De tradities waarop het CWI zich baseert

Oprichting

Het CWI werd opgericht op een bijeenkomst van 46 kameraden vanuit 12 landen in april 1974. Dit was niet het begin van de internationale werking van de aanhangers van de Britse Militant (nu Socialist Party), die aan de basis lagen van de oprichting van het CWI. In de 10 jaar hiervoor werden enorme inspanningen geleverd om een internationale organisatie op te zetten. Zelfs zonder enig internationaal contact nam Militant uiteraard een internationalistisch standpunt in. Een internationale is in de eerste plaats het programma en de perspectieven. De algemene ideeën zijn de basis voor iedere organisatie. Daaruit vloeit de noodzaak van een bepaald type van organisatie. Onze geschiedenis is dan ook een geschiedenis van ideeën en opvattingen.

De noodzaak van een internationale organisatie komt voort uit de ontwikkeling van het kapitalisme zelf. De grote historische verdienste van het kapitalisme is dat het de productiekrachten heeft ontwikkeld, waarbij de arbeidersklasse een centrale rol speelt, en dat het individuele landen met elkaar verbond doorheen een wereldmarkt. Zoals Marx stelde, komt internationalisme voort uit een situatie gecreëerd door het kapitalisme zelf. Dit is vandaag meer dan ooit het geval in de periode van globalisering die we kennen. De verbanden tussen verschillende bedrijven, landen, continenten,… op wereldvlak is groter dan ooit voorheen.

Eerste Internationale

De eerste poging om een internationale op te zetten werd ondernomen door Marx en Engels die de Eerste Internationale hadden opgezet. Marx wou de meest geavanceerde delen van de arbeidersklasse bijeen brengen in een internationale organisatie: Franse radicalen, Britse vakbondsactivisten en zelfs de Russische anarchisten. Er werd enorm veel werk verzet door de Eerste Internationale met als hoogtepunt de heroïsche strijd van de Commune van Parijs. Engels stelde dat de Internationale “intellectueel” verantwoordelijk was voor de Commune, ook al had het geen directe betrokkenheid gehad.

De eerste grote poging om haar eigen staat op te richten deed de burgerij op haar grondvesten daveren. Zij smoorden de Commune in bloed en begonnen een heksenjacht op diegenen die ze ervoor verantwoordelijk achtten, in het bijzonder de leiders en de aanhangers van de Eerste Internationale. Maar de nederlaag van de Commune ging ook samen met een periode van economische groei en een crisis binnen de Eerste Internationale, vooral omwille van de anarchisten geleid door Bakoenin. Marx en Engels voerden een succesvolle strijd tegen de opvattingen van het anarchisme, maar de verstorende activiteiten van de anarchisten, de groei van het wereldkapitalisme waardoor er reformistische illusies waren bij bvb de Britse vakbondsleiders, zorgden voor verdeeldheid en splitsingen binnen de Eerste Internationale. Marx en Engels trokken de conclusie dat de Eerste Internationale haar werk had gedaan: het vestigen van het idee van het internationalisme en van een internationale organisatie in het bewustzijn van de arbeidersklasse. Maar ze trokken ook de conclusie dat de Internationale beter opgeheven werd na de verhuis van haar kantoren naar New York.

Tweede en Derde Internationale

In de periode hierna zagen we overal het opzetten van massale arbeiderspartijen. Deze partijen waren beïnvloed door de ideeën van Marx en Engels. Dit leidde uiteindelijk tot de lancering van de Tweede Internationale in 1889. Deze organisatie ontwikkelde tijdens een algemeen progressieve fase van het kapitalisme. Deze partijen mobiliseerden tienduizenden arbeiders die aangetrokken werden door de ideeën van het socialisme en een basisvorming kregen over. Maar omwille van de objectieve omstandigheden, het feit dat het kapitalisme er geleidelijk in slaagde om de productiekrachten sterker te ontwikkelen, begonnen de leiders van deze partijen samen te werken met de kapitalisten. Er werd geprobeerd om compromissen te maken, waarbij dit de normale gang van zaken werd. In werkelijkheid begon een deel van de leiding zich boven de arbeidersklasse te begeven, wat enorme gevolgen had eens het kapitalisme zich niet langer in een opgaande fase bevond. Dit werd erg duidelijk aangetoond aan de vooravond van de eerste wereldoorlog. Een grote meerderheid van de leiders van de partijen van de Tweede Interantionale steunde haar eigen bourgeoisie in het bloedbad van de oorlog.

Er waren nog slechts een handvol aanhangers van een internationalistisch standpunt. Wie denkt dat de internationalisten vandaag sterk verzwakt zijn door de val het stalinisme en het ideologisch offensief van de burgerij, moet maar eens denken aan de situatie waarin Lenin, Trotski, Connolly, MacLean, Liebknecht, Luxemburg en andere marxisten zich bevonden bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. Op de conferentie van Zimmerwald, waar de tegenstanders van de oorlog samenkwamen, pasten de aanwezigen in twee bussen. En toch was dit de basis waarop twee jaar later de Russische Revolutie kon uitbarsten en waren de Bolsjevieken negen maanden hierna aan de macht en werd de eerste echte arbeidersstaat gevestigd. Dit was de basis voor de tien dagen die de wereld deden schokken.

Uit de Russische Revolutie kwam in 1919 de Derde Internationale voort. Om de impact van de Russische revolutie in te schatten, is het interessant om John Dos Pasos’ USA te lezen. Hij brengt een aantal artikels uit de Amerikaanse media over Rusland. Niet enkel uit de aartsreactionaire bladen, maar ook de zogenaamde kwaliteitskranten zoals de New York Times. Daarin verschenen artikels met titels zoals “Lenin vermoordt Trotski” of “Trotski vermoordt Lenin”. Er was een krant die beweerde: “Trotski vermoordt Lenin in een dronken toestand”. De Hongaarse arbeiders probeerden het voorbeeld van hun Russische kameraden te volgen en hetzelfde zagen we in Duitsland en Italië. De volledige Europese arbeidersklasse ging deze richting uit.

Er zal hier niet ingegaan worden op de redenen van de degeneratie van de Derde Internationale. Trotski heeft dit gedetailleerd geanalyseerd. De belangrijkste redenen waren het isolement van de Russische revolutie en de ontwikkeling van een gepriviligeerde kaste die de politieke macht naar zich toe trok. De nederlaag van de Duitse revolutie en het verraad van de leiding van de Duitse arbeidersbeweging waardoor Hitler aan de macht kon komen, consolideerden de politieke contra-revolutie van de stalinistische elite.

Vierde Internationale

De politieke ineenstorting van de Derde Internationale zorgde ervoor dat Trotski en diens aanhangers de noodzaak voor een nieuwe internationale, de Vierde Internationale, naar voor brachten. De oprichtingsconferentie ervan vond plaats in 1938. Het was geen toeval dat dit zo lang duurde, de oprichting was immers gebaseerd op het perspectief van Trotski dat er een nieuwe wereldoorlog zou komen. Trotski voorzag een grote revolutionaire beweging als gevolg van deze oorlog. Hij was absoluut correct met dit perspectief, dit werd aangetoond door de revolutionaire gebeurtenissen van 1944-1947. Het begon met de Italiaanse revolutie vna 1943-44 en werd gevolgd door revolutionaire bewegingen in Frankrijk en elders in Europa. Maar Trotski kon niet voorzien dat het stalinisme versterkt uit de oorlog zou komen, terwijl de imperialistische mogendheden sterk verzwakt waren. De door Moskou gecontroleerde communistische partijen slaagden erin om een massale steun te verwerven. Daarnaast werd ook de sociaal-democratie versterkt. Hun enorme steun gaf de leiders van deze partijen overigens de mogelijkheid om het kapitalisme te redden op dit cruciale historische kruispunt. De kapitalistische contra-revolutie kon doorgevoerd worden, niet op een militaire of fascistische wijze, maar voornamelijk met “democratische” middelen.

Na Trotski

Zoals alle trotskisten baseren wij ons op Trotski zelf. Onze organisatie komt voort uit de Britse Workers International League (WIL), dat opgericht werd in 1937, en de Revolutionary Communist Party (RCP), opgericht in 1944. De analyses van deze partij en van haar leidinggevende figuren, zoals Ted Grant, Jock Haston en anderen, waren veel sterker en correcter dan die van om het even welke andere organisatie. Zij voorzagen de ontwikkeling van gedeformeerde arbeidersstaten in Oost-Europa en China. De leiding van de officiële “Vierde Internationale”, Ernest Mandel, Michael Raptis (Pablo), Pierre Frank en anderen, dachten dat het onmogelijk was dat er gedeformeerde arbeidersstaten zouden gevestigd worden. Toen de realiteit hen achterhaalde, maakten ze een enorme bocht en stelden plots dat Tito in Joegoslavië en Mao in China “onbewuste trotskisten” waren…

Natuurlijk werden door de RCP ook fouten gemaakt, er bestaat niet zoiets als een onfaalbare leiding. Ted Grant maakte bijvoorbeeld aanvankelijk de fout dat hij de regimes in Oost-Europa omschreef als ‘staatskapitalistisch’. Na vele discussies en onderzoek, maakte hij echter een correcte evaluatie van de situatie in die landen. Tony Cliff echter, bleef vasthouden aan de theorie van het staatskapitalisme.

De RCP-leiding maakte ook de fout om in 1949-50 toe te treden tot de Labour Party. De meerderheid, geleid door Grant en Haston, had eerder gesteld dat de voorwaarden niet aanwezig waren om op succesvolle wijze een werking te ontplooien binnen Labour. De Labour-regering van 1945 voerde een aantal hervormingen door, moest de ontwikkeling van de welvaartstaat toestaan,… en er was tegelijk het begin van een economische groei op werldvlak. In zo’n situatie was het beter om als onafhankelijke partij naar voor te komen en veel aandacht te schenken aan de werking in de industrie. De capitulatie van Jock Haston leidde er echter toe dat de meerderheid desintegreerde waarbij Ted Grant capituleerde voor de verkeerde strategie van Gerry Healy om toe te treden tot Labour.

Uit het Verenigd Secretariaat van de Vierde Internationale

In de jaren ’50 en ’60 kwamen een reeks nieuwe jongeren actief in de beweging. Er was een basis onder arbeiders in Liverpool en er ontstond een stevige studentenwerking aan de universiteit van Sussex. Op dit ogenblik waren we nog een onderdeel van het Verenigd Secretariaat van de Vierde Internationale (VSVI), waarbij we gedwongen werden te fusioneren met Mandels organisatie in Groot-Brittannië. Binnen de 6 maanden na de fusie, tegen het einde van 1964, kwam het tot een splitsing. Omdat de fusie niet op een principiële basis plaats vond, was dit ook logisch.

Op het Wereldcongres van het VSVI in 1965 werd onze vraag om erkend te worden als Britse afdeling geweigerd. De leiding van de Vierde op dit ogenblik werd gedomineerd door de Amerikaanse Socialist Workers Party (SWP) waarin James Cannon een belangrijke rol speelde. Cannon was een sterke arbeidersleider, maar op organisatorisch vlak ging hij soms over tot het manoeuvreren in plaats van discussies uit te diepen.

Op het congres van het VSVI bleek dat er meningsverschillen waren over het karakter van het moderne kapitalisme en de economische perspectieven. We hadden ook meningsverschillen over de ‘gemeenschappelijke markt’ (zo noemde de Europese Unie toen), waarbij de leiding dacht dat het Europese kapitalisme op het punt stond een doorbraak te maken waarbij Europa volledig zou verenigd worden. Er waren meningsverschillen over de analyse van de koloniale en de semi-koloniale wereld. We waren voorstander van het steunen van de nationale bevrijdingsstrijd, zelfs onder een burgerlijke leiding, maar zonder enige toegeving op vlak van politieke steun voor de leiding van deze bewegingen.

Onze argumenten werden van tafel geveegd en Mandel en co erkenden uiteindelijk twee sympathiserende afdelingen in Groot-Brittannië: hun eigen groep en onze organisatie. Een dergelijke werkwijze was zonder voorgaande in de Trotskistische beweging. Er waren voorbeelden van landen waar er een officiële afdeling was en daarnaast sympathiserende groepen, maar nergens werd een officiële afdeling gedegradeerd tot sympathiserende groep. Wij zagen dat als een uitsluiting die bovendien plaats vond op een oneerlijke wijze. We beslisten dat het tijd werd om deze organisatie de rug toe te keren.

We beslisten om het advies van Marx en Engels aan hun sympathisanten in Duitsland in de jaren 1870 te volgen. Engels schreef in 1873 aan Bebel, die later één van de leiders van de massale sociaal-democratische partij zou worden, “Het is gemakkelijk om teveel aandacht te schenken aan je rivalen, waarbij je de gewoonte aanneemt om altijd eerst aan deze rivalen te denken. Maar zowel de Algemene Vereniging van Duitse Arbeiders als de Sociaal Democratische Arbeiderspartij vormen beiden slechts een kleine minderheid van de Duitse arbeidersklasse. Ons standpunt, dat gevestigd werd door een lange ervaring, is dat correcte taktieken en propaganda er niet moet op gericht zijn om enkele individuen en leden van je rivalen overwint, maar wel op het werken naar bredere lagen van de bevolking. De primitieve kracht van een individu die we aantrekken van de grote massa is belangrijker dan tien renegaten van de Lassaleanen die altijd de kiemen van hun verkeerde standpunten met zich meebrengen.” (De Lassaleanen waren aanhangers van Ferdinand Lassalle die in 1863 de Algemene Vereniging van Duitse Arbeiders had opgericht).

Marx stelde eerder, in 1868: “Sectaire organisaties zien de rechtvaardiging voor hun bestaan en hun belangrijkste punt niet in wat ze gemeen hebben met de beweging van de klasse, maar in het bijzondere detail dat er hen van scheidt.”

Wij beslisten hierop om de taak aan te gaan in Groot-Brittannië, Duitsland, Ierland, Zweden en elders en er een werking te ontplooien naar brede lagen van de arbeiders, in het bijzonder jonge arbeiders, die geïnteresseerd waren in linkse politiek en konden overgewonnen worden voor marxistische en trotskistische standpunten. Er waren veel goede kameraden in de vele kleine trotskistische groepjes, maar de mogelijkheden om hen verder te ontwikkelen werden tenietgedaan door de fouten van de leiding van deze groepen.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie