Catalonië: het furieuze antwoord van Rajoy op het uitroepen van de republiek

Dossier door Izquierda Revolucionaria, onze zusterorganisatie in de Spaanse staat (geschreven op 31 oktober)

Het uitroepen van de Catalaanse republiek door het Catalaanse parlement heeft meteen geleid tot een furieus antwoord van de Spaanse heersende klasse, de staat en de PP-regering maar ook van Ciudadanos (rechtse nationalistische partij) en PSOE (sociaaldemocratie). Artikel 155 wordt toegepast waardoor een reeks maatregelen worden genomen die in de praktijk een machtsgreep tegen de democratische rechten in Catalonië betekenen en een dreigement tegen alle werkenden in de hele Spaanse staat.

De gerechtelijke vervolging van de Catalaanse president Puigdemont en andere leden van de Catalaanse regering, die beschuldigd worden van ‘rebellie’ en ‘opruiing’, is de grootste aanval op democratische rechten sinds 40 jaar. Deze poging om een massabeweging voor democratische rechten te breken, ondermijnt het Spaanse kapitalistische regime (ook wel bekend als het ‘regime van 1978’) en benadrukt het autoritaire karakter en het Franquistische verleden ervan.

We willen niet overdrijven. Het volstaat om de inhoud van de aanklacht door het openbaar ministerie onder leiding van Jose Manuel Maza te lezen om een idee ervan te hebben. Er wordt gesteld dat het referendum van 1 oktober en de dagen ervoor en erna een “opstand” waren, “een gewelddadige beweging waarin een deel van de bevolking die voorstander is van afscheiding aangevuurd werd door zijn leiders de legitieme staatsautoriteit weigerde te gehoorzamen en er verzet tegen pleegde. Het geweld in de stembureaus was het resultaat van de beschuldigden die kost wat kost het ongrondwettelijk referendum willen doorzetten door het met geweld op te leggen.”

Deze openbaar aanklager is aangesteld door de PP en verklaart dus dat de miljoenen mensen die vreedzaam verzet pleegden tegen de repressie om hun stemrecht uit te oefenen eigenlijk overgingen tot een “gewelddadige opstand.” Alle politici – ook die van PSOE – die deze aanklacht verdedigen, beweren dat ze de democratie verdedigen!

In de aanklacht wordt ook ingegaan op de algemene staking van 3 oktober. “De staking werd niet uitgeroepen om de rechten van werkenden te verdedigen maar als een krachtmeting.” En nog: “De gebeurtenissen die geleid hebben tot het uitroepen van een onafhankelijke republiek in Catalonië brengen fundamentele wettelijke rechten in het gedrang (…) Deze rechten zijn gebaseerd op de onverdeelbare eenheid van de Spaanse natie, het gezamenlijke vaderland van alle Spanjaarden.”

Op ‘rebellie’, wat wettelijk gezien het gebruik van geweld omvat, staan straffen tot 30 jaar gevangenis. Om de beschuldiging te rechtvaardigen, stelt de openbaar aanklager nu dat deze misdaad “niet noodzakelijk het gebruik van wapens, gevechten of grof geweld” vereist. Hij gebruikt de zaak tegen de leiders van de poging tot militaire staatsgreep tegen de Spaanse democratie in 1981 als precedent.

Het toont het karakter van het reactionaire monarchistische blok dat vandaag aan de macht is in Spanje. Het doel is niet alleen om de bevolking van Catalonië een zware nederlaag toe te brengen omdat het durfde in te gaan tegen de onrechtvaardige wetten die het recht op zelfbeschikking ontzeggen. Het doel is ook om een duidelijke waarschuwing te geven aan de volledige arbeidersklasse in de Spaanse staat: er wordt getoond hoe ver de staat en de Spaanse en Catalaanse heersende klasse bereid is te gaan om het systeem en de eigen belangen te verdedigen.

Een uitzonderlijke democratische daad

Er zijn veel lessen te trekken uit de gebeurtenissen in Catalonië de voorbije maanden. Het niveau van klassenstrijd, in dit geval uitgelokt door de nationale onderdrukking, heeft alle politieke krachten getest en was historisch.

Er wordt wel eens gezegd dat niemand zo blind is als diegene die weigert te zien. De blindheid van de Spaanse parlementaire linkerzijde is zo extreem dat er nu in de gevestigde media maar twee standpunten aan bod komen: diegenen die de toepassing van artikel 155 steunen en samen met de rechterzijde de Spaanse vlag en bijhorend nationalisme verdedigen, en diegenen die spreken over ‘dialoog’ waarbij artikel 155 en de onafhankelijkheidsverklaring in Catalonië “twee keerzijden van dezelfde medaille” worden genoemd. De laatste groep vergelijkt de acties van een reactionaire regering ter verdediging van de Spaanse en de Catalaanse oligarchie met een massabeweging van mensen die ingaan tegen de nationale onderdrukking en op straat het reactionaire karakter van het regime van 1978 betwisten.

Het idee dat de resultaten van het referendum van 1 oktober niet kunnen toegepast worden omdat het niet “legitiem” was, is een belediging van de wil van de bevolking. Meer dan 2,2 miljoen mensen hebben zich uitgesproken in het referendum, ondanks matrakken en rubberkogels vanwege tienduizenden militaire agenten. Welk beter voorbeeld is er van echte democratie dan een bevolking die overheidsrepressie weerstaat en ingaat tegen de “legale” onderdrukking van zijn rechten.

De opkomst voor dit referendum lag hoger dan bij de Europese verkiezingen van 2014. Er waren meer stemmen voor een Catalaanse Republiek dan er destijds waren voor het huidige ‘statuut van autonomie’ (waarmee de verhouding tussen Catalonië en de rest van Spanje wordt geregeld) dat in 2006 met een referendum werd goedgekeurd. Welke verkiezing is meer legitiem dan deze die moest opboksen tegen het volledige repressieve staatsapparaat maar waarbij toch zoveel mensen gingen stemmen?

De kapitalisten, zowel de Catalaanse, Spaanse als Europese, begrepen beter dan de reformistische linkse leiders wat het politieke belang was van het referendum op 1 oktober en de algemene staking van 3 oktober. Het voorbeeld van de Catalaanse bevolking die op basis van mobilisatie de repressie een nederlaag toebrengt, kreeg solidariteit en steun van onderdrukte mensen doorheen de wereld. Het werd een referentiepunt voor miljoenen werkenden en jongeren. Door hun directe acties op 1 en 3 oktober hebben de Catalanen, met de jongeren op de eerste rij, een revolutionaire crisis geopend. Alle delen van de heersende klasse hebben zich verenigd om deze crisis zo snel mogelijk af te blokken en de beweging een ernstige nederlaag toe te brengen, ook als waarschuwing voor andere delen van de bevolking die in strijd gaan.

Het reactionaire monarchistische blok

Het staatsapparaat, de monarchie, het leger en alle gevestigde partijen – met de PSOE van Pedro Sanchez vooraan – hebben een duidelijke strategie omdat ze zich bewust zijn van de inzet en van de kracht van de massabeweging voor de Catalaanse republiek. Ze gaan voor een historisch niveau van repressie en combineren het met vervroegde Catalaanse verkiezingen op 21 december. Ze willen zich baseren op de vreselijke politieke fouten van de leiders van de PDeCAT in een poging om de kwestie te regelen door hen een verkiezingsnederlaag toe te brengen en tegelijk de eigen sociale basis in en buiten Catalonië te consolideren. Dit gaat gepaard met een grote angstcampagne naast een campagne om verdeeldheid te zaaien onder de werkende klasse en de bevolking van Catalonië.

Deze campagnes zijn al wekenlang bezig. Sinds 3 oktober kondigden meer dan 1700 bedrijven aan dat ze uit Catalonië willen wegtrekken. De boodschap is duidelijk: de Catalaanse republiek bedreigt de werkgelegenheid en kan duizenden jobs kosten. We moeten erkennen dat deze campagne een effect heeft, vooral omdat de leiding van de beweging in Catalonië, niet alleen de PDeCAT maar ook ERC en CUP, er niet concreet op geantwoord heeft. Dit kan enkel door duidelijk te maken dat de Catalaanse republiek meteen maatregelen zal nemen tegen besparingen, ter verdediging van gezondheidszorg en onderwijs en tegen de sabotage door het kapitaal door dit te beantwoorden met de nationalisatie van de banken en de grote bedrijven om jobs en lonen te beschermen en de levensvoorwaarden van de werkenden te verbeteren.

