De Russische Revolutie

Geachte toehoorders,

Laat mij toe van het begin af mijn eerlijke spijt uit te drukken dat ik niet de mogelijkheid heb in het Deens te spreken voor een hoorzaal in Kopenhagen.

Laat ons niet afvragen of de toehoorders er iets aan verliezen. Wat de spreker betreft, de onwetendheid van de Deense taal belet hem om het Scandinavische leven en de Scandinavische literatuur onmiddellijk en uit eerste hand te volgen in het origineel. En dat is een groot verlies!

De Duitse taal waartoe ik hier mijn toevlucht moet nemen is machtig en rijk. Maar mijn ‘Duitse taal’ is tamelijk beperkt. Overigens, in verband met ingewikkelde kwesties kan men zich alleen maar met de noodzakelijke vrijheid uitdrukken in zijn eigen taal. Bijgevolg moet ik dus van nu af een beroep doen op de toegevendheid van het publiek.

Ik was een eerste maal in Kopenhagen op het Internationaal Socialistisch Congres en ik nam de beste herinneringen van uw stad met mij mee. Maar dit dateert al van een kwarteeuw geleden. In de Ore-Sund en in de fjorden is sindsdien het water al dikwijls veranderd. Maar niet alleen het water. De oorlog heeft de ruggengraat gebroken van het oude Europese continent. De stromen en meren van Europa hebben veel mensenbloed meegevoerd, vooral het Europese gedeelte heeft zware beproevingen doorstaan, het is somberder en ruwer geworden. Al de vormen van strijd zijn wranger geworden. De wereld is een tijdperk ingegaan van grote verandering. De extreme uitdrukking daarvan is de oorlog en de revolutie.

Alvorens aan het thema van mijn voordracht te beginnen — de Russische Revolutie — wil ik de organisatoren van de vergadering bedanken, nl. de Vereniging van de Sociaal-democratische Studenten van Kopenhagen. Ik doe dit als een politieke tegenstander. Maar het is zo dat mijn voordracht wetenschappelijk-historische taken najaagt en geen politieke. Dit onderstreep ik dan ook vanaf het begin. Maar het is onmogelijk te spreken over een revolutie, waaruit de Sovjetrepubliek ontstaan is, zonder een politieke positie in te nemen. In mijn hoedanigheid van spreker blijft mijn vaandel dezelfde als diegene waaronder ik heb deelgenomen aan de revolutionaire gebeurtenissen.

 

Tot aan de oorlog behoorde de bolsjewistische partij aan de sociaal-democratische Internationale. Maar 4 augustus 1914 heeft de stemming van de Duitse sociaal-democratie voor de oorlogskredieten voor eens en altijd een einde gemaakt aan deze band en heeft dit geleid tot het tijdperk van de onophoudelijke en onverzoenlijke strijd van het bolsjewisme tegen de sociaal-democratie. Betekent dit dat de organisatoren van deze vergadering een vergissing begaan met mij als spreker uit te nodigen? Daarover zullen de toehoorders slechts kunnen oordelen na mijn voordracht. Om mijn aanvaarding van de vriendelijke uitnodiging om een exposé te houden over de Russische revolutie te rechtvaardigen, veroorloof ik mij te herinneren dat gedurende de 35 jaar van mijn politiek leven, het thema van de Russische revolutie de praktische en theoretische spil uitmaakt van mijn bezigheden en mijn acties. Mogelijk geeft me dit een zeker recht te hopen dat ik erin zal slagen om niet alleen mijn vrienden en vriendinnen te helpen, maar ook mijn tegenstander, op zijn minst ten dele, om verscheidene trekken van de revolutie te vatten die tot vandaag toe aan de aandacht ontsnapten.

Het doel van mijn voordracht is nochtans om te helpen begrijpen. Ik stel mij hier niet voor de revolutie te verspreiden, noch om tot revolutie op te roepen. Ik wil de revolutie uitleggen.

Laat ons beginnen met enkele elementaire sociologische principes waarmee we ongetwijfeld vertrouwd zijn, maar die, terug in het geheugen gebracht, ons zullen helpen om een complex fenomeen als de revolutie te begrijpen.

De materialistische opvatting van de geschiedenis

De menselijke samenleving is een historisch bepaalde samenwerking in de strijd om het bestaan en behoud der generaties. De aard van een samenleving wordt bepaald de economie. De aard van de economie wordt bepaald door de arbeidsmiddelen.

Elk groot tijdperk in de ontwikkeling van de productiekrachten kent een overeenkomstig regime. En elk regime had zijn enorme voordelen voor de heersende klasse.

Maatschappelijke regimes zijn niet eeuwig, ze zijn historisch, en verworden tot een rem op de verdere vooruitgang. Al wat verrijst wordt vernietigd.

Geen enkele heersende klasse echter heeft al goedschiks en vredevol afstand genomen van haar voordelen. Bij vraagstukken van leven en dood zijn de argumenten van de rede altijd al vervangen door de argumenten van de macht. Zo is het, en we hebben er mee te leven.

De betekenis van revolutie

De revolutie betekent een verandering van de sociale orde. Ze draagt de macht over in de handen van een andere klasse die in opgang is. De opstand vormt het meest kritische en meest scherpe moment in de strijd om de macht van twee klassen. Het oproer kan alleen maar tot een reële overwinning van de revolutie en tot oprichting van een nieuw regime leiden wanneer dit oproer kan rekenen op een progressieve klasse die geschikt is om rondom haar de verpletterende meerderheid van het volk te groeperen.

