Chinese beurscrash kan tot politieke crisis leiden

Paniekmaatregelen van Chinese regime nu beurscrash dreiging van economische recessie duidelijk maakt.

Interview met Vincent Kolo van Chinaworker.info

Hoe ernstig is de beurscrash en hoe reageert de regering hierop?

“De enorme zeepbel die de afgelopen jaren werd opgebouwd, stort in elkaar. De omvang en snelheid van de crash is opmerkelijk. Het Chinese regime is in paniek want het zag deze crash niet aankomen. Dat klinkt misschien vreemd omdat alle anderen het wel zagen komen. Maar het woord ‘paniek’ is de meest gebruikte omschrijving van buitenlandse media voor de maatregelen van de regering. En het is een correcte beschrijving.

“De beurzen stegen begin juni tot een totale marktwaarde van 10 biljoen dollar, een stijging van 6,7 biljoen dollar op een jaar tijd. Dit was een nooit geziene stijging op zo’n korte periode voor gelijk welke beurs ter wereld. De stijging stemde overeen met de totale marktwaarde van de beurs van Tokyo, de derde grootste ter wereld na New York en Shanghai-Shenzhen. In de eerste maanden van dit jaar kwamen er wekelijks vier nieuwe dollarmiljardairs bij als gevolg van de stijgende beurzen. Maar de markt verloor de afgelopen drie weken 3 biljoen dollar, sinds 15 juni ging een derde van de beurswaarde verloren. Dat is zes keer zoveel als de volledige publieke schuld van Griekenland of 11 keer zoveel als de waarde van de Griekse econonomie. De krant Securities Times, uitgegeven in Shenzhen, schreef dat de handel in aandelen van 760 bedrijven of meer dan een kwart van alle bedrijven die op de beurs van Shanghai en Shenzhen staan de afgelopen week geschorst werd. Het lijkt op een volledige ‘sluiting’ van de beurzen, wat overigens niet eens zo slecht zou zijn.

“De kleine ondernemers zijn nu met ongeveer 90 miljoen, of meer dan het aantal leden van de Communistische Partij. Miljoenen mensen – ongeveer 40 miljoen – haastten zich sinds het begin van dit jaar naar de beurzen, velen verloren een pak geld. Ze klagen nu dat ze niet zomaar van de aandelen af geraken, veel aandelen gaan zo snel achteruit dat ze de maximumgrens van 10% per dag bereiken waarop de handel wordt geschorst. Diegenen die grote schulden aangingen om te gokken op de beurzen, hebben zware klappen gekregen. Het gaat om een significante sociale laag, vooral de stedelijke middenklasse. Het regime van de CCP heeft deze laag nodig als sociale basis. Deze stedelijke middenklasse werd al geraakt door de daling van de vastgoedmarkten. Het regime dacht dit te kunnen compenseren met een sterke groei van de beurzen zodat deze sociale laag niets zou verliezen en zelfs rijker kon worden. Deze ‘Chinese droom’ van Xi Jingping ligt nu op amper drie weken tijd volledig in duigen.”

Denk je dat de regeringsmaatregelen om de beurzen overeind te houden kans op slagen maken?

“Dat valt af te wachten. Het is opmerkelijk hoe totnutoe alle regeringsmaatregelen mislukten, ze raakten vertrappeld onder de stormloop om te verkopen. We kunnen meer maatregelen verwachten, er worden dagelijks nieuwe zaken aangekondigd. Sinds 27 juni werden de intrestvoeten naar beneden gehaald, werd meer kapitaal in de banken gepompt, werden nieuwe aandelen geblokkeerd, werden pensioenfondsen en overheidsbedrijven opgelegd om aandelen te kopen en er kwam een ‘marktstabiliseringsfonds’. Peking heeft alle artillerie op de beurs gericht, een beetje zoals een regenkanon zodat er regen uit de wolken zou vallen. Het financiële systeem van de overheid wordt gemobiliseerd in een massale reddingsoperatie die een hoogtepunt kende met de aankondiging op 5 juli dat de centrale bank zal optreden als laatste toevlucht om aandelen te kopen en de neergang te stoppen. Dit werd door sommige commentatoren omschreven als ‘Chinese QE’ (Quantitative Easing). Maar het bankensysteem staat al onder druk door de enorme schuldopbouw van de afgelopen vijf jaar. Het is dus niet zozeer een kwestie van de banken die de beurzen redden, maar wel de regering die beiden probeert te redden.

“Het regime is dus vanzelfsprekend in paniek als deze maatregelen, die in het verleden meer effect zouden gekend hebben, geen resultaat opleveren. Het weerspiegelt een bredere economische malaise met de traagste groei in 25 jaar. De reële BBP-groei is gezakt tot in het beste geval 3 tot 4%, een derde van de Chinese provincies kennen een recessie en de industrie dankt massaal af. Iedereen wist dat de groei van de beurzen overdreven was, maar er werd gedacht dat de beurzen konden blijven stijgen indien de regering dit wenste. Dit geloof krijgt nu een zware deuk. Het kan een enorm psychologisch effect hebben waarbij de mythe dat de regering almachtig is en de economie steeds kan ‘commanderen’ wordt doorprikt.

“Het is niet alleen een economisch probleem, ook het beeld van een ‘sterke regering’ werd dooreengeschud. De krant New York Times merkt op dat het falen van de regering om de beursneergang te stoppen kan leiden tot een “vertrouwenscrisis in het staatsapparaat”. Dat is wat de internationale burgerij vreest, ze zijn bang voor het potentieel van een politieke crisis in China. Ondanks alle ‘democratische’ woorden, hebben ze de Chinese dictatuur immers steeds gesteund om economisch voordeel voor het kapitalisme te bekomen.

“De laatste maatregelen om de markten te ondersteunen, zijn ongezien. Dat merkt zelfs Xinhua op. Maar deze maatregelen lijken erg wanhopig te zijn. Het stoppen van een neerwaartse koers van de beurzen is moeilijker dan dat het is om dissidenten het zwijgen op te leggen. Mogelijk zullen de maatregelen een zeker effect hebben, maar het is even waarschijnlijk dat de markten erg volatiel zullen blijven. En dit ondanks het feit dat de regering als dictatuur veel meer kan doen dan de ‘democratische’ regeringen. Denk maar aan de mobilisatie van de financiële sector voor deze reddingsoperatie of nog, en ook dat is belangrijk, de mogelijkheid om slecht nieuws te verbieden. De media kregen te horen dat termen als “het redden van de markt” of “aandelenramp” niet toegelaten zijn. De media mogen niet berichten over de zelfmoorden als gevolg van de marktchaos. De politie begon mensen op te pakken omdat ze “geruchten verspreidden”. Tegelijk zingt de People’s Daily de lof van de markten en wordt gezegd: “Regenbogen komen er altijd na regen.” Maar of dit allemaal zal volstaan, is nog maar de vraag. Zeker als de reële economische situatie zo ongunstig is als nu.

“Als een grootschalige overheidsinterventie de rust op de markten kan weerbrengen, dan zal de zeepbel opnieuw opgeblazen worden en dreigt het een nog grotere te worden. Speculanten zullen dan immers grotere risico’s nemen als ze denken dat de regering hen toch zal helpen. Liberale economen spreken over ‘moral hazard’ (moreel risico). Stijgende beurswaarden staan in contrast met de onderliggende slechte staat van de Chinese economie. Ze zouden dan ook onvermijdelijk leiden tot een nieuwe grotere crash in de toekomst.”

Waarom probeert het CCP-regime zo wanhopig om de beurzen te redden?

