Erdoğan bereidt nieuwe oorlog in Rojava voor. Solidariteit met Koerdische bevolking nodig!

Er dreigt een nieuwe grote landoperatie van het Turkse leger tegen Rojava – het de facto autonome en overwegend Koerdische gebied in het noorden van Syrië. Het aftakelende bewind van dictator-president Recep Tayyip Erdoğan, in de greep van een groeiende oppositie en een economische crisis in eigen land, zoekt militaire successen in het buitenland om de aandacht af te leiden van zijn binnenlandse falen. Sinds vorige maand heeft het Turkse leger al uitgebreide luchtaanvallen en beschietingen uitgevoerd binnen Rojava en in Zuid-Koerdistan (de Koerdische regio in Noord-Irak), waarbij tientallen doden vielen. Een eventuele grondaanval zal alleen maar meer bloedvergieten en massale verplaatsing van mensen tot gevolg hebben – en mogelijk etnische strijd en een heropleving van jihadistische groeperingen in de hand werken.

Begin december riep de Turkse minister van Defensie Hulusi Akar de VS op om “begrip” te tonen voor een waarschijnlijk nieuw militair offensief in Noord-Syrië, net nadat Amerikaanse functionarissen hun “sterke verzet” tegen een dergelijke stap hadden geuit. Dit verzet is echter grotendeels retorisch, gecombineerd met verklaringen dat Turkije het “recht heeft zichzelf te verdedigen.” Tijdens een tweedaags bezoek aan Ankara zei de Duitse minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser ook dat de Duitse regering “achter Turkije staat” in zijn strijd tegen het terrorisme, hoewel er werd aangedrongen op “proportionaliteit”.

De verschuiving in de geopolitieke prioriteit van de belangrijkste imperialistische mogendheden als gevolg van de Nieuwe Koude Oorlog, en de hefboom die Turkije momenteel in handen heeft om tussen beide partijen te manoeuvreren, creëren een kans die Erdoğan wil benutten.

De regering van Biden en zijn NAVO-partners zijn zeker ongerust over de plannen van Erdoğan. Er zijn vandaag verschillende Amerikaanse basissen in het noordoosten van Syrië en ongeveer 900 Amerikaanse troepen werken nog steeds samen met de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), waarvan de Koerdische YPG/YPJ (Volksverdedigingseenheden / Vrouwenbeschermingseenheden) de ruggengraat vormen. Eind november raakte een Turkse droneaanval een Koerdische basis op minder dan 300 meter van de daar gestationeerde Amerikaanse troepen. De westerse imperialistische leiders zijn ook bezorgd over de openbaarheid van hun hypocrisie: vanuit hun perspectief hebben de misdaden van het regime van Erdoğan tegen de Koerden geen geostrategische voordelen, in tegenstelling tot de misdaden van Vladimir Poetin in Oekraïne.

Maar als puntje bij paaltje komt hebben die mogendheden Turkije aan hun zijde nodig, in de eerste plaats voor hun project van NAVO-uitbreiding via de nieuwe kandidaat-leden Finland en Zweden; en ze zullen niet toestaan dat Koerdisch bloed dat in de weg staat. Erdoğan is toevallig ook één van de weinige NAVO-leiders die nog steeds een communicatielijn met Poetin onderhoudt – een nuttige troef voor de VS en de EU, zoals toen hij deze zomer het voortouw nam bij een overeenkomst die de hervatting van de Oekraïense tarwe-export via de Zwarte Zee mogelijk maakte. In de praktijk zijn de westerse imperialistische machten dus niet van plan Erdogans plan om de Koerden nog eens hard aan te pakken, te dwarsbomen.

Erdoğan heeft zich ook tot Poetin gewend en hem onlangs verteld dat Rusland absoluut moet helpen om de Koerdische troepen uit Noord-Syrië te verwijderen. Het Russische leger zit vast in zijn oorlogscampagne in Oekraïne, en kan het zich niet veroorloven Turkije – het enige NAVO-lid dat zich niet heeft geschaard achter de ingrijpende economische sancties die westerse mogendheden Rusland hebben opgelegd – van zich te vervreemden. Turkije heeft zijn handel met Rusland in 2022 meer dan verdubbeld ten opzichte van het jaar daarvoor. Hoewel Turkije het Oekraïense leger met drones heeft gesteund, heeft het al die tijd sterke militaire banden met Rusland onderhouden. Poetin wil ook dat Turkije een nieuwe ‘gashub’ wordt die een alternatieve route zou kunnen vormen voor zijn gasexport naar de EU, na de schade aan de twee Nord Stream-pijpleidingen in de Oostzee en het besluit van de Duitse regering sinds februari om Nord Stream 2 stil te leggen.

De verschuiving in de geopolitieke prioriteit van de belangrijkste imperialistische mogendheden als gevolg van de Nieuwe Koude Oorlog, en de hefboom die Turkije momenteel in handen heeft om tussen beide partijen te manoeuvreren, creëren een kans die Erdoğan wil benutten.

Escalatie

Erdoğan dreigt al maanden met een nieuwe grondinvasie in Rojava. Nadat op 13 november bij een bomaanslag in een winkelstraat in Istanbul zes mensen omkwamen, zijn deze dreigementen openlijker geworden en zijn enorme Turkse versterkingen langs de grens verzameld. Het Turkse regime schreef die aanslag meteen toe aan de PKK (Koerdische Arbeiderspartij) en aan haar Syrische zustergroep de PYD (Democratische Uniepartij, de politieke tak van de YPG/YPJ), hoewel beide elke betrokkenheid ontkennen. Sindsdien bestookt het Turkse leger Koerdische posities in Noord-Syrië en Irak met een dodelijke mix van lucht- en artillerieaanvallen.

De bomaanslag in Istanbul is geen reden voor deze oorlog, maar slechts een voorwendsel voor de Turkse regering om plannen die al voor deze aanval bestonden, te versnellen. De Turkse heersende klasse koestert al lang het idee om de Koerden militair te verpletteren en een einde te maken aan hun streven naar zelfbestuur. Het regime van Erdoğan heeft al drie grensoverschrijdende offensieven tegen Koerdische troepen in Noord-Syrië uitgevoerd – in 2016, 2018 en 2019 – en daarbij twee grote happen uit het grondgebied van Rojava genomen, waaronder het strategische district Afrin in het noordwesten (waar het Turkse leger nu optreedt als scheidsrechter tussen concurrerende islamistische en jihadistische milities die het heeft gepromoot) en een belangrijke strook langs de grens met landbouwgronden.

De inspanningen van de Turkse dictator-president hebben nog een andere, meer directe drijfveer: proberen zijn bewind te verlengen en de aandacht afleiden van de diepe politieke, economische en sociale crises waarmee hij in Turkije zelf wordt geconfronteerd. Dit is met het oog op de parlements- en presidentsverkiezingen van juni aanstaande. De officiële inflatie in Turkije bedraagt meer dan 80% en is daarmee de op drie na hoogste ter wereld, terwijl volgens een nieuwe studie van de Vereniging voor consumentenrechten van het land meer dan 76,5 miljoen mensen onder de armoedegrens leven – dat is meer dan 90% van de Turkse bevolking. Deze explosieve sociale omstandigheden hebben geleid tot verschillende stakingsgolven in het afgelopen jaar en een gestage daling van de steun voor de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP), die nu een historisch dieptepunt heeft bereikt.

Volgens een enquête van augustus 2022 van opiniepeiler Metropoll is Erdoğan achterop geraakt bij alle potentiële presidentskandidaten van het belangrijkste pro-kapitalistische oppositiefront, de ‘Nationale Alliantie’. Aangezien alle partijen in deze alliantie stilzwijgend de aanvallen van Turkije op Rojava steunen en geen van hen voorstander is van het zelfbeschikkingsrecht van de Koerden, hoopt Erdoğan dat het aanwakkeren van verdere nationalistische razernij en polarisatie de Koerdische stem voor oppositie zal ondermijnen. De Koerden vormen immers een cruciaal stemblok. Een nieuwe oorlog zou zelfs de opmaat kunnen zijn voor een algeheel wettelijk verbod op de linkse en pro-Koerdische Democratische Volkspartij (HDP), die ondanks zware repressie (met haar leider Selahattin Demirtaş in de gevangenis sinds 2016) nog steeds een grote aanhang heeft onder de Koerdische bevolking. Een dergelijke stap zou, indien succesvol, de regerende partij een electoraal voordeel kunnen opleveren.

Ook de timing van deze nieuwe Turkse militaire campagne, in het kielzog van de enorme revolutionaire opstand in Iran, is geen toeval. De Koerdische massa’s hebben een leidende rol gespeeld in die strijd, als een bemoedigend baken voor de Koerden van Turkije, Irak en Syrië, en voor de arbeidersklasse van de regio als geheel om in opstand te komen tegen het repressieve bewind en de schrijnende armoede. Voor de Turkse heersende elite betekent dit een extra stimulans om de Koerden “een lesje te leren” en verdeeldheid te zaaien.

Dit zijn allemaal dwingender redenen voor het regime om op te treden dan een vermeende veiligheids- of militaire dreiging van Koerdische groepen. Toch hebben sommige recente acties van de YPG de propaganda van het Turkse regime helaas in de hand gewerkt. Raketten van de YPG als vergelding voor bombardementen van de Turkse staat hebben aan de Turkse kant van de grens het leven gekost aan een aantal burgers. Op 21 november trof één van deze raketten een school in Karkamış, waarbij ten minste twee doden vielen, onder wie een vijfjarig jongetje. Als ze enkele minuten eerder waren geland, hadden tientallen mensen gedood kunnen worden. Dit soort willekeurige raketbeschietingen komt de verdediging van Rojava niet ten goede, maar wordt door het regime aangegrepen om nationalisten in eigen land te mobiliseren en steun op te trommelen om het militaire offensief op te voeren.

Er moet massaal verzet komen om de oorlogsmachine van Erdoğan en zijn nieuwe afslachting van het Koerdische volk te stoppen, onder meer door de democratisch georganiseerde en multi-etnische gewapende zelfverdediging van Rojava door zijn bevolking tegen elke agressie van het Turkse leger of zijn jihadistische voetsoldaten. Maar om dit effectief te doen, mag men zich geen illusies maken over het lobbyen bij de imperialistische machten, die het Koerdische volk vaker in de rug hebben gestoken dan men zich kan herinneren. Vragen om een ‘sterkere’ boodschap van de VS om een Turkse aanval te stoppen, zoals sommige leiders van de SDF en de PYD momenteel doen – ondanks het feit dat het Turkse leger het grondgebied van Rojava al verschillende keren is binnengevallen zonder dat de VS een vinger heeft uitgestoken – zal de weg vrijmaken voor verdere desillusies, verraad, isolatie en nederlaag. Dergelijke oproepen aan het imperialisme verspreiden niet alleen illusies over steun van Washington, maar oliën tevens de propagandamachine van regimes zoals de Iraanse theocratie die zich verbergen achter een anti-imperialistisch laagje vernis om hun eigen bloedige onderdrukking van de Koerdische beweging te rechtvaardigen.

Andere hoge PYD-figuren, die zich baseren op de onbetrouwbaarheid van het Witte Huis, hebben aangedrongen op een soort verzoening met de Syrische president Bashar al-Assad zelf en zijn Russische helpers, waardoor Rojava onder voogdij en bescherming van Damascus zou komen te staan. Dit zou praktisch neerkomen op een “kus des doods” met een regime dat de Koerden binnen zijn grenzen decennialang brutaal heeft onderdrukt. In feite probeert Erdoğan zelf de betrekkingen met al-Assad te normaliseren. Er zijn stappen gezet in de richting van een detente tussen de twee regimes; een mogelijke basis hiervoor is een herleving van de Adana-overeenkomst van 1998, waarin Syrië beloofde geen PKK-activiteiten op zijn grondgebied toe te staan (waar de PKK tot dan toe haar basis had), en Koerdische activisten weg te houden van de Turkse grens. Verre van een bondgenoot van de Koerden zou al-Assad graag met Erdoğan samenspannen over hun lijken.

Het moet nu duidelijk zijn dat de Koerden in hun verzet tegen de dreiging van nieuw Turks imperialistisch bloedvergieten niet kunnen rekenen op enige externe of regionale macht en hun valse beloften. Hun enige objectieve bondgenoten zijn de arbeiders en onderdrukten in de regio en in de hele wereld. De revolutionaire opstand die de Iraanse moellahs al meer dan vier maanden aan het wankelen brengt en waarin Koerdische vrouwen, jongeren en arbeiders een drijvende kracht zijn, geeft een inspirerend voorbeeld van het soort strijd dat het regime van Erdoğan een toontje lager kan laten zingen en uiteindelijk verslaan. Die opstand toont ook welke bondgenoten de Koerden van Rojava echt nodig hebben om de komende aanval te weerstaan, maar ook om het streven naar zelfbestuur, echte democratie, vrede, vrouwenbevrijding en sociale rechtvaardigheid te verwezenlijken. Door stoutmoedig een echt democratisch socialistisch programma voor te staan waarbij de belangrijkste grondstoffen van de regio onder controle van arbeiders en arme boeren worden geplaatst, en door op die basis bewust een beroep te doen op de massa’s van de regio, zouden de mensen van Rojava de sympathie voor hun strijd versterken en de steun voor de oorlog in Turkije zelf ondermijnen, ook onder de vele arme dienstplichtige Turkse soldaten die geen belang hebben bij de strijd.

De bevolking in Turkije draagt de lasten van het beleid van de AKP en de kapitalistische crisis met torenhoge prijzen, lage lonen en stijgende jeugdwerkloosheid. Het defensiebudget van het land zal in 2023 naar verwachting 15,8 miljard dollar bedragen, met een jaarlijkse groei van 8,36%, volgens een rapport van de Strategic Defence Intelligence. Dit oorlogsbudget zal worden afgewenteld op de miljoenen mensen die nu al honger lijden en moeite hebben om hun huur te betalen. Hieruit blijkt dat de strijd tegen de militaristische agenda van de Turkse regering en de strijd van de arbeidersbeweging tegen armoede en uitbuiting nauw met elkaar verbonden zijn.

Koerden liggen langs verschillende kanten onder vuur

Er is momenteel in de hele regio van het Midden-Oosten een reactionaire aanval op de Koerdische bevolking. Het Iraanse regime heeft de afgelopen maanden een groot aantal luchtaanvallen uitgevoerd op Koerdische gebieden in Noord-Irak, in een poging het verhaal van ‘buitenlandse inmenging’ in de massaprotesten te kopiëren. Terwijl dit gebeurt, vindt een escalatie van de aanvallen op de Koerden plaats in Turkije, waar de staatsrepressie tegen de HDP en Koerdische activisten toeneemt, en nog meer in Iran zelf – waar ook andere etnische en religieuze minderheden (Arabieren, Balochi’s, Azeri’s, Turkmenen, soennieten) bijzonder hard worden aangevallen.

Meer dan een kwart van de betogers die tot dusver bij de onderdrukking van de revolutionaire beweging in Iran zijn gedood, behoren tot de Koerdische gemeenschap. In de provincie Koerdistan (of Oost-Koerdistan), het epicentrum van de opstand, hebben de zogenaamde Islamitische Revolutionaire Garde, de paramilitairen van de Basiji, de politie en het leger allemaal hard geweld tegen de plaatselijke bevolking ontketend, waardoor Koerdische steden in bijna-oorlogszones zijn veranderd. Pro-regime propaganda beschrijft het gebied als een nest van sympathisanten van “separatistische groepen.” De Iraanse dictatuur wil een bloedig voorbeeld stellen aan de Koerden en daarmee de massa’s in andere delen van Iran intimideren; maar zij hoopt ook de massastrijd te doen ontsporen in een gewapende etnische confrontatie om de revolutionaire beweging te verdelen en het Iraanse volk van de straat te drukken.

Kortom, de Koerdische kwestie komt scherp terug op de agenda in elk deel van Koerdistan – maar ook daarbuiten. In feite is het in een aantal jaren niet in die mate geïnternationaliseerd. Naast de verstrekkende gevolgen van de revolutionaire strijd in Iran is dit ook te danken aan de manoeuvres van het regime Erdoğan binnen de NAVO. De Turkse president gebruikt zijn positie als hoofd van het op één na grootste leger van de militaire alliantie en de belangrijke geostrategische positie van Turkije om via chantage concessies te krijgen nu de NAVO wil uitbreiden. In deze context gedragen andere NAVO-staten met een aanzienlijke Koerdische diaspora zich steeds meer als handlangers van de Turkse staat door op te treden tegen Koerdische activisten in hun eigen land. Het is in Zweden, dat op de deur van de NAVO klopt en net een nieuwe rechtse regering heeft gekregen, waar dit proces het scherpst tot uiting komt. Zweden heeft de antiterreurwetgeving aangescherpt, het wapenembargo tegen Turkije opgeheven en de deportaties van Koerden versneld, allemaal na uitdrukkelijke verzoeken van de Turkse regering.

Maar deze situatie beperkt zich geenszins tot Zweden. Ook het Verenigd Koninkrijk heeft de wapenleveringen aan Turkije hervat, ook al zullen die ongetwijfeld tegen Koerdische burgers worden gebruikt, en Finland is waarschijnlijk de volgende. In Duitsland zijn fans van de voetbalclub Bayern München bij een regionale competitiewedstrijd door de politie in elkaar geslagen omdat zij een spandoek omhoog hielden met het opschrift “FC Bayern Fanclub Kurdistan”. Deze voorbeelden zijn het zoveelste bewijs dat de NAVO en de kapitalistische westerse staten, ondanks hun geschreeuw over de verdediging van democratische waarden, geen vrienden van de Koerden zijn en hen opnieuw zonder enige wroeging een mes in de rug zullen steken om hun imperialistische ambities na te streven.

Aan de andere kant delen de arbeidersklasse en de jongeren een gemeenschappelijke vijand met het Koerdische volk: hun eigen kapitalistische regeringen die in dienst staan van de Turkse dictatuur, de levensstandaard van de meerderheid in hun eigen land ondermijnen en militaristische drijfveren bevorderen die met hernieuwde besparingen zullen worden betaald. Daarom moeten de linkerzijde en de arbeidersbeweging internationaal actief de strijd van het Koerdische volk steunen voor zijn bestaansrecht en zijn democratisch beslissingsrecht over zijn eigen toekomst, zich verzetten tegen alle antidemocratische en racistische aanvallen op de Koerdische gemeenschap, zich verzetten tegen elke stap in de richting van meer imperialistische oorlogen en NAVO-uitbreiding, en solidariteit opbouwen met de heldhaftige strijd van de Iraanse massa’s.

  • Stop de oorlog van Turkije en Iran tegen de Koerden in alle delen van Koerdistan. De Turkse troepen moeten nu weg uit Noord-Syrië!
  • Internationale solidariteit met het verzet van de Koerden van Rojava, met de revolutionaire beweging in Iran en met alle arbeiders, jongeren en onderdrukte volkeren die in de hele regio strijden!
  • Steun voor het recht op zelfbeschikking in elk deel van Koerdistan – alle Koerden moeten vrij zijn om een democratische beslissing te nemen over het karakter van de staat waarin zij willen leven! Verdedig gelijke politieke, economische en sociale rechten voor alle minderheden en onderdrukte groepen!
  • Alle democratische rechten herstellen en politieke gevangenen in Turkije en Iran vrijlaten!
  • Geen wapenhandel met de oorlogsmachine van Erdoğan – stop het oorlogsbudget van de Turkse regering – gebruik de middelen in plaats daarvan voor het welzijn van werkende en arme mensen!
  • Voor een gezamenlijke actie van Koerdische en Turkse arbeidersorganisaties tegen de oorlog en de crisis van de kosten van levensonderhoud!
  • Nee tegen de NAVO en tegen een nieuwe wapenwedloop!
  • Stop de deportaties van Koerdische activisten uit Europa, verdedig het recht op asiel!
  • Weg met het regime van Erdoğan, weg met de moellahs en met alle onderdrukkende en uitbuitende regimes in de regio!
  • Voor een massale, verenigde strijd tegen het kapitalisme en het imperialisme!
  • Voor een vrijwillige, democratische en socialistische confederatie van alle arbeiders en onderdrukte volkeren in de Levant en het Midden-Oosten in ruimere zin!
Koerdisch protest in Brussel in 2016, maar nog steeds actueel. Wat zal de Belgische regering doen indien het Turkse regime overgaat tot een oorlog in Rojava?

Dit vind je misschien ook leuk...