In tegenstelling tot de ontwikkeling in de natuur wordt de revolutie bewerkstelligd door mensen, met mensen. Maar in de loop van de revolutie handelen de mensen onder invloed van sociale omstandigheden die niet vrijelijk door hen gekozen zijn, maar die geërfd zijn van het verleden en die hun dwingend de weg wijzen. Het is juist hierdoor en alleen maar hierdoor dat de revolutie haar eigen wetten heeft.

Maar het menselijk geweten weerspiegelt niet passief de objectieve omstandigheden. Ze heeft de gewoonte actief op deze te reageren. Op zekere momenten neemt deze reactie een gespannen, gepassioneerd en massaal karakter aan. De hinderpalen van het recht en van de macht worden omvergeworpen. Precies de actieve tussenkomst van de massa’s in de gebeurtenissen maakt het meest essentiële element uit van de revolutie.

Maar zelfs de meest vurige activiteit kan op het niveau van een betoog, van een opstand blijven steken, zonder zich te verheffen tot de hoogte van een revolutie. De massale opstand van de massa’s moet leiden tot een omkering van de heerschappij van een klasse en de oprichting van de heerschappij van een andere. Het is dan pas dat we een voltooide revolutie hebben. De massale opstand is geen geïsoleerde poging die men kan vaststellen naar zijn smaak. De opstand geeft een element weer dat objectief bedongen is in de ontwikkeling van de revolutie, zoals de revolutie een ontwikkeling is die objectief bedongen is in de ontwikkeling van de maatschappij. Maar indien de voorwaarden van de opstand bestaan, dan moet men niet passief met open mond staan wachten. Ook in de menselijke zaken is er zoals Shakespeare zegt eb en vloed. “There is a tide in the affairs of men which, taken at the flood, leads on to fortune.”

Om het zichzelf overlevende regime weg te vegen, moet de progressieve klasse begrijpen dat haar uur geslagen is en zich de verovering van de macht als taak stellen. Hier wordt het veld van de bewuste revolutionaire actie betreden, waar de vooruitzicht en berekening verbonden worden aan bereidwilligheid en stoutmoedigheid. Anders gezegd: hier opent zich het veld van de actie, van de partij.

De ‘coup d’état’

De revolutionaire partij verzamelt in zich het beste van de progressieve klasse. Zonder een partij die geschikt is om zich te oriënteren in de omstandigheden, om de loop en het ritme van de gebeurtenissen te waarderen en om op tijd het vertrouwen van de massa’s te veroveren, is de overwinning van de proletarische revolutie onmogelijk. Dit is het verband van de objectieve en de subjectieve factoren van de revolutie en de opstand. Zoals u het weet, in discussies — in het bijzonder de theologische -, hebben de tegenstanders de gewoonte regelmatig de wetenschappelijke waarheid te kleineren door haar tot in het absurde door te trekken. In de logica wordt dit een reductio ad absurdum genoemd. Wij gaan proberen de omgekeerde weg te volgen, het is te zeggen, wij gaan als uitgangspunt een absurditeit nemen om ons dichter bij de waarheid te voegen. In ieder geval, men mag zich niet beklagen over een gebrek aan absurditeiten. Laat ons een van de recentste, een van de meest ruwe, nemen.

De Italiaanse schrijver Malaparte, zoiets als een fascistische theoreticus — die bestaan er ook — heeft onlangs een boek uitgegeven over de techniek van een staatsgreep. Natuurlijk besteedt de auteur een groot deel van zijn ‘onderzoek’ aan de Oktoberrevolutie.

In tegenstelling met Lenins ‘strategie’, die verbonden blijft aan de sociale en politieke omstandigheden van het Rusland van 1917, “laat de tactiek van Trotski” — volgens Malaparte — “zich helemaal niet tegenhouden door de algemene omstandigheden van het land.” Dit is het voornaamste idee van het werk! Malaparte dwingt Lenin en Trotski in de pagina’s van zijn boek vele dialogen te voeren vervuld van evenveel geestelijke diepgang als de natuur Malaparte alleen ter beschikking heeft gesteld. Op de tegenwerpingen van Lenin over de sociale en politieke premissen van de opstand schrijft Malaparte zogezegd aan Trotski letterlijk het volgende antwoord toe: “Uw strategie vereist te veel gunstige voorwaarden, de opstand heeft niets nodig, ze heeft aan zichzelf genoeg” Hoort u? “De opstand heeft niets nodig!” Dit, geachte toehoorders, is precies de absurditeit die ons dichter bij de waarheid dient te brengen. De auteur herhaalt nadrukkelijk dat in Oktoberrevolutie niet de strategie van Lenin maar de tactiek van Trotski heeft getriomfeerd. Deze tactiek bedreigt nu nog, volgens zijn eigen zeggen, de rust van de Europese staten. “De strategie van Lenin”, zo citeer ik woord voor woord, “maakt geen enkel onmiddellijk gevaar uit voor de regeringen van Europa. De tactiek van Trotski maakt een actueel en zodoende een permanent gevaar voor hen uit.”

Concreter: “Zet Poincaré in de plaats van Kerenski en de bolsjewistische staatsgreep van oktober 1917 was evengoed geslaagd”. Het is moeilijk te geloven dat zo een boek in verscheidene talen vertaald en ernstig onthaald is.

Tevergeefs zouden wij proberen ontdekken waarom in het algemeen de strategie van Lenin, afhangend van historische voorwaarden, nodig is als de ‘tactiek van Trotski’ toelaat dezelfde zaak op te lossen in elke situatie. En hoe komt het dat zegevierende revoluties zo zeldzaam zijn als ze, voor hun welslagen, maar nood hebben aan een paar kleine technische recepten?

De dialoog tussen Lenin en Trotski voorgesteld door de fascistische schrijver, is in de geest en in de vorm een dwaze fantasie van het begin tot aan het einde. Zulke fantasieën circuleren maar al te vaak in de wereld. Zo is er nu in Madrid een boek gedrukt onder mijn naam, La Vita del Lenin (Het leven van Lenin) waarvoor ik even weinig verantwoordelijk ben als voor de tactische recepten van Malaparte. Het Madrileense weekblad Estampa stelde dit zogezegde boek van Trotski over Lenin voor in volledige hoofdstukken, die vreselijke beledigingen bevatten tegen de gedachtenis van een man die ik waardeerde en onvergelijkbaar meer waardeer dan wie ook van mijn tijdgenoten. Maar laat ons de valsaards overlaten aan hun lot. De oude Wilhelm Liebknecht, de vader van strijder en onsterfelijke held Karl Liebknecht, herhaalde graag: een revolutionair politicus moet voorzien zijn van een dikke huid. Dokter Stockman raadde diegene die tegen de sociale mening in wenst te gaan, nog nadrukkelijker aan geen nieuwe broek aan te doen. Wij nemen deze twee goede raadgevingen op en gaan over tot de dagorde.

De oorzaken van Oktober

Welke vragen roept de Oktoberrevolutie op bij de nadenkende mens?

(1) Waarom en hoe is de revolutie geslaagd? Concreet: Waarom heeft de proletarische revolutie getriomfeerd in een van de meest achtergestelde landen van Europa? (2) Wat heeft de Oktoberrevolutie gebracht? En ten slotte (3), heeft zij getoond wat zij kan?

Op de eerste vraag, in verband met de oorzaken, kan men al min of meer volledig antwoorden. Ik heb geprobeerd om het zo expliciet mogelijk te doen in mijn Geschiedenis van de Russische revolutie. Hier kan ik alleen maar de belangrijkste conclusies formuleren.

De wet van de ongelijke ontwikkeling

Het feit dat het proletariaat voor de eerste maal aan de macht is gekomen in een land zo achtergesteld als het oude tsaristische Rusland schijnt alleen maar mysterieus bij een eerste aanblik. In werkelijkheid is dat helemaal logisch. Men kan het voorzien en men heeft het voorzien. Meer nog, op het perspectief van dit feit bouwden de marxistische revolutionairen lange tijd hun strategie voor de beslissende gebeurtenissen.

De eerste verklaring is de meest algemene: Rusland is een achtergesteld land maar is alleen maar een deel van de wereldeconomie, een element van het kapitalistische wereldsysteem. In deze zin heeft Lenin het raadsel van de Russische revolutie opgelost door de kernachtige formule: “de ketting is gebroken in haar zwakste schakel.”

Een duidelijke illustratie: de oorlog van 1914, gegroeid uit de tegenstellingen van het wereldimperialisme, betrok in zijn maalstroom alle landen die zich op verschillende ontwikkelingsniveaus bevonden, maar stelde wel dezelfde eisen aan alle deelnemers. Het is duidelijk dat de lasten van de oorlog vooral ondraaglijk moesten zijn voor de meest achtergestelde landen. Rusland was als eerste gedwongen om het terrein af te staan. Maar om zich af te scheiden van de oorlog moest het Russische volk de heersende klassen bevechten. Zo breekt de ketting van de oorlog in zijn zwakste schakel.

Maar de oorlog is geen catastrofe die van buitenaf komt zoals een aardbeving, het is om het te zeggen met de oude Clausewitz, de voortzetting van de politiek met andere middelen. Tijdens de oorlog kwamen de voornaamste neigingen van het imperialistische systeem van de ‘tijd van de vrede’ alleen maar meer op de voorgrond. Hoe beter ontwikkeld de algemene productiekrachten zijn, hoe meer gespannen de wereldconcurrentie, hoe scherper de antagonismen, hoe teugellozer de bewapeningsstrijd, en nog erger is deze situatie voor de zwakste deelnemers. Het is juist daarom dat de achtergestelde landen de eerste plaats bezetten in de serie van de instortingen. De ketting van het wereldkapitalisme heeft altijd de neiging te breken aan de zwakste schakel.

Als gevolg van buitengewoon ongunstige voorwaarden (bijvoorbeeld een zegevierende ‘militaire’ tussenkomst van buitenaf of onherstelbare fouten van de Sovjetregering zelf) zou het Russische kapitalisme zich herstellen op het enorme Sovjetterritorium, zou dan haar onvermijdelijke historische onmacht laten zien, en zou het kapitalisme binnenkort opnieuw het slachtoffer worden van dezelfde tegenstrijdigheden die haar in 1917 tot de explosie geleid hebben. Geen enkel tactisch middel zou leven kunnen geven aan de Oktoberrevolutie als Rusland ze niet in haar lichaam had gedragen. De revolutionaire partij kan alleen maar aanspraak maken op de rol van vroedvrouw die haar toevlucht moet nemen tot een keizersnede.

