30 jaar CWI. Interview met Peter Taaffe

Dit jaar bestaat het Committee for a Workers’ International (CWI, de internationale organisatie waartoe wij behoren) 30 jaar. Hieronder publiceren we een interview met Peter Taaffe, een stichtend lid van het CWI en de algemeen secretaris van de Socialist Party in Engeland en Wales. Vandaag is het CWI actief in zo’n 40 landen op heel de wereld. We nemen deel aan de dagelijkse strijd tegen de aanvallen van het patronaat en de heersende regeringen op de levensstandaard van de arbeiders, de jongeren en de armen. Tegelijk leggen we uit dat de strijd niet enkel moet gevoerd worden tegen de gevolgen van het kapitalisme, maar tegen het volledige kapitalistische systeem.

 

Tanja: Peter, jij bent één van de oprichters van het CWI. Kan je toelichten in welke politieke en sociale omstandigheden het CWI werd opgericht in 1974?

Peter: De oprichting van het CWI gebeurde op een ogenblik dat er explosieve gebeurtenissen plaatsvonden – een periode van revolutionaire en semi-revolutionaire gebeurtenissen. Het politieke landschap was nog sterk bepaald door de revolutionaire gebeurtenissen in Frankrijk in 1968. Meer dan 10 miljoen arbeiders en studenten namen toen deel aan een algemene staking en de toenmalige president, Charles de Gaulle, had het land ontvlucht. De heersende elite vreesde dat Frankrijk verloren was voor het kapitalisme.

In hetzelfde jaar was er in Tsjechoslovakije een volksopstand tegen het stalinistische regime, waarbij de opstand brutaal werd neergeslagen door Russische troepen. Deze periode werd ook gedomineerd door de enorme beweging tegen de oorlog in Vietnam. Deze beweging vond niet enkel plaats in de VS, maar ook op internationaal vlak.

Slechts enkele dagen na de oprichtingsconferentie van het CWI, brak een revolutionaire beweging uit in Portugal waarbij een einde werd gemaakt aan de brutale dictatuur van Caetano. Het was ook een periode van grote jongerenbewegingen, politieke discussie in de vakbonden en de arbeiderspartijen.

Tanja: Waarom was het volgens jou noodzakelijk dat een nieuwe internationale werd opgericht?

Peter: Wij letten er op om onszelf niet “dé” Internationale te noemen, maar het ‘Comité voor een Arbeidersinternationale’ omdat we geen internationale waren (en nog altijd niet zijn) met een massale aanhang in de arbeidersklasse. We maken een eerlijke inschatting van onze krachten. Anderzijds was het, en is het nog steeds, onze taak om een massale Internationale uit te bouwen. Onze doelstelling was de opbouw van een internationale beweging met een sterke basis in de arbeidersklasse, vergelijkbaar met de Tweede en de Derde Internationale. Ik zal hier niet dieper ingaan op de redenen waarom die Internationales er niet in geslaagd zijn een socialistisch regime te vestigen, maar verwijs daarvoor naar onze brochure over de geschiedenis van het CWI.

De belangrijkste reden om een nieuwe internationale kracht op te zetten was het gebrek aan duidelijkheid bij andere internationale organisaties met betrekking tot programma en methode. Volgens ons waren ze niet in staat om een verklaring te bieden en perspectieven te ontwikkelen voor de nieuwe wereldsituatie die naar voor kwam.

Tanja: Wat was het verschil tussen het CWI, dat toen erg beperkte krachten had, en andere internationale organisaties?

Peter: Eerst en vooral was het onze politieke duidelijkheid en onze perspectieven. We hadden meningsverschillen met andere organisaties die zichzelf marxistisch of zelfs trotskistisch noemden op een aantal belangrijke punten. Uiteraard zou er zonder dergelijke fundamentele meningsverschillen geen reden geweest zijn om een aparte organisatie op te zetten.

