Antifascisme in het tijdperk van wanorde
Op vrijdag 3 april hield Marxisme.be een publieke bijeenkomst over antifascisme in tijden van crisis. Dit een week na de geslaagde anti-NSV betoging in Leuven. Dergelijke acties zijn super belangrijk. Daarnaast is het nodig dat we ons verdiepen in het onderwerp om de discussie over benadering en antwoorden aan te scherpen. De bijeenkomst van 3 april had als doel om daaraan bij te dragen. Een samenvatting van de drie korte inleidingen op die bijeenkomst. Deze werden gedaan door Nick, Elise en Geert.

Racisme richt woede en onzekerheid tegen onszelf
Terwijl het kapitalistische systeem wereldwijd kraakt onder zijn eigen tegenstellingen, van economische stagnatie, oorlogen, genocides tot ecologische chaos… grijpt de heersende klasse terug naar één van haar oudste en meest giftige wapens: racisme.
Racisme is voor marxisten niet louter een kwestie van slechte ideeën of individuele vooroordelen. Racisme is niet gewoon een morele afwijking van een verder gezond systeem. Racisme is een instrument. Een strategie. Een bewuste methode om de arbeidersklasse te verdelen op het moment dat het systeem zelf wankelt.
Mensen voelen dat het moeilijker wordt om rond te komen. Dat de toekomst onzekerder wordt. Dat jobs verdwijnen, dat facturen stijgen, dat publieke diensten worden afgebroken. Maar in plaats van antwoorden te geven, in plaats van de echte verantwoordelijken aan te wijzen, krijgen ze zondebokken.
Het beleid van Arizona is niets minder dan georganiseerd staatsracisme. Wanneer ze wetten stemmen die de nationaliteit van burgers met een migratieachtergrond makkelijker intrekbaar maken, creëren ze bewust een hiërarchie binnen onze klasse. Ze maken van burgerschap een voorwaardelijk recht. Ze zeggen eigenlijk: sommigen van ons horen er minder bij dan anderen.
En tegelijk proberen ze de rest van de werkende bevolking wijs te maken dat “de vreemdeling” verantwoordelijk is voor hun problemen. Voor hun dalende koopkracht. Voor de crisis in de zorg. Voor de tekorten in het onderwijs… Als personeelslid in de zorg weet ik nochtans dat het wegsturen van elke persoon met een migratieachtergrond de sector helemaal zou nekken.
Arizona voert de agenda van extreemrechts uit: huiszoekingen bij mensen die vluchtelingen opvangen, de criminalisering van solidariteit, het opwerpen van financiële en administratieve drempels voor naturalisatie. Dit is een bewuste aanval op de eenheid van de arbeidersklasse. Ze willen dat wij naar elkaar kijken met wantrouwen, zodat we niet naar boven kijken. Niet naar de bankiers. Niet naar de aandeelhouders. Niet naar de multinationals die winst maken op onze verdeeldheid.
Extreemrechts probeert zich voor te doen als “de partij van de gewone man in de straat, de gewone Vlaming”. Ze spreken over hogere lonen, betere pensioenen, meer middelen voor zorg en onderwijs. Dat is een grote leugen. Hun eigen voorstellen tonen dat hun beleid niet betaald wordt door de rijken, maar door de werkende klasse zelf. Door sociale zekerheid af te bouwen. Door mensen tegen elkaar op te zetten.
Terwijl bedrijven zoals AB InBev en de chemiesector recordwinsten boeken, wil Vlaams Belang de patronale bijdragen verlagen en de vennootschapsbelasting doen dalen. Dat is geen sociaal beleid. Dat is een zoveelste cadeau aan de werkgevers. Ze zeggen tegen de pensioenleeftijd van 67 te zijn, maar vervangen dat door een loopbaanvoorwaarde die voor velen even onhaalbaar is. Voor vrouwen, voor mensen met onderbroken carrières, voor wie ziek wordt…
En als de vakbonden protesteerden in 2014 koos Vlaams Belang niet de kant van de werkenden, maar organiseerde het een actie tegen het vakbondsprotest. Als de vakbonden op straat komen, klaagt het Vlaams Belang merg en been. Voor extreemrechts is de vijand nooit de werkgever. Nooit de miljardair. Nooit de multinational. De vijand is altijd de werkende die opkomt voor zijn rechten. Ze willen stakingen criminaliseren. Ze spreken neerbuigend over protest. Ze willen een gedisciplineerde, verdeelde arbeidersklasse. Racisme is de lijm die hun antisociale programma bijeenhoudt.
Deze logica stopt niet aan de Belgische grenzen. De Europese Unie evolueert steeds meer naar een gemilitariseerde vesting. De nieuwe terugkeerpolitiek, de uitbreiding van detentie, de normalisering van deportaties. Een systeem waarin geweld en dwang genormaliseerd worden. Waarin mensen opgesloten worden zonder misdrijf. Waarin gezinnen uit elkaar gerukt worden. Waarin zelfs kinderen niet gespaard blijven.
Mensen die vluchten voor oorlog, genocide, armoede en klimaatcatastrofes, fenomenen die voortkomen uit het kapitalistische systeem zelf, worden behandeld als een probleem dat moet worden verwijderd.
Racisme is geen fout in het systeem. Het is een essentieel onderdeel ervan. Het vervult vandaag drie centrale functies. Ten eerste: lonen drukken. Door een laag van rechteloze arbeiders te creëren, mensen zonder papieren, vluchtelingen… ontstaat een reservoir van goedkope arbeidskrachten. Mensen die niet durven opkomen voor hun rechten uit angst voor repressie.
Ten tweede: verdeel-en-heers. Als wij vechten om kruimels, vechten we niet voor de hele bakkerij. Als wij elkaar als concurrenten zien, zien we niet wie ons werkelijk uitbuit.
Ten derde: ideologische controle. Racisme rechtvaardigt oorlogen, sluit grenzen, en maakt het systeem van uitbuiting acceptabel door het voor te stellen als noodzakelijk of natuurlijk. En daarom wordt racisme vandaag zo agressief gepusht.
Niet omdat het werkt voor de mensen, maar omdat het werkt voor de winst.
We zien dit niet alleen op het niveau van wetten en beleid. We zien het elke dag. Op de werkvloer, waar mensen zonder papieren uitgebuit worden tegen lagere lonen. Op de huurmarkt, waar discriminatie systematisch gebeurt. In het onderwijs, waar jongeren op basis van hun naam of afkomst al op voorhand worden achtergesteld. Dit zit allemaal in de logica van het systeem.
De toename van racisme vandaag is een symptoom van een systeem in crisis. Maar, we zijn niet machteloos. De geschiedenis toont dat wanneer de arbeidersklasse zich organiseert, ze deze aanvallen kan stoppen. Wanneer werkenden begrijpen dat een aanval op migranten een aanval is op de hele klasse, verandert alles. Niet onze meningen zijn wat ze vrezen. Maar onze organisatie. Wanneer arbeiders zich collectief verzetten, op de werkvloer, via stakingen, via mobilisatie, dan raakt dat waar het echt pijn doet: de winsten van de kapitalisten. En dat is de sleutel.
We hebben recent een scherp voorbeeld gezien van hoe deze repressie eruitziet — en vooral hoe ze kan worden teruggedrongen. In Minneapolis probeerde ICE een massale deportatieoperatie door te voeren. Duizenden federale agenten werden ingezet. Meer dan 3.000 mensen werden opgepakt op enkele weken tijd. Wijken werden overspoeld door razzia’s en controles. Mensen werden van straat gehaald, uit hun auto gesleurd, uit hun werkplek gehaald. Een zwangere vrouw werd uit haar wagen getrokken en over straat gesleept. Kinderen werden opgesloten in detentiecentra.
Dit is wat migratiebeleid betekent onder kapitalisme.
En zoals zo vaak escaleerde dat geweld. Renée Good werd doodgeschoten. Niet veel later werd Alex Pretti, een verpleegkundige en vakbondslid, geëxecuteerd terwijl hij probeerde tussen te komen bij een arrestatie. beiden oefende hun recht op protest uit. Dit is de logica van een systeem dat repressie nodig heeft om zichzelf te beschermen.
Maar wat daarna gebeurde…
Er ontstond onmiddellijk verzet. In buurten organiseerden mensen zich. Er ontstonden rapid response-netwerken om ICE te monitoren, om mensen te waarschuwen, om arrestaties te documenteren en te proberen tegenhouden. Duizenden mensen droegen fluitjes. Wanneer ICE opdook, kwamen buren massaal samen. Dat toont de kracht en creativiteit van gewone mensen.
Maar tegelijk botste die strategie op haar limieten. Want zolang het verzet defensief blijft, blijft het systeem de bovenhand houden. Onder druk van hun basis begonnen delen van de arbeidersbeweging te bewegen. Vakbonden waarvan leden zelf opgepakt waren. Werkplaatsen waar migranten collega’s waren. Het kwam tot een politieke staking: op 23 januari gingen tienduizenden mensen niet werken, meer dan 700 bedrijven sloten de deuren en 50.000 mensen trokken de straat op.
Dit protest veranderde de situatie. Niet omdat de overheid plots moreel inzicht kreeg, maar omdat de kosten begonnen op te lopen. Omdat winsten geraakt werden. Meer dan 60 CEO’s riepen op tot “de-escalatie”. Ze deden dat niet uit menselijkheid, maar uit angst. Dat is de taal die het systeem begrijpt. Deze strategie werkte, uiteraard niet volledig en niet definitief, maar de deportatiecampagne moest serieus afgeremd worden. Dat is de les van Minneapolis: georganiseerd protest van de werkende klasse in al haar diversiteit maakt het verschil.
Als wij racisme willen bestrijden, kunnen we dat niet beperken tot morele verontwaardiging. We moeten het verbinden met organisatie, met vakbonden, met collectieve actie. Want uiteindelijk is dat wat het systeem raakt. Dezelfde krachten die migranten aanvallen, vallen ook vrouwenrechten aan. Ze vallen LGBTQ+-rechten aan. Ze proberen elke vorm van emancipatie terug te draaien. Het zijn verschillende uitdrukkingen van hetzelfde systeem.
De strijd tegen racisme en onderdrukking is geen aparte strijd. Het is een centrale strijd binnen de klassenstrijd. Wie onderdrukking wil bestrijden, moet het systeem bestrijden dat het nodig heeft. Ofwel laten we ons verdelen, ofwel bouwen we eenheid op. Ofwel laten we racisme winnen, ofwel breken we het systeem dat het voortbrengt. Georganiseerd zijn we niet te stoppen en kunnen we de keuze tussen socialisme en barbarij bepalen in het voordeel van het eerste en bouwen aan een wereld zonder uitbuiting en onderdrukking.

Frankrijk: offensief van extreemrechts botst op verzet
De afgelopen maanden voelde extreemrechts zich gesterkt door de voor haar gunstige internationale situatie. Daar kwam in Frankrijk de dood van een neonazi in Lyon bij. Dit werd aangegrepen om radicaal-links voor te stellen als verantwoordelijk voor geweld in de samenleving. RN-voorzitter Bardella stelde dat antifascisten eigenlijk de hedendaagse fascisten zouden zijn en hij riep meteen op tot een cordon sanitaire tegen La France Insoumise (LFI). De traditionele tactiek tegen extreemrechts werd nu door hen verdedigd als antwoord op links. Tegelijk komen er steeds grotere breuken in het cordon sanitaire tegen extreemrechts, met op lokaal vlak (vb Nice) samenwerking en een toenemende druk binnen rechts om samen te werken bij de verkiezingen van 2027.
Twee jaar geleden leed RN nog een nederlaag bij de parlementsverkiezingen, onder meer door een alliantie tussen LFI en de PS. Nu blijkt eens te meer dat een verkiezingsoverwinning niet volstaat om extreemrechts te stoppen. Er moet naar de voedingsbodem gekeken worden.
Extreemrechts krijgt in de Franse media een rode loper uitgerold. Er is een concentratie van de media in handen van enkele superrijken, zoals de reactionaire miljardair Vincent Bolloré die zijn steun voor extreemrechts niet onder stoelen of banken steekt. Fake news en racistische ideeën krijgen een steeds groter platform, waardoor ze aanvaardbaar worden en de aandacht afleiden van tekorten en sociaal afbraakbeleid. Zowel de gevestigde als de ‘sociale’ media versterken racisme, denk maar aan de enorme haat tegen de nieuwe LFI-burgemeester van Saint-Denis (Parijs).
Ondanks de anti-linkse campagne door extreemrechts en bondgenoten ervan, scoorde LFI bij de lokale verkiezingen. Het won honderden verkozenen en haalde enkele steden binnen. Ook de radicale linkerzijde deed het goed met verkozenen voor verschillende organisaties die zich marxistisch noemen. De goede resultaten van links tonen dat er gezocht wordt naar alternatieven voor de gevestigde partijen die het kapitalisme verdedigen. Uiteraard zal het ook een test zijn voor links en zeker voor het eerder reformistische LFI. Zullen de eerste gemeentelijke begrotingen onder LFI-bestuur breken met de logica van het beheren van de crisis om een echt sociaal beleid te voeren? Het antwoord op die vraag zal mee afhangen van de opbouw van krachtsverhoudingen.
Het is niet omdat RN niet de grote doorbraak kende waarop het hoopte, dat we extreemrechts kunnen afschrijven. Het blijft grote scores neerzetten en bovendien weten we dat verkiezingen niet volstaan. Ook op dit vlak is er nood aan een brede mobilisatie van de werkenden en jongeren. Een antifascistisch front dat ons verenigt, de werkenden en al wie gebukt gaat onder onderdrukking. Een antifascistisch front dat concrete sociale eisen verdedigt die vertrekken van de sociale noden.
Zo is er nood aan massale investeringen om een einde te maken aan de tekorten op vlak van sociale huisvesting, kinderopvang, gezondheidszorg, onderwijs en openbare diensten. Dergelijke investeringen zouden duizenden goede jobs creëren. We weten echter dat dit programma niet mogelijk is binnen de grenzen opgelegd door de kapitalisten. We zullen de middelen moeten halen waar ze zitten, door de sleutelsectoren van de economie onder democratische controle en bezit van de werkende klasse te brengen. De noodzaak van socialistische maatschappijverandering opgeven voor eenheid met kapitalistische partijen om extreemrechts te bestrijden, zal dan ook niet werken.
Antifascisme: essentieel onderdeel in de opbouw van een krachtsverhouding in strijd voor maatschappijverandering
De groei van extreemrechts is angstaanjagend. Het is geen fenomeen in de marge, maar het maakt deel uit van de macht. Dit heeft gevolgen voor elke persoon met een migratie-achtergrond of LGBTQIA+persoon in de VS, linkse militanten in Hongarije, moslims in India, vrouwen in Afghanistan, Palestijnen …
Extreemrechts aan de macht biedt geen antwoord op de crisis en de wanorde, maar versterkt het net. Alle fabeltjes waarop zondeboktheorieën gebaseerd zijn, worden in de praktijk doorprikt. Terwijl er voor de grote techbedrijven en andere bazen een nieuwe balzaal komt in het Witte Huis (en vooral de winsten stevig blijven vloeien), zien werkenden elke keer ze tanken de gevolgen van een kapitalisme in verval. Dat is in het beste geval, voor velen van onze klasse is er de dagelijkse dreiging van deportatie en complete uitzichtloosheid.
De groei van extreemrechts en de rechtse retoriek heeft een effect op de publieke opinie. De dagelijkse stroom van propaganda doet zelfs werklozen neerkijken op andere werklozen en doet dikwijls zelfs syndicalisten meestappen in het argument dat ‘we’ boven onze stand zouden leven. Elementen van verdeeldheid en stimuleren van onderdrukking hebben een effect. Onder jongste generaties is er meer steun voor seksistische opvattingen zoals dat vrouwen onderdanig moeten zijn aan mannen. De toenemende militarisering passeert zonder noemenswaardig protest. Bij de komst van elk nieuw asielcentrum is er protest, ook al waren er voordien nergens problemen met de bewoners van asielcentra.
Verdeel-en heers is de norm. De drempel voor extreemrechts wordt hierdoor erg laag. Van Grieken haalde in Leuven zijn neonazi’s van stal, en geen kat die daarover berichtte. De media hadden het over de politieversie van rellen tussen links en rechts. Dat de politie het had over provocerende extreemrechtse hooligans, terwijl er enkel antifascisten werden opgepakt, leidde tot letterlijk geen enkele kritische opmerking in de mainstream media. Dat zijn indicaties van het politieke klimaat. We moeten overigens duidelijk zijn: als retorische wapens van escalatie niet meer volstaan, worden er andere gezocht.
Maar… we zijn niet pessimistisch. Ondanks de context van ongeziene kansen en steun voor extreemrechts, was de tegenbetoging eens te meer groter dan die van NSV. In dezelfde week was er de historische actiedag in de VS met 8 miljoen deelnemers. In Frankrijk deed links het goed in de verkiezingen en in Hongarije heeft Orban het moeilijk in de peilingen.
Acties zijn nodig om tegengeluid te laten horen, maar ook omdat in actie inzichten groeien en acties gebruikt kunnen worden om onze benadering aan te scherpen. Er is nood aan een programma dat zich tegen heel het kapitalisme richt. Alles is met elkaar verbonden: genocide, oorlog, klimaatrampen, onderdrukking en groei extreemrechts. Extreemrechts groeit als schimmel op rot systeem, en het kapitalisme is echt wel door en door rot.
Wat is er nodig? Acties zijn belangrijk, duurzame organisatie van het verzet is nog beter. Dat staat onder druk vandaag, ondanks het vele protest. Samenkomen om standpunten te ontwikkelen en ervoor op te komen en om ook alternatieven te bespreken. De vraag van welk alternatief moet sterker naar voren komen, wat een belangrijke taak is voor marxisten. Hoe kunnen we de focus op maatschappijverandering bredere ingang laten vinden? De kwesties van organisatie en programma zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Marxisten staan voor een bredere en diepgaande kijk en zoeken tegelijk naar manieren om dit te populariseren zodat een materiële factor wordt.
Na het succes van de Leuvense anti-NSV betoging is het volgend jaar in Antwerpen te doen. We hebben een geschiedenis van zelforganisatie rond een programma van sociale eisen. Dat was de kern van de Blokbuster-comités in de jaren 1990. Een sterk actiecomité voor de Antwerpse anti-NSV betoging wordt belangrijk. Daarnaast willen we onszelf verdiepen in het onderwerp, onder meer door het lezen van historische werken (zoals Zetkin en Trotski) en door aandacht voor de wijze waarop extreemrechts zich vandaag opbouwt met algoritmes van haat en onderdrukking (onder meer tegen feminisme, tegen LGBTQIA-personen …).
De geschiedenis leert ons dat fascisme kan gestopt worden. Ook dat de dreiging van extreemrechts tot massaal tegenverzet kan leiden, waarmee sociale vooruitgang wordt afgedwongen. Denk aan de stakingen en bezettingen waarmee n 1936 onder meer betaald verlof werden afgedwongen. Zelfs in de donkerste dagen van de nazibezetting waren er indrukwekkende stakingen, waarvan sommige effectief loonsverhogingen bekwamen. Vandaag is de situatie anders: de arbeidersbeweging en ons protest zijn niet gebroken door extreemrechtse terreur. We moeten er echter alles aan doen om ons verzet te organiseren en te versterken zodat het efficiënter wordt. Daarbij botsen we sowieso met extreemrechts, dat een vastberaden vijand is van elke verandering in het voordeel van de meerderheid van de bevolking.
We gaan de strijd voor socialisme met open vizier en open minded aan, maar daarom niet minder vastberaden en doelbewust. Barbarij kennen we steeds meer, dat is het heden en het verleden. Wij kijken naar een veel betere toekomst, die van een socialistische samenleving zonder uitbuiting en onderdrukking.