De Eerste Internationale in Antwerpen

In 1964 verscheen een opmerkelijk boek over de geschiedenis van de Eerste Internationale in Antwerpen. Het is een opmerkelijk boek aangezien er weinig andere bronnen zijn over dit onderdeel van de geschiedenis van de arbeidersbeweging in ons land. Het is ook een opvallend boek aangezien de auteur ervan, Karel Van Isacker, niet kan verdacht worden van een greintje sympathie voor de socialistische arbeidersbeweging. Het boek zelf is vandaag zeldzaam geworden. Hieronder publiceren we een korte samenvatting, uiteraard vanuit een socialistische visie die niet overeenstemt met de visie van de auteur van het boek.

De Eerste Internationale werd gekenmerkt door een vallen en opstaan bij de eerste pogingen om de arbeidersklasse politiek te gaan organiseren. Deze organisatie werd de eerste echte arbeidersorganisatie die internationaal was georganiseerd en daarmee deze traditie van de arbeidersbeweging ingang deed vinden. Ook in België bleek de Internationale over een aantal actieve kernen te beschikken. In Antwerpen was er een opvallende afdeling die de voorloper vormde van een rijke traditie aan arbeidersorganisaties in deze stad.

Aanloop naar een arbeidersorganisatie

De eerste stappen van de Antwerpse arbeidersklasse op het politieke toneel verliepen niet gemakkelijk. In 1866, twee jaar na de oprichting van de Eerste Internationale, telde de stad 117.269 inwoners. Daarvan was zowat 2/3 analfabeet. Er was een beperkt aantal industrie-arbeiders (in de bouw, de metaal,… naast de 3.000 dokwerkers). De meerderheid van de werkende bevolking was echter nog tewerkgesteld als ambachtslieden die op kleine schaal hun beroep uitoefenden.

De ontwikkeling van het kapitalisme ging gepaard met een sterke uitbuiting. Er waren geen vakbonden, laat staan arbeiderspartijen. De enige tekenen van organisaties waren de beroepsfederaties die vooral instonden voor onderlinge hulp bij problemen van ambachtslieden in dezelfde sector. Deze federaties stonden relatief zwak. In 1869 was de grootste beroepsfederatie de Gilde der Antwerpse Ambachtslieden met 327 leden. Deze federatie was vooral actief in de Vierde Wijk (St. Andries), waar ook de Eerste Internationale haar wortels had.

Eerste elementen van zelforganisatie

De eerste pogingen tot zelforganisatie kwamen er vanuit de beroepsfederaties. Zo werd in 1862 het weekblad ‘Het Werkmansregt’ opgezet vanuit het Boekdrukkersverbond. Het blad stond onder leiding van Jan Mees, een vrijzinnige progressist. Het blad was opgevat als een blad voor de gewone werkman. Hiermee vestigde het de opvatting dat er nood was aan eigen klassenorganen, ook al was het weekblad van Mees niet uitgesproken politiek.

Vanuit het Boekdrukkersverbond kwam ook het idee van een algemene ‘Werkmansbond’, een organisatie die opgevat was als een verbruikerscoöperatieve waarbij de leden goedkoop brood en kolen konden kopen via de coöperatieve. De Werkmansbond begon evenwel ook lezingen te organiseren rond diverse thema’s. Deze lezingen werden een succes met honderden aanwezigen. Vanaf 1866 namen ook steeds meer arbeiders zelf deel aan het geven van lezingen en werd de inhoud ervan politieker. Zo bleek de meeting over algemeen stemrecht bijzonder succesvol te zijn.

Op een aantal van deze meetings begon een jonge Antwerpenaar het woord te voeren. Philip Coenen, de latere stichter van de Antwerpse afdeling van de Eerste Internationale, sprak onder meer voor algemeen stemrecht. Er was wel nog heel wat verwarring aanwezig bij Coenen, zo lanceerde hij op een bepaald ogenblik het idee van een derde parlementaire kamer (naast de Senaat en de Kamer) om zo de arbeiders een politieke vertegenwoordiging te laten kennen. Dit idee verdween al snel naar de achtergrond, maar het geeft wel aan dat nagedacht werd over een politiek instrument voor de arbeiders.

De Eerste Internationale

De Eerste Internationale werd in 1864 in Londen opgericht en vormde een politieke organisatie van arbeiders uit verschillende landen en met verschillende politieke opvattingen. Naast Marx, waren er ook invloeden van anarchisten en burgerlijke nationalisten. Het was geen massale organisatie. In België telde de Eerste Internationale op haar hoogtepunt hoogstens enkele honderden leden in de grootste stedelijke centra. De Brusselse afdeling werd in 1865 opgericht en was de eerste afdeling in ons land. Eén van de voortrekkers was César De Paepe die onder anarchistische invloed stond.

In de nasleep van de grote stakingsgolf van 1868 werden contacten gelegd in Henegouwen, wat leidde tot de oprichting van afdelingen van de Internationale in deze regio. Ook in Gent en Verviers werden afdelingen opgezet. Vanuit de strijd voor het algemeen stemrecht werden contacten gelegd met arbeiders uit andere regio’s, waaronder Antwerpen.

In de strijd voor het algemeen stemrecht speelde het Volksverbond in Antwerpen een voortrekkersrol. Deze organisatie werd geleid door Coenen (een zelfstandig schoenmaker) en Labaer (een zilverdrijver). Ze organiseerde meetings en zelfs een betoging met een 100-tal deelnemers. Het Volksverbond nam deel aan nationale meetings en kwam zo in contact met de Eerste Internationale. Op 5 januari 1868 waren er discussies in het Brusselse café De Swaen tussen Coenen en de Brusselse Internationalisten, wat ertoe leidde dat het Volksverbond een aanvraag deed om lid te worden van de Internationale. Dit werd een feit in maart 1868.

Het Volksverbond had een eigen krantje, ‘De Werker’, dat amateuristisch werd gemaakt en bovendien niet altijd even regelmatig verscheen. De oplage bedroeg rond de 500. Nadat het blad het enige Nederlandstalige orgaan van de Internationale in België werd, steeg de oplage tot zowat 2.000, vooral door het werk van Anseele en Van Beveren in Gent. Toch bleef het blad problemen kennen, en moest de redactie bijvoorbeeld tijdelijk naar Gent verhuizen.

De actieve leden van het Volksverbond waren voornamelijk ambachtslieden: de meubelmaker Bredenhorst die met het Schrijnwerkersverbond lid werd van de Internationale, de steenhouwer Callewaert, de metaalbewerker Bochem, de sigarenmaker Haesaert,…

Het Volksverbond werd omgedoopt tot “Internationale Werkersvereniging Het Volksverbond, afdeling Antwerpen”. Er waren wekelijkse afdelingsvergaderingen voor alle leden, en dit op maandagavond. De Antwerpse afdeling telde enkele tientallen leden die het hoge lidgeld van 10 centiemen per maand betaalden. De zondagmiddag kwam het bestuur samen. Om de drie maanden was er een algemene ledenvergadering waarop alle leden verplicht moesten aanwezig zijn. Wie ontbrak moest een boete betalen van 15 centiemen… Zowat iedere maand was er een publieke meeting waarop zo’n 100 tot 200 aanwezigen waren. Daaronder bevonden zich ook steeds enkele politieagenten die de nieuwe organisatie kwamen bespioneren. De Antwerpse internationalisten bleven rustig onder de politieaandacht en schreven in hun blad: “De heren stadsregeerders zouden veel beter doen de polieagenten voor de openbare veiligheid te gebruiken, liever dan ze als mouchards naar den ‘Sebastiaan’ te sturen, waar ze niets te verrichten hebben, daar wij zelf de rustverstoorders, zo er mochten zijn, tot rede zullen brengen.”

Politiek gezien stond de Antwerpse afdeling van de Eerste Internationale nog vrij zwak. De organisatie dacht een vreedzame omwenteling te kunnen bekomen door te bouwen aan coöperatieven en een weerstandskas. De coöperatieven bleken in Antwerpen weinig succes te hebben. De weerstandskas daarentegen bleek wel een belangrijk wapen voor de internationalisten.

Staking van de sigarenmakers in 1871

Een belangrijke actie waarin de Internationale een rol speelde, was de staking van de sigarenmakers in 1871. De werkomstandigheden van deze arbeiders was verschrikkelijk, gemiddeld werd 10,5 uur per dag gewerkt (op maandag en zaterdag slechts 8 uur) en bovendien moest nog zowat 20 uur per week thuis gewerkt worden. Voor een arbeidsweek tot 80 uur werd een hongerloon betaald. Eind 1868 werd door Leopold Haesaert en andere voortrekkers een Sigarenmakersverbond opgericht, dat toetrad tot de Internationale. Het verbond kwam mee tot stand op basis van het enthousiasme naar aanleiding van de staking van 1868 in Wallonië.

Op 18 maart weigerden de sigarenmakers van een klein bedrijfje om slechte tabak aan het gewoon tarief te verwerken. De patroons gingen niet in op de vraag om de lonen aan te passen, waarop een staking uitbrak. Hierop beslisten de patroons uit de sector om alle bedrijven van sigarenmakers een maand te sluiten! Enkele honderden sigarenmakers waren werkloos door deze lock-out van het patronaat. De strijd duurde 5 maanden, tot in augustus 1871.

Het patronaat eiste dat de arbeiders hun lidmaatschap van het Sigarenmakersverbond zouden opzeggen en weigerde te onderhandelen met deze bond. Op basis van financiële steun uit binnen- en buitenland konden de sigarenmakers een maandenlange strijd voeren. Ook toen stakingsbrekers uit Nederland en andere buurlanden werden ingezet, bleven de sigarenmakers moedig en vreedzaam staken. Een aantal stakingsbrekers besloot naar huis terug te keren op basis van de propaganda van het Sigarenmakersverbond.

Een aantal patroons gaf eind juni toe aan de looneisen en eiste niet langer dat de werknemers geen lid zouden zijn van het Sigarenmakersverbond. De meeste patroons hielden echter voet bij stuk. De staking kwam tot een einde na rellen aan de Paardenmarkt. Er waren een aantal beperkte verworvenheden afgedwongen, maar de staking was vooral van belang omdat de arbeiders zich in de volledige sector hadden georganiseerd en konden rekenen op een immense solidariteit van andere arbeiders.

Neergang van de Eerste Internationale

De Eerste Internationale vestigde ook in Antwerpen het idee van eigen arbeidersorganisaties met een politiek standpunt waarbij tussenkomsten gedaan worden om de arbeiders te organiseren in hun strijd voor een beter bestaan. In de nasleep van de Commune van Parijs was de verdeeldheid in de Internationale sterk, bovendien werd de repressie tegen de Internationalisten opgedreven omdat zij verantwoordelijk werden geacht voor de arbeidersopstand in Parijs. Ook vanuit de Antwerpse afdeling van de Internationale werd de Commune van nabij gevolgd. De secretaris van de afdeling, Victor Buurmans, trok in 1870 naar Parijs om mee te strijden met de communards.

De ideologische zwakte door de verdeeldheid binnen de Internationale en de opgaande conjunctuur, maakten het bijzonder moeilijk voor de Eerste Internationale. Haar rol om het idee van arbeidersorganisaties te vestigen, was uitgespeeld. Logischerwijze werd de Internationale naderhand dan ook ontbonden. De Antwerpse afdeling was sterk beïnvloed door de anarchisten rond Bakoenin. De Antwerpse afdeling bleef nog enkele jaren bestaan, maar slaagde er niet in een doorbraak te maken. Het apolitieke karakter van de anarchisten werd geleidelijk aan verworpen en de voortrekkers van de Internationale in België evolueerden vrijwel allen tot sociaal-democratische standpunten zoals deze later teruggevonden werden bij de BWP die in 1885 werd opgericht. Een eerste aanzet voor deze nieuwe partij kwam er met de oprichting van de Vlaamse Socialistische Arbeiderspartij die opgericht werd op een congres in Mechelen in mei 1877. Deze nieuwe partij betekende het einde van de Eerste Internationale in Vlaanderen, en het begin van de tradities die zouden leiden tot de Tweede Internationale.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie