Spaanse sociaaldemocratie in crisis

sanchezOnlangs was er een ontmoeting tussen marxisten uit Spanje en Groot-Brittannië waarbij gediscussieerd werd over de dynamische ontwikkelingen in de hele wereld. Op die bijeenkomst eind september beslisten vertegenwoordigers van El Militante/Izquierda Revolucionaria, de Socialist Party en het CWI om materiaal uit te wisselen. Hieronder een bijdrage daartoe met een artikel over de recente crisis in de Spaanse sociaaldemocratie (PSOE). Het gaat om een artikel door Juan Ignacio Ramos, de algemeen secretaris van Izquierda Revolucionaria.

De Spaanse Socialistische Partij (PSOE) kent een van zijn ergste crisissen in decennia. Er was een ‘coup’ door Felipe Gonzalez, Susana Diaz en de regionale baronnen van de partij (lokale leiders die tot de rechterzijde behoren en een groot gewicht in de structuren hebben). De coup was gericht tegen algemeen secretaris Pedro Sanchez en was goed voorbereid. De coup had de volledige en openlijke steun van het kapitaal en de financiële oligarchie. Deze ontwikkeling zal verregaande gevolgen hebben.

Het breekpunt is het verzet van Pedro Sanchez en een deel van de leiding tegen een onthouding van de parlementaire fractie waardoor Mariano Rajoy van de conservatieve Partido Popular een minderheidsregering zou vormen. Dit leidde tot een explosieve interne strijd binnen de PSOE. Dit gebeurt tegen de achtergrond van een crisis in de Spaanse sociaaldemocratie, naar het voorbeeld van de rest van Europa en als resutaat van het gevoerde besparingsbeleid en de fusie met de heersende klasse.

De crisis bereikte een hoogtepunt op 1 oktober toen Sanchez op een chaotische bijeenkomst van het Federaal Comité van de partij ontslag moest nemen als algemeen secretaris. Felipe Gonzales en de regionale baronnen hadden eerst het ontslag in kaart gezet van 17 leden van het partijbestuur die hun standpunt over de regering steunden. Maar Sanchez weigerde vervolgens mee te stappen in deze gang van zaken en verklaarde publiekelijk dat hij zich niet aan de PP zou onderwerpen. Dit leidde tot een scherpe confrontatie in het Federaal Comité.

De coupplegers haalden met 133 tegen 107 stemmen een overwinning in die bijeenkomst. Maar dit was geen redden tot euforie of vertrouwen, het leidde tot meer onzekerheid. Geen enkele van de kwesties in de discussie was opgelost. De interne verdeeldheid is enkel scherper geworden. Dat is een zoveelste slag voor het door crisis getroffen kapitalistische Spaanse regime. De zwakke overwinning van de coupplegers wijst op een veranderde krachtsverhouding. De afgelopen weken werd duidelijk dat het voorstel om de verkozenen van PSOE zich te laten onthouden om een minderheidsregering van Rajoy in het zadel te houden door brede lagen van de kiezers en de leden verworpen werd.

Het openlijk burgerlijke deel van PSOE kwam in een bijzonder moeilijk parket. De brutale verwijdering van Sanchez geeft aan dat dit deel van de partij aan de kant van de PP staat. Alle demagogie van de baronnen is doorprikt. Als ze het hebben over prioriteit geven aan ‘Spanje zelf’ en niet aan de partij, dan hebben ze het niet over de miljoenen werklozen, de duizenden gezinnen die uit hun huis gezet zijn of de jongeren die moesten emigreren. Ze zijn niet bekommerd om de miljoenen gezinnen zonder inkomen, de werkenden van wie hun rechten afgenomen werden of het publiek odnerwijsstelsel dat afgebouwd en geprivatiseerd wordt. Deze politici hebben een ‘socialistische’ partijkaart maar staan in dienst van de heersende klasse en zijn vooral uit op politieke stabiliteit zodat de PP de besparingen kan doorzetten die gevraagd worden door de nationale en Europese kapitalisten.

Als de voorlopige leiding in lopende zaken die door de coupplegers in PSOE werd aangesteld beslist om een standpunt in te nemen waardoor Rajoy aan de macht kan komen – zelfs indien dit al seen ‘technische onthouding’ wordt voorgesteld – dan zal de crisis enkel nog groter worden. Het is niet uitgesloten dat een aantal parlementsleden van PSOE beslissen om de partijdiscipline te doorbreken door tegen Rajoy te stemmen. Indien Rajoy op deze manier een regering kan vormen, zal deze van bij het begin een gebrek aan legitimiteit hebben en wordt het sowieso moeilijk om de politieke stabiliteit te vestigen die de burgerij nodig heeft om haar besparingsplannen door te voeren.

Deze optie zou een derde ronde van parlementsverkiezingen kunnen vermijden. Maar het zou wel leiden tot een zwakkere regering die openlijk in vraag gesteld wordt door de basis van PSOE en die vroeg of laat op massamobilisaties zal botsen. De heersende klasse zou bovendien een fundamentele factor in de stabiliteit van het Spaanse kapitalisme de voorbije 40 jaar verliezen: een eengemaakte PSOE die in staat is om de arbeidersbeweging af te remmen en te controleren.

Op dit ogenblik is het moeilijk om een duidelijk perspectief naar voor te schuiven. Om nieuwe verkiezingen te vermijden, zal het niet volstaan dat slechts enkele parlementsleden zich onthouden. De PP gaf al aan dat het een stabiele regering wil zodat de door de EU geëiste besparingen door het parlement kunnen. Het gaat dus niet enkel over een onthouding om een minderheidsregering aan de macht te laten, het gaat om steun aan de reactionaire agenda van de rechterijde. In de praktijk zou dit een indirecte vorm van grote coalitie zijn zoals we die al eerder zagen in Duitsland of Griekenland.

Onder deze voorwaarden is het niet uitgesloten dat er in december verkiezingen komen. De Spaanse kapitalisten en de Europese Commissie zijn daar bang voor, het betekent immers uitstel van een aantal belangrijke beslissingen. Timing is natuurlijk belangrijk op politiek vlak, maar voor de kapitalisten zijn hun strategische belangen nog veel belangrijker. Er zijn dan ook veel stemmen die oproepen tot nieuwe verkiezingen op 18 december in de hoop dat de rechterzijde een beter resultaat haalt: meer zetels voor PP en een ramp voor PSOE dat wel eens het slechtste verkiezingsresultaat uit haar geschiedenis kan kennen. Deze optie komt neer op ‘brood voor vandaag en honger voor morgen.’

Wat er ook gebeurt, PSOE kan geconfronteerd worden met een versnelde ‘Pasokificatie’ – naar het beeld van de volledige ineenstorting van de Griekse voormalige sociaaldemocratische Pasok – en interne verdeeldheid kan leiden tot een splitsing. Dit kan Unidos Podemos (de electorale alliatnie van Podemos, Izquierda Unida en andere linkse formaties in Catalonië, Valencia en Galicië) gunstige voorwaarden opleveren om PSOE voorbij te steken.

Sociaaldemocratie in crisis: een globaal fenomeen

Zoals we eerder opmerkten, is de fundamente reden voor de crisis van de Spaanse (en de Europese) sociaaldemocratie haar fusie met de heersende klasse en omarming van het besparingsbeleid. Dit beleid werd bijzonder enthousiast toegepast door de PSOE-regering. De verkiezingsnederlagen sinds 2011, eerst onder leiding van Zapatero en nadien onder Rubalcaba, zijn allemaal rechtstreeks verbonden met de steun van de partij voor de besparingen en de grondwetshervormingen in het belang van de banken, de steun van de partij aan het Spaanse nationalisme en de pleidooien voor het ‘bestuurbaar’ houden van het land op kapitalistische basis.

Deze politieke strategie heeft PSOE duidelijk aan de rechterzijde gepositioneerd. De opkomst van Podemos dat de helft van de kiezers van PSOE overnam, is nog een duidelijke indicatie van de fundamentele tendensen in deze crisis. Onder de werkenden en jongeren is er een bocht naar links. Dit bleek in het enorme niveau van sociale mobilisatie, de grootste acties sinds de massastrijd tegen de dictatuur van Franco in de jaren 1970. Met de beweging van de indignado’s, algemene stakingen, de massale ‘mars voor waardigheid’ in 2014 en de massabewegingen ter verdediging van het publieke onderwijs en de gezondheidszorg, de studentenbeweging en protestacties voor het recht op zelfbeschikking van Catalonië hebben miljoenen werkenden en jongeren PSOE de rug toegekeerd.

De impact van de klassenstrijd verklaart het karakter en de brutaliteit van de huidige crisis binnen PSOE. De partij staat voor een kritiek dilemma: verder de weg van Pasok in Griekenland opgaan en een irrelevante kleine partner voor de rechterzijde worden, of breken met de onderwerping aan de burgerij en een nieuwe strijdbare linkse kracht worden.

De mogelijkheid om de laatste optie te ontwikkelen, is niet rechtlijnig. Dat blijkt uit de situatie. De fusie van het partij-apparaat, zowel op federaal vlak als de regionale structuren, met de belangen van de oligarchie is erg verregaand. De grote fouten na de verkiezingen van 20 december 2015 hebben daar ook toe bijgedragen. Pedro Sanchez probeerde zich op Ciudadanos, een nieuwe rechtse populistische partij, te baseren om premier te worden. Dit was op basis van een akkoord rond besparingen, maar het initiatief mislukte. Had dit akkoord met Ciudadanos, een ‘PP 2.0’, iets te maken met echte veranderingen? De strategie van Sanchez bleek compleet te falen en droeg bij tot een nieuwe en meer intensieve fase in de crisis van PSOE.

Klassenstrijd

De onmogelijkheid om een regering te vormen na de verkiezingen van december toont de diepte van de crisis van het Spaanse kapitalisme. Decennia van afwisselend regeringen van PSOE en PP kwamen tot een einde om plaats te maken voor chronische instabiliteit in het parlementaire leven. Dit heeft het parlementaire stelsel een slag toegebracht, dit rotte circus van charlatans waar carrièristen zich alles konden permitteren zonder afgestraft te worden.

Na de verkiezingen van 26 juni 2016 kloppen de cijfers nog steeds niet. Zoals we elders uitlegden, was de afwezigheid van massale en aanhoudende mobilisaties tegen de rechterzijde (vooral als gevolg van het beleid van Podemos en de leiders van de grote vakbonden CCOO en UGT) een cruciale factor in de kleine vooruitgang van rechts in die verkiezingen. Dit werd herhaald in de recente verkiezingen in Baskenland en Galicië. Maar deze ‘verschuiving’ was erg fragiel en was vooral een uitdrukking van de electorale demobilisatie van de werkenden en jongeren die gedemoraliseerd waren door het wankelen en de onduidelijkheid – in feite door de sociaaldemocratische bocht – van de leiding van Podemos. De frustraties tegenover de door Podemos geleide besturen in de grote steden en de weigering om terug te gaan naar sociale mobilisaties spelen ook mee.

Na 26 juni zag het ernaar uit dat er een regering kon gevormd worden. Er werd vanuit gegaan dat PSOE zich zou onthouden bij de stemming. Er werd van bij het begin druk uitgeoefend op Pedro Sanchez om hieraan toe te geven. De grote gevestigde media publiceerden het ene artikel na het andere en haalden hard uit naar de mogelijkheid van een ‘neen-stem’ in het parlement. De burgerij was bijzonder opgezet met de opstelling van de leiders van UGT en CCOO die vooral een einde wilden zien aan de politieke instabiliteit. Het grootkapitaal had bovendien het gevoel dat het op PSOE kon rekenen om het vuile werk op te knappen ‘in het belang van Spanje en de partij.’

Felipe Gonzales symboliseert meer dan wie ook de fusie van de meeste PSOE-leiders met de belangen van de burgerij. Hij gaf het teken om een harde publieke aanval op Sanchez in te zetten en kon daarbij rekenen op de media en de partijbaronnen. Er was geen genade voor Sanchez die de publieke vijand nummer één werd, de man die de bestuurbaarheid van Spanje in de weg stond. Volgens de krant El Pais was Sanchez “ongevoelig en schaamteloos” waardoor hij in het algemene belang van het toneel moest verdwijnen.

Deze giftige campagne tegen Sanchez, die tot voor kort in dezelfde kranten werd beschreven als een “grote, gematigde en gevoelige leider”, is niet verrassend omdat zijn opstelling heel wat sympathie teweeg bracht. Het gaat echter niet over gevoelens maar over politiek. We moeten antwoorden op vragen als: waarom koos Sanchez voor deze opstelling? Waarom ging hij in tegen Gonzalez en de partijbaronnen? Hoe ver kan deze confrontatie gaan?

Het verzet van Sanchez had ongetwijfeld bureaucratische motieven: hij wil overleven als partijleiders. Sanchez heeft voldoende aangetoond dat hij het neoliberale beleid steunt. Hij heeft steeds de verdediging opgenomen van Gonzalez, die hem nu bedankt door een mes in zijn rug te steken. Maar deze bureaucratische motieven zijn niet de enige.

Deze confrontatie weerspiegelt ook de druk van tegengestelde klassen, maar dan op een verwrongen wijze. Er zijn de belangen van de burgerij die alle middelen binnen en buiten de partij heeft ingezet. Daartegenover staat de druk van een groot aantal leden en kiezers die de mening van miljoenen werkenden en jongeren weerspiegelen. Zij willen niet dat PSOE steun geeft aan de PP en willen integendeel dat de partij naar links keert om het socialistische programma dat decennia geleden afgezworen werd terug op te nemen. De acties van honderden PSOE-leden aan de kantoren van de partij om Sanchez te ondersteunen en de duizenden steunbetuigingen op sociale media zijn meer dan een symptoom hiervan.

Het blijft afwachten hoe ver de strijd zal gaan en hoe ver Sanchez zelf bereid is om te gaan. Zijn oproep dat de leden moeten beslissen over de onthouding om Rajoy een regering te laten vormen en zijn standpunt dat ‘neen effectief neen betekent’, hebben hem veel sympathie opgeleverd. Maar als hij de strijd wil winnen en PSOE terug naar links wil keren, is er maar een weg mogelijk: de basis organiseren in alle regio’s en dit op basis van een links programma, voor een alliantie met Unidos Podemos en voor het recht op zelfbeschikking van de onderdrukte nationaliteiten in Spanje.

De dynamiek van de confrontatie is moeilijk te voorspellen. Kan dit leiden tot een splitsing zoals met Oskar Lafontaine (die de SPD verliet om tot Die Linke te komen in Duitsland in 2005) of met Jean-Luc Mélenchon (die de PS verliet om de Parti de Gauche te vormen in Frankrijk in 2008)? Er kan een exodus van PSOE-leiders naar Podemos komen, net zoals heel wat kaders van Pasok in Griekenland overstapten naar Syriza. Of komt er een fenomeen zoals met Corbyn in Groot-Brittannië? Of zal Sanchez zijn positie veranderen en het op een akkoord gooien met zijn tegenstrevers?

Al deze mogelijkheden blijven bestaan, maar na de beslissing van het Federaal Comité en gezien de opstelling van de voorlopige leiding van PSOE is het duidelijk dat de confrontatie kan escaleren. Tegelijk toonde Sanchez de afgelopen periode tekenen van zwakte, zo verklaarde hij zijn trouw aan de voorlopige eiding en weigerde hij in te gaan tegen de manoeuvres van de rechterzijde in de parlementaire fractie.

Als de splitsing zich uitdiept, zal deze een politieke uitdrukking vinden. We zien daar al het begin van. Het is geen toeval dat de crisis in PSOE plaatsvindt op een ogenblik dat er ook binnen de leiding van Podemos een crisis is. Daar is er een strijd tussen Pablo Iglesias en de aanhangers van Iñigo Errejón, een andere leider van Podemos. Ook deze strijd weerspiegelt tegenstrijdige posities met Errejón die rechts staat en Iglesias die naar links opschuift in een poging om de strijdbare retoriek van de begindagen van Podemos terug centraler te plaatsen.

De ontwikkeling van een linkse stroming binnen PSOE zou uitstekend zijn. Maar het is nog te vroeg om te zeggen dat het zo ver zal komen. Maar wat er ook gebeurt, deze ontwikkelingen tonen de noodzaak van organisatie, strijd en de opbouw van een massaorganisatie die gewapend is met de ideeën van het revolutionaire marxisme om doorheen de mobilisatie van de werkende klasse en de jongeren de samenleving te veranderen en een einde te maken aan de dictatuur van het kapitaal. Dat is de taak waar we voor staan en waar Izquierda Revolucionaria een rol in wil spelen.

 

Print Friendly, PDF & Email