Regering kon arbeidersbeweging niet breken. Welke strategie om te winnen?

thatcherinbelgieVan bij haar aantreden twee jaar geleden, wou Michel I doen wat de vorige rechtse regeringen Martens-Gol-Verhofstadt in de jaren ’80 nooit konden: de ruggengraat van de arbeidersbeweging breken zoals Thatcher toen in Groot-Brittannië. We zijn intussen talloze vakbondsmeetings en -concentraties verder. We hebben de voorbije twee jaar massaal betoogd, trokken sociale lagen mee die doorgaans moeilijk in beweging komen. Veel bedrijven en sectoren hebben dagen- tot soms maandenlang gestaakt. Na de algemene staking van 15 december 2014 bleef de regering amper overeind. Aan strijdbaarheid geen gebrek, maar winnen vereist ook een juiste inschatting van de situatie, een methode en een programma. Dossier door Eric Byl uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Voor de vakbondsleidingen was de vorming van een homogeen rechtse regering in oktober 2014 een echte schok. Ze hadden het niet zien aankomen. Tot enkele maanden tevoren waren alleen Vlaamse patroons ervoor gewonnen. Zelfs het verbond van de grote Belgische patroons (VBO) stond weigerachtig tegenover die flamingante avonturiers die het land willen besturen zoals men een frietkot beheert. Maar dat was voor de verkiezingen van mei 2014. N-VA werd daarin de grote overwinnaar en vooral… een tripartite behaalde voldoende zetels voor een federale meerderheid. Dat was een unieke opportuniteit voor de Belgische burgerij. Ooit zou ze met de N-VA opgescheept zitten. Haar in de regering opnemen – in ruil voor het bevriezen van het nationale vraagstuk – stond garant voor een lucratief ultra-liberaal beleid, maar zou mogelijk de arbeidersbeweging haar duivels doen ontbinden. Met een klassieke tripartite achter de hand, die desnoods zonder nieuwe verkiezingen kon overnemen, werd N-VA plots wel een optie.

Als ‘kracht van de verandering’ kan N-VA zich geen half werk veroorloven. Dat geldt ook voor Michel. In een regering kruipen met slechts 1 op de 5 Franstalige kiezers, heeft enkel zin als de lat hoog ligt. Michel wil ons “DNA wijzigen”, ons zonder protest lijdzaam langer en harder doen werken. Als dat niet lukt, kan zijn partij gedurende decennia een kruis maken over machtsdeelname en is het hoogtepunt van zijn carrière voorbij. Open VLD wil haar rechtse kiezers die de voorbije jaren overliepen naar N-VA terug winnen door zich zo rechts mogelijk op te stellen. N-VA moet dan mee, maar dreigt meteen een deel van haar bredere achterban te verliezen. CD&V tenslotte weet dat ze in Vlaanderen voor een centrum-linkse coalitie onmisbaar is, maar niet voor een rechtse.

Correcte inschatting onontbeerlijk

Een correcte inschatting van de situatie is onontbeerlijk in sociale strijd. Inbinden strookt niet met de bestaansreden van deze regering. Bovendien heeft iedere coalitiepartner haar eigen redenen om niet toe te geven. Als deze regering niet valt, zal ze met nieuwe anti-sociale maatregelen blijven komen. Aanvankelijk leek dat duidelijk voor de vakbondsleidingen. Nog voor de regering in het zadel zat, begon een eerste actieplan te lopen. LSP waarschuwde toen al niet in de val te trappen van verdeeldheid tussen rode en groene syndicalisten en evenmin tussen Vlamingen, Walen, Brusselaars en migranten. Dat bleek toen nog voorbarig. De militanten werden op 23 september 2014 opgewarmd met een concentratie in gemeenschappelijk vakbondsfront in Brussel en dat front hield stand gedurende heel het eerste actieplan dat liep tot en met 15 december en de regering uiteindelijk deed wankelen.

Hebben de vakbondsleidingen toen beseft welke kracht ze hadden opgewekt en deinsden ze terug voor de gevolgen? Kreeg de ACV-leiding beloftes in het Arco-dossier? Was het de schrik om de schijnheilige nationale éénheid na de aanslagen op Charlie Hebdo te breken? Wellicht speelde dat allemaal mee toen het ACV met een zeer nipte meerderheid op haar nationale raad in februari 2015 een schandalig loonakkoord tekende. Eigenlijk herzag de ACV-top haar inschatting van de situatie. Voortaan werd geen actie meer gevoerd tegen de regering, maar voor een evenwichtiger beleid. De indexsprong en het optrekken van de pensioenleeftijd werden niet officieel aanvaard, maar het verzet ertegen ingeruild voor een zogenaamde taxshift. Het ACV was daar al tijdens het eerste actieplan fors op beginnen hameren, bijgetreden door een deel van de linkerzijde. LSP waarschuwde toen al om rechtvaardiger fiscaliteit niet als pasmunt te gebruiken voor het opgeven van ons verzet tegen de andere maatregelen van Michel I. We wezen er ook op dat een taxshift uitgewerkt door de rechtse regering wellicht het omgekeerde van een rechtvaardiger fiscaliteit zou opleveren.

De ABVV-leiding beging de fout om niet direct na 15 december het actieplan te evalueren op interprofessionele militantenvergaderingen en algemene vergaderingen op de werkvloer. Door de onverzettelijkheid van de regering zou dat wellicht tot een nieuw harder actieplan of zelfs direct een 48-urenstaking hebben geleid. Het zou de ACV-top onder druk hebben gezet om mee te gaan. Maar de ABVV-leiding liet de regering tijd om te herstellen en ook om de ACV-top te bewerken. Die greep de kans, met het vuur van de acties wat verderaf, om haar achterban in de pas te doen lopen. De ABVV-leiding slaagde er wel nog in een nieuwe vakbondsconcentratie op 11 maart 2015 af te dwingen, maar intussen waren er ook in het ABVV steeds meer stemmen die er openlijk voor uit kwamen dat ze geen zin hadden in actie.

Was het dan een maat voor niets? Die vraag werd op de betoging van 7 oktober 2015 beantwoord. Er heerste toen zeker geen groot enthousiasme. De  frustratie over de kloof tussen de mogelijkheden van het eerste actieplan en wat de vakbondsleidingen er maar uit haalden, zat nog hoog. Toch werden velen verrast door de massale toeloop van 100.000 hoofdzakelijk militanten die tot de actieve vakbondskernen waren toegetreden in de loop van het actieplan een jaar eerder. Het werd nadien bevestigd in peilingen waarin ruime meerderheden de nood aan vakbonden erkenden, in de toename van het aantal vakbondsleden en het aantal kandidaten in de sociale verkiezingen. De regering heeft veel binnengehaald, maar de ruggengraat van de arbeidersbeweging heeft ze niet gebroken en dat zal ze vroeg of laat ondervinden. Heeft dat ermee te maken dat ze de doelstelling van een begrotingsevenwicht tegen 2018 laat varen?

Afwezigheid methode en programma verzwakt en verdeelt

De talloze interprofessionele vergaderingen, zeker die met tussenkomsten van de militanten, en de algemene personeelsvergaderingen op de werkvloer die helaas nog te weinig georganiseerd werden, waren beslissend voor het succes van het eerste actieplan. Heel af en toe vormden delegaties van verschillende bedrijven op eenzelfde industrieterrein een stakerscomité. Dat maakt allemaal deel uit van een traditie die de voorbije decennia grotendeels verloren is gegaan en op heel wat nieuwe werkplaatsen nooit bestaan heeft. Dat herstellen en er een automatisme van maken, zal tijd en vindingrijkheid vergen. Maar waar het gebeurde, bevorderde het de deelname, zorgde het voor een toestroom van nieuwe militanten, ook op de piketten. Het dwong de vakbondsleidingen tot concrete ordewoorden: intrekken van de indexsprong en vrije loonsonderhandelingen, een sterke sociale zekerheid en het behoud van brugpensioenen, een relancepolitiek van creatieve investeringen, het behoud van de openbare diensten en het ambtenarenstatuut, en tenslotte rechtvaardige belastingen door een evenwichtige bijdrage uit kapitaal.

Dat is nog heel ver verwijderd van wat nodig is, maar veel beter dan de oproep voor de nationale betoging van het gemeenschappelijk vakbondsfront op 29 september. Dan gaan we officieel de regering ‘geen gelukkige verjaardag’ wensen en politici en werkgevers oproepen tot ‘een serieus engagement’. Hoe zijn we daar aanbeland? Er worden geen of nauwelijks nog interprofessionele militantenvergaderingen gehouden en indien wel, worden ze genegeerd of zelfs geboycot door centrales die er al lang van uit gaan dat we de regering maar best uitzitten. Denken ze dat mensen dan anders zullen stemmen? Dat zou flink tegen kunnen zitten, fatalisme is zelden een game-changer.

Intussen is van democratische besluitvorming geen sprake meer. Dat heeft ook andere gevolgen. Op de werkvloer, vooral tijdens personeelsvergaderingen is de druk voor eenheid groot, sectarisme tegen andere bonden en niet-gesyndiceerden wordt er snel afgestraft, maar hoe verder van de werkvloer verwijderd, hoe groter de verdeeldheid. Op 9 oktober 2015 staakte CGSP-Cheminots alleen tegen het protocolakkoord bij de NMBS, zonder ACV-transcom, maar ook zonder ACOD-Spoor dat voor het eerst ooit openlijk afstand nam van haar federale structuur en dat zonder de achterban te raadplegen. Door het gekibbel van de bonden, zagen de spoordirecties de kans om het stakingsrecht met deurwaarders en dwangsommen aan banden te leggen. We vrezen dat ze strafdossiers aanleggen tegen strijdbare militanten om die zonodig met ontslag af te dreigen.

Bij de start van het tweede actieplan in april dit jaar, was omzeggens niets meer gemeenschappelijk. Het ACV betoogde de dag na drie verschillende militantenconcentraties van het ABVV in Brussel, Luik en Charleroi. Op 31 mei betoogde de openbare dienstencentrale van het ACV in  Brussel, terwijl de tegenhanger bij het ABVV in verspreide slagorde actie voerde in Gent, Waver en Namen. Dat de ACOD-voorzitster Chris Reniers enkele dagen voordien in de media de deur op een kier zette voor sancties tegen de stakende penitentiaire agenten in Wallonië en Brussel, zal er niet vreemd aan zijn. Met lede ogen zien strijdbare militanten hun vakbondsleidingen vooral elkaar, in plaats van de regering en de patroons, bekampen en dat terwijl de aanvallen maar blijven komen.

Vakbondsleiding ingehaald door spontane acties

Het is niet meer dan logisch dat werknemers ten einde raad zelf het initiatief nemen. Meestal springen de vakbonden dan wel bij, maar helaas niet altijd. De staking van de bagage-afhandelaars op Zaventem werd aanvankelijk in de media, door patroons en politici, afgebrand als “die teveel”. Maar toen hun vakbonden publiek maakten dat de patroon weigerde de overuren die gepresteerd werden na de aanslagen van 22 maart correct uit te betalen, sloeg de stemming om. Hun collega’s luchtverkeersleiders die net tevoren in actie gingen omdat hun patroon de nasleep van de aanslagen trachtte te misbruiken om hun pensioenregeling inderhaast overboord te gooien, stonden echter alleen. Ze werden afgeschilderd als gepriviligieerden, corporatisten en van alle kanten bedreigd. Op de eigenlijke reden van de staking werd nauwelijks ingegaan, helaas ook niet door de vakbonden.

Liefst 55 dagen staakten de penitentiaire agenten in Wallonië en Brussel. De regering zette de politie in, dan het leger en lanceerde een mediacampagne over de erbarmelijke condities waarin gevangenen moeten leven, alsof ze dat nu pas ontdekt had. Niets leek te werken. Tot de regering er met communautair onevenwichtige voorstellen in slaagde de Vlaamse bonden af te kopen en de staking in Wallonië en Brussel dood te laten bloeden. Vlaamse penitentiaire agenten zouden moeten weten dat ze die toegevingen nooit gekregen hadden zonder de strijd van hun Brusselse en Waalse collega’s. Bij het spoor was het afnemen van een bijkomende kredietdag en het optrekken van de productiviteit met nog eens tien procent de druppel die de emmer deed overlopen. Een spontane staking, waarbij ook veel personeelsleden betrokken waren die nooit eerder deelnamen, overspoelde het land. Uiteindelijk erkenden de vakbonden de staking, maar om ze zo snel mogelijk te doen landen op een akkoord waarin de directie vrijwel alles binnenrijfde en de werknemers het moeten stellen met vage beloftes.

Als de vakbondsleidingen geen initiatief nemen, terwijl aanvallen blijven komen in een situatie die nu al ondraaglijk is, zal dat onvermijdelijk tot nieuwe spontane acties leiden. Het is een kwestie van tijd voor de eerste bedrijfsbezettingen er komen. De regering ziet de bui hangen. Ze wil het stakingsrecht inkapselen in het sociaal overleg en spontane – zij noemt het “wilde” – stakingen zo goed als onmogelijk maken en onderwerpen aan allerlei sancties. Dat kan de arbeidersbeweging een tijdlang intimideren. De vakbondsleidingen hadden dat gemakkelijk kunnen keren, door net zoals delen van het FGTB, de stakende penitentiaire agenten en spoormannen ter hulp te snellen. In plaats daarvan werd de timing van het actieplan misbruikt  als excuus om afzijdig te blijven. Het doel van een actieplan is: geen acties zonder vervolg en systematisch krachtsverhoudingen opbouwen. Het is absurd om van de stakers te eisen dat ze zich aanpassen aan de opgestelde kalender: als de concrete situatie het vereist, moet de kalender aangepast. Dat gebeurt trouwens al. Sinds de regering haar beleidsverklaring uitstelde tot ten vroegste 9 oktober, wordt met geen woord meer gepiept over de aangekondigde algemene staking op 7 oktober. De agenda aanpassen aan de regering kan blijkbaar wel.

Geen enkel ordewoord, hoe toepasselijk het in bepaalde omstandigheden ook mag zijn, is dat altijd in alle omstandigheden. In 1997, tijdens de sluiting van Renault-Vilvoorde, had de leiding van de metaalbond het correcte verlangen naar ‘internationale solidariteit’ misbruikt om de aandacht af te leiden naar Frankrijk, weg van een mogelijk front van Renault-arbeiders met die van het bezette staalbedrijf in Clabecq. Sinds de trojka neerstreek in Griekenland ‘organiseerden’ de vakbonden maar liefst 42 algemene stakingen, sommige waren heel sterk, maar andere hadden als voornaamste resultaat de totale uitputting van de beweging. Strijdbare syndicalisten mogen zich daardoor niet laten ontmoedigen. De arbeidersbeweging heeft een enorm incasseringsvermogen, juist omdat ze zo’n kolossale productieve kracht is. Zelfs na oorlog, wanneer ze zo goed als met de grond gelijk gemaakt is, slaagt ze er telkens weer in om zich op verrassend korte termijn te herstellen. Op 29 september en andere mobilisaties, moeten we net zoals in 2014 gebruik maken van iedere opening om zoveel mogelijk collega’s actief te betrekken. We weten nu wat het potentieel is, hebben de voorbije jaren wellicht een stuk naïviteit verloren, die ervaring moeten we delen onder elkaar en met de talloze collega’s die de komende weken, maanden en jaren eveneens gedwongen zullen worden om in actie te gaan.

Print Friendly, PDF & Email