De rol van een revolutionaire partij

Meer dan 150 jaar geleden legden Karl Marx en Friedrich Engels uit dat het noodzakelijk is om het kapitalisme omver te werpen en een nieuw systeem te vestigen: het socialisme. Dit doet de vraag rijzen naar wat het kapitalisme juist betekent en hoe een socialistisch systeem kan gevestigd worden. Lenin en de revolutionairen in Rusland gaven daar op het begin van de 20e eeuw een antwoord op door de Bolsjevistische partij uit te bouwen. De Bolsjevieken leidden de Russische arbeiders bij het omverwerpen van de Tsaristische staat en door het vestigen van een arbeidersstaat gebaseerd op een geplande economie.

Ondanks het feit dat het kapitalisme sindsdien een grotere graad van uitbuiting, miserie en een geleidelijke vernietiging van ons milieu heeft veroorzaakt, is er sinds de Russische Revolutie geen nieuwe democratische arbeidersstaat gevestigd. Nochtans waren er wereldwijd tal van strijdbewegingen van de arbeiders. Leon Trotski, één van de leiders van de revolutie in Rusland in 1917, gaf de oorzaken hiervoor aan toen hij in 1938 schreef: “De historische crisis van de mensheid is terug te brengen tot de crisis van de revolutionaire leiding.” (uit het Overgangsprogramma). Deze stelling is vandaag nog steeds correct.

Discussie over de noodzaak van een revolutionaire partij en haar organisatievorm is vandaag nog steeds erg belangrijk, zeker op een ogenblik dat een groeiende laag jongeren zichzelf beschouwt als anti-kapitalisten en geïnteresseerd is in socialistische ideeën, maar nog een zeker wantrouwen heeft tegenover politieke partijen. Dit is niet verwonderlijk gezien de bureaucratische en ondemocratische methoden van de belangrijkste kapitalistische partijen en de aanvallen die deze partijen uitvoeren op de levensstandaard. Jongeren hebben in een aantal gevallen ook bedenkingen bij een organisatie op zich en bij de leiding van een organisatie. Soms wordt dat mee veroorzaakt door een bewustzijn over de ervaringen in het verleden met de repressieve en bureaucratische stalinistische regimes, of omwille van de rol van de vakbondsleiding. Als gevolg van al die factoren is er soms het idee dat een spontane ‘ongeorganiseerde’ actie van een los netwerk beter zou zijn.

Hoewel spontane acties soms de aanleiding kunnen vormen voor belangrijke bewegingen, zijn er enorme beperkingen bij dat soort acties. Het biedt geen democratisch forum aan om te discussiëren over de acties en verdere ontwikkelingen van de acties. Het kan een laag actievoerders overlaten aan de willekeur van repressie bij gebrek aan een degelijke organisatie van een ordedienst en een degelijke planning van de acties. Als een groot aantal mensen in actie komen op een georganiseerde en verenigde wijze, zal de impact veel groter zijn dan bij een losse actie waarbij iedereen zich afzonderlijk of in een klein groepje manifesteert.

Met deze tekst willen we ingaan op de rol en de opbouw van een revolutionaire partij gebaseerd op de organisatorische vorm die naar voor gebracht werd door de Bolsjevieken: het democratisch centralisme. Dit betekent niet dat we dit organisatiemodel willen opleggen aan bredere arbeidersorganisaties of brede arbeiderspartijen.

Een nieuwe arbeiderspartij zou een belangrijke stap vooruit zijn. Zo’n partij kan een enorm instrument zijn om arbeidersstrijd te helpen ontwikkelen en zou een versterking betekenen van socialistische opvattingen. In zo’n partij zou een federale democratische organisatievorm toelaten dat verschillende groepen van arbeiders en hun organisaties, linkse organisaties en individuen voldoende ruimte zouden krijgen voor hun eigen klemtonen en opvattingen. Maar de dringende nood aan een nieuwe arbeiderspartij staat niet in tegenstelling tot de uitbouw van een revolutionaire partij. In heel wat gevallen hebben revolutionaire krachten gewerkt binnen bredere partijen en dit is ook waarschijnlijk als er in de komende periode nieuwe arbeiderspartijen tot stand komen.

Rol van een revolutionaire partij

Los van het bestaan van een revolutionaire partij, zal strijd ontwikkelen als de arbeids- en levensvoorwaarden van de arbeiders en de armen ondraagbaar worden. Er zal strijd ontwikkelen en er zullen revolutionaire bewegingen plaatsvinden. Het eindresultaat is bij de afwezigheid van een revolutionaire partij onzeker: de revolutie zal falen of niet de basis leggen voor het socialisme. Een revolutionaire partij is essentieel, maar welke rol moet deze partij spelen?

