De Franse Revolutie is begonnen

Geschreven: 9 juni 1936. Bron: Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 14. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2008. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands. Verder bewerkt voor deze uitgave.

 

Nooit scheen de radio zo kostbaar als in deze dagen. Zij maakt het mogelijk uit een ver verwijderd dorp in Noorwegen de polsslag van de Franse Revolutie te volgen. Juister zou het zijn gezegd: de weerspiegeling daarvan in het bewustzijn en in de stem van de heren ministers, vakbondssecretarissen en andere dodelijk geschrokken leiders.

De woorden ‘Franse Revolutie’ kunnen overdreven lijken. Maar neen, het is geen overdrijving. Op die wijze ontstaat de revolutie. Anders kan zij niet ontstaan. De Franse Revolutie is begonnen.

Jouhaux verzekert samen met Léon Blum aan de burgerij dat het alleen maar een zuiver economische beweging is binnen het raam van de wet. Zeker maken zich de arbeiders gedurende de staking meester van de fabrieken en voeren zij een controle in op de eigenaar en zijn beheer. Men kan echter een oog dicht doen voor zo’n storende “kleinigheid”. Over het algemeen gaat het om “beroeps- en geen politieke stakingen”, verzekeren de heren leiders. Intussen wijzigt onder de druk van de “niet-politieke” stakingen de totale politieke toestand in het land. De regering ontwikkelt in haar optreden een haast waaraan zij vroeger niet gedacht had, Blum gaf al aan dat de ware kracht in het geduld ligt. De kapitalisten laten buitengewoon gemakkelijk met zich praten. De gehele contrarevolutie verstopt zich in een afwachtende houding achter de ruggen van Blum en Jouhaux. En dit wonder werd volbracht door… eenvoudige “beroeps”-stakingen. Waar zouden wij staan als de stakingen politiek zouden zijn?

Maar neen, de leiders spreken de waarheid niet. De vakorganisatie omvat de arbeiders van een enkel beroep en scheidt hen van de andere beroepen. Het trade-unionisme en reactionair syndicalisme spannen zich tot het uiterste in om de arbeidersbeweging in het raam van de vakbeweging te houden. De bestaande dictatuur van de vakbewegingsbureaucratie over de arbeidersklasse (de ergste van alle dictaturen!) is gebaseerd op een slaafse afhankelijkheid van de kliek Jouhaux-Racamond ten opzichte van de burgerlijke staat. Het wezen van de tegenwoordige beweging bestaat juist daaruit dat zij het raam van het beroep en de vakorganisatie doorbreekt en bovendien de eisen, de hoop, de wil van de gehele arbeidersklasse manifesteert. De beweging krijgt een epidemisch karakter. De ziekte verspreidt zich van fabriek naar fabriek, van vakvereniging naar vakvereniging, van het ene gebied naar het andere. Alle lagen van de arbeidersklasse geven samen aan de oproep gehoor. De metaalbewerkers begonnen, zij vormden de voorhoede. Door de kracht van de beweging kwamen op korte afstand na de voorhoede de brede reserves van de klasse in beweging, waaronder ook de meest achtergebleven beroepen, de achterhoede die de heren parlementariërs en vakbondsleiders gewoonlijk vergeten. Het was niet toevallig dat het dagblad Le Peuple openlijk toegaf dat enige zeer slecht betaalde groepen van de bevolking van Parijs aan dat blad een volkomen “verrassing” bezorgden. Maar juist in de diepte van deze meest onderdrukte lagen ontspringen onuitputtelijke bronnen van geestdrift, zelfopoffering en dapperheid. Het enkele feit van het ontwaken van die groepen is een niet te miskennen aanwijzing van een sterke vloedgolf. Tot deze groepen moet de toegang gevonden worden, het moge kosten wat het wil!

Terwijl de stakingsbeweging buiten het raam van de organisatie en van de enkele plaats trad, werd zij niet alleen gevaarlijk voor de burgerlijke maatschappij maar ook voor haar eigen parlementaire en vakbewegingsvertegenwoordigingen die nu bovenal hun best deden om de werkelijkheid niet te zien. Volgens een historische legende werd de vraag van Lodewijk XVI:

“Wat is dat, een opstand?”

door een hoveling als volgt geantwoord:

“Neen, Uwe Hoogheid, dat is de revolutie”.

Nu wordt op de vraag van de burgerij:

“Is dat een opstand?”

door haar hovelingen geantwoord:

“Neen, dat zijn alleen de beroepsstakingen”.

Blum en Jouhaux stellen zichzelf gerust terwijl zij de kapitalisten geruststellen. Woorden zullen echter niet baten. Weliswaar kan op het ogenblik waarop deze regels gedrukt worden de eerste stakingsgolf voorbij zijn. Uiterlijk zal het leven in de oude bedding terugkeren. Maar dat verandert niets aan de zaak. Dat wat gebeurde, zijn geen beroepsstakingen. Dat zijn geen stakingen, dat is de staking. Dat is de openlijke aaneensluiting van de onderdrukten tegen de onderdrukkers. Dat is het klassieke begin van de revolutie.

De gehele vroegere ervaring van de arbeidersklasse, de geschiedenis van haar uitbuiting, nood, worstelingen en nederlagen, herleeft door de storm van de gebeurtenissen in het bewustzijn van iedereen, zelfs de meest achterlijke arbeider, en stoot hem in de gelederen. De gehele klasse raakt in beweging. Die reusachtige massa kan met woorden niet teruggehouden worden. De strijd moet eindigen, hetzij met de grootste van alle overwinningen of de zwaarste van alle nederlagen.

Le Temps heeft de staking de “algemene manoeuvres van de revolutie” genoemd. Dit ziet er veel ernstiger uit dan wat door Blum en Jouhaux gezegd is. Maar ook de definitie van Le Temps is onjuist, want in zeker opzicht overdreven. Manoeuvres gaan uit van het bestaan van een commando, van een staf en van een plan. In de staking waren die niet aanwezig. De centra van de arbeidersorganisaties, ook van de PCF, werden overrompeld. Zij vrezen het sterkst dat de staking een streep door alle berekeningen haalt. De radio maakt een opmerkelijke uitspraak van Marcel Cachin bekend:

“Wij allemaal — zowel wij als de overigen — staan voor het feit van de staking”.

Met andere woorden: de staking is ons gemeenschappelijk ongeluk. Met deze woorden bezweert de grimmige senator de kapitalisten om concessies te doen en de toestand niet te verscherpen. De parlementariërs en de vakverenigingssecretarissen die zich op deze wijze bij de staking aanpassen om haar zo snel mogelijk te verstikken, staan in werkelijkheid buiten de staking, hangen in de lucht en weten niet of zij met hun benen dan wel op hun hoofd weer op de grond zullen neerkomen. Een revolutionaire staf heeft de ontwaakte massa nog niet. De werkelijke staf bezit de klassenvijand. Die staf wordt volstrekt niet gevormd door de regering-Blum, ook al wordt daarvan handig gebruik gemaakt. De kapitalistische reactie speelt een groot en riskant spel, maar zij doet het met verstand. Op het ogenblik speelt zij het spel: de verliezers winnen. Laat ons tegemoetkomen aan alle onaangename eisen die eenstemmig door de Blums, Jouhaux’ en Daladiers aanvaard zijn. Er ligt nog een lange weg van de erkenning in beginsel naar de verwezenlijking daarvan. Er is een parlement, een senaat, er zijn bureaus, zij allen kunnen voor de obstructie gebruikt worden. De massa’s zullen ongeduld aan de dag leggen en nog sterker druk uitoefenen. Daladier zal zich losmaken van Blum. Thorez zal trachten hetzelfde naar links te doen. Blum en Jouhaux zullen tegenover de massa komen te staan. Dan zullen wij alle concessies van nu ongedaan maken, zelfs met winst. Aldus redeneert de werkelijke staf van de contrarevolutie: de befaamde “tweehonderd families” en hun strategen. Zij werken naar een vast plan. En het zou lichtzinnig zijn te zeggen dat het plan vaste grond mist. Neen, met de Blums, Jouhaux’ en Cachins kan de contrarevolutie haar doel bereiken.

Het feit dat de geïmproviseerde massabeweging zulke geweldige afmetingen heeft en zo’n groot politiek resultaat bereikt, kenschetst het beste het diepe, organische, wezenlijk revolutionaire karakter van de stakingsgolf. Daarin ligt de waarborg van de duurzaamheid van de beweging, haar hardnekkigheid en de onvermijdelijkheid van het ontstaan van steeds nieuwe golven. De zege zou onmogelijk zijn zonder die eigenschappen. Maar voor de zege zijn die eigenschappen nog onvoldoende. Tegenover de staf en het plan van de “tweehonderd families” moet er een staf en een plan van de arbeidersrevolutie zijn. Het een noch het ander is aanwezig, maar zij kunnen geschapen wonden. Alle voorwaarden en elementen voor een nieuwe kristallisering van de massa zijn aanwezig.

De uitbreiding van de stakingen is, zo wordt gezegd, teweeggebracht door de “verwachtingen” in de Volksfrontregering. Dat is slechts een vierde deel van de waarheid of nog minder. Als de kwestie zich zou beperken tot “verwachtingen” dan zouden de arbeiders het risico van de strijd niet genomen hebben. In de staking komt bovenal het wantrouwen of het gebrek aan vertrouwen van de kant van de arbeiders tot uitdrukking, indien niet in de goede bedoelingen van de regering dan toch in haar vermogen om de belemmeringen te boven te komen en om haar problemen op te lossen. De arbeiders willen de regering “helpen”, maar doen dat op hun manier, op een arbeidersmanier. Het volle bewustzijn van hun kracht is bij hen natuurlijk nog niet aanwezig. Het zou echter een grove karikatuur zijn de zaak zo voor te stellen als zou de massa zich slechts laten leiden door vrome verwachtingen in Blum. Het valt haar niet gemakkelijk haar gedachten te ordenen, terwijl zij door de oude leiders wordt misleid, de leiders die zich inspannen om de massa zo snel mogelijk in het oude spoor van slavernij en routine terug te drijven. Maar de Franse arbeidersklasse begint de geschiedenis niet van voren af aan. De staking bracht overal de scherpst denkende en dapperste arbeiders in het eerste gelid. Van hen kwam het initiatief. Zij beginnen met voorzichtigheid op te treden, zij verkennen het terrein. De afdelingen van de voorhoede rennen niet te ver vooruit om zich niet te isoleren. De vriendschappelijke weerklank bij de overigen zal hun moed geven. De klassenoproep veranderde zich in een proeve tot zelfmobilisatie. De arbeidersklasse zelf had deze manifestatie van zijn eigen wil het meest nodig. De bereikte praktische resultaten, hoe onzeker zij op zichzelf ook zijn, zullen het zelfvertrouwen van de massa buitengewoon versterken, vooral van de meest achter gebleven en meest onderdrukte lagen.

Het voornaamste succes van de eerste stakingsgolf bestaat daarin dat in de werkplaatsen en fabrieken leiders naar voren kwamen. Zo ontstonden de elementen voor lokale staven en voor districtsstaven. De massa kent hen. Zij kennen elkaar. De echte revolutionairen zullen met elkaar in verbinding komen. Aldus heeft de eerste zelfmobilisatie van de massa de eerste elementen van de revolutionaire leiding aangewezen en deels gevormd. De staking heeft het geweldige organisme van de klasse wakker gemaakt, leven in geblazen, vernieuwd. Het oude organisatie omhulsel is nog lang niet afgestroopt, integendeel het is nog vrij stevig. Maar onder dat omhulsel is de nieuwe huid al te zien. Over het tempo van de gebeurtenissen, een tempo dat zeker nog zal versnellen, spreken wij nu niet. Tot dusver is het op dit punt slechts mogelijk te vermoeden en te raden. De tweede golf, haar duur, haar omvang en spanning zal zonder twijfel een veel concreter vooruitzicht mogelijk maken dan nu aanwezig is. Op voorhand staat echter één ding vast: de tweede golf zal zeker niet hetzelfde vreedzame, bijna goedmoedige, lenteachtige karakter dragen als de eerste. Zij zal rijper, taaier en harder zijn, terwijl zij door de teleurstelling van de massa over de praktische resultaten van de Volksfrontpolitiek en van haar eigen eerste aanval zal worden verwekt. In de regering zal het tot onenigheid komen en ook in de meerderheid van het parlement zal dat het geval zijn. De contrarevolutie zal plotseling zelfbewuster en brutaler worden. Nieuwe kleine resultaten zullen de massa’s niet mogen verwachten. Ten overstaan van het gevaar te verliezen wat gewonnen scheen, ten overstaan van de groeiende tegenstand van de vijand en de verwarring en besluiteloosheid van de officiële leiding, zal de massa de dringende noodzakelijkheid voelen van een programma, een organisatie en een staf. Daarop moeten wij onszelf en de meest ontwikkelde arbeiders voorbereiden. In de sfeer van de revolutie worden de massa’s snel opgevoed, de kaders snel uitgekozen en gestaald.

De revolutionaire generale staf kan niet door combinaties aan de top ontstaan. De strijdorganisatie zou zelfs dan met de partij niet samenvallen wanneer er in Frankrijk een revolutionaire massapartij zou bestaan, want de beweging is veel breder dan de partij. De organisatie kan ook niet samenvallen met de vakbonden, want de vakbonden omvatten slechts een onbetekenend deel van de klasse en hun leiding wordt gevormd door een reactionaire bureaucratie. De nieuwe organisatie moet overeenstemmen met de natuur van de beweging, de strijdende massa weerspiegelen, haar zich versterkende wil tot uitdrukking brengen. Het gaat om een directe vertegenwoordiging van de revolutionaire klasse. Men hoeft geen nieuwe vormen uit te vinden: er bestaan historische precedenten. De werkplaatsen en fabrieken zullen hun gedeputeerden kiezen die zich voor de gemeenschappelijke uitwerking van het strijdplan en voor de vorming van de leiding verzamelen. Ook de naam van deze organisatie behoeft men niet uit te vinden. Die naam luidt: Sovjets van de arbeidersafgevaardigden.

Het voornaamste deel van de revolutionaire arbeiders volgt nu de communistische partij. In het verleden riepen zij niet zeldzaam: “overal Sovjets”. De meesten van hen meenden het oprecht en ernstig met deze leuze. Er was een tijd dat wij die leuze als ontijdig beschouwden. Nu is de toestand echter veranderd. De machtige botsing van de klassen gaat een tijd van moeilijke beslissingen tegemoet. Hij die wankelt, die tijd laat voorbijgaan, is een verrader. De keuze moet gemaakt worden tussen de grootste van alle historische overwinningen en de zwaarste van alle nederlagen. We moeten ons op de overwinning voorbereiden. “Overal Sovjets”? Akkoord. Maar het wordt tijd van woord tot daad te komen.

9 juni 1936

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie