Hoe antwoorden op religieuze radicalisering?

Na de aanslagen op Charlie Hebdo in januari was er veel discussie over de aanpak van religieuze radicalisering onder jonge moslims. Ook vanuit ons land trokken honderden jongeren naar Syrië om mee te strijden. Dit is geen grote groep en ze genieten geen brede steun, maar er zijn jongeren die zich tot terrorisme aangetrokken voelen. Hoe daarop reageren? Om dit debat verder te voeren, vind je hieronder een artikel dat we in april publiceerden.

Eenheid nodig tussen migranten en Belgische werkende bevolking tegen verdeel-en-heerspolitiek

Artikel door Els Deschoemacker uit maandblad ‘De Linkse Socialist’ in april 2015.

radicalSinds de aanslag op Charlie Hebdo zijn kranten volgeschreven over de toenemende religieuze radicalisering onder jonge moslims en welk gevaar dit betekent voor de samenleving. Onder alarmfase drie werd extra politie en zelfs het leger ingezet. Ondertussen broeden de verschillende regeringen op zogenaamde deradicaliseringsprogramma’s in scholen, families, moskeeën, …

Meer repressie brengt geen veiligheid

Nu wordt de focus nog gelegd op de strijd tegen religieuze radicalisering. Maar de waarschuwing van de veiligheidsdiensten dat ook de andere vormen van radicalisering niet mogen vergeten worden, is een teken aan de wand. Net als na de terreuraanslagen op de WTC-torens op 11 september 2001 en andere terreuraanslagen in Groot-Brittannië of nog in Madrid, kunnen we ons eraan verwachten dat de publieke schrik voor terreur wordt aangegrepen om meer middelen te voorzien voor staatscontrole en veiligheid. In onze regering trekt zeker de N-VA volop deze kaart en zal ze er niet voor terugdeinzen om de grotere controle en repressiemogelijkheden ook in te zetten tegen de protestbeweging tegen haar antisociaal besparingsbeleid. Onder het mom van veiligheid wordt dan elke vorm van verzet de mond gesnoerd of beperkt in haar bewegingsvrijheid. Bij de volgende begrotingscontrole wil de N-VA alvast verder besparen op onze sociale zekerheid, om meer middelen in te zetten voor de “veiligheidsdepartementen” Binnenlandse Zaken en Defensie.

Het is een illusie dat ons dat meer veiligheid zal brengen. Natuurlijk moeten we de ontwikkeling van het religieuze fanatisme onder moslimjongeren serieus nemen. Bewegingen zoals IS en Al Qaeda zijn een ernstige bedreiging, ook voor de linkse beweging. Ze misbruiken het ongenoegen onder jongeren en voeren een blinde terreur, waarvan vooral de werkende bevolking de eerste slachtoffers zijn en waarmee gemeenschappen nog meer tegen elkaar opgezet worden. In het Midden-Oosten, maar ook hier, kan dit de werkende bevolking verdelen en versterkt het de islamofobie, die ook gepropageerd wordt door extreemrechts.

De pogingen van de regering om de invloed van groepen als IS en Al Qaeda tegen te gaan, en deze vorm van radicalisering te voorkomen, te deradicaliseren of te isoleren, zijn gedoemd om te mislukken. Een maatschappelijke orde die haar geloofwaardigheid en dus ook haar gezag verliest over steeds grotere delen van de bevolking, omdat ze deze bevolking geen menswaardige toekomst kan garanderen, kan daar niet in slagen. Ze zal slechts symptomen bestrijden, maar zal nooit de voedingsbodem kunnen wegnemen.

Individuele oplossingen voor maatschappelijke problemen

Alle pistes om te “deradicaliseren” vertrekken van de idee dat deze jongeren heropgevoed moeten worden. Op school moeten “signalen” vroeger opgevangen worden, waardoor op tijd kan “ingegrepen” worden. Met deze jongeren moet dan gepraat worden, hoewel in de middelen voor dit soort omkadering in de scholen de afgelopen jaren systematische gesnoeid werd. Idem dito voor wat betreft middelen voor straathoekwerk. Ook op het internet willen ze tegengewicht bieden aan de radicale propaganda van IS. Hoe ze dit zullen doen, is een raadsel. Hen de zogenaamde “democratische westerse” waarden voorstellen, waarvan deze jongeren zich net gedegouteerd afkeren?

De VS en co vielen onder het mom van democratische waarden Irak en Afghanistan binnen. Er werd in Irak een regime geïnstalleerd dat de sjiiettische bevolking opzette tegen de soennitische bevolking. Deze discriminatie maakte het mogelijk voor IS om een basis op te bouwen onder de soennieten. Maar ook hier hebben de zogenaamde democratische westerse waarden de jongeren niet veel soelaas gebracht. In toenemende mate worden migranten gediscrimeerd. Ze groeien op in verarmde wijken, krijgen onderwijs in ondergefinancieerde ghettoscholen, vallen uit de boot op de arbeids- en huizenmarkt. Zelfs in de dienstenchequesector wordt massaal gediscrimineerd.

Ook het gezin wordt ingeschakeld tegen radicalisering. Nadat een aantal moslimmeisjes vertrokken naar Syrië, wil men in Groot-Brittannië de moeders aansporen om met hun dochters te praten. Alsof deze moeders niet reeds alles deden wat in hun macht lag om een radicalisering van hun dochters tegen te gaan.

Als dit alles niet helpt, wordt beroep gedaan op populistische stoere taal, zoals de Rotterdamse burgemeester doet, en op repressie. “Rot maar op jongens”, voor jullie is er geen plaats. De Antwerpse N-VA burgemeester De Wever kan zich daar goed in vinden. Het hele land paraat, het leger ingeschakeld. Criminele en radicaliserende jongeren de nationaliteit ontnemen als dit kan, of opvolgen en opsluiten in speciale units in de gevangenis.

Stoere taal, die een zekere weerklank vindt, want de schrik zit erin en niemand zit te wachten op een terreuraanslag waarvan doorgaans vooral gewone mensen het slachtoffers zijn en waarna andere vormen van radicalisering zich kunnen versterken, onder meer van extreemrechts. Het is een retoriek en een beleid dat polarisering verder in de hand werkt en net het tegenovergestelde van deradicalisering teweegbrengt.

Een botsing van culturen of een maatschappij in verval die dringend toe is aan verandering?

Zolang de instabiliteit in het Midden-Oosten en Noord-Afrika blijft voortduren, de torenhoge werkloosheid en discriminatie in Europa en elders miljoenen jongeren systematisch uit het arbeidsproces en het maatschappelijk leven stoot en armoede en gebrek aan perspectief hun deel blijft, zullen jongeren blijven zoeken naar een weg uit dit moeras.

Ze keren zich weliswaar af van de ene onderdrukkende maatschappij om soelaas te zoeken bij een andere, op zijn zachtst gezegd zeer wrede onderdrukker. Maar die beweert wel op te komen voor hun rechten. Het is te vergelijken met een extreme vorm van identiteitspolitiek die bepaalde groepen, bij gebrek aan een algemeen maatschappelijk alternatief, op zichzelf doet terugplooien. Men kan zoveel deradicaliserings- of inburgeringsprojecten voorstellen als men wil, een maatschappijmodel waarin migranten op een dergelijke schaal achteruitgestoken en gedicrimineerd worden, kan nu eenmaal niet als alternatief model voorgeschoteld worden aan diezelfde migranten!

Internationale context speelt radicaliserende rol

De internationale context en het oneindige lijden en bijna uitzichtloze bestaan van de arme massa’s in het Midden-Oosten spelen een zeer belangrijke, zelfs doorslaggevende rol in het radicaliseringsproces van vele moslimjongeren. De massa’s in het Midden-Oosten moeten overleven in opbrekende nationale staten, onder dictatoriale regimes die dikwijls gesteund worden door het Westen, die de verdeel-en-heerspolitiek in stand houden en op hun beurt aanleiding geven tot de sectaire conflicten van vandaag.

Er is het belangrijke en onder het kapitalisme onoplosbare Palestijns/Israëlische conflict, waar de opeenvolgende oorlogen de omstandigheden voor de Palestijnen helemaal onleefbaar maakten. De verkiezingsoverwinning van Netanyahu op basis van een verderzetting van een harde Israëlische lijn tegenover de Palestijnen belooft niet veel goeds. Maar vooral het mislukken van de revolutionaire bewegingen in het Midden-Oosten laat een enorm vacuüm achter waarin groepen als IS ruimte krijgen om hun barbaarse ideologie te verspreiden en op te leggen. Het Iraaks/Syrische conflict breidt steeds verder uit, sinds enkele maanden krijgt IS ook delen van Libië in zijn greep. De terreuraanslag in Tunesië toont dat IS ook daar recruteert onder geschoolde jongeren die geen enkel perspectief hebben op een degelijke job of leven.

Tegen tereur en haat, solidariteit en socialisme!

(De)radicalisering is een zeer complex gegeven, een gevolg van onderdrukking, de verdeel-en-heerspolitiek van het imperialisme en de regimes waarop het steunt.

Zoals de arbeidersklasse nood heeft aan eenheid om de strijd te kunnen voeren tegen besparingen, voor een degelijke levensstandaard en een andere samenleving – gaat eenheid in tegen het belang van de kapitalistische klasse, die alle mogelijke middelen zal blijven aanwenden om deze eenheid te voorkomen. In woorden spreekt ze dan wel regelmatig over verdraagzaamheid. Ook verdedigt ze het recht op economische migratie voor zover het zorgt voor voldoende aanvoer van arbeidskrachten om de winsten te garanderen. Maar tegelijk voert het establishment een beleid gericht op het verdelen van de werkende bevolking.

Niet zo anders als de anti-islamgroep Pegida focust ook de regering met haar “deradicaliseringsplannen” op de individuele moslimjongeren en hun onmiddellijke omgeving als school en familie. Niet religie op zich, maar de context waarin die bestaat, maakt van een bepaalde interpretatie van een religie een gevaarlijke maatschappelijke kracht, hetzij in het westen, hetzij in het Midden-Oosten.

Tegenover onderdrukking en verdeel-en-heers, moeten wij solidariteit en socialisme plaatsen. Een programma waarmee een systeem bestreden kan worden dat aanleiding geeft en een voedingsbodem creëert voor dit soort van bewegingen. Een programma dat erop gericht is alle onderdrukten te verenigen, los van afkomst of religie, om de enorme rijkdom en mogelijkheden die aanwezig zijn, in te zetten voor de meerderheid van de bevolking, in plaats van het verrijken van een elite, hier of elders.

Print Friendly, PDF & Email