Een revolutionaire partij creëert niet de voorwaarden die leiden tot arbeidersstrijd, maar als die voorwaarden bestaan kan de partij een sleutelrol spelen in het versnellen van de ontwikkeling van het bewustzijn van de arbeiders en kan het een beslissende rol spelen in het bereiken van succes met de arbeidersstrijd. Trotski schreef in zijn boek ‘De geschiedenis van de Russische Revolutie”: “Zonder een organisatie die als gids optreedt voor de beweging, kan de energie van de massa’s verdwijnen op eenzelfde wijze als stoom verdwijnt als het niet in een piston geperst wordt. De beweging ontstaat echter niet door de piston of de stoommachine op zich, maar door de stoom.”

Eerst en vooral moet een revolutionaire partij zich baseren op een marxistische analyse van de arbeidersstrijd in het verleden en de lessen die eruit getrokken worden. De werken van Marx, Engels, Lenin en Trotski zijn vitale hulpmiddelen om de lessen te trekken van gebeurtenissen in het verleden en om een beter beeld te krijgen van hoe marxisten de zaken benaderen. In het kapitalisme wordt ons de geschiedenis geleerd vanuit het standpunt van de heersende klasse, de kapitalisten. De professoren die geschiedenisboeken schrijven, beweren objectief en neutraal te zijn, maar interpreteren in de meeste gevallen historische gebeurtenissen en strijdbewegingen vanuit het standpunt van het kapitalisme. Een revolutionaire partij moet een compleet andere vorming naar voor brengen: het zien van de historische gebeurtenissen vanuit het standpunt van de arbeidersklasse en met een marxistische benadering.

Ten tweede moeten leden van een revolutionaire partij deel uitmaken van de dagelijkse activiteiten en strijd van de arbeiders en jongeren rond hen, zodat ze op een directe wijze ervaring kunnen opdoen en het respect winnen van diegenen met wie ze de strijd voeren. Op deze manier kan een revolutionair een betere inschatting maken van het bewustzijn op ieder moment van de strijd. De partij is dan in een positie waar het een standpunt kan ontwikkelen over wat noodzakelijk is om de strijd vooruit te helpen.

De arbeidersklasse (en de middenklasse) vormt geen uniforme laag. Er zijn altijd verschillen in de materiële omstandigheden, politiek begrip en de samenstelling van de klasse. Mensen komen niet altijd op hetzelfde ogenblik tot dezelfde conclusies. Een revolutionaire partij kan de verschillende stadia in het bewustzijn inschatten en een programma naar voor brengen dat een éénmakende rol speelt, dat strijd samenbrengt, de steun ervoor breder maakt en het bewustzijn verscherpt over nieuwe stappen die nodig zijn om de strijd te versterken. De partij legt uit wat de belangen van de kapitalisten zijn. Dat is immers ook geen uniforme groep, er zijn interne tegenstellingen in die klasse waardoor verdeeldheid mogelijk is. Hierbij gebruikt de partij haar collectieve kennis van voorbije lessen waardoor het de taken in bewegingen beter kan inschatten, uiteraard rekening houdende met het bewustzijn en de tradities van de arbeidersbeweging.

Hoe belangrijk is een partij?

Het volstaat om te kijken naar een aantal lessen van revoluties die mislukt zijn om een beter begrip te hebben van de cruciale rol van een revolutionaire partij.

Spanje

In Spanje was er tussen 1931 en 1937 een belangrijke beweging van arbeiders en boeren die meermaals probeerden het kapitalisme en de restanten van het feodalisme omver te werpen. Op een bepaald ogenblik hadden de arbeiders en boeren de controle over twee derden van het land. Er waren vier belangrijke partijen: de anarchisten, de sociaal-democratische Socialistische Partij, de Communistische Partij en de kleinere POUM. Ondanks de revolutionaire doelstellingen van de leden van deze partijen, slaagden de leiders van deze partijen er niet in om de stappen vooruit te consolideren. Ze slaagden er niet in om duidelijk te maken dat komaf moest gemaakt worden met het oude staatsapparaat als voorwaarde om tot socialisme te kunnen komen. In plaats daarvan volgden ze allemaal de lijn van de Stalinistische communistische partij, die stelden dat er twee stadia waren: eerst een periode van ontwikkeling in een kapitalistische democratie in Spanje en dan pas een tweede stadium waarbij het socialisme als alternatief naar voor kan worden geschoven. Voor hen was de opdracht niet om met de arbeidersklasse de macht te grijpen, maar wel om de macht terug te geven aan de vertegenwoordigers van het kapitalisme. Dit zorgde ervoor dat de weg voorbereid werd voor een overwinning van de fascisten van Franco tijdens de Spaanse revolutie. Daarbij werden duizenden vakbondsmilitanten en arbeiders omgebracht en werd een brutale fascistische dictatuur gevestigd die 40 jaar de macht zou behouden.

Duitsland

Na de Russische revolutie probeerde de Duitse arbeidersklasse om het kapitalisme omver te werpen in 1918. De leiders van de Duitse Sociaal-democratische partij baseerden zich op een reformistische ideologie, ze dachten dat het kapitalisme geleidelijk kon veranderd worden, en dit leidde tot een nederlaag van de revolutie en de moord op twee belangrijke revolutionaire leiders: Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht. In 1923 zorgden de economische ineenstorting en de bezetting van het Ruhr-gebied door frankrijk voor een enorme crisis en een kans voor de arbeidersklasse om komaf te maken met het Duitse kapitalisme. Ditmaal had de Communistische Partij (CP) een belangrijke invloed binnen de arbeidersklasse, maar de CP-leiding slaagde er niet in om de arbeiders voor te bereiden op de taak van het vestigen van een ander systeem. De CP gaf geen leiding op een ogenblik dat de situatie er rijp voor was.

Minder dan 10 jaar later, tegen de achtergrond van de economische recessie tussen 1929 en 1933, was er opnieuw een kritieke situatie. De middenklasse was compleet verpauperd en de levensstandaard van de arbeiders was sterk gedaald. De heersende klasse was bang van een nieuwe revolutionaire beweging en investeerde in de Nazi-partij. Toen de nazi’s 6 miljoen stemmen haalden bij de algemene verkiezingen van 1930, legden Trotski en zijn aanhangers uit dat er nood was aan een ‘eenheidsfront’ van de CP met de socialisten om de fascisten te verslaan. De politieke degeneratie van de leiding van de CP werd echter bijzonder duidelijk door de kwalificatie van de sociaal-democraten als ‘sociaal-fascisten’ waarmee uiteraard geen eenheidsfront mogelijk was. De Communistische Internationale (Comintern) verklaarde zelfs dat de CP beter met de fascisten kon samenwerken tegen de sociaal-democraten! De Duitse CP-leiding nam het standpunt in dat Hitler geen grotere bedreiging zou vormen dan de burgerlijke regering en dat de machtsovername door Hitler zou leiden tot een massale beweging van de arbeiders waarmee komaf zou gemaakt worden met het fascisme.

Ook de sociaal-democratische leiders bleken niet in staat om leiding te geven. Terwijl arbeiders instinctief begonnen samen te werken in verdedigingsgroepen in de bedrijven en onder de werklozen, stelden de sociaal-democratische leiders dat de fascisten geen echt gevaar vormden. Eén van hen, Sohiffrin, verklaarde zelfs: “Het fascisme is dood en zal nooit meer kunnen opkomen.” De leiders bleven kalm en teruggehouden. Hun falen leidde mee tot de overwinning van Hitler in 1933 en het neerslaan van de sterke arbeidersbeweging met een traditie van meer dan 75 jaar.

Lessen van Chili

De regering van de Unidad Popular (Volkseenheid) kwam in 1970 aan de macht in Chili. Deze regering werd gesteund door een sterke arbeidersbeweging. Onder de grote druk om de levensstandaard te verbeteren voor brede lagen van de bevolking, ging de regering verder dan aanvankelijk gepland haar leiding. Sleutelsectoren van de economie, zoals de kopermijnen, werden genationaliseerd, er kwam een bevriezing van de prijzen, de lonen en pensioenen stegen, er kwam een landhervorming en op school kregen alle leerlingen gratis melk. Omwille van deze maatregelen werd door de kapitalisten een staatsgreep voorbereid.

De situatie was nochtans erg gunstig om het kapitalisme volledig omver te werpen. De kapitalisten waren gedemoraliseerd en onzeker over de weg vooruit om hun belangen veilig te stellen. De middenklasse steunde de regering en de arbeidersbeweging was erg offensief en zelfzeker. Een revolutionaire partij zou opgekomen zijn voor de eisen van de arbeiders om zich te bewapenen om sterker te staan tegenover de contra-revolutionaire krachten. Zo’n partij zou ook de raden van arbeiders, boeren, soldaten en kleine middenstanders gesteund hebben en mee eraan gebouwd hebben om er de echte machtsorganen van te maken.

Maar de massa’s werden tegengehouden door de leiding van de socialistische en de communistische partijen van de regering. Deze ‘leiders’ legden nadruk op de noodzaak om binnen de kapitalistische ‘legitimiteit’ te blijven en gaven zo de ruimte aan de kapitalisten om zich te organiseren. Het leger, het gerecht, de politie en de burgerlijke media bleven onaangetast bestaan. Met als gevolg dat de kapitalisten zich dermate konden organiseren dat generaal Pinochet de macht kon grijpen en een brutale dictatuur had gevestigd. Dit leidde tot het vermoorden van veel arbeiders, socialisten en communisten.

Conclusie

Jammer genoeg kunnen nog veel andere voorbeelden gegeven worden van mislukte revoluties met tragische gevolgen: de Hongaarse Commune van 1919, de beweging van Italiaanse arbeiders in 1920, de Chinese revolutie van 1925-27, Portugal in 1974-76,… In Portugal werden 70% van de industrie en de banken genationaliseerd. Het Britse dagblad ‘The Times’ verklaarde dat het kapitalisme afgedaan had in Portugal. Maar de socialistische en communistische leiders speelden uiteindelijk een contra-revolutionaire rol door hun falen om de revolutie te vervolledigen.

Er zijn ook revoluties geweest op basis van guerillastrijd waarbij het kapitalisme omver werd geworpen en een geplande economie werd ingevoerd. Dit was het geval in China in 1949 en in Cuba in 1959. De revolutionaire partijen die deze bewegingen leidden, begonnen niet vanuit de bedoeling om een socialistisch alternatief op te bouwen en waren eerder gebaseerd op de boeren. Ze slaagden er niet in om democratische socialistische regimes te vestigen. Marxisten omschrijven die regimes als ‘gedeformeerde arbeidersstaten’, omdat ze in staat waren om de levensstandaard spectaculair te laten stijgen op basis van een geplande economie, maar anderzijds vrij repressieve regimes zijn die niet gebaseerd zijn op arbeidersdemocratie.

De bolsjevieken

De voorbeelden hierboven staan in een schril contrast met de gebeurtenissen in Rusland in 1917. Lenin besefte dat de Russische arbeiders het dictatoriale tsaristische regime enkel konden omverwerpen door zich te organiseren en een gedisciplineerde kracht te vormen. Lenin stond voorop in de opbouw van de Bolsjevistische partij als een partij die haar leden vormde over de strijdbewegingen in het verleden, beslissingen nam door democratische discussie op alle niveau’s van de partij en naar buiten trad op een eengemaakte wijze in haar campagnes en acties.

Leon Trotski schreef in zijn brochure Klasse, Partij en Leiding: “De bolsjevieken werden in maart 1917 gesteund door een onbelangrijke minderheid van de arbeidersklasse en bovendien was er onenigheid binnen de partij zelf. (…) Op een paar maanden tijd kon de partij, doordat ze zichzelf baseerde op de ontwikkeling van de revolutie, de meerderheid van de arbeiders overtuigen van de juistheid van haar slogans. Deze meerderheid werd georganiseerd in Sovjets en was in staat om de soldaten en boeren aan te trekken.”

Op basis van het succes van de bolsjevieken om het vertrouwen te winnen van de voorhoede van de arbeidersklasse, waren ze in staat om de arbeiders naar de overwinning te leiden met de oktoberrevolutie. Het tsaristische staatsapparaat verdween volledig en werd vervangen door een democratische arbeidersstaat gebaseerd op een geplande economie. De arbeidersstaat degenereerde onder de politieke leiding van Stalin omwille van het isolement van Rusland (na de mislukte revoluties in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije), wat versterkt werd door de moeilijke omstandigheden veroorzaakt door de burgeroorlog en de problemen van de economische onderontwikkeling. Maar deze degeneratie doet niets af van het feit dat de bolsjevieken een succesvolle revolutie geleid hebben wat een belangrijke gebeurtenis is in de geschiedenis van de mensheid. Deze revolutie heeft het leven veranderd van miljoenen mensen en de ervaring van Rusland zorgt ervoor dat enorme lessen kunnen getrokken worden voor komende strijdbewegingen en revoluties.

De rol van de arbeidersklasse

Een analyse van de strijdbewegingen en revoluties in het verleden toont aan dat in een revolutie enkel de arbeidersklasse een leidinggevende rol kan spelen onder de onderdrukte massa’s om zowel komaf te maken met het kapitalisme als om een socialistisch systeem te vestigen. Dit komt door de rol van de arbeiders in het kapitalistisch productieproces: de arbeiders worden verplicht hun arbeidskracht te verkopen om te overleven, waardoor ze gelijkaardige problemen ondervinden. Arbeiders in verschillende sectoren hebben in veel gevallen te maken met gelijkaardige arbeidsomstandigheden, een zelfde loonniveau en soms ook een zelfde jobonzekerheid.

De middenklasse – de “kleinburgerij” – wordt gevormd door de middengroepen in de samenleving die geen loonarbeiders zijn: de zelfstandigen, boeren, middenstanders,… Ook de vrije beroepen en managers worden meestal gezien als onderdeel van de ‘middenklasse’, ook al zijn ze meestal tewerkgesteld waarbij ze een maandloon krijgen.

Naarmate de tegenstellingen in het kapitalisme scherper worden en de crisis dieper wordt, zullen de middengroepen in de samenleving in een situatie terechtkomen die dichter bij de arbeidersklasse staat waarbij veel van de problemen van de arbeiders gedeeld worden. De middenklasse zal als klasse, omwille van haar grote diversiteit en in landelijke gebieden omwille van haar verspreidheid, niet in staat zijn om onafhankelijke rol te spelen als klasse. Een laag zal de kapitalisten steunen en opkomen voor het behoud van het kapitalisme, maar een meerderheid kan gewonnen worden voor een revolutionaire beweging geleid door de arbeidersklasse en kan een belangrijke rol spelen als de arbeidersbeweging (geleid door een revolutionaire partij) een programma heeft dat steun kan verwerven onder deze lagen.

Een revolutionaire partij moet zich baseren op de arbeidersklasse – het ‘proletariaat’ – omwille van de leidinggevende rol die deze klasse speelt. Omgekeerd heeft ook de klasse een revolutionaire partij nodig om haar rol te spelen. De arbeidersklasse is minder heterogeen dan de middenklasse, maar kent ook verschillende lagen: geschoolde en ongeschoolde arbeiders, arbeiders van verschillende etnische afkomst,… De heersende klasse buit deze verschillen uit, bvb door racistische vooroordelen te steunen of door verschillende loonniveau’s in te stellen. Arbeiders moeten zich verenigen op een georganiseerde wijze in een revolutionaire partij om deze verdelingen te overstijgen en zich te verenigen in de strijd die noodzakelijk is om hun klassebelangen te ontwikkelen.

Trotski stelde in zijn artikel ‘Wat nu?’: “Het proletariaat zal slechts een onafhankelijke rol spelen als het van een klasse-an-sich een politieke klasse wordt en een klasse-für-sich wordt. Dit kan enkel door middel van een partij. De partij die een historisch orgaan is door middel waarvan de klasse klassebewust wordt.”

Het programma van de partij

“De belangen van de klasse kunnen niet anders geformuleerd worden dan door middel van een programma, het programma kan niet anders verdedigd worden dan door middel van een partij.” (Trotski in ‘Wat nu?’)

Om gewapend te zijn voor toekomstige gebeurtenissen, moet een revolutionaire partij zich baseren op een revolutionair marxistisch programma. Dat is een geheel van opvattingen dat gebaseerd is op de eerste vier congressen van de Communistische Internationale, de stichtingsdocumenten van de Vierde Internationale en de opeengestapelde ervaring van de Trotskistische beweging sindsdien (in het bijzonder de ervaringen van het Comité voor een Arbeidersinternationale). het programma baseert zich op ideeën en perspectieven, maar bevat ook eisen die op ieder ogenblik van de klassenstrijd verfijnd worden. Deze eisen moeten niet enkel een echo vormen van de sfeer en de bestaande eisen van de arbeiders, maar moet ook rekening houden met de stappen die moeten gezet worden om het bewustzijn verder te ontwikkelen zowel op vlak van de directe taken als op vlak van de noodzaak van socialisme. Delen van het programma moeten geregeld aangepast en geactualiseerd worden, om zo beter in te spelen op de gebeurtenissen die plaatsvinden. En uiteraard moet het programma ook in de praktijk getest worden. James Cannon (één van de stichters van de trotskistische beweging in de VS in de jaren 1930) maakte in zijn brochure ‘De revolutionaire partij’ het punt dat een programma constant naar de arbeiders moet gebracht worden om een betere inschatting te kunnen maken, aanpassingen te kunnen doorvoeren, in actie te kunnen omzetten en op die manier getest te worden.

Een aantal partijen meent dat het voldoende is om zichzelf uit te roepen als voorstanders van een revolutie en dat ze daardoor automatisch een revolutionaire partij vormen. De meeste van dergelijke partijen zijn historisch gezien ‘centristische’ partijen, dat wil zeggen partijen waar de leiders revolutionair-klinkende toespraken houden, maar op beslissende ogenblikken van de strijd terugvallen op een reformistisch standpunt en er bijgevolg niet in slagen om de strijd vooruit te helpen. Ze twijfelen tussen hervormingen en revolutie omdat hun partijen zich niet baseren op een volledig uitgewerkt marxistisch revolutionair programma.

Hoe wordt een revolutionaire partij opgebouwd?

Een revolutionaire partij wordt niet automatisch opgebouwd; het is een bewust proces waarbij de leden een belangrijke rol spelen. Het begint meestal met een klein aantal revolutionairen. Een kleine kracht zal niet op een eenvoudige wijze een grote invloed verwerven, de klemtoon van het werk zal dan aanvankelijk ook liggen op socialistische propaganda en het aangaan van discussies met individuen bij het dagelijkse werk van de revolutionairen en bij politieke activiteiten. Het werk van een grotere partij is anders, in die zin dat zo’n partij een sleutelrol speelt in de gebeurtenissen die plaatsvinden, waardoor er meer verantwoordelijkheden zijn zowel op vlak van propaganda als op vlak van agitatie.

Hoe kan een kleine partij een grote partij worden? Dit is afhankelijk van zowel een correcte marxistische benadering en orientatie enerzijds als van belangrijke gebeurtenissen in de samenleving anderzijds. Trotski schreef: “Het is duidelijk dat tijdens een revolutie, dat wil zeggen als de gebeurtenissen erg vlug ontwikkelen, een zwakke partij erg snel kan groeien tot een machtige partij op voorwaarde dat het een klaar begrip heeft van de ontwikkeling van de revolutie en beschikt over geharde kaders die niet bedwelmd raken door frasen en die niet geterroriseerd worden door vervolgingen. Maar zo’n partij moet bestaan voor een revolutie plaatsvindt, aangezien het proces om kaders te vormen een aanzienlijke tijdspanne vergt en de revolutie niet toelaat om een dergelijke tijdspanne af te wachten.” (Trotski, Klasse, Partij en Leiding).

Revolutionaire partijen kunnen opgebouwd worden door directe recrutering van individuen en groepen arbeiders. Daarnaast kunnen revolutionaire partijen op bepaalde ogenblikken opgebouwd worden door fusies met andere organisaties als er een principieel akkoord kan bereikt worden over belangrijke elementen als perspectieven, programma, orientatie en strategie.

Los van de omvang van de partij, is steeds een enorme inzet en zelfopoffering van de leden vereist. Trotski schreef: “Je kan revolutionairen hebben die erg slim zijn of die onwetend zijn, intelligent of middelmatig. Maar je kan geen revolutionairen hebben die niet bereid zijn om hindernissen te overkomen, die niet toegewijd zijn.” (Trotski, Hoe revolutionairen gevormd worden).

Welk soort partij?

Onder leiding van Lenin baseerden de bolsjevieken in Rusland zich op het democratisch centralisme als organisatievorm. Het democratisch centralisme heeft niets gemeen met de organisatorische vormen die toegepast werden door de stalinistische partijen in het Oostblok. Dat waren repressieve, bureaucratische en ondemocratische partijen. In Rusland nam de Communistische Partij onder leiding van Stalin elementen over van de organisatievorm van de oude bolsjevieken, maar het werd meer en meer een instrument in het belang van een groeiende laag van bureaucraten. Democratisch centralisme is de meest democratische organisatievorm die mogelijk is. Door deze methode te gebruiken, is er enorm veel discussie en debat in de partij, maar als het op acties aankomt, treedt de partij eensgezind en verenigd op. Dit is de meest effectieve organisatievorm.

Het democratisch centralisme betekent eerst en vooral dat alles in de partij wordt bediscussieerd wat de leden willen bespreken en dat op alle niveau’s van de partij. Dit betekent niet dat de partij een discussieclub wordt waar eindeloos gepalaverd wordt. De discussies zijn immers gericht op het versterken van de doelstellingen van de partij, ze zijn belangrijk voor de politieke vorming en om tot beslissingen te komen over het programma en de activiteiten van de partij.

Ieder lid moet het recht hebben om zijn/haar standpunten naar voor te brengen op de lokale afdelingsvergadering. Het is belangrijk dat leden altijd proberen hun politieke vorming te versterken, zodat collectieve beslissingen kunnen genomen worden. De belangrijkste politieke opvattingen en perspectieven van de partij, naast de centrale organisatorische kwesties, worden beslist op een congres (dat meestal jaarlijks plaatsvindt) waar verkozen afgevaardigden van de afdelingen samenkomen.

Centralisme is het tweede onderdeel van het democratisch centralisme. Dit betekent dat eens de partijleden een beslissing genomen hebben met een meerderheid van de stemmen, alle leden geacht worden samen de beslissing uit te voeren. Als er in een bepaalde stad vijf, twintig of meer revolutionairen wonen, is het uiteraard efficiënter om als groep tussen te komen in plaats van als individu. Op nationaal vlak is het belangrijk dat er een eengemaakte partij is tegenover de goed georganiseerde en gecentraliseerde burgerlijke staat. Arbeiderseenheid in actie door middel van het bestaan van een revolutionaire partij is daarbij van cruciaal belang. Ieder lid moet tijdens de discussies het recht hebben om in te gaan tegen standpunten van de partij, maar eens een beslissing genomen is, moet dat lid naar buiten uit het standpunt van de partij verdedigen. Dit neemt uiteraard niet weg dat deze leden ook nadien op partijbijeenkomsten kunnen opkomen voor hun afwijkende standpunten met het oog op het wijzigen van de standpunten van de partij. Indien nodig kan daartoe een tendens of een fractie binnen de partij opgezet worden.

Op bepaalde ogenblikken zal de partij een grotere nadruk leggen op de noodzaak van discussie en debat. Op andere ogenblikken zal actie belangrijker zijn. Dit hangt af van de concrete situatie. Het democratisch centralisme is geen rigide formule, het moet op een flexibele wijze toegepast worden naargelang het stadium van de ontwikkeling van de partij. Dit zal mee afhangen van factoren als de omvang van de partij, de ervaring die aanwezig is in de partij, de politieke situatie en de tradities van de arbeidersbeweging.

Er zijn soms vragen over hoe de leden zich tegenover elkaar moeten verhouden. Moeten er gedragsnormen zijn en hoe moeten middelen van de partij aangewend worden voor leden met bijzondere behoeften? Op dit vlak moeten we toegeven dat de partij actief is binnen de limieten van het kapitalistisch systeem en bijgevolg geen uitgewerkt model kan zijn voor hoe een socialistische samenleving er zou moeten uitzien. Maar de leden moeten zien in welke mate er middelen zijn om tegemoet te komen aan de behoeften van andere leden (bvb. zorgen voor kinderopvang bij vergaderingen, toegankelijk maken van vergaderingen voor mensen in een rolstoel,…). Tevens moet de partij erop toezien wat de grenzen zijn van aanvaardbaar sociaal gedrag, uiteraard met een begrip dat onze partij opgebouwd wordt in de context van een kapitalistische samenleving en de leden bijgevolg ook aangetast worden door de problemen van de huidige samenleving.

Partijleiding

In zijn brochure ‘Klasse, partij en leiding’ legt Trotski het verband uit tussen de drie lagen die voorkomen in de titel van zijn brochure. Hij stelde dat arbeidersklasse de leiding heeft, en op zijn beurt geleid wordt door de partij, die op zijn beurt geleid wordt door de leiding. Trotski voegde eraan toe dat de partijleden en de leiding getest worden en geselecteerd worden doorheen discussies en gebeurtenissen, om zo het best mogelijke instrument te creëren voor de arbeidersklasse om de samenleving te kunnen veranderen.

Een revolutionaire partij heeft op alle niveau’s van haar structuur een leiding nodig die in staat is om een politieke en organisatorische richting te geven aan de werking van de partij. Basismilitanten die lokaal actief zijn hebben niet altijd voldoende informatie of tijd om een volledig beeld te hebben over de politieke situatie op regionaal, nationaal of internationaal vlak. Ze verkiezen diegenen van wie ze denken dat ze politiek en organisatorisch het best in staat zijn om leiding te geven op basis van een bredere kijk. Alle verkozen leiders moeten volledige verantwoording verschuldigd zijn aan diegenen die hen verkozen hebben en ook permanent afzetbaar zijn.

Een goede leiding van een revolutionaire partij is afhankelijk van het bestaan van een politiek geschoolde en kritische basis, omdat een dergelijke basis het best in staat is om een stevige leiding te selecteren en indien nodig de leiding te vervangen. Zelfs de beste leiders zijn afhankelijk van de basis in hun partij. Zonder de kritiek van de basis, kunnen leidinggevende organen toegeven aan de druk van reformisme of ultra-linkse standpunten waardoor de volledige partij op een verkeerd spoor wordt gezet.

Terwijl de leden kritisch moeten zijn, stelde Trotski ook dat: “De vorming van leden komt in het bijzonder tot uitdrukking in het feit dat een lid niet meer eist van de partij dan wat deze kan bieden… Het is natuurlijk noodzakelijk om in te gaan tegen iedere fout van de leiding, iedere onrechtvaardigheid,… Maar het is nodig om deze fouten in te schatten, niet door ze als afzonderlijk gegeven te zien, maar in verhouding tot de algemene ontwikkeling van de partij zowel op nationaal als internationaal vlak. Een correcte inschatting en een gevoel voor proportie zijn erg belangrijk.”

Leidinggevende kameraden mogen geen financiële privileges hebben bovenop de noodzakelijke uitgaven. De leiding en publieke vertegenwoordigers van de partij mogen niet meer verdienen dan het gemiddeld loon van een geschoolde arbeider. Leidinggevende leden moeten het voorbeeld geven voor alle leden door aan te tonen dat ze zelf bereid zijn om opofferingen te maken op vlak van tijd en geld dat besteed wordt aan de partij. Je kan geen lid vragen om een grotere inspanning te doen dan de inspanningen die je zelf bereid bent te maken.

Tussen de vergaderingen in moeten leidinggevende organen beslissingen nemen die het werk van de partij vooruitstuwen, zodat de leden vertrouwen kunnen hebben in de mogelijkheden van hun leiders om tot correcte beslissingen te komen. Dit kan enkel door steeds opnieuw de leiding te testen doorheen gebeurtenissen en discussies. Het is ook belangrijk dat de leiding geregeld vernieuwd wordt, zodat deze niet vastgeroest raakt.

Een aantal van de maatregelen om de democratie te vrijwaren in een revolutionaire partij zullen ook toegepast worden op de verkozen vertegenwoordigers van een socialistische samenleving na een succesvolle revolutie. Voor de Russische revolutie had Lenin een aantal centrale voorwaarden naar voor gebracht om de ontwikkeling van een bureaucratie te vermijden. Hij baseerde zich hiervoor op de ervaring van de Commune van Parijs. Belangrijke elementen hierbij waren: vrije en democratische verkiezingen van alle vertegenwoordigers die steeds volledige verantwoording verschuldigd zijn aan diegenen die hen verkozen hebben; permanente afzetbaarheid; vertegenwoordigers mogen niet meer verdienen dan een gemiddeld arbeidersloon; een rotatie van de mensen die administratieve functies uitoefenen.

Internationalisme en wat na de revolutie?

Hoewel het kapitalisme gebaseerd is op nationale staten, is de kapitalistische economie onderling verbonden met de rest van de wereld. Geen enkele socialistische staat kan gedurende een lange periode overleven of de problemen overkomen, als het geïsoleerd blijft. Socialisme is noodzakelijk op internationaal vlak, wat betekent dat een revolutionaire partij ook internationaal moet georganiseerd zijn. Dit biedt de mogelijkheid om een completere analyse te kunnen maken van de wereldgebeurtenissen doorheen discussie met zusterpartijen waarmee ook de lessen van de partij-opbouw worden gedeeld. Dit kan ertoe leiden dat potentieel fatale fouten worden vermeden in individuele landen.

De rol van een internationale revolutionaire partij zal bijzonder duidelijk worden na een succesvolle revolutie. Zo’n internationale partij zal dan immers wereldwijd de steun voor de revolutie organiseren en ervoor zorgen dat de revolutie sneller kan ontwikkelen in andere landen. De rol van een revolutionaire partij zal ook niet uitgespeeld zijn na een succesvolle revolutie. De partij zou de arbeiders moeten bewapenen met haar ervaring en kennis om te vermijden dat contra-revolutionaire activiteiten van een kleine minderheid in de samenleving een grote impact kunnen krijgen.

De partij zou er ook op toezien dat de nieuwe socialistische samenleving een gezonde ontwikkeling kent met volledig democratische arbeiderscontrole en arbeidersbeheer van de productie en de diensten op basis van een geplande economie. Net zoals een kersverse moeder erop toeziet dat haar pasgeboren kind kan ontwikkelen, zal de revolutionaire partij ook de nieuwe samenleving begeleiden na een succesvolle revolutie. Uiteraard zal het niet mogelijk zijn om onmiddellijk komaf te maken met alle problemen die de afgelopen eeuwen veroorzaakt zijn, maar het zal wel mogelijk zijn om snel te komen tot een samenleving met een betere levensstandaard voor iedere mens, een samenleving waar het milieu kan beschermd worden en waar de individuele talenten van iedereen vollediger tot uiting kunnen komen en bijdragen tot de ontwikkeling van de samenleving tot een nooit gezien niveau.