Men zou mij kunnen verwijten: uw algemene beschouwingen kunnen voldoende uitleggen waarom het oude Rusland, dit land waar het achterlijke kapitalisme bij een miserabele boerenstand bekroond was door een parasitaire adel en een verrotte monarchie, schipbreuk moest leiden. Maar in het beeld van de ketting en de zwakste schakel mist men nog altijd de sleutel van het raadsel zelf. Hoe komt het dat in een achtergesteld land de socialistische revolutie kan triomferen? Maar de geschiedenis kent vele voorbeelden van het verval van landen en culturen met het simultane verval van de oude klassen waarvoor geen enkele progressieve aflosser gevonden was. Het verval van het oude Rusland had op het eerste gezicht het land in een kapitalistische kolonie moeten transformeren, veeleer dan in een socialistische staat.

Deze tegenwerping is zeer interessant. Ze brengt ons onmiddellijk tot de kern van het probleem. En nochtans is deze bedenking gebrekkig, ik zou zeggen ontdaan van interne proportie. Van de ene kant komt ze van een overdreven opvatting over de achterstand van Rusland, van de andere kant van een verkeerde theoretische opvatting over het fenomeen van historische achterstand in het algemeen.

Levende wezens, uiteraard ook mensen, maken volgens hun leeftijd stadia van gelijkaardige ontwikkeling door. Bij een normaal kind van vijf jaar vindt men een zekere overeenkomst tussen het gewicht, de omtrek van de taille en de interne organen. Maar dit is helemaal anders bij het menselijke bewustzijn. In tegenstelling met de anatomie en de fysiologie onderscheidt de psychologie, zowel deze van het individu als deze van de gemeenschap zich door de buitengewone geschiktheid tot assimilatie, door de soepelheid en elasticiteit; hierin bestaat ook het aristocratische voordeel van de mens op zijn meest nabije zoölogische verwanten, de apen. De ontvankelijke en flexibele psyche verleent als noodzakelijke voorwaarde voor historische vooruitgang aan de sociale ‘organismen’, in tegenstelling met de echte organismen, namelijk de biologische, een buitengewone veranderlijkheid van de interne structuur. In de ontwikkeling van naties en staten, de kapitalistische staten in het bijzonder, is er noch gelijkheid noch eenvormigheid. Verschillende graden van cultuur, zelfs polaire tegengestelden, komen dichter bij elkaar en combineren zich in het leven van een en hetzelfde land.

De wet van gecombineerde ontwikkeling

Laat ons niet vergeten, beste toehoorders, dat historische achtergesteldheid een relatieve notie is. Als er achtergestelde en geavanceerde landen zijn, dan is er ook een wederkerige beïnvloeding tussen die landen en is er druk van die landen die voorop liggen op diegene die achtergesteld zijn; er is de noodzakelijkheid voor landen die achterop liggen om de vooruitstrevende landen te vervoegen, om de techniek en wetenschap van hen te ontlenen. Zo ontstaat er een gecombineerd type van ontwikkeling: trekken van achtergesteldheid worden gecombineerd met de laatste ontwikkelingen in de wereldtechniek en gedachten. Ten slotte is het zo dat de landen die economisch achterop liggen, soms genoodzaakt zijn om de andere voorbij te steken om hun achterstand te boven te komen.

De soepelheid van het collectieve bewustzijn zorgt er in zekere omstandigheden voor dat in het sociale strijdperk het resultaat bereikt kan worden dat men in de individuele psychologie de compensatie noemt. In deze zin kan men zeggen dat de Oktoberrevolutie voor de Russische volkeren een heroïsch middel is geweest om hun eigen economische en culturele ondergeschiktheid te boven te komen.

Maar laat ons voorbijgaan aan deze historisch-politieke veralgemeningen, die misschien iets te abstract zijn, om dezelfde vraag te stellen in een concretere vorm, het is te zeggen met betrekking tot de levende economische feiten. De achterstand van het Rusland van het begin van de 20e eeuw komt duidelijker tot uitdrukking in het volgende feit: de industrie bekleedde een kleine plaats in het land, het proletariaat was klein in vergelijking met de boerenstand. In het geheel genomen betekende dit een lage nationale arbeidsproductiviteit. Het volstaat te zeggen dat aan de vooravond van de oorlog, toen het tsaristische Rusland het toppunt van zijn welstand bereikt had, het nationale inkomen acht tot tien maal lager was dan in de Verenigde Staten. Dit legt numeriek de ‘omvang’ uit van de achterstand, als men het woord ‘omvang’ al mag gebruiken met betrekking tot achterstand.

Tezelfdertijd uitte zich in iedere stap op economisch gebied de wet van de gecombineerde ontwikkeling, zowel in de eenvoudige fenomenen als in de complexe fenomenen. Rusland, dat zo goed als geen wegen had, zag zich genoodzaakt spoorwegen te bouwen. Zonder door het Europese ambacht en de manufactuur gegaan te zijn, ging Rusland onmiddellijk over op gemechaniseerde productie. Tussenliggende etappen overslaan is eigen aan landen die achterop liggen.

Terwijl de landbouw veelal op het niveau van de 17e eeuw bleef, bevond de Russische industrie zich – is het niet op gebied van capaciteit, dan toch als type – op het niveau van de geavanceerde landen en stak ze soms voorbij. Het volstaat te zeggen dat de reuzeondernemingen met meer dan duizend werklieden in de Verenigde Staten minder dan 18 procent van het totaal van de industriële werklieden organiseerde en Rusland daarentegen meer dan 41 procent. Dit feit laat zich moeilijk verzoenen met de banale opvatting van de economische achterstand van Rusland. Nochtans spreekt dit feit de achterstand niet tegen, het verdedigt dit op een dialectische manier.

De klassenstructuur van het land had ook hetzelfde tegenstrijdige karakter. Het financiekapitaal van Europa industrialiseerde de Russische economie aan een versneld tempo. De industriële bourgeoisie verkreeg terstond het karakter van het grootkapitaal en werd een vijand van het volk. Bovendien leefden de vreemde aandeelhouders buiten het land. De arbeiders daarentegen waren natuurlijk Russen. Tegenover een numeriek zwakke Russische bourgeoisie, die geen sociale wortels had, stond een relatief sterk proletariaat met diepe wortels in het volk.

Bovenop het revolutionaire karakter van het proletariaat komt nog dat Rusland, dat juist als achtergesteld land de tegenstanders moest vervoegen, er niet toe gekomen was een sociaal conservatisme, of een eigen politiek, uit te bouwen. Als meest conservatief land van Europa, zelfs van heel de wereld, geeft Engeland, het oudste kapitalistische land, mij gelijk. Het land van Europa dat het meest vrij is van conservatisme is naar alle waarschijnlijkheid Rusland. Het Russische proletariaat, jong, fris, vastberaden, besloeg echter nog altijd maar een kleine minderheid van de natie. De reserves van haar revolutionaire macht bevonden zich buiten het proletariaat zelf. In de boerenstand, die leefde in half-lijfeigenschap, en in de onderdrukte nationaliteiten.

De boerenstand

Het agrarische vraagstuk maakte de basis uit van de revolutie. De oude staatsmonarchistische lijfeigenschap was tweemaal zo ondraaglijk in de omstandigheden van de nieuwe kapitalistische uitbuiting. De agrarische gemeenschap bedroeg ongeveer 140 miljoen dessiatienen. Maar 30.000 grootgrondbezitters met ieder een gemiddelde van meer dan 2.000 dessiatienen kwam op een totaal van 7 miljoen dessiatienen, wat zoveel is als ongeveer 10 miljoen boerenfamilies. Deze landstatistieken vormden de grondslag voor het programma van de opstand van de boeren.

De edelman Boborkin schreef in 1917 aan de kamerheer Rodsjanko, de voorzitter van de laatste Doema van de staat: “Ik ben een grootgrondbezitter en het kan er bij mij niet in dat ik mijn land zou moeten verliezen, en dan nog voor een ongelooflijk doel, om met de socialistische leer te experimenteren.” Maar de revoluties hebben juist als taak te voltooien wat niet tot de heersende klassen doordringt.

In de herfst van 1917 was bijna het hele land in de greep van boerenopstanden. Op de 642 districten van het oude Rusland waren er 482, dat is 77 procent, gegrepen door de beweging. De weerglans van het oproer van het dorp verlichte het strijdperk van de opstand in de steden. Maar de oorlog van de boeren tegen de grondbezitters, dit gaat u me verwijten, is een van de klassieke elementen van de burgerlijke revolutie en helemaal niet van de proletarische revolutie!

Ik antwoord: helemaal juist, zo was het in het verleden. Maar de onmacht van de kapitalistische maatschappij in een historisch achtergesteld land werd precies duidelijk doordat de opstand van de boeren de klasse van de Russische bourgeoisie niet vooruitduwde, maar hen daarentegen definitief in het kamp van de reactie stootte. Indien de boerenstand niet ten gronde wou gaan, bleef haar niets anders over dan een overeenkomst met het industriële proletariaat te sluiten. Deze revolutionaire vereniging van twee onderdrukte klassen werd door Lenin op geniale manier voorzien en lang voordien voorbereid.

Als het agrarische vraagstuk op een vastberaden manier was opgelost door de bourgeoisie, zou het Russische proletariaat zeker niet in 1917 aan de macht hebben kunnen komen. Maar de Russische bourgeoisie, begerig en laf, was te laat op het toneel verschenen en was het slachtoffer van een vroege vorm van seniliteit, en raakte met geen vinger aan het feodale eigendom. Zo vertrouwde zij echter de macht toe aan het proletariaat en tezelfdertijd het recht te beschikken over het lot van de burgerlijke maatschappij.

De Sovjetstaat kon maar tot stand komen door een combinatie van twee verschillende factoren die historisch verschillend zijn: de boerenoorlog, het is te zeggen een beweging die eigen is aan de opgang van de burgerlijke ontwikkeling, en de proletarische opstand, die het verval van de bourgeoisbeweging aankondigt. Daarin ligt het gecombineerde karakter van de Russische revolutie.

Wanneer hij eenmaal op zijn achterste poten staat, wordt de boerenbeer geducht in zijn driftigheid. Nochtans is hij niet in staat aan zijn woede een bewuste uitdrukking te geven. Hij heeft nood aan een leider. Voor de eerste maal in de geschiedenis van de wereld heeft de oproerige boerenstand in de persoon van het proletariaat een loyale leider gevonden. Vier miljoen industriële en transportarbeiders leidden 100 miljoen boeren. Dat was het natuurlijke en onvermijdelijke verband tussen het proletariaat en de boerenstand in de revolutie.

Het nationale vraagstuk

De tweede revolutionaire kracht van het proletariaat was samengesteld uit onderdrukte naties, die eveneens een vooral overwegende boerenstand hadden. Het uitbreidende karakter van de ontwikkeling van de staat, die zich uitstrekt zoals een vetvlek van Moskou tot aan de omgeving, is nauw verbonden aan de historische achterstand van het land. In het Oosten maakt de achterstand de volkeren die nog meer achterstand hebben afhankelijk om beter de meer ontwikkelde volkeren van het Westen te bedwingen. Aan de 70 miljoen Groot-Russen, die de belangrijkste massa van de bevolking uitmaakten, voegden zich achtereenvolgens 90 miljoen andere buitenlanders.

Zo ontstond het rijk wiens overheersende nationaliteit maar 43 procent van de bevolking uitmaakte, terwijl de andere 57 procent nationaliteiten van verschillende cultuur en regime zijn. De nationale druk was in Rusland onvergelijkbaar brutaler dan in de naburige staten en eigenlijk niet alleen van diegenen die aan de andere kant van de west grens lagen, maar ook van de grens ten oosten. Dit verleende aan het nationaal probleem een enorme explosieve kracht.

De liberale Russische bourgeoisie wou noch in het nationale vraagstuk, noch in het agrarische boven zekere verzuchtingen gaan van het regime van verdrukking en geweld. De ‘democratische’ regeringen van Miliukov en Kerenski die de belangen van de bourgeoisie en van de Groot-Russische bureaucratie weergaven, haastten zich gedurende acht maand van hun bestaan juist om aan de ontevreden naties te laten verstaan: je verkrijgt alleen maar datgene wat je ontrukt door geweld.

Lenin had heel snel de onvermijdelijkheid in overweging genomen van de ontwikkeling van de middelpuntvliedende nationale beweging. De bolsjewistische partij vocht gedurende jaren halsstarrig voor het recht op zelfbeschikking van de naties, het is te zeggen voor het recht op de volledige scheiding van de staat. Het is maar door deze moedige positie in het nationale vraagstuk dat het Russische proletariaat stilaan het vertrouwen kon winnen van de onderdrukte volkeren. De nationale bevrijdingsbeweging keerde zich net als de boerenbeweging krachtig tegen de officiële democratie, versterkte het proletariaat, en wierp zich in het ‘bed’ van de opstand.

De permanente revolutie

Zo onthult zich stilaan voor ons het raadsel van de proletarische opstand in een land dat historisch achterop ligt. Lang voor de gebeurtenissen hebben de marxistische revolutionairen de gang van de revolutie en de historische rol van het jonge Russische proletariaat voorzien. Misschien zal men mij toelaten om hier een uittreksel te geven van mijn eigen werk over het jaar 1905:

“In een land dat economisch achterstaat, kon het proletariaat eerder aan de macht komen dan in een vooruitstrevend kapitalistisch land. (…) De Russische revolutie schept zulke voorwaarden waarin de macht gegeven kan worden (en met de overwinning van de revolutie, gegeven moet worden) aan het proletariaat zelfs voordat de politiek van het bourgeois-liberalisme de mogelijkheid gehad heeft in heel haar omvang, haar genie wat de staat betreft ten toon ten spreiden. (…) Het lot van de meest elementaire revolutionaire belangen is verbonden het lot van de revolutie, het is te zeggen aan het lot van het proletariaat. Het proletariaat dat aan de macht komt zal aan de boerenstand verschijnen als de klassenbevrijdster. (…) Het proletariaat komt de regering binnen als een revolutionaire vertegenwoordiger van de natie, als erkend leider van het volk in de strijd tegen het absolutisme en de barbaarsheid van het lijfeigenschap. (…) Het proletarische regime zal zich vanaf het begin moeten uitspreken voor de oplossing van het agrarische vraagstuk waaraan het vraagstuk verbonden is van het lot van de machtige Russische volksmassa’s”.

Ik heb de vrijheid genomen deze citaten te brengen als bewijs dat de theorie van de Oktoberrevolutie, die door mij vandaag voorgesteld wordt, geen snelle improvisatie is en niet gemaakt is onder de druk van de gebeurtenissen. Nee, deze theorie werd geuit onder de vorm van een politieke pronostiek lang voor de opstand van oktober. U zult akkoord zijn dat de theorie alleen maar in het algemeen waarde heeft in de mate waarin ze helpt de loop van de ontwikkeling te voorzien en haar te beïnvloeden in haar doelstellingen. Hierin bestaat, om in het algemeen te spreken, de onschatbare belangrijkheid van het marxisme als sociaal en historisch oriënteringswapen. Het spijt mij dat het enge kader van de uiteenzetting mij niet toelaat verder in te gaan op de voorgaande citaten, het is daarom dat ik mij tevreden stel met een korte samenvatting van het hele werk van 1905.

“Volgens haar onmiddellijke taken is de Russische revolutie een burgerlijke revolutie. Maar de Russische bourgeoisie is antirevolutionair. Bijgevolg is de overwinning van de revolutie alleen maar mogelijk als de overwinning van het proletariaat. Het zegevierende proletariaat zal echter niet stoppen bij het programma van de burgerlijke democratie, maar zal overgaan op het programma van het socialisme. De Russische revolutie zal de eerste stap worden van de socialistische wereldrevolutie.”