Daar is niets van naar voor geschoven. Integendeel, sinds 3 oktober werd het initiatief overgelaten aan de reactie en het Spaanse kapitalistische regime. Sinds de toepassing van artikel 155 lijken de leiders van de Catalaanse regering verlamd. Ze hebben alle repressieve maatregelen aanvaard zonder enig voorstel van een antwoord op basis van mobilisatie. De lafheid van deze leiders heeft niets gemeen met de heldhaftigheid van de Catalaanse werkenden. Ze verraden de zaak van de republiek omdat ze niet bereid zijn te breken met het kapitalisme.

De PP en de Spaanse heersende klasse maakt gebruik van de zwakte van de leiding van de beweging om het initiatief in handen te houden. De organisatie van betogingen, zoals op 29 oktober voor de “eenheid van Spanje” met meer dan 300.000 aanwezigen, ging gepaard met een media-offensief gericht op het winnen van de sympathie van de bevolking. Er werd angst gezaaid rond afdankingen en het Catalaanse nationalisme werd afgedaan als de ideologie van een racistische elite tegenover de migrantenbevolking van Catalonië. Het is een vuil spel, maar het was mogelijk omdat een deel van de linkerzijde zich ertoe leent. Zowel de sociaaldemocratie als een deel van de linkerzijde die uit de stalinistische traditie komt, hebben alle precedenten van politieke ontaarding overstegen.

Een geval verdient een speciale vermelding: de deelname van Paco Frutos aan de Spaans nationalistische betoging van 29 oktober. Frutos is een voormalige leider van de Communistische Partij en de vakbond CCOO. In zijn deelname aan het reactionaire toneel dat werd opgevoerd, haalde hij uit naar de studentenstaking van de Sindicat d’Estudiants van 25 en 26 oktober. Dit is geen toeval. De heersende klasse gebruikt Frutos’ ‘communistische’ en anti-Franquistische verleden om delen van de Spaanssprekende arbeidersklasse met een linkse traditie te benaderen en zo meer verdeeldheid, verwarring en twijfel te zaaien. De rol van deze leiders die enthousiast de Franquistische repressie steunen en bijdragen aan het verspreiden van Spaans nationaal chauvinisme is misdadig.

Er is maar een manier om dit reactionaire offensief een nederlaag toe te brengen: de massa’s op straat mobiliseren zoals op 1 en 3 oktober. Daartoe is het nodig om die delen van de Catalaanse arbeidersklasse over te winnen die aanvankelijk niet betrokken waren in deze strijd, maar vaak wel deelnamen aan de mobilisaties van 1 en 3 oktober tegen de repressie en tegen de PP. Veel van hen kijken nu met een gemengd gevoel van onzekerheid en scepticisme naar de gebeurtenissen.

De reden hiervoor is niet dat de arbeidersklasse niet bereid is om te strijden tegen de PP of tegen het systeem. De reden is dat na de algemene staking van 3 oktober de mobilisatie niet werd aangehouden, de Comités ter Verdediging van het Referendum (CVR) niet werden georganiseerd en uitgebreid met massale vergaderingen in alle wijken om de angstcampagne van de heersende klasse te bestrijden met een socialistisch programma. De massa’s werden naar huis gestuurd en het initiatief werd overgelaten aan Puigdemont en co.

De Catalaanse republiek is enkel mogelijk als het gekoppeld wordt aan een actieprogramma tegen besparingen, een programma dat breekt met de logica van het kapitalisme en de dominantie van het grootkapitaal, zowel het Spaanse als het Catalaanse. De republiek moet van en voor het volk, de werkenden en de jongeren, zijn. We mogen deze republiek en de verdediging ervan niet overlaten aan burgerlijke politici van de PDeCAT die tot op het laatste moment aarzelden om de wil van de bevolking door te drukken en die hun lafheid nog steeds blijven tonen.

Tegenover het offensief van de reactie is het schandalig dat de leiders van de beweging, in het bijzonder van PDeCAT en ERC, weigeren om een plan van een consistente strijd voor de verdediging van de uitgeroepen republiek naar voor te schuiven. Ze zijn nog meer dan de Spaanse heersende klasse bang van een massabeweging omdat deze hen verder zou duwen dan ze willen waarbij het revolutionaire proces ook hen aan de kant zou schuiven. Dat is waarom ze de uitroeping van de republiek tot een symbolische daad willen beperken en tegelijk de massa’s demobiliseren.

De “gelijke voet”-linkerzijde

Het feit dat het reactionaire blok verdeeldheid kan zaaien en Spaans-nationalistische vooroordelen kan verspreiden onder delen van de Spaanse werkenden, is niet alleen toe te schrijven aan de rol van de PSOE of de vakbondsleiders van CCOO en UGT die in de praktijk samenwerken met de Spaanse en Catalaanse heersende klassen. De leiders van organisaties met een grote parlementaire steun ter linkerzijde van PSOE, zoals Podemos en Izquierda Unida (IU), dragen bij tot de verwarring. Ze verdedigen een standpunt waarbij ze het regime van 1978 en de massabeweging in Catalonië op gelijke voet plaatsen en waarbij ze stellen dat de republiek niet ‘wettelijk’ en niet ‘legitiem’ is. In plaats van de werkenden en jongeren in Catalonië te helpen of de strijd tegen nationale en klassenonderdrukking te voeren, versterken ze de argumenten van de Spaanse heersende klasse.

Op een ogenblik als dit worden alle organisaties getest. Wat moet de rol van Unidos Podemos (de parlementaire alliantie van Podemos en IU) zijn? Het antwoord is evident: een massaal antwoord op straat organiseren tegen artikel 155 en bouwen aan een solidariteitsbeweging met de Catalaanse republiek, op basis van een programma tegen besparingen en corruptie met als doel om de PP uit de regering te krijgen en het regime van 1978 een nederlaag toe te brengen. In plaats hiervan blijven de leiders van Unidos Podemos echter de aanvallen van de Spaanse heersende klasse herhalen: artikel 155 en het uitroepen van de Catalaanse republiek zijn het resultaat van een gebrek aan ‘dialoog’ en de ‘politieke verantwoordelijkheid’ ligt aan beide kanten.

Het is alsof deze leiders nooit gehoord hebben van de klassenstrijd en niet beseffen dat we op dit punt gekomen zijn omdat de Spaanse heersende klasse nooit een legaal referendum in Catalonië zal erkennen. Dit zal niet gebeuren omdat de Spaanse kapitalisten een markt als die van Catalonië, goed voor bijna een derde van het Spaanse BBP, niet zomaar zullen laten vallen. Ze zullen niet toelaten dat de republiek op ‘legale’ wijze wordt uitgeroepen aangezien dit de deur zou openzetten voor een beweging die vroeg of laat navolging zou krijgen in heel het land en hun regime zou bedreigen.

Van deze linkse leiders is Alberto Garzon, de leider van IU, diegene die zich het meest virulent verzet tegen de democratische nationale aspiraties van miljoenen Catalanen. Hij haalt uit naar een beweging die geconfronteerd werd door de PP en de staat en die miljoenen mensen inspireerde in heel de wereld. Garzon spreekt steeds voor ‘republikanisme’ maar is nu resoluut tegenstander van een Catalaanse republiek omdat het breekt met de legaliteit van de Spaanse heersende klasse. Het ergste van al is dat hij zijn standpunt probeert te rechtvaardigen met verwijzingen naar de grote marxistische denkers, terwijl hij het marxisme op groteske wijze verdraait om tot een standpunt van Spaans nationaal chauvinisme te komen waarmee hij de Spaanse heersende klasse helpt bij het zaaien van verdeeldheid onder de arbeidersbeweging en bij het stimuleren van Spaans-nationalistische vooroordelen.

Garzon beweert dat hij een marxist is, maar het uitgangspunt van marxistische dialectiek is dat de waarheid concreet is. Het waren niet Puigdemont of de PDeCAT die het regime van 1978 in een crisis onderdompelden, maar de massale revolutionaire beweging van de Catalaanse massa’s. De verschillende politieke formaties van de Catalaanse burgerij waren decennialang steunpilaren van kapitalistische stabiliteit. Ze steunden de regeringen van Felipe Gonzales en Aznar, ze verdedigden steeds de belangen van de elite.

Het klopt dat de bocht van PDeCAT naar een pro-onafhankelijkheidsstandpunt destijds een politiek manoeuvre was om de aandacht af te leiden van de besparingen en het massale straatverzet hiertegen in Catalonië. Het is duidelijk dat het standpunt van CUP en ERC om parlementaire steun aan PDeCAT te geven, waarbij de neoliberale agenda mogelijk werd in ruil voor steun aan onafhankelijkheid, een complete fout was.

Maar het is eveneens, en misschien zelfs nog meer, fout om een massabeweging niet te steunen en zelfs reactionair te noemen en op te roepen dat Puigdemont en Rajoy moeten onderhandelen op een ogenblik dat PDeCAT voorbijgestoken is door de massabeweging die tot een revolutionaire crisis heeft geleid. Met wie zou de beweging nu moeten onderhandelen? Hoe kunnen we een “wettelijk en onderling overeengekomen” referendum verwachten van diegenen die met politiegeweld antwoorden op de Catalaanse bevolking?

Garzon stelde meermaals dat “het opstarten van onderhandelingen tussen Rajoy en Puigdemont al een deel van het probleem zou oplossen.” Wat heeft dit gemeen met de standpunten van Marx en Lenin over nationale onderdrukking en revolutie? Niets! Het heeft wel veel gemeen met de positie van Santiago Carrillo (van de Spaanse Communistische Partij) die in 1976-78, toen de CP nog een massale arbeiderspartij was, opriep tot dialoog en consensus met de Spaanse heersende klasse en de erfgenamen van de dictatuur om een revolutionaire situatie die voor de CP oncontroleerbaar dreigde te worden te ontmijnen.

Carrillo en de CP waren samen met Gonzales en de PSOE de belangrijkste architecten van het regime van 1978. De CP was de belangrijkste partij van de arbeidersklasse. Vandaag is het ondanks de waardigheid en het socialistisch engagement van veel leden slechts een schaduw van wat de partij ooit was. Heeft de ineenstorting van de CP niets te maken met de koers tijdens de overgangsperiode na de dictatuur? De CP-leiders waren toen enthousiaste aanhangers van de Spaanse vlag, koning en amnestie voor de Franquisten waardoor de dictatuur niet bestraft werd voor de gepleegde misdaden. De CP-leiding offerde de heldhaftige strijd van zijn leden op om de “democratie te consolideren,” wat in de praktijk betekende dat de kapitalisten de controle op de situatie terug in handen kregen. De CP-leiding verzette zich tegen het recht op zelfbeschikking voor Catalonië, Baskenland en Galicië en werd hierdoor politiek onbelangrijk in deze regio’s. Waarom trekt Garzon daar geen conclusies uit?

Meer dan 100 jaar geleden schreef Lenin een schitterende tekst: het recht van naties op zelfbeschikking. Daarin werkte hij een revolutionair marxistisch standpunt uit. Lenin was net als Marx of Engels geen nationalist. Zij waren internationalisten, maar ze begrepen dat de verdediging van het recht op zelfbeschikking van onderdrukte naties, zoals Catalonië vandaag, een prioriteit was in de strijd voor socialisme. Strijden tegen nationale onderdrukking is even belangrijk als strijden tegen klassenonderdrukking. In nationale bevrijdingsbewegingen onderwerpen marxisten zich uiteraard nooit aan de kapitalistische klasse van de onderdrukte natie, in dit geval de Catalaanse burgerij, of de politieke vertegenwoordigers ervan (PDeCat). Marxisten strijden integendeel tegelijk voor het recht op zelfbeschikking – wat uiteraard het recht op onafhankelijkheid omvat – en voor een revolutionair programma van socialistische maatschappijverandering.

De huidige crisis in Catalonië heeft net als in andere historische periodes de mogelijkheid geopend om op revolutionaire basis een Catalaanse republiek te bekomen, gebaseerd op de directe actie van de bevolking, jongeren en werkenden. Dat is waar de Catalaanse burgerij zo bang van is en waarom een ultimatum gesteld is aan de massa’s: geef de mobilisaties op of we zorgen voor economische chaos waarbij de bevolking tot ellende wordt veroordeeld. Dat is net wat de Griekse burgerij deed met de Griekse bevolking.

Wat denkt kameraad Garzon hier van? Welke conclusie trekt hij uit de alliantie van de Catalaanse en de Spaanse burgerij om een Catalaanse republiek te vermijden? Garzon en andere leiders van IU en Podemos roepen op tot een ‘grondwetgevend proces’ en soms tot een ‘federale republiek’ in Spanje. Ze verduidelijken echter niet wat het klassenkarakter hiervan is: gaat het om een kapitalistische of een socialistische republiek? En op wie rekenen ze om dit proces of deze republiek tot stand te brengen? Rekenen ze op een akkoord met de Franquistische staat en de PP? Hopen ze op een consensus met de Spaanse burgerij?

Het uitroepen van de Spaanse Republiek op 14 april 1931 was het resultaat van revolutionaire actie door de massa’s, zowel in de steden als op het platteland. Daarbij werd de dictatuur van Primo de Rivera neergehaald. Met algemene stakingen en massabewegingen in 1930 en 1931 werd koning Alfonso XIII tot ballingschap gedwongen. Het uitroepen van de republiek werd door de kapitalisten aanvaard als het minste kwaad, als een poging om de beweging van werkenden, boeren en jongeren in de richting van een socialistische revolutie te stoppen.

Deze historische analogie is belangrijk. Een Catalaanse republiek die bekomen wordt door revolutionaire actie vereist noodzakelijkerwijze een strijd tegen de PDeCAT en Puigdemont, tegen de politieke en economische elite die Catalonië domineert met een zelfde neoliberale beleid als dat van de PP. De strijd tegen kapitalistische onderdrukking zou de sleutel tot massale acties zijn. Het zou de deur openen voor een linkse regering die onmiddellijk een einde maakt aan de besparingen en de dictatuur van de grote bedrijven in Spanje en Catalonië, waarbij de banken en grote bedrijven genationaliseerd worden.

De Catalaanse, Spaanse, Franse en Europese kapitalisten weten dit maar al te goed en proberen daarom met alle mogelijke middelen om de beweging de kop in te drukken. De burgerlijke media weten het ook en blijven daarom hun giftige reactionaire propaganda spuien. Maar Garzon daarentegen blijft ondertussen zeggen dat de moedige massabeweging in Catalonië slechts de reactionaire krachten ten goede komt.

De taken voor de massabeweging

Door de Catalaanse republiek in woorden uit te roepen, zijn de kapitalistische politici van de Catalaanse regering veel verder gegaan dan ze wilden. Ze zijn daartoe gedwongen door een massabeweging. Ze riepen de republiek uit met een begrafenisgezicht. De Catalaanse kapitalisten begrepen dat er een revolutionaire crisis begon te ontwikkelen en hebben grote druk gezet op Puigdemont en co om niet door te zetten en om toe te geven aan de PP en de Spaanse staat. De Catalaanse regering zit nu compleet in de chaos, met even zelfs speculatie over een mogelijke asielaanvraag in België.

De Catalaanse kapitalisten en de PDeCAT verraden eens te meer de zaak van Catalonië en van de republiek. In plaats van op te roepen tot massamobilisatie tegen artikel 155 en tegen de repressie, in plaats van hetzelfde lot te ondergaan als honderdduizenden gewone werkenden, besloten deze burgerlijke politici om ‘heldhaftig’ het hazenpad te kiezen en louter symbolische figuren in ballingschap te worden. Dit dient niet de belangen van de strijd, enkel het eigen imago en het persoonlijke prestige.

De krachtsverhoudingen in Catalonië zijn nog steeds gunstig om de plannen van de heersende klasse te stoppen en om in te gaan tegen de verdeling van de werkende klasse langs nationale lijnen. Tegen de angstcampagne moet de linkerzijde in Catalonië en doorheen de Spaanse staat gaan voor een mobilisatiecampagne op basis van een programma van sociale en economische eisen rond de dringende noden van miljoenen werkenden en jongeren. Dit programma moet duidelijk zijn: geen uithuiszettingen en besparingen, verdediging van zorg en onderwijs, nationalisatie van de banken en grote bedrijven onder democratische controle om miljoenen degelijke jobs te creëren.

De strijdbare linkerzijde moet de Catalaanse arbeidersklasse – in het bijzonder diegenen die na de oorlog naar Catalonië emigreerden en van wie de families gebukt gingen onder klassenonderdrukking, racisme en vernedering door de Catalaanse burgerij – aantonen dat de Catalaanse republiek die wij willen niet die van de elite is, maar een republiek van onderdrukte en werkende mensen. Hoe meer tijd er verloopt zonder dat dit programma naar voor wordt gebracht, hoe dichter de reactionaire rechterzijde bij een overwinning komt.

Abstracte verklaringen van een republiek betekenen weinig tegenover een concrete contrarevolutionaire aanval. De linkse leiders moeten vastberaden zijn en zich baseren op de enorme strijdcapaciteit van de Catalaanse massa’s. Op basis van algemene stakingen kan een linkse regering bekomen worden die bouwt aan een arbeidersrepubliek waarin Puigdemont en de PDeCAT aan de kant geschoven worden. Dit is de taak van de CUP, Catalunya en Comu en Unidos Podemos.

Honderdduizenden Catalanen zien de verkiezingen van 21 december als een strategie om de beweging die tot de republiek geleid heeft te liquideren. Ze hebben gelijk: de reactionaire krachten willen hun repressie een ‘democratische’ façade geven met deze verkiezingen. Het is tegelijk echter duidelijk dat de verkiezingen er zullen komen aangezien zowel PDeCAT als ERC beloofd hebben eraan deel te nemen. We moeten begrijpen dat massamobilisatie en een socialistisch programma de beste wijze vormen waarmee de Spaanse nationalistische rechterzijde en zijn bondgenoten kan verslagen worden, zowel nu als in de verkiezingen van 21 december.

Het komt erop aan om naar de Catalaanse arbeidersklasse te kijken, in de bedrijven en op de werkplaatsen. De arbeidersklasse moet vooraan staan in de strijd tegen repressie en voor een Catalaanse arbeidersrepubliek. Daartoe moet de republiek een sociale inhoud krijgen, waardoor duidelijk is dat een socialistische republiek te verkiezen is boven een kapitalistische monarchie die de belangen van de grote bedrijven, de corruptie en de erfgenamen van Franco verdedigt.

De enige manier om de verwarring te stoppen en de Spaanse nationalistische campagne te neutraliseren, is door de werkenden en jongeren van Catalonië te verenigen met hun broeders en zusters doorheen de Spaanse staat in massale mobilisaties tegen de PP. Izquierda Revolucionaria stelt dat dit de taak is die Unidos Podemos, Pablo Iglesias en Ada Colau in het bijzonder, moeten opnemen.

De Spaanse en Catalaanse heersende klasse is uitermate bang van een Catalaanse republiek. Niet enkel omdat het ingaat tegen het nationalistische idee van een groot eengemaakt Spanje, maar ook omdat ze weet dat dit een aanzet is tot nog meer intense strijd voor de belangen van de onderdrukten tegen de kapitalistische heerschappij, tegen de gevestigde sociale orde en voor een socialistische republiek in Catalonië en een federale socialistische republiek doorheen de Spaanse staat op basis van de vrijwillige eenheid van de volkeren en naties. Deze strijd kan op de actieve solidariteit van de werkenden doorheen Europa en de wereld rekenen

Print Friendly, PDF & Email