Derde bijlage: historische toelichting bij het vraagstuk van de theorie van de ‘permanente revolutie’

In het Aanhangsel bij het eerste deel van deze “Geschiedenis” namen wij betrekkelijk lange uittreksels op uit een serie artikelen die door de schrijver van dit werk in maart 1917 in New York geschreven werden en uit zijn latere polemische opstellen tegen professor Pokrovski. In beide gevallen gaat het om een onderzoek naar de drijfkrachten van de Russische en gedeeltelijk ook van de internationale revolutie. Rond deze kwestie vormden zich sinds het begin van deze eeuw fundamentele principiële groeperingen in het Russische revolutionaire kamp. Deze kregen met de opkomst van de revolutionaire vloed steeds meer een programmatisch-strategisch en tenslotte ook een onmiddellijk tactisch karakter. De jaren 1903-1906 vormen een tijd van intensieve formering van de politieke richtingen in de toenmalige Russische sociaaldemocratie. Ons werk “Resultaten en vooruitzichten” heeft op die tijd betrekking. Het werd broksgewijze en naar aanleiding van verschillende kwesties geschreven. De gevangenschap van december 1905 stelde de schrijver in de gelegenheid zijn opvattingen over het karakter van de Russische revolutie en haar vooruitzichten meer systematisch uiteen te zetten. Als boek verscheen dit werk in het Russisch in 1906. Opdat de uittreksels die wij hieronder uit dit werk afdrukken een juiste plaats in de geest van de lezer innemen, willen wij er nog eens aan herinneren dat in de jaren 1904/05 geen enkele van de Russische marxisten de gedachte van een mogelijkheid van de opbouw van de socialistische maatschappij in één land in het algemeen, en in Rusland in het bijzonder, verdedigde of verkondigde. Deze opvatting werd voor het eerst ongeveer twintig jaar later, in de herfst van 1924, in de pers verkondigd. Zowel in de tijd van de eerste revolutie, als in de jaren tussen de beide revoluties werd de strijd over de loop van de burgerlijke revolutie gevoerd en niet over de kansen en mogelijkheden van een socialistische revolutie. Alle tegenwoordige aanhangers van de theorie van het socialisme in één land beperkten in die tijd zonder uitzondering het vooruitzicht van de Russische revolutie tot een burgerlijk-democratische republiek en hielden tot april 1917 niet alleen de opbouw van het nationale socialisme, maar ook de machtsverovering door de Russische arbeidersklasse voor onmogelijk zolang niet de arbeidersheerschappij in de meer ontwikkelde landen gevestigd was.

Onder “trotskisme” werd in de tijd van 1905/1917 die revolutionaire opvatting verstaan volgens welke de burgerlijke revolutie in Rusland slechts in staat zou zijn haar taak te vervullen door de arbeidersklasse aan de macht te brengen. Pas in de herfst van 1924 begon men onder “trotskisme” een opvatting te verstaan, volgens welke de Russische arbeidersklasse, eenmaal aan de macht gekomen, niet in staat zou zijn op eigen krachten een nationale socialistische maatschappij op te bouwen.

Voor het gemak van de lezer willen wij de strijd schematisch weergeven in de vorm van een dialoog, waarbij onder de letter T de vertegenwoordiger van de “trotskistische” leer optreedt en onder de letter S een van die Russische “practici” die momenteel de Sovjetbureaucratie belichamen.

