Welke ideeën om de samenleving te veranderen?

Het boek “De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen” brengt het standpunt van de linkse PVDA over enkele belangrijke programmapunten. Het is een vlot leesbaar boekje dat sommige eisen bevattelijk uitlegt. Maar voorstellen in de richting van fundamentele maatschappijverandering staan er niet in.

Recensie door Geert Cool

Eisen als de 30-urenweek, een vermogensbelasting voor de allerrijksten of meer sociale huisvesting zijn van groot belang. Maar om deze af te dwingen, botsen we meteen op de beperkingen van het huidige systeem.

De auteurs van dit boek doen alle moeite om aan te tonen dat hun eisen aanvaardbaar zijn. Niet zozeer voor de meerderheid van de bevolking, maar wel binnen het huidige systeem. Socialisme is dan ook niet een van de acht “briljante ideeën” in dit boek. Meer nog, er wordt niet over socialisme gesproken. Bij het voorbeeld van het grote aantal sociale woningen in Wenen wordt zelfs uitdrukkelijk gesteld: “Wenen is geen socialistisch eiland in neoliberaal Europa.” (p. 67) De afgelopen jaren werden we geconfronteerd met steeds meer tegenhervormingen: afbraak van verworvenheden uit het verleden. Is dit omdat het aan goede ideeën voor hervormingen ontbrak? Zeker niet. Maar in de context van een kapitalisme in crisis is het afdwingen van zelfs beperkte hervormingen niet evident.

Het volstaat niet om goede ideeën met goede argumenten naar voor te brengen. Dat ondervond ook de nieuwe Griekse regering die sterke argumenten heeft om met het besparingsbeleid te breken. Maar het establishment heeft er geen oren naar, het voert immers een klassenstrijd in het belang van de allerrijksten. Een klassenoorlog beantwoorden met ‘goede argumenten’ lukt niet. Er moet ook aangegeven worden hoe we onze eisen kunnen afdwingen en bijgevolg ook hoe we een einde kunnen maken aan het kapitalisme. Het belang van bewegingen en strijd komt niet aan bod in het boek, er wordt zelfs gesuggereerd dat heel wat hervormingen via verkiezingen werden bekomen.

Dit boek beperkt zich tot een ‘minimumprogramma’, eisen om het dagelijkse leven te verbeteren. Marxisten stellen dat er geen muur kan geplaatst worden tussen minimumeisen en een programma van maatschappijverandering. Een overgangsprogramma maakt een brug tussen wat logisch en noodzakelijk is voor de meerderheid van de bevolking en de breuk met het kapitalisme die nodig is om deze eisen blijvend af te dwingen. Beperkte toegevingen onder druk van strijd zijn mogelijk onder het kapitalisme, maar dergelijke verworvenheden zijn steeds tijdelijk. Dat merken we vandaag in een tijdperk van crisis en harde aanvallen op onze levensstandaard. Het kapitalisme sociaal beheren, is niet mogelijk.

De terechte eis van een miljonairstaks, een vermogensbelasting voor de allerrijksten, heeft aan kracht gewonnen als gevolg van de verontwaardiging door de groeiende kloof tussen arm en rijk met een kleine laag van extreme rijken. Dat het invoeren van een vermogensbelasting tot een kapitaalvlucht kan leiden, doen Peter Mertens en co-auteur Marco Van Hees af met de stelling dat het effect ervan naar Frans voorbeeld verwaarloosbaar zou zijn (p. 29). Nochtans wil de PVDA met de Belgische miljonairstaks dubbel zoveel ophalen als de opbrengst van de Franse vermogensbelasting en dat in een economie die slechts een vijfde van de Franse groot is. Om een miljonairstaks te kunnen invoeren, is een opheffing van het bankgeheim nodig naast een sluitend vermogenskadaster en de mogelijkheid om te onteigenen. Een staatsmonopolie op buitenlandse handel onder democratische controle van de arbeidersklasse, met onder meer kapitaalcontrole, kan een kapitaalvlucht vermijden. Het biedt een antwoord op pogingen van de kapitalistische klasse om ‘hun’ geld weg te halen.

Ook de eis van een 30-urenweek wint aan belang door de opgedreven productiviteit en de technologische ontwikkelingen waardoor een 40-urenweek niet meer nodig en ook niet meer haalbaar is voor steeds meer mensen. Vandaag werken we gemiddeld 31 uur per week, maar door allerhande stelsels van deeltijdse arbeid en flexibele contracten betalen we zelf voor deze arbeidsduurvermindering met lagere lonen. De technologische vooruitgang wordt vandaag niet gebruikt ten dienste van de gemeenschap, maar om de winsten op te drijven. Het maakt een daling van de arbeidstijd mogelijk, maar vandaag leidt dit enkel tot meer werkloosheid. De auteurs verwijzen naar Oscar Wilde die stelde dat “iedereen zou profiteren van intelligente machines als ze ‘het bezit van allen’ zouden zijn.” (p. 51). Het vormt meteen de enige suggestie in het boek om tot andere bezitsverhoudingen in de samenleving te komen. Wij zijn het volledig eens met de noodzaak aan een maatschappijverandering om een geslaagde arbeidsduurvermindering met loonbehoud en vermindering van de werkdruk te kunnen doorvoeren.

Ook andere eisen in het boek worden niet open getrokken tot de nood aan meer fundamentele maatschappijverandering. Rond onderwijs wordt gepleit voor een bredere school die meer gericht is op de jongeren, maar wordt niet geëist dat er meer publieke middelen komen. Rond gezondheidszorg wordt de afschaffing van het remgeld voorgesteld, maar lezen we niets over de nood aan een nationale gezondheidsdienst met bijvoorbeeld ook de nationalisatie van de farmaceutische sector om geneesmiddelen betaalbaar te maken. Er wordt gepleit voor meer sociale woningen, maar niet voor een wettelijke beperking van de huurprijzen tot een percentage van het inkomen. De eis voor publieke stedelijke energiebedrijven is een stap vooruit op het vroegere PVDA-voorstel rond energie dat beperkt was tot een verlaging van de BTW tot 6%. Er wordt gesuggereerd dat misschien meer nodig is dan publieke stedelijke energiebedrijven, maar het boek blijft op de vlakte hierover. Een energiesector die volledig in publieke handen is, zou nochtans een belangrijkste stap vooruit kunnen betekenen. Er wordt gepleit voor “duurzaam openbaar vervoer”, maar dit wordt niet gekoppeld aan de eis van gratis openbaar vervoer. Een massaal plan van publieke investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, energie en sociale huisvesting is noodzakelijk. Dat gaat regelrecht in tegen de belangen van de 1% rijksten die het vandaag voor het zeggen hebben.

Het hoofdstuk over racisme is spijtig genoeg beperkt tot het idee van de praktijktest en een gelijkheidsinspectie. Zal dit de voedingsbodem voor racisme wegnemen? Zal dit een einde maken aan de discriminatie in onderwijs of op de arbeidsmarkt? Een wettelijk verbod op discriminatie is natuurlijk positief, maar racisme kan enkel bestreden worden met een programma dat opkomt voor werk, huisvesting, beter onderwijs, …

Inzake democratie blijft de PVDA steken op een voorstel voor een bindend referendum. Onder het kapitalisme wordt een groot deel van ons leven gecontroleerd door de belangen van de grote bedrijven. Daar kunnen we geen einde aan maken indien we de sleutelsectoren van de economie niet in publieke handen nemen. Wat we als gemeenschap niet bezitten, kunnen we ook niet controleren. Democratie los zien van het kapitalistisch systeem en van de productiemiddelen, is te beperkt. Ook het opbouwen van massabewegingen van verzet tegen het asociale beleid met democratische betrokkenheid van onderuit in de organisatie en opbouw van onze strijd, is geen element dat in het hoofdstuk over democratie naar voor komt. Nochtans is dat essentieel om een krachtsverhouding te kunnen uitbouwen waarmee we de roep naar verandering in acties kunnen omzetten waarmee we een einde maken aan het kapitalisme en overgaan tot een socialistische omvorming van de samenleving. Doorheen de democratische organisatie en betrokkenheid bij onze strijd worden meteen ook de fundamenten gelegd voor een democratischer stelsel waarin we het effectief voor het zeggen hebben.

Goede ideeën zijn nuttig, maar we moeten een stap verder gaan en aangeven hoe we op basis van massabewegingen onze eisen kunnen afdwingen en hoe we hiermee de basis leggen voor een effectieve verandering van de samenleving. Die andere samenleving is voor ons een democratisch socialisme.

Print Friendly, PDF & Email