Er waren fundamentele meningsverschillen over de rol en het belang van de arbeidersklasse in de strijd voor een socialistische omvorming van de samenleving. Volgens ons was – en is – de arbeidersklasse de beslissende factor. Omwille van haar belang in het productieproces, is de arbeidersklasse de enige kracht die in staat is om de samenleving in een socialistische richting te veranderen. Het is de arbeidersklasse die alle goederen en rijkdom produceert in de samenleving. Als de arbeiders de controle over de productiemiddelen en distributiemiddelen overnemen, en dus ook de controle verwerven over de rijkdom die geproduceerd wordt, dan kunnen we die enorme middelen inzetten voor de belangen van de arbeidersklasse in plaats van voor de belangen van een klein groepje van kapitalisten. Andere trotskistische organisaties daarentegen dachten dat populistische bewegingen van de middenklasse, guerillabewegingen van boeren bijvoorbeeld, de rol van de omvorming van de samenleving hadden opgenomen.

Tanja: Als je vandaag terugkijkt, wat was dan volgens jou de grootste uitdaging voor het CWI?

Peter: Het constant verduidelijken en aanscherpen van onze ideeën, deze vertalen in de taal van de arbeidersklasse, en ze aanpassen aan het niveau van begrip van de arbeiders en de jongeren in het bijzonder.

Een andere uitdaging was uiteraard het tussenkomen in bewegingen en de opbouw van belangrijke krachten in verschillende landen.

Tanja: Kan je ons enkele voorbeelden geven van wat het CWI de afgelopen 30 jaar bereikt heeft?

Peter: Ik vind het moeilijk om een selectie te maken van voorbeelden. Het CWI is vandaag aanwezig in zo’n 40 landen. In een aantal landen hebben we vrij sterke groepen, in andere landen zijn we nog erg klein. Maar we lagen toch aan de basis van een aantal belangrijke strijdbewegingen.

In Nigeria bevindt zich de tweede grootste afdeling van het CWI, de Democratic Socialist Movement (DSM). Onze kameraden waren er van cruciaal belang bij het organiseren van het verzet tegen de schandalige prijsstijgingen van de brandstof. Die stijgingen hebben geleid tot een scherpe daling van de levensstandaard van de massa’s in Nigeria. Er waren hiertegen al verschillende algemene stakingen.

Sri Lanka is een land dat verdeeld is langs etnische lijnen, waarbij zowel aan de Tamil als aan de Sinhelese zijde groepen aanwezig zijn die de verdeeldheid stimuleren. Onze leden riskeren hun leven omdat ze – reeds decennialang – opkomen voor arbeiderseenheid en het recht op zelfbeschikking voor de onderdrukte Tamil-sprekende bevolking. Wij zijn de enige organisatie die een blad uitbrengt in zowel Tamil als Sinhala.

In Brazilië groeit het ongenoegen tegenover president Lula en de rol van de Arbeiderspartij (PT) omdat Lula er niet in slaagt om de rijken en de internationale kapitalistische instellingen aan te pakken. Onze kameraden van Socialismo Revolucionario zijn betrokken in de leiding van de beweging voor een nieuwe arbeiderspartij.

In Duitsland was onze organisatie van cruciaal belang in het opzetten van de eerste nationale betoging tegen de massale aanval van de regering-Schröder op de welvaartstaat en de levensstandaard van de arbeiders. Deze betoging had in de herfst van vorig jaar zo’n 100.000 deelnemers en leidde mee tot een golf van protestacties in heel het land.

In Ierland behaalde onze afdeling, de Socialist Party (SP), een overwinning in de campagne tegen het invoeren van een waterbelasting. Dit legde de basis voor de verkiezing van Joe Higgins in het Ierse parlement. We hebben sindsdien een leidinggevende rol gespeeld in de campagne tegen de huisvuilbelasting waarbij Joe en SP-gemeenteraadslid Clare Daly samen met andere actievoerders, in de gevangenis terechtkwamen omdat ze opkomen tegen een onrechtvaardige belasting die vooral de armste lagen van de samenleving treft. Deze strijd was een belangrijke stap in de opbouw van onze partij in Ierland en voor heel het CWI.

In Groot-Brittannië vormden we een belangrijk onderdeel van het gemeentebestuur in Liverpool 20 jaar geleden waarbij een historisch voorbeeld gegeven werd van hoe socialisten in de praktijk een beleid voeren. Op een bepaald ogenblik hadden we drie parlementsleden die lid waren van Militant (de voorloper van de Socialist Party). De strijd in Liverpool was een algemene repetitie voor wat we deden met de campagne tegen de Poll Tax: een massale niet-betalingscampagne die door ons geleid werd en waarmee we niet enkel de belasting weg kregen, maar ook Thatcher zelf neerhaalden. We zouden uiteraard nog veel meer voorbeelden kunnen geven van belangrijke initiatieven van CWI-afdelingen.

Tanja: Wat is de belangrijkste taak voor het CWI in de komende periode?

Peter: Het winnen van de nieuwe generatie voor marxistische en trotskistische ideeën. De ontwikkelingen op wereldvlak helpen ons daar zeker bij. De oorlog in Irak heeft het karakter van het VS-imperialisme duidelijk gemaakt. De economische situatie in Europa en in de wereld, leidt tot een radicalisering onder de arbeidersklasse en de jongeren. De verkiezingen van maart in Spanje waren een uitdrukking van hoe snel een atmosfeer kan veranderen. Binnen de paar dagen na de verschrikkelijke aanslagen op enkele personentreinen in Madrid, werd de rouw van de bevolking omgezet in een woede tegen Aznars bewuste poging om de bevolking te bedriegen door de ETA verantwoordelijk te houden voor de aanslagen. Als gevolg hiervan leed hij een nederlaag bij de verkiezingen en kwam de PSOE aan de macht. Deze gebeurtenissen zijn nog steeds mee bepaald door het begin van de oorlog in Irak, meer dan een jaar geleden.

De gevolgen van belangrijke gebeurtenissen komen altijd wat later. Het is nog steeds mogelijk dat Blair en Berlusconi moeten aftreden. Het is niet zeker, maar Bush kan eind dit jaar weggestemd worden, wat zou gezien worden als een overwinning voor de anti-oorlogsbeweging. Het is mogelijk dat komaf gemaakt wordt met alle oorlogszuchtige leiders die verantwoordelijk zijn voor de verschrikkelijke situatie in Irak.

Vanuit de radicalisering die ontwikkelt, zal de noodzaak van politieke actie aangevoeld worden door de arbeidersklasse. Het feit dat de oude voormalige arbeiderspartijen burgerlijke partijen geworden zijn, heeft een enorm vacuüm ter linkerzijde gecreëerd. We moeten de arbeidersklasse ertoe brengen om dit vacuüm te vullen met nieuwe massale arbeiderspartijen.

Tanja: Wat is volgens jou vandaag het belangrijkste verschil met 30 jaar geleden?

Peter: Er zijn een aantal verschillen. In 1974, toen het CWI werd opgericht, was de economische groei van de na de Tweede Wereloorlog nog niet volledig teneinde. Dat kwam pas later met de olieschok en de crisis van 1974/75, waarmee een keerpunt in de ontwikkeling van het wereldkapitalisme werd ingeluid.

Het bewustzijn van de arbeidersklasse was ook anders, zeker onder de leidinggevende lagen die in het algemeen uitkeken naar een socialistisch alternatief. De discussie handelde toen eerder over welk soort socialisme we wilden en welk programma nodig was om dit te bereiken.

Vandaag worden andere discussies gevoerd omwille van de impact van de val van het stalinisme. Enerzijds betekende dit het einde van autoritaire regimes, maar anderzijds het herinvoeren van het kapitalisme in het Oostblok en de voormalige Sovjetunie. Dit versterkte de heersende klasse, zeker op ideologisch vlak. Zij trokken ten strijde tegen het socialisme en tegen socialistische opvattingen en ze kenden daarbij een zeker succes. De leiding van de sociaal-democratie capituleerde en het bewustzijn zette stappen achteruit.

Die situatie kon echter niet blijven duren. We zien vandaag dat het bewustzijn meer in overeenstemming komt met de economische realiteit waarmee de meerderheid van de bevolking mee te kampen heeft. Er is een grote woede en groeiend besef van het feit dat het kapitalisme niet werkt. Zeker de voorbije twee of drie jaar, hebben we een groeiende klassenstrijd zijn plaatsvinden in tal van landen. Maar deze strijd heeft nog geen massale politieke uitdrukking.

Wij denken dat de arbeidersklasse in de komende periode zal beginnen met het hervestigen van haar eigen politieke organisaties en dat het de ideeën van het socialisme zal herontdekken. Het CWI wil een belangrijke rol spelen bij deze ontwikkelingen en wil helpen aan de opbouw van een socialistische samenleving zonder oorlog, armoede of milieurampen.

Tanja: Bedankt, Peter

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie