Revolutie volgens Russell Brand

Toen Russell Brand toegaf dat hij nog nooit was gaan stemmen, haalde dit de krantenkoppen. Hij werd afgekraakt door de media die stelden dat hij een slecht voorbeeld was voor jongeren. Brand ging net zoals bijna 15 miljoen andere Britten niet stemmen omdat hij vond dat de traditionele partijen alleen opkomen voor de belangen van de rijken en niet voor de arbeiders.

Recensie door Helen Pattison uit Socialism Today (bij vertaling licht aangepast en geactualiseerd). De Nederlandstalige versie van het boek verschijnt binnenkort

In een poging om uit te leggen dat om de vijf jaar kiezen niet erg democratisch is en om zijn ontgoocheling in de gevestigde partijen te benadrukken, stelde Brand ook nog dat er een revolutie nodig is. Hoe deze precies zou verlopen, wist hij niet. Sinds het bewuste interview begon hij dan maar te schrijven aan het boek ‘Revolutie’ in een poging om te antwoorden op de vraag hoe we de wereld kunnen veranderen.

De media en de politici waren geschokt door de standpunten van Brand. Maar die ideeën stemden wel overeen met die van veel mensen, in het bijzonder de jongeren. Die hoorden enkele van de cijfers in dit boek al eerder. Zoals het feit dat de 85 rijkste mensen evenveel rijkdom hebben als de armste 50% van de wereldbevolking. Ze zijn het er ook mee eens dat als jongeren niet stemmen, dit niet uit apathie is, maar wel omdat ze denken dat de grote partijen allemaal hetzelfde zijn en niets zullen veranderen.

Ik volg de reeks ‘The Trews’, de Youtube-reeks van Brand met ‘echt nieuws’. De meeste video’s leggen het verband tussen dubieuze krantenkoppen en de belangen van de mediabazen, zoals het standpunt van The Sun dat fracking steunt en zakelijke banden heeft met de schaliegasproductie. De video’s zijn interessant, kort, grappig en politiek. Ze zijn soms veel relevanter dan de dagelijkse politieke shows op televisies. Er worden thema’s aangesneden die het leven van gewone mensen beïnvloeden, zoals de besparingen in de openbare diensten of de watertaks in Ierland.

De video’s van Brand zijn zo goed dat ze veel mensen warm maakten om het boek ‘Revolutie’ te lezen. Het boek wordt omschreven als “het begin van een gesprek dat de wereld zal veranderen.” In tijden van besparingen en een grote woede tegen het feit dat de rijken steeds rijker worden, is dit een populair uitgangspunt.

Helaas is het boek niet het manifest voor revolutie dat de lezers mogelijk verwachten. Het is heel moeilijk om te lezen en de humor maakt de politieke standpunten soms verwarrend. Brand heeft ook zijn politieke beperkingen. Hij erkent die en laat daarom veel ruimte aan interviews met mensen van wie hij denkt dat ze meer autoriteit hebben dan hem. Het gaat om activisten van Occupy, Julian Assange of Thomas Piketty. Hunideeën brengt hij naar voor als mogelijkhede alternatieven en antwoorden, zelfs indien ze niet noodzakelijk met elkaar samengaan en soms erg vaag zijn.

De reactie van de media en grote bedrijven op het boek was net zoals Brand voorspelde. Het boek werd afgekraakt en onder loep genomen in een poging om zijn ideeën te discrediteren. Piketty’s ‘Kapitaal’ – dat aantoont hoe het kapitalisme op lange termijn tot steeds grotere ongelijkheid leidt – kreeg een soortgelijk onthaal in financieel en economische publicaties. Brand aanvaardt dat Piketty slechts opkomt voor beperkte economische hervormingen. Maar het idee van een alternatief of zelfs een beperkte hervorming, kan gevaarlijk zijn in de ogen van de rijken, zeker als het systeem zoveel mensen in de problemen brengt. De beweging tegen de waterbelasting in Ierland toont aan dat mensen bereid zijn om tegen de besparingen in te gaan, zekerals er een leiding is. De media proberen dan maar om Brand zoveel mogelijk te discrediteren en met hem het idee van een alternatief.

Voor echte antwoorden over het belang van een revolutie is het boek van Brand slechts een aanzet. Hij begint met enkele antwoorden op cruciale vragen, maar hij doet dit maar half of heel onduidelijk. De beperkingen van het kapitalisme belicht hij vaag, maar hij koppelt het niet aan de nood tot actie. Er is dus geen sprake van een duidelijk manifest, daarvoor is Brand niet de beste auteur. Zijn rijkdom en faam zijn ongetwijfeld een zwakte. Zijn klasse heeft een invloed op zijn visie, Brand heeft niet het vertrouwen om antwoorden te bieden. Hij wil enkel optreden als verdediger van de belangen van de werkende klasse. Maar hij is bang van concrete voorstellen.

Het is oneerlijk om hem af te doen als een hypocriet als hij moet toegeven dat hij op een bepaald ogenblik ook zijn rijkdom zal moeten delen. Hij heeft gelijk als hij zegt dat gewoon zijn rijkdom weggeven aan een corrupte regering niets zou veranderen. Er is nood aan systeemverandering. De media die hem afkraakten als een hypocriet bestaan vaak uit mensen die een pak erger zijn, denk maar aan Jeremy Clarkson.

De publieke aandacht voor revolutionaire ideeën is belangrijk, maar tegelijk zijn er velen die een leider vanuit de arbeidersklasse hadden verkozen om de aandacht te krijgen die Brand nu geniet. Als verdediger van linkse standpunten is de rijkdom van Brand minder belangrijk, maar als een verkozen vertegenwoordiger zou hij slechts een gemiddeld arbeidersloon mogen krijgen. Socialisten zijn er immers voorstander van dat vertegenwoordigers van de arbeidersklasse het gemiddelde loon van een geschoolde arbeider krijgen zodat ze in arbeidersbuurten wonen en hun band met de mensen die ze vertegenwoordigen behouden.

Tijdens Question Time op de BBC stelde Brand dat hij zelf niet zou deelnemen aan parlementsverkiezingen omdat macht en rijkdom een corrumperende impact hebben, zeker in Westminster. Dat is waarom vertegenwoordigers permanent afzetbaar moeten zijn en er geen economische voordelen voor verkozenen mogen zijn. Als gemeenteraadslid in Seattle leeft Kshama Sawant aan een gemiddeld arbeidersloon en gaat de rest van haar inkomen naar strijd voor sociale rechtvaardigheid. Leden van de Socialist Party die aan de verkiezingen in mei deelnamen, gebruikten de slogan van een ‘arbeidersvertegenwoordiger aan een arbeidersloon’. Na jaren van schandalen over onkosten van parlementairen wint dat standpunt aan kracht.

Onder een nieuwe laag die politiek bewust wordt door het besparingsbeleid leeft soms het gevoel dat politieke partijen en vakbonden niet langer relevant zijn of toch geen effectieve manier vormen om het verzet te organiseren. Het is niet duidelijk of Brand hiermee akkoord gaat, maar zijn boek probeert het verzet alvast een nieuwe wind te bezorgen. Hij heeft het over ideeën en theorieën die niet de zijne en niet nieuw zijn, maar hij gebruikt de traditionele termen ervoor evenmin. In plaats van over nationalisatie te spreken, zegt hij dat de gemeenschap de industrie collectief moet bezitten. Hij zegt dat er een samenleving zonder staat nodig is, maar heeft het niet over socialisme.

Als mensen politiek de rug toekeren, is dit niet omdat het saai is zoals Brand zegt. Het komt door nederlagen van de klassenstrijd doorheen e wereld. De Labour partij had ooit een arbeidersbasis maar werd omgevormd tot New Labour, dat net als andere partijen opkomt voor een ‘vrijemarktbenadering’ en besparingen. Vakbonden die strijd voerden tegen het rechtse beleid werden beperkingen opgelegd, Labour heeft die nooit ingetrokken. Het maakt het moeilijker om de strijd tegen de aanvallen op de levensstandaard te voeren. Werkenden en hun gezinnen toonden keer op keer aan dat ze zich kunnen organiseren en opkomen voor hun belangen, maar ze botsen daarbij vaak op vakbondsleiders en arbeidersleiders die de strijd afremmen in plaats van ze echt te organiseren. Dat komt vooral door hun gebrek aan een alternatief.

Brand is het ermee eens dat er een lange en kleurrijke geschiedenis van opstand tegen dit systeem is en dat we daar veel lessen uit kunnen trekken. Hij haalt deze niet uit Rusland 1917 of de Spaanse revolutie, waar hij langer bij stilstaat. Hij haalt George Orwell aan die in zijn ‘Hommage aan Catalonië’ een interessante beschrijving maakt van het leven tijdens de Spaanse revolutie. Maar de lessen zitten in de strategie, de acties en eisen van een strijd. Brand stelt dat het falen van de revolutie tegen het kapitalisme in die tijd aan het fascisme te wijten was. Maar hij gaat eraan voorbij dat de groeiende steun voor socialistische en revolutionaire ideeën uit een vertrouwen in de strijd tegen fascisme voortkwam, naast de weigering om terug te keren naar de vreselijke levensvoorwaarden van de werkende klasse en de boeren. Brand vergist zich in zijn inschatting van het anarchisme. Hij stelt dat de anarchisten basisactivisten waren en gaat eraan voorbij dat anarchistische leiders deelnamen aan de volksfrontregering met kapitalisitsche ministers en hiermee een rem vormden voor de revolutionaire beweging.

Het ontbreekt ‘Revolutie’ van Brand aan een duidelijk programma, ook al wijst hij op enkele mogelijkheden. Hij heeft het over hoe de grote bedrijven moeten genationaliseerd worden en zegt hoe ze vervolgens georganiseerd kunnen worden. Van verkozen vertegenwoordigers vanop de werkvloer komt Brand tot de nood aan een geplande economie. Hier is he tboek het sterktste: een duidelijke uitleg van het kapitalisme vandaag en een alternatief op basis van arbeidersdemocratie.

De Spaanse revolutie biedt heel wat lessen, onder meer over het falen van het volksfront in de strijd tegen extreemrechts en de wijze waarop het volksfront de revolutionaire strijd tegen het kapitalisme tegenhoudt. Brand gaat daaraan voorbij. Over de Russische revolutie is hij kort, hij trekt er geen lessen uit omdat het degeneerde in stalinisme. Toch is de Russische revolutie rijk aan lessen, zowel bij de successen als de nederlagen.

Toch is het boek van Brand nuttig. Het is een grappig vertrekpunt om na te denken over de problemen van het kapitalisme en het formuleren van een alternatief. Het vertelt lezers over gebeurtenissen waarin werkenden een belangrijke rol speelden en het biedt een begin van uitleg over wat een revolutie is.

De media hadden het vooral over hoe Brand stemmen tijdverlies vond. Wat hij daarmee bedoelde is niet zo eenvoudig. Het punt is dat we niet meer moeten stemmen op partijen die ons niet vertegenwoordigen. Zonder grootschalig alternatief van de arbeidersbeweging is dat niet evident, maar het betekent niet dat we niet stemmen. Als er geen alternatief is, moeten we proberen om er een op te bouwen. De heersende klasse zal dat niet voor ons doen.

Het electorale stelsel is inderdaad corrupt, de grote bedrijven en de rijken kunnen campagnes financieren maar individuele werkenden niet. Anderzijds is er wel het voorbeeld van Socialist Alternative dat in Seattle meer dan 100.000 dollar ophaalde voor campagne van Kshama Sawant en dit zonder een cent van de grote bedrijven te aanvaarden. De arbeidersklasse kan de rijken natuurlijk niet overtreffen op financieel vlak, maar het is wel mogelijk om met de arbeidersbeweging tot electorale overwinningen te komen.

Het is vreemd dat Russell Brand met de laatste Britse verkiezingen uiteindelijk op het laatste moment stelde dat hij op Labour zou stemmen. Daarmee dreigt hij zichzelf politiek irrelevant te maken, de meerderheid van de gewone werkenden hebben immers geen vertrouwen in Labour. Die partij staat voor hetzelfde besparingsbeleid als de afgelopen jaren en werd tijdens het Schotse referendum vaak omgedoopt tot de ‘Rode Tories’. Het argument van het ‘minste kwaad’ gaat steeds minder op.

Er moet een alternatief op het besparingsbeleid komen. Bewegingen als Syriza en Podemos zijn uitdrukkingen van de zoektocht naar alternatieven op de huidige gang van zaken. Door met gewone werkenden zelf het politieke terrein te betreden en dit met een socialistisch programma, is het mogelijk om stappen vooruit te zetten.

Enkele maanden geleden plaatste Brand een foto van enkele boeken die hij las. Een ervan was ‘De geschiedenis van de Russische revolutie’ door Leon Trotski. Brand erkent dat hij veel kan leren van bewegingen die in het verleden opkwamen voor een betere samenleving. Dat is zijn sterkte. Maar het ontbreekt aan een duidelijke onderbouwing van zijn standpunten. ‘Revolutie’ is wellicht het grappigste boek over revoluties, maar niet met het meest leerrijke.

Print Friendly, PDF & Email