, met de radicale zwarte leider Malcolm X voorop, behoorde in 1965 tot de eerste groep tegenstanders van de oorlog. De anti-oorlogsbeweging begon als een kleine minderheid, met zitstakingen van studenten en betogingen. In 1969, echter, protesteerden er 2 miljoen jongeren en arbeiders in het hele land. Op dat moment circuleerden er 500 protestkranten in de middelbare scholen. Tijdens betogingen aan de universiteiten werden 3652 jongeren gearresteerd. Massale ontwijking van de dienstplicht greep om zich heen.

De tegenstand tegen de oorlog was het sterkst onder de arbeiders en hun gezinnen. Het was hun jeugd die stierf aan het front, met een onevenredige vertegenwoordiging van zwarte soldaten. Massaal verzet brak uit in het leger. In 1972 had een kwart van de soldaten, overwegend arbeiders in uniform, gemuit of geweigerd orders op te volgen. Eenheden weigerden om te vechten, schoten hun eigen officieren neer, een kwart van de soldaten was verslaafd aan heroïne.

Eens thuis, vervoegden veel veteranen de anti-oorlogsbeweging, woedend op de leugens van hun eigen regering en vol walging voor de misdaden waar ze getuige van waren geweest. Het machtigste leger op de planeet viel uiteen. Een leger staat niet los van maatschappelijke processen. Een belangrijke opstand en radicalisering in de Amerikaanse samenleving vond een weerklank onder de soldaten.

Op het moment dat de kosten van de oorlog tot stakingen leidden, ontstond een echte massa-beweging. Het neerschieten van 4 studenten leidde tot een enorme bezetting van universiteitscampussen. Tegen 1972 beschouwde 1 miljoen zwarten zich als revolutionair. In 1973 trok president Nixon zijn troepen terug. De kapitalistische klasse in de VS meende dat een verderzetting van de oorlog tot sociale explosies zou leidden die ze niet meer konden controleren.

In de meer onstabiele en gewelddadige periode die we ingaan, kunnen deze lessen uit de oorlog van Vietnam worden gebruikt om een machtige anti-oorlogsbeweging uit te bouwen, een die de kiemen van een nieuwe wereld in zich draagt.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie