Strijdbare delegees niet uitsluiten, maar koesteren! Solidariteit met Célia en Djuna

Een vertrouwd beeld op betogingen: Célia met megafoon.

Op 18 december jl. stemde het uitvoerend bureau van CGSP Cheminots-Brussel de uitsluiting van Djuna. Spoorman, vakbondsafgevaardigde sinds 2018 en 2de in voorkeursstemmen bij de jongste sociale verkiezingen. Aanleiding daartoe was zijn hulp bij het verspreiden van een petitie. Verder werd hem onder andere gebrek aan discipline aangewreven. Intussen ziet het ernaar uit dat het uitvoerend bureau bereid is de discussie te heropenen en mogelijk op haar beslissing terug zal komen.

Op 16 december stemt het gewestelijk uitvoerend bureau van CGSP-enseignement Bruxelles bij handopsteking de onverenigbaarheid tussen lidmaatschap van CGSP-enseignement en het collectief “Ecole en Lutte”, samengesteld uit leraars, ouders en studenten. Célia, lerares in Brussel, CGSP militante sinds 2014 en vakbondsafgevaardigde sinds 2016, wordt niet meer uitgenodigd door de instanties, haar ledenbijdragen aan CGSP-enseignement worden eenzijdig teruggestort en ze ontvangt een aangetekend schrijven waarin ze geïnformeerd wordt dat ze is uitgesloten uit de vakbond wegens dubbellidmaatschap van “Ecole en Lutte” en CGSP-enseignement.

Solidariteit met Célia en Djuna

  • Voor de onmiddellijke intrekking van hun uitsluiting
  • Voor volledig herstel in hun verantwoordelijkheden
  • Voor een ernstige en democratische evaluatie van de genomen beslissingen

Deze tekst gaat uit van militanten en activisten die de verwezenlijkingen van de vakbonden, van het ABVV en haar centrale in de openbare diensten in het bijzonder, kennen en erkennen. Zonder vakbondsstrijd zouden heel wat verworvenheden van de arbeidersbeweging die nu als vanzelfsprekend beschouwd worden, nooit zijn afgedwongen. Zonder vakbondsverzet zouden nog meer van die verworvenheden al lang teruggeschroefd zijn. Zonder sterke vakbonden in de toekomst wacht de werkende klasse nog meer uitbuiting, onderdrukking, uitsluiting, armoede en inkomens- en werkonzekerheid dan vandaag al het geval is na decennia van steeds openlijker patroonsgezinde regeringen.

Twijfel dus niet aan onze toewijding, ons engagement of onze inzet. Wij behoren tot diegenen die de vakbonden dag na dag uitbouwen, staan steeds mee vooraan bij stakingen, mobilisaties en andere acties en tonen daarmee telkens weer hoe loyaal we zijn aan de arbeidersstrijd en de belangrijkste instrumenten om die te voeren: de vakbonden en het ABVV en haar centrale in de openbare diensten in het bijzonder. Naast en met ons stonden de voorbije jaren ook telkens weer Djuna en Célia. Met dit schrijven willen we eraan bijdragen om dit ook in de toekomst zo te houden.

We beleven een rechts, en steeds meer uiterst-rechts, ideologisch propaganda-offensief. Daarin wordt de verantwoordelijkheid voor toenemende armoede, uitsluiting, onderdrukking en uitbuiting, voor inkomens- en werkonzekerheid, voor de uitholling van het maatschappelijk sociaal weefsel en afbraak van openbare voorzieningen, voor een spiraal van toenemend geweld en steeds grotere dreiging van oorlog nooit gelegd bij diegenen die de knoppen van de macht bedienen. In dit propaganda-offensief zijn het de migranten die onze jobs afnemen, de werklozen die profiteren van een cumul van uitkeringen, de zieken die maar doen alsof, de bejaarden die een te grote maatschappelijke kostenpost zijn of de jongeren die geen respect meer opbrengen, de ambtenaren die geen afstand willen doen van hun privileges … Volgens datzelfde discours zijn de ziekenfondsen dé grote belastingfraudeurs en de vakbonden oubollige, geprivilegieerde, hiërarchische relikwieën die aan banden gelegd moeten worden.

Dat ideologisch offensief is niet zonder resultaat gebleven. Elementen ervan zijn breed ingesijpeld bij diegenen die er net het grootste slachtoffer van zijn. Ook vakbondsleden, militanten, afgevaardigden en verantwoordelijken, onszelf inbegrepen, kennen momenten waarop het gemakkelijker is te zwijgen, of erger nog een eind mee te gaan in dit discours, in plaats van het te weerleggen. Het is geen geheim dat de vakbonden inzake publicaties, communicatie en het gebruik van sociale media fors achteroplopen, dat een tandje, eigenlijk een heel gebit, moet bijgestoken worden. Maar geen illusies daarover, op dat vlak zullen de vet betaalde communicatiestrategen van de grote mediagroepen ons steeds voor blijven.

De kracht van de vakbonden is dat ze diegenen vertegenwoordigen die alles produceren, die mits een goede voorbereiding heel het raderwerk stil kunnen leggen. Bovendien zijn die met veel meer dan de kapitalisten en hun schoothondjes die zich het resultaat van onze arbeid toe-eigenen om er grote sier mee maken, te gokken op de beurs en hun maatschappelijke positie te verankeren, beveiligen en versterken. Daaraan weerwerk bieden, vergt niet alleen aantallen en het potentieel om het raderwerk stil te leggen, maar ook een speerpunt van toegewijde, onderlegde en betrokken militanten die zich bewust zijn van wat er zich rondom hen afspeelt en systematisch voorbereid zijn om goed geïnformeerd en gepast te reageren.

In een andere context, van verhevigde klassenstrijd, werd ooit in het vakbondsvormingsinstituut van Melreux een hele generatie strijdbare syndicalisten klaargestoomd. Het effect ervan straalde af op alle sectoren en bevorderde daardoor mee de weerbaarheid van heel de arbeidersklasse. Helaas zijn onze vakbondsvormingen vandaag hoofdzakelijk technisch en nog maar zelden ideologisch. Congressen zijn te veel mediamomenten geworden met hooguit een doorgeefluik van top naar basis, in plaats van gelegenheden om het bewustzijn op te tillen en de argumentatie aan te scherpen zodat we samen geïnformeerd de oriëntatie voor de komende periode kunnen bepalen en bijgevolg de betrokkenheid van alle aanwezigen bevorderen. Algemene vergaderingen, historisch het middel bij uitstek van de arbeidersbeweging om democratisch genomen besluiten om te zetten in massaal gedragen actie, zijn een zeldzaamheid geworden. Als ze al plaatsgrijpen, neemt de drink achteraf het steeds sneller over van de vergadering.

We leven in een tijdperk waarin milde reactie snel dreigt over te slaan naar een veel brutalere vorm. Dat proces is nu al volop aan de gang en bijna alles wijst erop dat de arbeiders en hun gezinnen moeilijke tijden te wachten staan. Numeriek is de arbeidersbeweging op zijn sterkst, veel arbeiders zijn hooggeschoolde specialisten, maar het bewustzijn over de maakbaarheid van een alternatieve, socialistische, maatschappij staat voorlopig op een dieptepunt. Veel grote bedrijven, arbeidersbastions die dienst deden als vakbondsscholen van de praktijk, zijn gesloten of zodanig geherstructureerd dat de slagkracht van de beweging fors is ingeperkt.

Het aantal toegewijde, geëngageerde en onderlegde syndicalisten is op enkele oplevingen na, zoals tijdens de strijd tegen de Zweedse coalitieregering, voortdurend gekrompen. Diegenen die er wel nog zijn, zoals Djuna en Célia, zouden we bijgevolg moeten koesteren.

We weten dat de vakbondsverantwoordelijken onder druk staan en dat het patronaat en haar vertegenwoordigers hen elke vermeende fout, zo nodig gekruid met de nodige verdraaiingen, naar het hoofd zullen slingeren. We zijn er ons bewust van dat dit stress kan opleveren, maar die uitwerken op onze beste, meest geëngageerde militanten kan niet en als het toch gebeurt dan siert het een leiding wanneer ze het gesprek blijft aangaan en genereus terug kan komen op verkeerde beslissingen.

Ook de afgevaardigden staan immers onder enorme druk van het patronaat, maar ook en vooral van collega-arbeiders wiens frustraties over werkdruk, arbeidsomstandigheden, geweigerde vakantiedagen, gebrekkige of bouwvallige infrastructuur en de voortdurende uitholling van hun rechten en inkomen soms fors overlopen. Zij streven naar resultaat en als dat uitblijft staat een afgevaardigde dikwijls voor verscheurende keuzes. Wat voor sommigen te voortvarend lijkt, interpreteren anderen dan weer als het zoveelste getreuzel. Het zou ons verbazen als er in de gewestelijke uitvoerende bureaus van CGSP-Cheminots en CGSP-enseignement niemand is die zich ooit in die situatie bevond en toen beslissingen nam die hetzij bij de collega’s hetzij bij de toenmalige bureaus ook wenkbrauwen deed fronsen.

De vakbonden staan midden in de maatschappij en zijn net zomin als alle andere organisaties immuun voor wat er daar verkeerd loopt. Er zijn leden, militanten, afgevaardigden en verantwoordelijken terechtgewezen tot uitsluiting toe voor racistische en seksistische opvattingen en daden, voor pesterijen, voor frauduleuze persoonlijke verrijking of omdat ze overliepen naar de patronale zijde. Niets daarvan kan Célia en Djuna worden verweten. Vergeleken daarbij gaat het bij hen hooguit om een bagatel. Geen wonder dus dat zowel de intersectorale als de sectorale statuten die democratische procedures van gehoor en verdediging voorzien met de voeten werden getreden. Wij willen hier geen discussie over statuten opstarten en geven de voorkeur aan het inhoudelijke, maar wensen er wel op te wijzen dat onze voorgangers deze statuten niet zomaar opstelden alsof het om een vodje papier ging. Zij vonden terecht dat de vakbond behalve overleg en begrip ook democratische procedures nodig had om interne geschillen te regelen.

Het gebrek aan discipline en de petitie die men Djuna verwijt, wegen te licht om een uitsluiting te verantwoorden. Ze getuigen niet enkel van voortvarendheid, maar ook van zin voor initiatief, creativiteit en de wil om de vakbond te versterken. CGSP-Cheminots zou die creativiteit beter verwelkomen en aanwenden om zichzelf te versterken in aanloop naar verzet tegen de aanvalsplannen van de regering en de spoordirecties.

Wat een teken van zwakte vanwege het gewestelijk uitvoerend bureau van CGSP enseignement om onverenigbaarheid met lidmaatschap van “Ecole en Lutte” te stemmen! Dan nog zonder uitnodiging van minstens één vertegenwoordiger van “Ecole en Lutte” om het woord te nemen! Is “Ecole en Lutte” dan zo een bedreiging? Wordt het binnenkort ook onverenigbaar om lid te zijn van een buurtcomité, een oudervereniging, een studentenclub of pakweg een vredescollectief? Denkt het uitvoerend bureau dat het daarmee een monopolie kan instellen op onderwijsacties of dat “Ecole en Lutte” nu ineens zal verdwijnen? Zelfs vanuit die visie is deze maatregel onverstandig en contraproductief. In plaats daarvan had CGSP-enseignement “Ecole en Lutte” beter omarmd als een brug naar toekomstig engagement in de vakbond, een bondgenoot in tijden waarin ook het onderwijs gebukt zal gaan onder groeiende tekorten.