Revolutionair drama – 60 jaar na de dood van Bertolt Brecht

Bertolt BrechtDit jaar is het 60 jaar geleden dat Bertolt Brecht overleed. Dat was op 4 augustus 1956. Brecht was een van de grootste schrijvers uit de 20e eeuw. Er is al veel geschreven over de toneelschrijver, dichter en theatertheoreticus, maar het boek van Stephen Parker is de meest volledige biografie in het Engels. Er wordt gebruik gemaakt van brieven, dagboeken en ongepubliceerd materiaal, waaronder de medische dossiers over Brecht. Parker kon in de archieven van de voormalige DDR duiken. In tegenstelling tot sommige andere werken is deze biografie gelukkig erg positief over de socialistische standpunten van Brecht.

Recensie van “Bertolt Brecht: a literary life” (Stephen Parker), door Niall Mulholland van het CWI

Bertolt Brecht werd in 1898 geboren in een middenklassegezin in Augsburg in het zuiden van Duitsland. Hij leed aan ernstige hart- en nierproblemen. Parker besteedt veel aandacht aan de impact van zijn zwakke gezondheid en de angst voor de dood op de kunst van Brecht, onder meer in zijn vroege stukken zoals Baal. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog schreef Brecht gedichten voor de Duitse keizer in schoolkrantjes. Maar naarmate het nieuws over de slachtpartijen doorsijpelde, groeide de afkeer tegenover de oorlog. “Aanvankelijk was schrijven voor hem een vlucht, maar in zijn adolescentie werd het een manier om zichzelf te uiten,” merkt Parker op.

Brecht verwelkomde de Russische revolutie van 1917 en speelde een beperkte rol in de revolutionaire gebeurtenissen in München. Hij werd politiek bewust door de oorlog en de jaren van revolutie en contrarevolutie onder de Weimar-republiek. De strijd tussen de linkse Spartakistenbeweging onder leiding van Rosa Luxemburg, naar wie Brecht opkeek, en de reactionaire Freikorpsen in de jaren 1918-19 had een grote impact op de opkomende schrijver. Als student geneeskunde in München begon hij toneelstukken te schrijven en ontwikkelde hij zijn specifieke regiestijl. Hij stelde onomwonden dat hij het Duitse theater zou redden van het sentimentele en het expressionistische.

Nadat hij in 1924 naar Berlijn verhuisde, zorgde de combinatie van het lezen van Karl Marx en de enorme frustratie over de beperkingen van het burgerlijke theater tot wat Brecht zijn nieuwe revolutionaire aanpak noemde: het ‘episch theater.’ Brecht stelde vast dat het gevestigde theater niet in staat was om de moderne realiteit volledig te vatten. Hij wilde het op revolutionaire wijze omvormen tot een forum dat het publiek moest duidelijk maken dat het nodig is om de wereld te veranderen. Zijn ‘theater van het wetenschappelijke tijdperk’ was entertainend maar ook didactisch. Er werd ingegaan op de dilemma’s van de moderne samenleving waarin een individu op zich hulpeloos staat tegenover het barbaarse kapitalisme en moet zoeken naar nieuwe manieren van denken en organiseren om het leven echt menselijk te maken.

In deze zoektocht werd hij in grote mate bijgestaan door de actrice Helene Weigel met wie hij in 1929 huwde. Er waren ook andere belangrijke medewerkers op zowel professioneel als persoonlijk vlak. Parker brengt nieuwe biografische feiten over Elisabeth Hauptmann, Margarete Steffin en Ruth Berlau. “Toneel was voor Brecht vooral een sociale activiteit,” stelt Parker, die tegelijk benadrukt dat Brecht daarbij als genie wel een centrale rol speelde. Parker gaat ook in op de grote invloed van de ‘onafhankelijke marxist’ Karl Korsch en de linkse cultuurcriticus Walter Benjamin.

In 1928-29 kende Brecht een enorm succes doorheen Duitsland en kwam er ook internationaal lof voor zijn ‘Driestuiversopera’. Deze eerste grote moderne musical schreef Brecht samen met Kurt Weill. Het was een “sociale en politieke satire” waarin “criminelen tegelijk de bourgeois zijn.” De twee reageerden later met de opkomst van Hitler en het fascisme in de opera ‘Mahogany.’

Brecht ontvluchtte Duitsland op de dag dat Hitler in 1933 aan de macht kwam. Hij trok naar de Verenigde Staten. Toen de Koude Oorlog losbarstte werd hij in 1947 aan strenge ondervragingen onderworpen. Brecht slaagde erin om terug te keren naar Duitsland, naar de pas ontstane Duitse Democratische Republiek (DDR) waar hij het bekende Berliner Ensemble stichtte. Hierdoor werd het mogelijk om zijn stukken op te voeren en doorheen Europa te touren hiermee. Uiteindelijk speelde zijn zwakke gezondheid hem parten en in 1956 overleed Brecht.

Bertolt Brecht werd nooit lid van de Duitse Communistische Partij (KPD) maar was wel een sympathisant. Hij was soms erg kritisch over het stalinisme, maar hij bleef binnen het korset van het systeem en week publiekelijk niet af van de partijlijn. Parker stelt dat Brecht meende dat de Duitse Sociaaldemocratische Partij (SPD) en de KPD niet tot eenheid konden komen om de opkomst van Hitler te stoppen. Volgens Parker ging Brecht mee in de “heersende KPD-doctrine over het sociaal fascisme,” waarmee eenheid werd tegengehouden. Deze doctrine was “ingegeven door een dogmatische koppigheid ter linkerzijde om te erkennen dat ‘hun’ kiezers uit de arbeidersklasse voor de nazi’s hadden gekozen.”

Het klopt dat de Comintern en de KPD in hun ‘derde periode’ stelden dat de SPD-aanhangers ‘sociale fascisten’ waren en dat dit een belangrijk obstakel vormde om tot arbeiderseenheid te komen. Maar het is niet correct dat de meeste werkenden zich tot de nazi’s keerden. Het was mogelijk om hen over te winnen tot een principieel eenheidsfront van de massapartijen van de werkende klasse om zo het fascisme te verslaan, een politiek die voorgesteld werd door Leon Trotski.

Brecht keek op naar Trotski, hij zei aan Walter Benjamin dat er “goede redenen waren om aan te nemen dat Trotski de belangrijkste levende Europese schrijver was.” Maar tegelijk verdedigde hij publiekelijk het stalinisme tegen de revolutionair in ballingschap. “Zijn bewondering voor Trotski’s werken en de politieke strategie van deze revolutionair bleef overeind. In 1942 las Brecht het boek van Trotski over Lenin met ‘veel plezier’,” aldus Parker. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog herhaalde Brecht enkele van de kritieken van Trotski op de strategie van Stalin die de wereldrevolutie in de kiem smoorde, in private gesprekken bracht hij kritiek op de monsterlijke stalinistische zuiveringen. Maar op andere momenten rechtvaardigde Brecht de Moskouse schijnprocessen waarmee de oude Bolsjewieken aan de kant werden geschoven.

De beruchte satire ‘De oplossing’ – “Misschien moet de regering het volk ontbinden, en een ander volk kiezen” – gaat moeilijk samen met zijn publieke steun aan de heersende stalinistische partij in de DDR tijdens de opstand van de Berlijnse werkenden in 1953. Brecht riep op tot een ‘groot debat’ over de ‘gerechtvaardigde klachten’ van de werkenden. Maar het was voorspelbaar dat het regime dit zou negeren toen de noodtoestand werd uitgeroepen en de controle door het regime hersteld werd.

Hoe kunnen deze enorme tegenstrijdigheden verklaard worden? Zoals veel artiesten en linkse intellectuelen in die tijd stond Brecht onder enorme politieke, sociale en soms ook professionele druk van zowel het kapitalisme als het stalinisme. Brecht onderging jarenlang een vervolging en moest in ballingschap gaan waarbij gezondheidsproblemen en armoede dominant waren. Opstandige artiesten verdwenen door de stalinistische zuiveringen in Rusland.

Onder deze omstandigheden hielden erg weinig linkse intellectuelen en artiesten het hoofd boven water. Zoals veel anderen dacht Brecht ten onrechte dat publieke kritiek op het totalitaire bureaucratische regime vooral door de kapitalistisch reactie zou gebruikt worden in de pogingen om het ‘socialistische’ Rusland te ondermijnen en te vernietigen. Voor Brecht was het “enige alternatief op het socialisme” (hij bedoelt eigenlijk het stalinisme), aldus Parker, “fascisme en oorlog.”

Het ontbrak Brecht aan een begrip van de nood van een onafhankelijke rol van de arbeidersklasse, van een programma van socialistische revolutie in de kapitalistische landen en van politieke revolutie in de stalinistische landen om de heersende bureaucratie omver te werpen en de arbeidersdemocratie te herstellen. Deze strijd werd voorgesteld door Trotski en zijn medestanders. Hieraan deelnemen, betekende een beslissende breuk met het kapitalistische establishment en de middelen, het prestige en de privileges van de stalinistische regimes.

Het pleit in zijn voordeel dat Brecht geen ja-knikker was. Hij ging soms in tegen de leiding van de KPD en nadien met de bureaucratie van de DDR. Zoals Trotski was ook Brecht een tegenstander van het stalinistische ‘socialistische realisme’ in de cultuur en de kunsten. Hij ging in debat met invloedrijke politiek-literaire figuren zoals Georg Lukács, wiens ‘minimale estethiek’ volgens Parker vertrekt van het idee dat kunst de massa’s moet inspireren met hoopgevende beelden van een samenleving in revolutionaire ontwikkeling. Brecht deed dit af als ondialectisch en als een manier om de verbeelding te onderdrukking. In de jaren 1930 waren er volgens Parker hoogoplopende discussies rond dergelijke kwesties. Lukács zag in Brecht iemand die van de lijn afweek, een oordeel dat overeenkwam met de beschuldiging van trotskisme. “Dat oordeel was gevaarlijk en beschadigend voor Brecht in de partijkringen en dit bleef zo tot aan zijn dood.”

De werken van Brecht hebben de DDR en zijn grijze stalinistische functionarissen overleefd. Zijn toneelstukken en gedichten blijven levendig en relevant. Zijn afstandscreërende technieken van acteren, regisseren en schrijven, waarbij de ‘dialectische objectiviteit’ naar voor gebracht wordt, leverden baanbrekende werken op. Parker brengt een biografie die een beter licht werpt op de erfenis van deze grote schrijver.

Print Friendly, PDF & Email