1905/1917

  1. De Russische revolutie zal haar democratische taak, in de eerste plaats het agrarisch vraagstuk, niet kunnen vervullen zonder de arbeidersklasse aan de macht te brengen.
  2. Maar dat betekent toch een arbeidersheerschappij!
  3. Ongetwijfeld.
  4. In het achterlijke Rusland? Eerder dan in de ontwikkelde kapitalistische landen?
  5. Inderdaad.
  6. Jij ziet echter het Russische dorp over het hoofd, d.w.z. de achterlijke boeren, die nog gedeeltelijk in lijfeigenschap leven.
  7. Integendeel: juist uit het ingrijpende agrarische vraagstuk vloeit direct de verwachting van de arbeidersheerschappij in Rusland voort.
  8. Je ontkent derhalve de burgerlijke revolutie?
  9. Neen, ik tracht slechts aan te tonen dat deze in de loop van haar ontwikkeling tot de arbeidersheerschappij leidt.
  10. Maar dat betekent toch dat Rusland rijp is voor de opbouw van het socialisme?
  11. Neen, dat betekent het niet. De historische ontwikkeling heeft niet zo’n planmatig en harmonisch karakter. De verovering van de macht van de arbeidersklasse in het achterlijke Rusland vloeit onvermijdelijk voort uit de machtsverhoudingen in de burgerlijke revolutie. Welke verdere economische vooruitzichten de arbeidersheerschappij vervolgens opent, hangt af van de Russische en internationale voorwaarden waaronder deze gevestigd wordt. Zelfstandig kan Rusland stellig niet tot het socialisme komen. Maar Rusland kan door het openen van het tijdperk van socialistische veranderingen wel een stoot geven tot de socialistische ontwikkeling in Europa en daarmee tot socialisme komen indien het op sleeptouw wordt genomen door de ontwikkelde landen.

1917/1923

  1. Trotski “heeft nog vóór de revolutie van 1905 de merkwaardige en vooral nu belangrijke theorie van de permanente revolutie opgesteld, waarbij hij beweerde dat de burgerlijke revolutie in Rusland direct in een socialistische zou overgaan en de eerste in een reeks nationale revoluties zou zijn.” (Uit een opmerking in Lenins “Verzamelde Werken” die nog tijdens zijn leven verschenen).

1924/1932

  1. Je ontkent derhalve dat onze revolutie tot het socialisme leiden kan?
  2. Ik blijf net als vroeger van mening dat onze revolutie tot het socialisme leiden kan en leiden moet, doordat zij een internationaal karakter krijgt.
  3. Je gelooft derhalve niet in de innerlijke krachten van de Russische revolutie?
  4. Merkwaardig dat mij dat niet belet heeft de arbeidersheerschappij te voorspellen en te propageren in een tijd waarin jij deze als een utopie van de hand wees.
  5. Maar jij ontkent toch de socialistische revolutie in Rusland?
  6. Tot april 1917 heb je mij ervan beschuldigd dat ik de burgerlijke revolutie ontkende. Het geheim van uw tegenstrijdigheden op theoretisch gebied is daarin gelegen dat je ver bij het historisch proces ten achter gebleven waart en dit nu zou willen inhalen. Hierin is, tussen twee haakjes, ook het geheim van uw fouten op economisch gebied gelegen.

De lezer moet steeds deze drie historische fasen in de ontwikkeling van de revolutionaire opvattingen in Rusland in het oog houden om de werkelijke inhoud van de tegenwoordige strijd tussen de fracties en groeperingen binnen het Russische communisme juist te kunnen beoordelen.

uittreksels uit het werk van het jaar 1905

“Resultaten en vooruitzichten”: 4. Revolutie en arbeidersklasse

De arbeidersklasse groeit en wordt sterker met de groei van het kapitalisme. In deze zin is de ontwikkeling van het kapitalisme de ontwikkeling van de arbeidersheerschappij. De dag en het uur waarop de macht in handen van de arbeidersklasse zal overgaan, hangen echter niet in de eerste plaats af van het peil der productiekrachten, maar van de voorwaarden van de klassenstrijd, van de internationale situatie en tenslotte van een aantal subjectieve factoren als traditie, initiatief, strijdlust…

De arbeidersklasse kan in een economisch achterlijk land eerder de macht krijgen dan in een kapitalistisch ontwikkeld land…

De voorstelling van een automatische afhankelijkheid van een arbeidersregime van de technische krachten en middelen van het land is een vooroordeel van een uiterst simplistisch “economisch” materialisme. Een dergelijke opvatting heeft met marxisme niets te maken.

De Russische Revolutie schept naar onze mening de voorwaarden waaronder de macht op de arbeidersklasse kan overgaan (bij een overwinning van de revolutie zelfs moet overgaan), nog voordat de burgerlijk liberale politici de gelegenheid krijgen om hun staatkundig genie geheel te ontplooien.

Het marxisme is in de eerste plaats een methode van onderzoek – niet onderzoek van teksten, maar onderzoek van sociale verhoudingen. Is het, toegepast op Rusland, juist dat de zwakte van het kapitalistische liberalisme altijd een zwakte van de arbeidersbeweging betekent?

De getalsterkte van het industrieproletariaat, zijn geconcentreerdheid, zijn cultureel peil en zijn politieke betekenis hangen ongetwijfeld af van de ontwikkelingsgraad van de kapitalistische industrie. Deze afhankelijkheid is echter niet direct. De op het gegeven tijdstip in het land bestaande productiekrachten en de politieke krachten van zijn klassen worden doorkruist door verschillende sociaal-politieke factoren van nationale en internationale aard, en deze vervormen of veranderen zelfs geheel de politieke uitdrukking van de economische betrekkingen. Ofschoon de industriële productiekrachten in de Verenigde Staten tien maal groter zijn dan bij ons, is de politieke rol van de Russische arbeidersklasse, haar invloed op de politiek van het land en haar mogelijkheid van directe beïnvloeding van de wereldpolitiek oneindig veel groter dan de rol en de betekenis van de Amerikaanse arbeidersklasse.

  1. De arbeidersklasse aan de macht en de boeren

In geval van een beslissende overwinning van de revolutie gaat de macht over op die klasse, welke de leidende rol in de strijd gespeeld heeft – m.a.w. op de arbeidersklasse. Natuurlijk sluit dit, wij erkennen het volmondig, geenszins uit dat revolutionaire vertegenwoordigers van niet-proletarische groepen in de maatschappij aan de regering deelnemen… Het is slechts de vraag wie de inhoud van de regeringspolitiek bepaalt en wie de hechte meerderheid in haar vormt. Het is iets anders of aan een regering, die in meerderheid een arbeidersregering is, vertegenwoordigers van democratische volksgroepen deelnemen – dan wel of aan een uitgesproken burgerlijk-democratische regering vertegenwoordigers van de arbeidersklasse in de rol van min of meer eerbiedwaardige gijzelaars deelnemen.

De arbeidersklasse zal zijn macht niet kunnen handhaven zonder de basis van de revolutie te verbreden. Talrijke groepen uit de arbeidende massa’s, vooral op het platteland, zullen voor het eerst in de revolutie betrokken worden en een politieke organisatie pas krijgen nadat de voorhoede van de revolutie, de stedelijk arbeidersklasse, het roer van de staat in handen zal hebben.

…Het karakter van onze sociaal-historische verhoudingen, waardoor de gehele last van de burgerlijke revolutie op de schouders van de arbeidersklasse afgewenteld wordt, zal voor de arbeidersregering niet alleen ontzaglijke moeilijkheden scheppen, maar haar ook, althans in de eerste periode van haar bestaan, onschatbare voordelen bieden. Dit zal in de betrekkingen tussen arbeiders en boeren tot uiting komen.

De Russische revolutie belet – en zal dat nog lange tijd doen – de vestiging van enig burgerlijk constitutioneel regime dat de meest eenvoudige taken van de democratie zou kunnen oplossen… Dientengevolge is het lot van de meest elementaire revolutionaire belangen van de boeren – zelfs van alle boeren als een stand – met het lot van de gehele revolutie, d.w.z. met het lot van de arbeidersklasse verbonden. De boeren zullen de arbeiders aan de macht als een klasse van bevrijders zien.

Zullen de boeren echter de arbeiders niet verdringen en diens plaats innemen? Dit is onmogelijk. Elke historische ervaring verzet zich tegen een dergelijke veronderstelling. Zij leert dat de boeren absoluut onbekwaam zijn tot een zelfstandige politieke rol.

De Russische burgerij staat aan de arbeidersklasse alle revolutionaire stellingen af. Zij zal ook de revolutionaire hegemonie over de boeren moeten afstaan. In de situatie die door de overgang van de macht op de arbeidersklasse zal ontstaan, zal de boeren niets anders overblijven dan zich bij het democratische arbeidersbewind aan te sluiten. Ook al doen zij dit niet meer van harte, dan waarmee zij zich gewoonlijk bij het burgerlijk regime plegen aan te sluiten! Terwijl elke burgerlijke partij die de boeren achter zich heeft, zich echter haast om haar macht te benutten, om de boeren te plunderen en in al hun hoop en verwachtingen teleur te stellen, om vervolgens in het ergste geval haar plaats aan een andere kapitalistische partij af te staan, zal de arbeidersklasse, steunend op de boeren, alle krachten in beweging zetten om het culturele peil van het dorp en het politiek inzicht van de boeren te verhogen.

  1. Het arbeidersregime

De arbeidersklasse kan slechts steunend op een nationale opbloei, op de geestdrift van het hele volk, aan de macht komen. De arbeidersklasse zal de regering overnemen als revolutionair vertegenwoordiger van de natie, als erkend volksleider in de strijd tegen absolutisme en barbaarse lijfeigenschap. Eenmaal aan de macht gekomen, zal de arbeidersklasse echter een nieuw tijdperk openen – een tijdperk van revolutionaire wetgeving, positieve politiek – en hier is het geenszins zeker dat ze de rol van erkend vertegenwoordiger van de natie zal blijven behouden.

Elke volgende dag zal de politiek van de aan de macht zijnde arbeidersklasse verdiepen en het klassenkarakter ervan voortdurend sterker bepalen. Tegelijkertijd zal de revolutionaire band tussen arbeiders en natie verbroken worden, de verbrokkeling van de boeren in verschillende klassen zal in politieke vormen tot uiting komen en het antagonisme tussen de verschillende delen zal in dezelfde mate toenemen als de politiek van de arbeidersregering zich uit een algemeen democratische tot een klassenmatig bepaalde zal ontwikkelen.

De opheffing van de wettelijke beperkingen voor de boeren zal door alle boeren als een zekere stand van horigen gesteund worden… De wetgevende maatregelen ter bescherming van het landbouwproletariaat zullen echter niet alleen niet deze daadwerkelijke sympathie bij de meerderheid ondervinden, maar zelfs op daadwerkelijke tegenstand van de minderheid stuiten. De arbeidersklasse zal zich genoodzaakt zien de klassenstrijd in het dorp te brengen en daarmee de belangengemeenschap te verstoren die ongetwijfeld, hoewel in betrekkelijk beperkte mate, onder alle boeren bestaat. De arbeidersklasse zal reeds in de eerste maanden na aanvaarding van de heerschappij zijn steun moeten zoeken in de tegenstellingen tussen armen en rijken in de dorpen, landbouwproletariaat en akkerbouwende bourgeoisie.

Indien de macht zich in handen van een revolutionaire regering met een socialistische meerderheid bevindt, verliest het onderscheid tussen minimum- en maximumprogramma terstond zowel zijn principiële alsook zijn onmiddellijk praktische betekenis. Het zal voor een arbeidersregering volslagen onmogelijk zijn binnen deze begrenzing te blijven.

Terwijl zij niet als machteloze gijzelaars, maar als leidende kracht in de regering treden, vernietigen de vertegenwoordigers van de arbeidersklasse daardoor alleen reeds de grens tussen minimum- en maximumprogramma, d.w.z. zij stellen het collectivisme aan de orde. Het hangt van de machtsverhoudingen en geenszins van de oorspronkelijke bedoelingen van de arbeiderspartij af op welk punt van deze weg de arbeidersklasse halt zal moeten houden.

Om deze reden kan er geen sprake zijn van een bijzondere vorm van arbeidersheerschappij in de burgerlijke revolutie, als bijvoorbeeld van een democratisch arbeidersregime (of van de arbeiders en de boeren). De arbeidersklasse zal niet in staat zijn om het democratisch karakter van haar bewind te verzekeren zonder de grenzen van haar democratisch programma te overschrijden. Elke illusie hieromtrent zou verderfelijk zijn.

Eenmaal in het bezit van de macht, zal de arbeiderspartij tot het einde toe vechten om deze te behouden. Terwijl de propaganda en de organisatie een van de middelen van deze strijd tot behoud en versterking van de macht zijn, vooral op het platteland, zal de collectivistische politiek het andere middel zijn. Het collectivisme zal niet alleen onvermijdelijk uit de positie van de regerende partij voortvloeien, maar ook een middel zijn om deze positie, steunend op de arbeidersklasse, te handhaven.

Toen in de socialistische pers de gedachte van de onafgebroken revolutie verkondigd werd, die de liquidatie van het absolutisme en de burgerlijke lijfeigenschap met de socialistische omwenteling verbond door een reeks toenemende sociale conflicten, opstanden van nieuwe groepen onder de massa’s, voortdurende aanvallen van de arbeidersklasse tegen de politieke en economische voorrechten van de heersende klassen, hief onze vooruitstrevende pers een algemeen gehuil van verontwaardiging aan.

De meer radicale vertegenwoordigers van diezelfde democratie… houden niet alleen reeds de gedachte aan een arbeidersregering in Rusland voor fantastisch, maar verwerpen ook de mogelijkheid van een socialistische revolutie in Europa in de nabije toekomst. De noodzakelijke voorwaarden zouden nog niet aanwezig zijn. Is dit zo? Het gaat er natuurlijk niet om een termijn voor de socialistische revolutie te bepalen, maar om haar in verband met haar reële historische vooruitzichten te beschouwen…

(Verder volgen een onderzoek naar de algemene voorwaarden van de socialistische maatschappij en bewijzen voor het feit dat toen reeds – in het begin van de XXste eeuw – deze voorwaarden aanwezig waren op Europese en op wereldschaal).

…De socialistische productie zou reeds niet meer binnen de besloten grenzen van afzonderlijke staten kunnen plaatsvinden – zowel om economische als om politieke redenen.

  1. De arbeidersregering in Rusland en het socialisme

Wij hebben boven aangetoond dat de objectieve voorwaarden voor de socialistische revolutie reeds door de economische ontwikkeling van de moderne kapitalistische landen geschapen zijn. Wat is er echter in dit opzicht over Rusland te zeggen? Mag men verwachtende dat de overgang van de macht op de Russische arbeidersklasse het begin van een hervorming van onze nationale huishouding op socialistische grondslag zal zijn?

De Parijse arbeiders hebben, zoals Marx zelf zegt, geen wonderen van de Commune verwacht. Men moet ook nu plots geen wonderen verwachten van de arbeidersheerschappij. De staatsmacht is niet almachtig. Het zou onzinnig zijn te menen dat het voldoende was dat de arbeidersklasse de macht kreeg om door middel van enkele decreten het kapitalisme door het socialisme te vervangen. Een economisch regime is niet een product van een ingrijpen van staatswege. De arbeidersklasse zal niet meer kunnen doen dan met alle mogelijke energie de staatsmacht in het werk stellen om de weg van de economische ontwikkeling in de richting van het collectivisme te vergemakkelijken en te verkorten.

De socialisering van de productie zal met die takken beginnen die de minste moeilijkheden daartoe opleveren. De gesocialiseerde productie zal in de eerste tijd oases vormen die met de particuliere ondernemingen door de wetten van het ruilverkeer verbonden zijn. Hoe groter het terrein zal zijn dat de reeds gesocialiseerde productie bestrijkt, des te meer zullen de voordelen ervan in het oog springen, des te zekerder zal het nieuwe politieke regime zich voelen en des te stoutmoediger zullen de verdere economische maatregelen van de arbeidersklasse zijn. Dit zal bij deze maatregelen niet alleen op de nationale productiekrachten kunnen steunen en ook werkelijk steunen, maar ook op de internationale techniek, evenals het bij zijn revolutionaire politiek niet alleen op de ervaring van de nationale klassenverhoudingen, maar ook op de gehele historische ervaring van de internationale arbeidersklasse steunt.

Het arbeidersregime zal van bij het begin moeten overgaan tot een oplossing van het agrarisch vraagstuk, waarmee het lot van reusachtige bevolkingsgroepen van Rusland onlosmakelijk verbonden is. De arbeidersklasse zal bij de oplossing van dit vraagstuk, net als bij alle overige vraagstukken, moeten uitgaan van het voornaamste doel van zijn economische politiek: een zo breed mogelijk terrein te verkrijgen voor de organisatie van de socialistische maatschappij, – waarbij de vormen en het tempo van deze politiek in het agrarisch vraagstuk bepaald zullen moeten worden zowel door die materiële hulpbronnen waarvan de arbeidersklasse zich meester kan maken, alsook door de noodzakelijkheid om zodanig op te treden dat eventuele bondgenoten niet in de armen van de contrarevolutionairen worden gedreven.

Hoever kan de socialistische politiek van de arbeidersklasse onder de economische voorwaarden in Rusland echter gaan? Men mag met stelligheid beweren dat zij veel eerder op politieke belemmeringen dan op de technische achterlijkheid van het land zal stuiten. De Russische arbeidersklasse zal zonder directe hulp van staatswege van de kant van de Europese arbeidersklasse niet aan de macht kunnen blijven en haar tijdelijke heerschappij niet in een socialistisch bewind van lange duur kunnen omzetten…

Politiek optimisme kan van tweeërlei aard zijn. Men kan zijn krachten overdrijven en de voordelen van de revolutionaire situatie overschatten en zich een taak stellen die bij de gegeven machtsverhoudingen onmogelijk te vervullen is. Men kan echter ook omgekeerd optimistisch aan zijn revolutionaire taak een grens stellen, over welke de werkelijke situatie ons onverbiddelijk heendrijft.

Men kan het kader van alle revolutionaire vraagstukken beperken door te beweren dat onze revolutie naar haar objectieve doeleinden en derhalve ook naar de onvermijdelijke resultaten burgerlijk is, en men kan daarbij de ogen sluiten voor het feit dat de arbeidersklasse, dat door de hele loop van de revolutie aan de macht gebracht wordt, de voornaamste drijvende kracht van deze burgerlijke revolutie is…

Men kan zich ermee troosten dat de sociale voorwaarden in Rusland nog niet rijp zijn voor een socialistische maatschappij – en men kan zich daarbij de gedachte besparen dat de arbeidersklasse, eenmaal aan de regering gekomen, onvermijdelijk uit hoofde van zijn positie ertoe gedreven zal worden, op kosten van de staat te produceren.

De algemene sociologische term – burgerlijke revolutie – lost geenszins die politiek-tactische taken, tegenstellingen en moeilijkheden op die door de structuur van de gegeven burgerlijke revolutie veroorzaakt worden.

Binnen de burgerlijke revolutie op het einde van de 18de eeuw, die objectief de heerschappij van het kapitaal ten doel had, bleek een heerschappij van de sansculotten mogelijk te zijn. In de revolutie in het begin van de XXste eeuw, die naar haar onmiddellijke objectieve doeleinden eveneens burgerlijk is, blijkt de onvermijdelijkheid of althans de waarschijnlijkheid van een politieke heerschappij van de arbeidersklasse een nabije toekomstmogelijkheid te zijn. Dat deze heerschappij geen vluchtige episode zal blijven, zoals sommige echte filisters hopen, daarvoor zal de arbeidersklasse zelf wel zorgen. Men dient zich echter nu reeds af te vragen: moet de arbeidersheerschappij onvermijdelijk op de grenzen van de burgerlijke revolutie stranden of kan zij zich op de bestaande wereldhistorische grondslagen het vooruitzicht van een overwinning openen door deze belemmerende grenzen te overschrijden?

(Verder volgt een uiteenzetting van de gedachte dat de Russische revolutie de arbeidersrevolutie in het Westen zou kunnen ontketenen en naar alle waarschijnlijkheid ook ontketenen zou, hetgeen op zijn beurt wederom een socialistische ontwikkeling van Rusland zou bevorderen.

Wij kunnen hier nog aan toevoegen dat het hier geciteerde werk in de eerste jaren van het bestaan van de Communistische Internationale officieel in vreemde talen uitgegeven werd als een theoretische verklaring van de Oktoberrevolutie).

Print Friendly, PDF & Email