Tegen terreur en haat: solidariteit. Veiligheid niet aan regering en patronaat overlaten

Tientallen doden en gewonden. Een land in shock. Dat is het resultaat van de vreselijke terreuraanslagen op 22 maart in Zaventem en Brussel. We leven mee met de slachtoffers, hun gezinnen en kennissen, eens te meer gewone mensen. De schrik onder Brusselaars en duizenden pendelaars is groot, de nabijheid en de totale willekeur van het terrorisme verbijsterend.

Deze barbaarse aanslag, bedoeld om zoveel mogelijk slachtoffers te maken en een klimaat van angst te creëren, is opgeëist door Islamitische Staat. IS staat voor reactionaire en sectaire opvattingen en voor een politiek van haat en terreur, zowel in de door haar gecontroleerde gebieden in Irak en Syrië als elders in de wereld waar het aanslagen pleegt. We kunnen dit geweld niet scherp genoeg veroordelen. Maar dat is niet genoeg!

Net zoals na de aanslagen tegen Charlie Hebdo of die in Parijs afgelopen november, volgde ook nu een golf van solidariteit. Hulpverleners werkten zich uit de naad. Taxichauffeurs boden gratis ritten aan.

Solidariteit en eenheid van de werkende bevolking en haar jongeren

Naast woede, overheerste een stemming van samenhorigheid en eenheid bij de eerste spontane bijeenkomsten aan de Beurs in Brussel. De bevolking weigert zich te laten verdelen op basis van afkomst of religie.Eengemaakte actie van onderuit is de beste manier om terroristen te isoleren en de omstandigheden waardoor ze steun kunnen vinden te bestrijden. De arbeidersbeweging moet het initiatief nemen om deze eenheid verder te organiseren en te koppelen aan concrete eisen. We moeten er immers voor opletten dat deze eenheid niet zodanig breed wordt dat ze ook de wapenhandelaars en oorlogsvoerders omvat of nog de verantwoordelijken voor het besparingsbeleid waarmee het sociale weefsel ondergraven wordt.

Tegenover de politiek van ‘verdeel en heers’ – racisme, salafisme,…- die deze tragedie zal trachten te instrumentaliseren, is eenheid en solidariteit van de werkende bevolking en de jongeren vereist. Eenheid en solidariteit tegen haat en terreur, maar ook tegen racisme en de maatschappelijke voorwaarden waarop haat en terreur teren.

De roep naar veiligheid is terecht en verdient een ernstig antwoord. De efficiëntie van een beleid wordt echter niet afgemeten aan haar retoriek, maar aan haar resultaat. Net zomin als de machtsontplooiing van politie en leger na de aanslagen in Parijs, heeft ook de arrestatie van Abdeslam Salah, de meest gezochte terrorist van Europa, helaas geen einde gemaakt aan de terreurdreiging. Repressie, lockdowns, … op zich nemen de voedingsbodem immers niet weg.

Veiligheid niet overlaten aan regering en patronaat

Iedereen stelt zich vragen en is bezorgd. We mogen de discussie niet overlaten aan de traditionele politici en hun gevestigde media. Zij maken er een eenzijdig verhaal van, één van repressie, islamofobie, het sluiten van de grenzen en het voeren van oorlog. De belangen van de meerderheid van de bevolking zijn voor hen niet van tel.

We moeten de discussie zelf aangaan, organiseren op de werkvloer, de school – en de universiteitsbanken. In de werkplaatsen zijn structuren opgezet, speciaal om de veiligheid op de werkvloer maar ook bij woonwerkverkeer te garanderen: de Comités Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW). De vakbondsafgevaardigden kunnen een centrale rol spelen in het organiseren van discussies op de werkvloer, zodat er ook vanuit de arbeidersbeweging een antwoord wordt geboden en een beweging van onderuit wordt opgebouwd.

Veiligheid is illusie op een sociaal kerkhofIedere werkende weet dat veiligheid op de werkvloer investeringen vergt in infrastructuur en arbeidsvoorwaarden om stress en andere gezondheidsproblemen te voorkomen. In onze wijken en heel de maatschappij is dat niet anders.

Enkele dagen voor de aanslagen stelde sociologe Sarah Bracke in De Standaard (19.3) nog dat volledige bevolkingsgroepen in de armste wijken van ons land – wijken met een groot aantal migranten – stelselmatig gemarginaliseerd en gedehumaniseerd worden. “En dehumanisering brengt geweld met zich mee. In eerste instantie symbolisch geweld, maar dat kan snel naar fysiek geweld overgaan.”

Deze regering ondermijnt onze sociale veiligheid met besparingen op sociale zekerheid, arbeidsvoorwaarden en koopkracht. Dit leidt tot steeds grotere tegenstellingen en bijhorende sociale spanningen in de samenleving. Reactionairen van allerlei slag – populisten, salafisten, racisten,… – vinden daar een vruchtbare voedingsbodem. Zeker als tegelijk onze capaciteit tot politiek en syndicaal collectief verzet aan banden worden gelegd, zoals de regering wil.

Hun oorlogen, onze doden

Discriminatie en sociale achterstelling, maar ook de imperialistische en oorlogspolitiek van de kapitalistische grootmachten en hun jarenlange steun aan dictaturen in onder meer het Midden-Oosten, zijn belangrijke factoren in het radicaliseringsproces van die kleine minderheid jongeren die hier ten prooi valt aan IS en andere reactionaire groepen en hun niets ontziende methoden als terrorisme.

De strijd tegen de besparingspolitiek moet gekoppeld worden aan een strijd tegen het Belgische buitenlandse beleid dat het gevaar op aanslagen versterkt. Vanaf de zomer zal de Belgische regering wellicht ook in Syrië militair tussenkomen, net zoals in Irak en Afghanistan. Bombardementen die hele steden platleggen, en onvermijdelijk ook willekeurige slachtoffers maken, zullen de veiligheid hier niet verbeteren, integendeel.

In september zal het 15 jaar geleden zijn dat Al Qaeda de wereld deed opschrikken met aanslagen in de VS, onder meer op de WTC-torens. 15 jaar ‘oorlog tegen de terreur’ toen door Bush uitgeroepen en waarvan de echo nazindert in de retoriek van onze regering, is mislukt. Meer nog: Islamitische Staat is mee een gevolg van de mislukte oorlogen tegen terreur in Afghanistan, Irak en de steun aan dictatoriale regimes in het Midden-Oosten.

Het zijn hun oorlogen die we moeten bestrijden, die van het lokale en internationale winstbejag, de machthebbers en krijgsheren, want de slachtoffers vallen vooral langs onze kant, de kant van de werkenden, armen, jongeren, … zowel hier als in het Midden-Oosten.

Dit systeem stoppen door massale mobilisatie van jongeren en de werkende bevolking

Tal van initiatieven worden nu genomen om het verzet tegen terreur en haat een stem te geven. We juichen dit toe, zullen er actief naar mobiliseren en aan deelnemen. Waar mogelijk en nodig zullen we zelf het initiatief nemen.

Vooral de nationale betoging van 24 april tegen de aankoop van gevechtsvliegtuigen en de Belgische deelname aan de oorlog in Syrië wordt belangrijk. We moeten dit aangrijpen om massaal op straat te komen. Laat ons in elke werkplaats, school, universiteit of wijk mobiliseren.

De besparings- en oorlogspolitiek van het Belgische kapitalisme stoppen, kan alleen door de volle kracht van de Belgische arbeidersbeweging in te zetten. We roepen alle syndicale afgevaardigden, delegaties, en structuren op deze kracht te mobiliseren.

De vakbondsorganisatie heeft in België de capaciteit om een maatschappelijk debat op gang te brengen zoals niemand anders dit kan, bijvoorbeeld door overal publieke meetings te organiseren over hoe strijden tegen terreur, racisme, besparingen en oorlog. Maar ze kan ook eengemaakte massamobilisatie op gang trekken om tot werkelijke verandering te komen. Lokale meetings, een massale nationale betoging en bijvoorbeeld vredesdelegaties op 1 mei kunnen het verzet tegen terreur en haat, tegen armoede en oorlog opdrijven.

Het kapitalistische systeem kent een diepe crisis. Het ondermijnt de toekomstperspectieven van een steeds grotere groep in de samenleving. Dit leidt tot elementen van barbarij, zoals terrorisme en andere vormen van willekeurig geweld. Onze strijd voor een andere samenleving is ook een gevecht voor een veilige toekomst voor iedereen. Een wereld waarin de beschikbare middelen worden ingezet voor de behoeften en noden van de meerderheid, dat is wat we onder socialisme verstaan. Het is een voorwaarde om armoede, ellende, oorlog, haat en terrorisme voor eens en voor altijd naar de prullenmand van de geschiedenis te kunnen verwijzen.

Print Friendly, PDF & Email