Een wereld van verandering: het antropoceen

De mens heeft de aarde ingrijpend veranderd en heeft de natuur aangepast in de strijd om te overleven en te groeien. Het tempo van veranderingen versnelde sterk met de ontwikkeling van de landbouw en de klassenmaatschappij. Het raakte in een stroomversnelling met de industriële revolutie en met naoorlogse wetenschappelijke en technologische doorbraken. Velen zeggen nu dat we een specifiek geologisch tijdperk zijn ingegaan – een nieuw menselijk tijdperk, het Antropoceen. 

Dossier door Jess Spear (geschreven in 2016 en vertaald voor het boek‘Socialisme of ecologische catastrofe’)

De mens verscheen ongeveer een miljoen jaar geleden op het toneel en bouwde de moderne industriële samenleving zoals we die vandaag kennen nog maar zo’n 50 jaar geleden. De mens vertegenwoordigt dan ook maar een fractie in de 4,5 miljard jaar oude geschiedenis van de aarde. Toch heeft de mensheid in elk stadium van haar ontwikkeling de natuur en dus ook haar eigen evolutie gewijzigd en de lijnen uitgezet voor biologische en sociale veranderingen. Van eenvoudige landbouw over de ontginning en verbranding van fossiele brandstoffen, tot het ontketenen van atoombommen: onze interactie met de natuur is van lokaal naar mondiaal gegaan. De mensheid heeft zonder twijfel haar stempel op de planeet gedrukt.

We kunnen achterhalen hoe de aarde eruit zag, wat de vorm en positie was van de continenten die elke 300-500 miljoen jaar uit elkaar zijn gedreven en opnieuw zijn samengevoegd. We kunnen onderzoeken welke wezens door de zeeën en het land zwierven en welke planten het oppervlak bedekten. We kunnen dit door de achtergelaten chemische of fysieke afdrukken van hun bestaan te ontcijferen. En wat we hebben geleerd, is dat de planeet nooit statisch is. De planeet – zoals we die kennen: het aardse systeem dat bestaat uit rotsen, water en atmosfeer in constante, onderling verbonden cycli van energie-uitwisseling – heeft altijd al omwentelingen, massale extincties en klimaatsverandering gekend. De geschiedenis van de aarde zit vol radicale veranderingen.

Desalniettemin luiden de wetenschappers vandaag de alarmbellen over de snelheid van de veranderingen die we meemaken in vergelijking met die van voor de menselijke samenleving. Klimaatwetenschappers wijzen op de snelle evolutie van broeikasgassen, biologen op het toenemende aantal uitgestorven soorten, oceanografen op de toenemende zuurgraad van de oceaan, en bodemwetenschappers op de uitputting van voedingsstoffen en de bodemverarming van landbouwgrond, als bewijs dat de productieve activiteit van de mensheid het Aardsysteem verplettert. De toenamesnelheid van koolstofdioxide (CO2) is niet te vergelijken met alles wat ze hebben kunnen waarnemen in minstens 800.000 jaar geschiedenis op aarde.

Klimaatverandering en economische malaise, de dubbele crisis van het kapitalisme, hebben geleid tot een groeiende wereldwijde opstand en een zoektocht naar ideeën en strategieën om een einde te maken aan de ellende en om de toekomstige generaties te beschermen. Massabewegingen tegen besparingen tonen aan dat werkende mensen weigeren om een systeem te accepteren dat strenge besparingen op de levensstandaard eist om de 1% tevreden te stellen. Wat voor de grote meerderheid van de mensen die in opstand komen tegen de heersende elite, nog niet duidelijk is, is waarmee wij dit rotte systeem moeten vervangen of op welke manier. De tijd die er is om de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten en te voorkomen wordt elk jaar beperkter. Daarom wordt het steeds belangrijker om de arbeidersklasse te winnen voor een socialistisch alternatief. Alleen het wetenschappelijke socialisme kan de arbeidersklasse bewapenen met een programma en een strategie om zich te verenigen en te strijden om een einde te maken aan de heerschappij van de 1%. Zij kan de macht in het kamp van de 99% leggen en in een korte tijd een plan uitvoeren om de samenleving op duurzame wijze te ontwikkelen.

Meer warmte, meer problemen

Onze levens zijn relatief kort. Ons referentiekader is iets minder dan een eeuw. Ons perspectief op mondiale veranderingen is dan ook beperkt. Bovendien is de aarde vrij groot en dus merken we de opeengestapelde effecten van ontbossing, het terugtrekken van gletsjers en het opeengehoopt afval in de gyres van de Stille Oceaan en de Atlantische Oceaan niet op. Een temperatuurstijging van bijna een graad Celsius heeft vrijwel geen betekenis voor gemeenschappen die dagelijks grotere schommelingen ervaren.

We hebben zoveel koolstof opgegraven en verbrand dat we de lucht die we inademen chemisch hebben veranderd. Er zijn nu 400 CO2-moleculen per miljoen luchtmoleculen – een niveau dat in de afgelopen 25 miljoen jaar misschien niet meer is gezien – tegenover ongeveer 280 voorheen. We merken dit over het algemeen niet op. Maar ondanks ons onvermogen om de ingrijpende verandering in onze atmosfeer waar te nemen en ondanks de ver-van-mijn-bedshow die velen in ontwikkelde landen hebben als het gaat om milieuvernietiging en vervuiling, bereiken we toch gevaarlijke tipping points (kenteringspunten).

De gevolgen van de verbranding van fossiele brandstoffen zijn al lang bekend. Reeds in 1896 publiceerde Svante Arrhenius een artikel over de manier waarop CO2 het gereflecteerde licht van het aardoppervlak absorbeert en voorkomt dat het aan het aardoppervlak ontsnapt (dat wil zeggen: het broeikaseffect). Eind jaren vijftig begon Charles Keeling met het meten van de CO2-concentratie in de atmosfeer. In een paar jaar tijd deed hij de verrassende ontdekking dat er niet alleen seizoensgebonden schommelingen in CO2 zijn die te maken hebben met de absorptie door planten, maar dat de totale concentratie elk jaar snel toenam. De Keeling Curve – die blijft stijgen omdat de metingen sinds 1958 tot nu een continue opeenstapeling van nieuwe records is – wordt beschouwd als het eerste bewijs dat industriële activiteit de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer transformeerde.

Toch is het de dramatische en snelle uitputting van de mondiale ijsvoorraad die de spreekwoordelijke kanarie in de kolenmijn is. Het nieuws van 2015 dat de ijslaag in het westen van Antarctica gedestabiliseerd is en naar verwachting in de komende eeuwen zal uiteenvallen, zou een onmiddellijke reactie van de wereldleiders moeten hebben opgeleverd. De ijskap bevat voldoende water om de zeespiegel wereldwijd met ongeveer 3,3 meter te verhogen! Er is geen manier om dat volledig te voorkomen. We kunnen ons nu alleen nog maar aanpassen aan de stijgende zeespiegel. Daar komt nog bij dat een deel van de Groenlandse ijskap, die het equivalent van een halve meter wereldwijde zeespiegelstijging bevat, ook snel aan het smelten is. Ook het Noordpoolijs is drastisch verminderd en wetenschappers verwachten dat het Noordpoolgebied vanaf 2020 ijsvrij zal zijn in de zomer.

De gletsjers en ijskappen van de aarde fungeren als een wereldwijde airconditioner, doordat ze zonlicht reflecteren en zo de planeet koeler houden dan anders het geval zou zijn. Het verlies van het ijs op aarde (d.w.z. het landijs) zal niet alleen de zeespiegel doen stijgen en de meer dan een miljard mensen die langs de laaggelegen kusten wonen verdrijven. Het zal ook het klimaat verder verstoren en de opwarming van de aarde versterken. Naarmate het ijs smelt, absorbeert de aarde meer warmte, smelt er weer meer ijs, enzovoort.

Toch gaat het bij klimaatverandering voor de meeste mensen om warmere zomers en extreme weersomstandigheden. En dan hebben we het niet alleen over onze toekomst – die ongetwijfeld warmer zal worden, met heviger weersomstandigheden – maar ook over onze huidige omstandigheden. We hebben nu de kaap van één graad bereikt (boven het pre-industriële niveau) voor de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging. Deze extra warmte heeft geleid tot hittegolven, plotselinge overstromingen en dodelijke weersverschijnselen die ons dwingen te erkennen dat klimaatverstoring niet alleen iets is waarover wetenschappers debatteren en discussiëren voor toekomstige generaties. Klimaatverandering is onze realiteit.

In 2003 stierven naar schatting 70.000 mensen aan de hittegolf die Europa in zijn greep hield. Sinds de jaren zestig is het aantal extreme weersomstandigheden meer dan verdrievoudigd, waarbij naar schatting 60.000 mensen uit voornamelijk onderontwikkelde landen om het leven kwamen. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat er zonder verzachtende maatregelen nog eens een kwart miljoen mensen tussen 2030 en 2050 zullen sterven door de gevolgen van de klimaatverandering.

Als het gaat over hoe het klimaat er in de toekomst zal uitzien en hoe het zal aanvoelen, is het belangrijk om in gedachten te houden dat de omvang van het probleem dat zich momenteel voordoet het gevolg is van slechts een kleine stijging van de mondiale temperatuur. Slechts één graad Celsius. Beeld je de gevolgen in voor ons, het milieu dat ons in stand houdt, en het aardse systeem zelf, wanneer de aarde weer een graadje warmer wordt. Dat is wat we volgens wetenschappers kunnen verwachten tegen het einde van de eeuw, als we niet stoppen met “business as usual”.

Welkom in het Antropoceen

De veranderingen die onze planeet heeft ondergaan ten gevolge van menselijke activiteit – van de top van de atmosfeer tot aan de bodem van de oceaan – zijn zo omvangrijk dat steeds meer wetenschappers, die de geschiedenis en het systeem van de aarde bestuderen, zich nu verhit afvragen of we een nieuw geologisch tijdperk zijn ingegaan: het Antropoceen (antropo – menselijk, cene – nieuw), of misschien zitten we er al eeuwen in en wisten we het gewoon niet.

Een nieuw geologisch tijdperk voorstellen is meer dan alleen het toevoegen van een datum en naam aan de geologische tijdschaal die 4,5 miljard jaar beslaat vanaf de vorming van het zonnestelsel tot nu. In feite is de geologische tijdschaal zelf meer dan een lijst van data en namen. Het is ook een instrument – een veelgebruikte meetmethode – dat wetenschappers gebruiken om te begrijpen hoe veranderingen op onze planeet, vanaf haar ontstaan tot nu, hebben plaatsgevonden. De eonen, era’s en tijdvakken die er deel van uitmaken worden gekenmerkt door snelle verschuivingen op de hele planeet. Acceptatie van het Antropoceen als nieuw tijdperk is daarom de vraag of de impact die de mensheid heeft gemaakt abrupt is, wereldwijd waarneembaar en ontegenzeggelijk verschilt van het vorige tijdperk, het Holoceen (en daarvoor het Pleistoceen). Met andere woorden, heeft de mens het systeem van de aarde fundamenteel verstoord, zodat het kan worden gezien in de rotsen, het water en de atmosfeer, en zodat toekomstige wetenschappers het zullen zien?

Voorstanders van het toevoegen van het nieuwe tijdperk aan de geologische tijdschaal zijn het er niet eens over wanneer het Antropoceen precies begon. De drie data waarover momenteel wordt gedebatteerd – 8.000 jaar geleden, de industriële revolutie, en 1945 – vertegenwoordigen bakens in het proces van beschaving, toen de mensheid nieuwe manieren ontdekte en toepaste om de natuur aan te passen om aan onze basisbehoeften te voldoen.

Sommigen plaatsen het ongeveer 8.000 jaar geleden toen de mens begon met het kappen van bossen en de rijstteelt, wat de atmosferische concentratie van broeikasgassen veranderde. Anderen betogen dat het Antropoceen echt is begonnen aan het begin van de industriële revolutie toen het wijdverbreide gebruik van fossiele brandstoffen het systeem van de Aarde begon te verstoren, wat leidde tot de effecten die we vandaag zien en in de toekomst zullen ervaren. Atoomtesten op grote schaal, te beginnen met de Trinity Test in 1945, is de laatste voorgestelde datum. Dat wordt niet zozeer in overweging genomen omdat het testen van atoombommen op zichzelf het Aardsysteem verstoorde – hoewel we niet mogen vergeten dat wetenschappers waarschuwden voor de gevaren van een door de atoomoorlog veroorzaakte “atoomwinter” – maar omdat atoombommen een wereldwijde vingerafdruk achterlaten die gemakkelijk te zien en te meten is, en atoomtesten markeren de opmars van de ongekende periode van uitbreiding van het Amerikaanse kapitalisme.

In tegenstelling tot eerdere veranderingen in de geologische tijdschaal hebben de voorstellen echter politieke en sociale implicaties. Dat wetenschappers een nieuw tijdperk van door de mens veroorzaakte veranderingen suggereren, is door veel milieuactivisten terecht aangegrepen als concreet bewijs dat we de planeet inderdaad radicaal aan het veranderen zijn.

De reactie van links is een mengeling van verwarring en door elkaar halen van het wetenschappelijke debat en de voorspelbare politieke reactie. Sommige antikapitalisten vinden de naam van het tijdperk verkeerd. Zij stellen dat de focus ligt op de mens, en dus insinueert dat alle mensen verantwoordelijk is, en dat het de werkelijke oorzaak van de snelle veranderingen verbergt: namelijk het kapitalisme. Voor anderen, met name voor diepgroene milieuactivisten, is het een bewijs dat de mensheid grotendeels sociopatisch is – hoe durven we een tijdperk naar mensen te noemen! – en dat de beschaving echt het probleem is, niet de mens.

Deze argumenten komen voort uit een misverstand of een gebrek aan begrip van de ontwikkeling van de mensheid en de menselijke samenleving in de afgelopen miljoenen jaren. Een historisch materialistische analyse van de menselijke geschiedenis en de prehistorie is in feite de sleutel tot het ontsluiten van de deur naar onze duurzame toekomst.

Verandering is constant

“De geschiedenis kan van twee kanten worden bekeken: ze kan worden onderverdeeld in de geschiedenis van de natuur en die van de mens. De twee kanten moeten echter niet als zelfstandige entiteiten worden gezien. Zolang de mens bestaat, hebben de natuur en de mens elkaar beïnvloed,” schreven Karl Marx en Friedrich Engels in ‘De Duitse Ideologie’ (1846). Velen in de milieubeweging geloven echter dat we niet kunnen interageren met de natuur zonder schade te veroorzaken, omdat wij, mensen, los staan van de natuur. Dit argument wordt belichaamd in een boek geschreven door de leider en oprichter van 350.org, Bill McKibben: ‘The End of Nature’ (1989).

Net als Rachel Carson’s Silent Spring (1962) wordt McKibben’s boek gezien als een van de eerste boeken die de mensheid waarschuwt voor de gevaren van de opwarming van de aarde. In het boek waarschuwt McKibben niet alleen voor koolstofvervuiling, hij stelt hartstochtelijk dat de mensheid de natuur heeft vernietigd, dat “we een einde hebben gemaakt aan het ding dat, althans in de moderne tijd, de natuur voor ons heeft gedefinieerd – de scheiding van de menselijke samenleving.” We hebben de chemie van de atmosfeer veranderd, stelt hij, daarom is er geen plaats op aarde die onaangetast is door de mensheid.

Toch is onze “scheiding van de natuur” een recent fenomeen, een product van het kapitalisme, dat loonarbeid combineerde met sociale productie voor privaat gewin, waardoor de mens werd gescheiden van de aarde, waar hij voor zijn levensonderhoud werkte. Voor het overgrote deel van het menselijk bestaan waren we nauw verbonden met de Aarde, leerden en vergaarden we kennis van de seizoensgebonden veranderingen, en ervoeren we het als onderdeel van ons bestaan, ook al hadden we nog geen inzicht in de drijvende krachten ervan. Zoals Marx uitlegt: “De mens leeft van de natuur, d.w.z. de natuur is zijn lichaam en hij moet er een voortdurende dialoog mee onderhouden als hij niet wil sterven.” De opvatting dat we los staan van de natuur is dus ook van recente datum en houdt verband met de ontwikkeling van het kapitalisme.

Het idee dat het de moderne industriële samenleving is die het probleem is, en dat de oplossing ligt in een terugkeer naar het leven direct van de aarde, is zowel te simplistisch als ahistorisch. Het onttrekt beschaving uit de geschiedenis van de mensheid en bepaalt de impact ervan op de veronderstelde betere situatie die voor de beschaving bestond – voor de Aarde, maar duidelijk niet voor de mens, want wij stierven aan allerlei gezondheidsproblemen die nu behandelbaar en te voorkomen zijn.

Bovendien gaat het voorbij aan het feit dat ook pré-moderne mensen de aarde sterk hebben veranderd. Voor zolang we boten hebben gehad (10.000+ jaar) en mensen de zeeën zijn overgestoken, eerst op zoek naar voedsel, dan voor imperialistische verovering en/of op zoek naar religieuze vrijheid, hebben we onbewust (en vaak bewust) diersoorten van de ene kant van de Aarde naar de andere kant vervoerd. Met als gevolg dat de ecosystemen radicaal veranderden, waardoor sommige soorten in nieuwe omgevingen floreren en andere uitgestorven raken. De voorstanders van de vroegste startdatum voor het Antropoceen zouden argumenteren dat de komst van de landbouw aan het einde van de laatste ijstijd zelfs de chemie van de atmosfeer veranderde. Dat wordt gebruikt als bewijs dat de mens de planeet al 8.000 jaar geleden radicaal veranderde.

Sterker nog: we zijn niet de eerste wezens die de atmosfeer veranderen. Om een extreem voorbeeld te geven: zo’n 2,7 miljard jaar geleden verschenen cyanobacteriën (blauwalgen), die als eerste organismen fotosynthetisch werden en zuurstof als bijproduct produceerden. Voorafgaand aan hun ontwikkeling en dus begonnen met het uitpompen van zuurstof, was er praktisch geen zuurstof in de atmosfeer. Zonder cyanobacteriën zouden we niet bestaan.

Interactie met de natuur zonder de natuur te veranderen is onmogelijk. Levende organismen moeten materiaal uitwisselen met de aarde om te kunnen leven, waardoor ze hun omgeving beïnvloeden en hun eigen evolutie en die van anderen aantasten. Zoals Richard Levins en Richard Lewontin in The Dialectical Biologist (1985) schrijven: “Het leefmilieu en het organisme beïnvloeden elkaar wederzijds.” Maar als alle soorten de natuur op de een of andere manier beïnvloeden, zijn wij dan, met onze steeds groter wordende populatie en uitgebreide industriële activiteit, veroordeeld tot de rol van de eeuwige vernietiger van de natuur?

Binnen of buiten?

Ons vermogen om de impact te begrijpen die we hebben op de planeet, dat het negatieve gevolgen zal hebben voor ons op zowel korte als lange termijn, en de beslissingen die we nemen om de loop van de geschiedenis te veranderen, is wat ons onderscheidt van cyanobacteriën en andere organismen. Arbeid is niet alleen een bron van rijkdom. Het is ook wat de mensheid, het bewuste denken, de bewuste planning en de accumulatie van kennis heeft opgeleverd.

De komst van gereedschappen, en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van de hersenen, de sociale activiteit van de jacht en de creatie van taal, hebben het pad geëffend voor de productie van voedseloverschotten. Dat is de basis van de klassenmaatschappij, de beschaving en het wetenschappelijk inzicht. Kortom, de hele menselijke geschiedenis kan worden gereduceerd tot de organisatie van arbeid en techniek, en de gelijktijdige veranderingen in cultuur, maatschappij en onze omgeving.

Toen het kapitalisme het feodalisme verving, begon het een lang proces van het wegtrekken van steeds grotere delen van de bevolking van boerderijen naar fabrieken en steden, en het veranderde onze ideeën over natuur in relatie tot onszelf. We zagen onszelf niet langer als onderdeel van de natuur, maar als afzonderlijk ervan. Voor de kapitalisten werd de natuur een bron van vrije rijkdom die, wanneer ze door menselijke arbeid werd bewerkt, enorme winsten opleverde. Voor de nieuwe arbeidersklasse, vervreemd van de natuur, betekende het verscheuren van de aarde voor grondstoffen, het storten van giftige stoffen in rivieren en de roetende luchten boven stedelijke centra, een aanval op de natuur, een aantasting van ooit mooie gebieden. Naarmate de mensheid van de landbouwrevolutie naar de industriële revolutie ging, veranderde ons denken over onszelf in relatie tot de natuur.

Naar een socialistische toekomst

“We willen niet zomaar een verbetering van de huidige samenleving, we willen een nieuwe samenleving” (Engels, geciteerd door John Green in A Revolutionary Life, 2008). Het kapitalisme heeft zijn nut voor de mensheid uitgespeeld. Het vernietigt het milieu, verstoort ons klimaat en veroordeelt een miljard mensen tot ondervoeding en langzame hongerdood. Een systeem op winst kan geen oplossing bieden voor een probleem waarvan het voor zijn bestaan afhankelijk is. Het kapitalisme kan niet de middelen bieden om het ecologisch evenwicht te herstellen omdat het geen waarde hecht aan de natuur. We stellen echter niet voor om de hele moderne beschaving, gedragen door de enorme rijkdom, technologie en hulpbronnen die het kapitalisme heeft ontwikkeld, in de vuilnisbak te gooien. Sommigen stellen dit voor omdat het milieuvernietiging heeft veroorzaakt. Dit zou echter willen zeggen dat het potentieel, ook door dit systeem gecreëerd, om een duurzame toekomst te creëren, helemaal wordt genegeerd.

Toen het kapitalisme zegevierde over het feodalisme heeft het de wetenschap losgemaakt van de grenzen van de religie, die de ontdekkingen die haar heerschappij op de helling zetten probeerde te verstikken. De verdere ontwikkeling van kapitalistische techniek, gesocialiseerde productie, arbeidsdeling en machines vereiste grote sprongen in de wetenschap. En hoewel investeringen in wetenschappelijk onderzoek in de eerste plaats gericht zijn op het verder maximaliseren van de winst, kan de heersende klasse vandaag ook niet vermijden dat er ontdekkingen zijn die uiteindelijk haar autoriteit ondermijnen. Of het nu gaat om plastic gemaakt van bananenschillen of om zonnebanen, de wetenschap die wordt toegepast op milieu- en sociale problemen tast het gezag aan van degenen die zeggen dat fossiele brandstoffen nodig zijn.

Het kapitalisme heeft ook de kracht ontwikkeld die de macht heeft om de hele mensheid te bevrijden: de arbeidersklasse. Terwijl het kapitalisme mensen van het land dwong om voornamelijk stedelijke loonarbeid te verrichten, creëerde het de kracht die het gemeenschappelijk belang en het potentieel heeft om het omver te werpen en een samenleving te creëren die de meerderheid ten goede komt. Overal om je heen zie je werkende mensen opstaan en veranderingen eisen omdat het kapitalisme niet alleen de overgang naar hernieuwbare energie tegenhoudt, maar ook weigert te investeren in de maatschappij.

De zoektocht naar winst dwingt elke grote multinational en kleine onderneming om te strijden voor marktaandeel, waardoor de lonen onder druk komen te staan, de uitkeringen worden verlaagd en dreigen met economische rampspoed om belastingverlagingen te bekomen. Het kapitalisme is niet langer in staat om voldoende reserves aan te leggen om de arbeidersklasse een deel van de winst te bieden. De heersende elite heeft wereldwijd geen idee hoe de economische groei kan worden hersteld en hoe de betaling aan de belangrijkste obligatiehouders van staatsschulden kan worden gewaarborgd.

Bewegingen tegen besparingen, van Ierland tot Spanje en de heroïsche arbeidersklasse in Griekenland, hebben geweigerd dit lot te accepteren. Uit protesten tegen nieuwe handelsovereenkomsten – het trans-Pacifisch partnerschap en het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap – blijkt dat de werkende bevolking begrijpt dat bedrijven hun regels in het internationaal recht willen verankeren en de behoeften van de mensen en de planeet negeren.

Het overwinnen van een systeem dat gebaseerd is op de uitbuiting van ons allemaal, dat ons van de natuur scheidt en ons naar een volledig onhoudbare toekomst drijft, begint in de eerste plaats met een afwijzing van de ideeën ervan. Als we beperken wat de mensheid is, negeren wat het was en, wat belangrijk is, niet begrijpen hoe het van de ene naar de andere is veranderd, dan verwerpen we in feite het idee dat we geëvolueerd zijn en, cruciaal, dat we ons nog steeds in het proces van evolutie bevinden.

De toestand van de planeet tijdens het Antropoceen, of we nu de vroegste startdatum of de laatste aannemen, is die van voortdurende verandering. Onze evolutie van jager/verzamelaars naar een moderne industriële samenleving ging gepaard met een constante interactie met onze omgeving. Het heeft ons gevormd. We hebben er vorm aan gegeven. Door dit proces ontwikkelden we ideeën over wat we zijn, wat onze omgeving is, en onze relatie met elkaar. De mensheid, met alle opgebouwde kennis en ervaring van vorige generaties, heeft in deze tijd ook het vermogen ontwikkeld om eindelijk verder te gaan dan alleen maar overleven en daadwerkelijk te leven.

De enorme hulpbronnen, technologie, rijkdom en menselijke vindingrijkheid zouden kunnen worden ingezet en gericht op het beëindigen van het onnodige lijden, het verhogen van de levensstandaard wereldwijd en het bereiken van een ecologisch evenwicht. Als we dit feit begrijpen en gebruiken om onze acties te informeren, dan kunnen we de veranderingen die vandaag en in de toekomst zullen plaatsvinden, in eigen hand nemen. Deze visie heeft het potentieel om de arbeidersklasse te verenigen in haar historische taak om het kapitalisme omver te werpen. We bevinden ons op een afgrond en we kunnen kiezen tussen ofwel een sprong voorwaarts, in de hoop dat het kapitalisme een manier vindt om profijt te trekken uit de bouw van een vangnet, ofwel kunnen we ons de instrumenten, technologie en middelen toe-eigenen om een brug te bouwen naar een socialistische toekomst.

Print Friendly, PDF & Email