Zo was de theorie van de permanente revolutie die door mij geformuleerd werd in 1905 en sindsdien aan de meest scherpe kritiek blootgesteld werd onder de naam ‘trotskisme’. Of beter gezegd: het is maar een gedeelte van deze theorie. Het andere gedeelte, nu heel actueel, stelt:

“De huidige productieve krachten hebben sinds lang de nationale grenzen overschreden. De socialistische maatschappij is onrealiseerbaar binnen de nationale grenzen. Hoe belangrijk de economische successen ook kunnen zijn van een geïsoleerde arbeidersstaat, toch is het programma van het ‘socialisme in één land’, een kleinburgerlijke utopie. Alleen een Europees verbond, en dan een wereldverbond van socialistische republieken, kan de weg openen naar een harmonische socialistische maatschappij.”

Vandaag, na het bewijs van de gebeurtenissen, zie ik minder redenen dan ooit om mijn theorie te herroepen.

Het bolsjewisme

Na al wat gezegd is, is het dan nog de moeite zich de fascist Malaparte te herinneren, die mij een tactiek toeschrijft los staat van strategie en neerkomt op een reeks technische recepten voor de opstand, die altijd toepasselijk zijn en onder alle meridianen? Het is toch goed dat de naam van de ongelukkige theoreticus van de staatsgreep hem zonder moeite laat onderscheiden van de zegevierende practicus van de staatsgreep. Zo riskeert niemand Malaparte met Bonaparte te verwarren.

Zonder de gewapende opstand van 1917 van 7 november zou de Sovjetstaat niet bestaan. Maar de opstand zelf was niet uit de hemel gevallen. Voor de Oktoberrevolutie waren er een reeks historische premissen noodzakelijk.

1. De verrotting van de oude heersende klassen, van de adel, van de monarchie, van de bureaucratie.
2. De politieke zwakte van de bourgeoisie, die geen enkele wortel had in de massa’s.
3. Het revolutionaire karakter van het agrarische vraagstuk.
4. Het revolutionaire karakter van de onderdrukte nationaliteiten.
5. Het belangrijke sociale gewicht van het proletariaat.

Aan deze organische premissen moet men de zeer belangrijke conjuncturele voorwaarden toevoegen:

6. De revolutie van 1905 was de grote school of, volgens de uitdrukking van Lenin, de generale repetitie voor de revolutie van 1917. De sovjets, als onvervangbare organisatievorm van het enige proletarische front in de revolutie, werden voor de eerste maal gevormd in 1905.
7. De imperialistische oorlog verscherpte alle tegenstellingen, rukte de massa’s die achter lagen uit hun staat van onbeweeglijkheid en bereidde zo het grootse karakter van de catastrofe voor.

Maar al deze voorwaarden, voldoende opdat de revolutie zou uitbreken, waren onvoldoende om de overwinning van het proletariaat in de revolutie te verzekeren. Voor deze overwinning was nog een voorwaarde noodzakelijk.

8. De bolsjewistische partij.

Als ik deze voorwaarde als laatste in de rij opnoem is dit niet omdat dat overeenkomt met het logische gevolg en ook niet omdat ik aan de partij de minst belangrijke plaats toe ken. Nee, ik ben heel ver verwijderd van deze gedachte. De liberale bourgeoisie kan de macht veroveren en heeft ze al dikwijls genomen als resultaat van gevechten waaraan ze niet had deelgenomen. Zij beschikt daarom over grijporganen die prachtig ontwikkeld zijn. Nochtans bevinden de werkzame massa’s zich in een andere situatie; men heeft ze gewoon gemaakt om te geven en niet om te nemen. Ze werken geduldig zolang het gaat. Ze hopen, verliezen geduld, richten zich op, vechten, sterven, brengen de overwinning aan de anderen, worden bedrogen, vervallen in ontmoediging, buigen opnieuw en werken opnieuw. Dat is het verhaal van de volksmassa onder alle regimes. Om vast en zeker de macht in handen te nemen, heeft het proletariaat een partij nodig die de andere partijen ver overtreft in klaarheid van gedachten en in revolutionaire vastberadenheid.

De partij van de bolsjewieken, die men meer dan één keer terecht als de meest revolutionaire partij in de geschiedenis van de mensheid omschreven is, was de levende condensatie van de moderne geschiedenis van Rusland, van alles wat in Rusland dynamisch was. Reeds lang was de val van de monarchie de noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van de economie en van de cultuur geworden. Maar de krachten ontbraken om op deze taak te antwoorden. De bourgeoisie schrok voor de revolutie. De intellectuelen poogden de boerenstand op de been te krijgen. Ongeschikt om zijn eigen smarten en zijn doelstellingen te veralgemenen, liet de moezjiek deze vermaning onbeantwoord. De intelligentsia bewapende zich met dynamiet. Een hele generatie kwijnde weg in dit gevecht.

Op 1 maart 1887 voerde Alexander Oeljanov de laatste van de grote terroristische aanvallen uit. De aanvalspoging tegen Alexander III mislukte. Oeljanov en de andere deelnemers werden opgehangen. De poging om de revolutionaire klasse te vervangen door een scheikundig preparaat had schipbreuk geleden. Zelfs de meest heroïsche intelligentsia zijn niets zonder de massa. Onder de onmiddellijke invloed van deze feiten en conclusies groeide en vormde zich de jongste broer van Oelanov, Vladimir, de toekomstige Lenin, de grootste figuur van de Russische geschiedenis. Vroeg in zijn jeugd plaatste hij zich op het terrein van het marxisme en richtte zijn blik naar het proletariaat. Zonder een moment het dorp uit het oog te verliezen zocht hij de weg naar de boerenstand langs de arbeiders. Van zijn revolutionaire voorgangers erfde hij de vastberadenheid, de capacitiet van zelfopoffering, de wil om tot het uiterste te gaan. In zijn jeugdjaren werd Lenin de meester van de nieuwe intellectuele generatie en van de geavanceerde arbeiders. In stakingen en straatgevechten, in gevangenissen en in deportatie verkregen de arbeiders de noodzakelijke ervaring.

Maar de schijnwerper van het marxisme was voor hen noodzakelijk om in de duisternis van de autocratie hun historische weg te belichten. In 1883 ontstond onder de emigranten de eerste marxistische groep. In 1898, op een clandestiene bijeenkomst werd de schepping van de sociaal-democratische Russische arbeiderspartij geproclameerd (in die tijd heetten wij de sociaal-democraten). In 1903 vond de scheuring plaats tussen de bolsjewieken en de mensjewieken en in 1912 werd de bolsjewistische fractie een onafhankelijke partij.

De partij leerde de dynamiek van de klassen van de maatschappij herkennen in de gevechten, in grote gebeurtenissen, gedurende 12 jaar (1905-1917). Wij voedden kaders op, geschikt zowel voor initiatief als tot gehoorzaamheid. De discipline van revolutionaire actie steunde op de eenheid van de leer, de tradities van de gemeenschappelijke strijd en het vertrouwen ten overstaan van een beproefde leiding.

Zo was de partij in 1917. Terwijl de officiële ‘publieke opinie’ en tonnen papier van de intellectuele pers, de partij verachtte, oriënteerde de partij zich volgens de beweging van de massa’s. Ze hield de hefboom stevig vast boven fabrieken en regimenten. De boerenmassa’s keerden zich altijd meer naar haar. Als men het beschouwt per natie, niet de geprivilegieerde toppen, maar de meerderheid van het volk, het is te zeggen de arbeiders en boeren, werd het bolsjewisme tijdens het jaar 1917 de echte nationale Russische partij.

In 1917 gaf Lenin, genoodzaakt om zich schuil te houden, het signaal: “De crisis is rijp, het uur van de opstand nadert.” Hij had gelijk. De heersende klassen waren in een impasse beland in het oog van de problemen van de oorlog en de nationale bevrijding. De bourgeoisie verloor definitief het hoofd. De democratische partijen, de mensjewistische en sociaal-revolutionairen joegen het laatste restje van hun vertrouwen bij de massa’s uiteen door de imperialistische oorlog te steunen, door de politiek van compromissen en toegevingen aan de burgerlijke en feodale eigenaars. Het wakker geworden leger wou niet meer vechten voor de haar vreemde doelstellingen van het imperialisme. Zonder aandacht te schenken aan de democratische raadgevingen joeg de boerenstand de grondbezitters van hun domeinen weg. De nationaliteiten uit de periferie, verdrukt door de regering, richtten zich tegen de bureaucratie van Petersburg. In de belangrijkste raden van arbeiders en soldaten overheersten de bolsjewieken. De arbeiders en soldaten eisten daden. Het abces was rijp. Er was een slag van het ontleedmes nodig.

De opstand was alleen mogelijk onder deze sociale en politieke omstandigheden. En ze was ook onvermijdelijk. Maar men mag niet spelen met de opstand. Wee de chirurg die slordig met het ontleedmes omgaat! De opstand is een kunst. Zij heeft haar wetten en haar regels.

De partij voerde de Oktoberopstand met een koude berekening en een vurige vastberadenheid door. Juist daardoor triomfeerde ze bijna zonder slachtoffers. In de regerende sovjets plaatsten de bolsjewieken zich aan het hoofd van het land dat een zesde van het aardoppervlak bestrijkt.

Men kan veronderstellen dat de meeste van mijn toehoorders van vandaag zich in 1917 helemaal niet bezighielden met politiek. Zoveel te beter. De jonge generatie heeft voor zich heel wat interessante zaken, maar ook dingen die niet altijd gemakkelijk zijn. Maar de vertegenwoordigers van de oude generatie in deze zaal zullen zich nog heel goed herinneren hoe de bolsjewieken onthaald werden als aan curiositeit, een misverstand, een schandaal, het meeste nog als een nachtmerrie die moest verdwijnen bij de eerste zonnestraal. De bolsjewieken hielden 24 uren stand, een week, een maand, een jaar. De tegenstanders moesten altijd maar de nachtmerrie verlengen. De heersers van de gehele wereld bewapenden zich tegen de eerste arbeidersstaat: er kwam een burgeroorlog, opeenvolgende tussenkomsten, blokkades. Zo ging het ene jaar na het andere voorbij. De geschiedenis heeft ondertussen vijftien jaren van het bestaan van de Sovjetmacht moeten registreren.

>> DEEL 2 van deze tekst

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie