Caterpillar: waarom en hoe nationaliseren?

Foto: PPICS

Foto: PPICS

De sluiting van de vestiging van Caterpillar in Gosselies bij Charleroi heeft de retoriek van de regering dooreen geschud. Tot nog toe hield die uitsluitend vast aan de bewering dat een daling van het overheidsbeslag, van de uitkeringen en de lonen, investeerders zou aantrekken. Jobs, jobs, jobs, daarop wou de regering zich laten beoordelen. Nu vloeien krokodillentranen, heeft Michel het over gewelddadige brutaliteit, maakt Magnette selfies en is men kwaad over de vele fiscale geschenken die verloren zijn gegaan. Zelfs MR-voorzitter Olivier Chastel spreekt over ‘inbeslagname’. Een dossier door Eric Byl.

Chastel zette daarmee orde op zaken binnen de MR. Daar hadden nogal wat verantwoordelijken een gebrek aan empathie aan de dag gelegd en zich smalend uitgelaten over het voorstel van de PVDA om de terreinen van de site in beslag te nemen. Het gaat om 98ha in de nabijheid van de luchthaven en de industriezone Aéropôle. Chastel zou willen vermijden dat Caterpillar die verkoopt om er het sociaal plan mee te betalen. Chastel steekt meteen de Waalse regering en heel centrum-links op links voorbij. Hij wil “een genadeloze strijd” en alle legale middelen inzetten “om de Amerikaanse bedrijfsleiders het leven te bemoeilijken.” Kinderlijk noemt een verontwaardigde liberaal dat in een virale reactie. Chastel kreeg ook al het verwijt ‘communist’ naar zijn hoofd geslingerd. Een verstandiger lezer heeft de demarche van Chastel echter begrepen: “spierballengerol terwijl de echte onderhandelingen in het geheim achter de schermen gebeuren.”

Volgens de PS gelooft niemand in inbeslagname. Samen met de Union Wallonne des Entreprises denkt ze dat dit de onderhandelingen met een mogelijke overnemer zal bemoeilijken. Magnette wil de directie van Caterpillar integendeel met economische argumenten – nieuwe fiscale geschenken? – overtuigen om op haar beslissing terug te komen. De PS vraagt niettemin aan de federale regering, tot grote ergernis van de N-VA, om net zoals bij Ford Genk beroep te doen op brugpensioen, economische werkloosheid en uitbreiding van sociale maatregelen naar de onderaannemers. In 2013, bij de sluiting van de warme fase van Arcelor, had Waals economieminister Jean-Claude Marcourt nochtans ‘getracht’ een decreet op te stellen voor onteigening, maar dat was toen zowel door CDH als MR afgeschoten. Chastel zegt dat hij de voorstellen van Marcourt vandaag beter begrijpt.

Ecolo komt niet verder dan een bijeenkomst van het ‘strategisch comité van ontwikkeling van Charleroi’ te eisen, om de beslissing te verhinderen of de effecten ervan te verzachten. CdH wil het dossier op de lange baan schuiven, vraagt een analyse van de fiscale geschenken en waarom die de sluiting niet konden verhinderen. Ze vraagt ook de benoeming van een sociaal bemiddelaar. PVDA pleit voor “tijdelijke inbeslagname”. Dat kan volgens Raoul Hedebouw via Koninklijk Besluit en het moet Caterpillar tot onderhandelingen dwingen over een herziening van de productiequota onder de sites. Het verlies aan productie verdelen over de veschillende sites? Internationale solidariteit zou betekenen dat we samen vechten voor een globale arbeidsduurverkorting zonder loonverlies. In haar pamflet op de betoging van 16 september, pleitte de PVDA voorts ook voor snelle blokkering van de productie en merkschade.

Die verwijzing naar merkschade is wellicht een toegeving aan maatschappelijke druk voor ‘nieuwe actiemiddelen’, doorgaans een opgefriste versie van het eeuwenoude consumentenactivisme. Feit is dat Renault nooit meer auto’s in ons land verkocht als na de sluiting van haar vestiging in Vilvoorde in 1997. Aangezien kopers van bulldozers geen doorsnee gezinnen zijn, zal de impact van merkschade er nog veel minder zijn. De onmiddellijke blokkering van de productie leek ons een veel beter voorstel. Alle leveringen blokkeren door het bedrijf te bezetten, de site gebruiken als hoofdkwartier voor de strijd om het behoud van jobs, van waaruit groepen arbeiders naar alle uithoeken van het land vertrekken en er een verzamelpunt voor strijdbare syndicalisten en andere sympathisanten van maken, dat was pas een belangrijke stap geweest in de opbouw van krachtsverhoudingen. Maar het is niet wat de PVDA bedoelt. Die wil, aldus haar website, dat de arbeiders het initiatief voor de blokkering overlaten aan de overheid via een tijdelijke inbeslagname. Na de volgende verkiezingen?

Bedrijfsbezetting behoort nochtans tot de beste tradities van de arbeidersbeweging, ook in België dat er tussen 1970 en 1975 door overspoeld werd. Met welk doel? Meestal een overname door de overheid via nationalisatie. De na-oorlogse grootste economische bloeiperiode uit de geschiedenis werd vooraf gegaan door een ware golf van bedrijfsbezettingen en nationalisaties. Dat heeft de gouden jaren ’60 en ’70 niet tegengehouden. Pas toen het neoliberale offensief van Thatcher en Reagan na de val van de Berlijnse muur in 1989 op kruissnelheid kwam, begon het idee dat de private sector efficiënter is dan de publieke algemeen verspreid te raken. Dat was gebaseerd op een karikaturale voorstelling waarbij vooral gefocust werd op de bureaucratie waarmee nationalisaties zonder arbeiderscontrole gepaard gaan. Anderzijds werden de catastrofes waarbij de markt hele gemeenschappen van de sociaaleconomische en ecologische kaart wegveegde, vakkundig terzijde gelaten.

Politici plengen ook voor de werknemers van de talloze onderaannemers en toeleveranciers een krokodillentraan weg. Daarmee geven ze impliciet toe dat Caterpillar in de regio systemisch is en dus talloze andere bedrijven, zelfstandigen en de hele gemeenschap in haar val meesleurt. In volle economische crisis werden systeembanken ondanks alle neoliberale retoriek door overheden genationaliseerd, “om de rest van de economie te behoeden.” Waarom zou dat dan niet kunnen bij een industrieel bedrijf?

Michel beweerde een paar weken terug nog te willen investeren in infrastructuur, onderwijs en creatieve innovaties. Hier ligt een buitenkans. De machines voor de infrastructuurwerken staan voor het grijpen. Terwijl we daarmee onze infrastructuur oplappen, kan Michel de creativiteit van de Belgische universiteiten bundelen om een duurzaam project uit te dokteren voor een hypermoderne multifunctionele machinefabriek. Technische scholen en ingenieursopleidingen zouden meteen beschikken over een ideale stageplaats om hun creativiteit op te botvieren. Overheidsbank Belfius zou de spaarder niet langer moeten oproepen om ongehoorde risico’s te nemen op de kapitaalmarkt, maar vers geld kunnen ophalen met aantrekkelijke obligaties. Dat zou pas een ‘geïntegreerd industrieel beleid’ zijn. Democratische inspraak en beheer door de arbeiders en de gemeenschap zouden garant staan voor een langetermijnvisie en een einde maken aan de rush voor snel gewin door eigenaars voor wie de regio geen enkele betekenis heeft.

 

Hoe vechten tegen sluiting: 20 jaar geleden Forges de Clabecq

In december 1996 wordt Forges de Clabecq failliet verklaard. De aandeelhouders verdwijnen met de noorderzon. De syndicale delegaties nemen de beveiliging van de site over en bezetten het bedrijf. Ze beseffen dat ze de continue mobilisatie van alle 1800 werknemers zullen nodig hebben, maar ze zijn goed voorbereid. Nog voor het faillissement vertelde de ABVV-delegatie ons dat ze wekelijks de wereldwijde ontwikkelingen op de staalmarkt bediscussieerde, de positie van Forges daarin inschatte en de militanten politiek voorbereidde op wat eraan zat te komen en vooral hoe daarop te reageren. Via tientallen militanten werd heel de fabriek politiek voorbereid.

Vanaf het faillissement kwamen ongeveer om de twee weken een 1500-tal werknemers samen in één van de lege fabriekshallen voor een stand van zaken en actievoorstellen. De delegatie besefte het gevaar dat sommigen na verloop van tijd thuis zouden blijven. De militanten vermeden dat door iedereen vooraf te bellen en desnoods te bezoeken. Hier geen privileges of rode loper voor journalisten. “De rode paus” of ook nog  “de clan D’Orazio” zou daar in de pers voor neergesabeld worden. Sympathisanten uit andere bedrijven en linkse activisten werden wel met open armen verwelkomd. Pamfletten verspreiden en linkse kranten slijten, werd er niet als een probleem maar als een waardevolle bijdrage beschouwd. De meest gemotiveerden werden op regelmatige vergaderingen met de delegatie ontvangen, waardoor die niet alleen hun solidariteit, maar ook hun mobilisatie- en organisatiecapaciteit verkreeg.

Samen met bussen vol Clabecq-arbeiders die overal in het land mobiliseerden, bracht de delegatie daardoor op 2 februari 1997 in Clabecq 70.000 betogers bijeen op haar multicolore mars. Eind maart werden de arbeiders door de rijkswacht in een val gelokt aan de E19. Er vielen langs beide kanten klappen. De vakbondsleidingen grepen dit aan om de delegatie als een blok te laten vallen. Het was het startsein om de leiders gerechterlijk te vervolgen. Na vijf jaar werden alle 13 beschuldigden over de hele lijn vrijgesproken. Dat ze er tussendoor in slaagden een overname te onderhandelen is een klein wonder. Zelf belandden ze op een zwarte lijst. De strijd van Clabecq greep plaats in een periode van economische expansie, niet na een werelwijde crisis van het kapitalisme als vandaag. Er waren ook toen wel andere strijdhaarden, maar bijlange niet de veralgemeende beweging van vandaag tegen de rechtse regering.

Print Friendly, PDF & Email