“Het is een kwestie van het prestige van het regime. Als ze beurzen niet kunnen redden, zal dit gezien worden als een erg publieke en vernederende nederlaag. Het zal politieke gevolgen hebben. Er waren al eerste protestacties van kwade beurshandelaars. Dat is iets wat de CCP echt niet wil. Als de maatregelen niet werken, verliest de dictatuur heel wat politieke autoriteit en dit kan fataal zijn. Het kan de reeds ernstige economische crisis ook verder verergeren. De redenen waarom de CCP besloot om een ‘berenmarkt’ uit te werken, gaan terug op de machtsovername van de huidige leiding eind 2012. Xi Jingping bracht dan zijn hervormingsstrategie naar voor waarbij de markten een ‘beslissende rol’ kregen. Dat klinkt vandaag erg ironisch. Het economische model van Chinees staatskapitalisme en door schulden aangedreven groei raakte uitgeput en leidde tot een deflatoire crisis. Het regime wilde een bloeiende beurs gebruiken als levenslijn voor de economie en om de druk op het bankenstelsel dat verdrinkt in problematische leningen te verlichten. Het doel was ook om bedrijven met een grote schuldenlast te redden, ze konden meer aandelen uitgeven en deze middelen gebruiken om schulden af te betalen. De verhouding tussen schulden en het BBP in China bedraagt momenteel ongeveer 280% of dubbel zoveel als in Griekenland. De grootste Chinese schulden zijn die van de staatsbedrijven en de lokale overheden.

“Deze strategie ontploft nu in het gezicht van het regime. De banken en staatsbedrijven zitten wellicht op grote tekorten als gevolg van de neergang van de beurzen. Het doel van de huidige reddingsmaatregelen is om op korte termijn wat ademruimte te geven zodat deze bedrijven hun slechte ‘investeringen’ kunnen afschrijven vooral de markten opnieuw kunnen opveren. Mogelijk ziet het regime een ander beeld, een correcter beeld dat wel eens een pak erger kan zijn dan wat het publiek mag weten.

“The Wall Street Journal vergeleek de noodmaatregelen met de ‘grote bazooka’ van Hank Paulson om Wall Street te redden in 2008. Dat is een belangrijke opmerking. De Chinese regering is de niet de enige die dergelijke maatregelen neemt. Ook Japan neemt maatregelen om de beurzen te ondersteunen. Het belangrijkste is echter dat de Chinese overheidsmanipulatie veel grootschaliger is en al langer bezig is, het was deze manipulatie die de voorbije snelle groei mogelijk maakte. Maar het regime verloor de controle en betaalt daar een economische en ook een politieke prijs voor, zeker indien de onrust langer aanhoudt.

“De regering heeft de paniek op de markt zelf gecreëerd. Vroeg of laat zou die paniek er sowieso gekomen zijn, maar nu was de directe aanleiding de verstrenging van de regels voor margin lending. De omvang van margin lending [het deel van de aankoop van aandelen dat wordt gefinancierd met leningen waarvoor de aandelen als onderpand gelden] is de afgelopen twee jaar vernegenvoudigd op de Chinese markten tot ongeveer 1 biljoen dollar als zowel de officiële als de onofficiële leningen worden meegeteld. Dit betekent dat er bovenop het spel van de financiële speculatie bijkomende risico’s worden ingebouwd. De crediteurs willen hun lening immers opvragen als de speculatieve schulden te hoog oplopen, waardoor nog meer aandelen op de markt komen en er een stormloop ontstaat. Volgens Citigroup zijn slechts een kwart van de aankopen met margin lending afgebouwd in de voorbije drie weken, drie kwart zit dus nog op de beurs op de uitgang te wachten. Het suggereert dat de onrust nog een tijdje kan aanhouden.

“Een ‘normale’ beurs is een opgewaardeerd casino. Maar de omvang van de kredieten voor de aankoop van aandelen zorgde voor een opleving van de beurswaarden waardoor de Chinese beurzen meer op een “spel van Russische roulette” zijn gaan lijken, aldus de econoom Anne Stevenson-Yang. Drie weken na het begin van de crash heeft de regering volledig toegegeven. Ze raakte bang door de ineenstorting van de markt. De strengere regels werden opgegeven en er kwamen zelfs nog soepeler regels. Zo kunnen beurshandelaars voortaan ook hun eigen huizen als onderpand voor leningen gebruiken. Dat is uiteraard niet slim.”

Wat kunnen de gevolgen op de bredere economie zijn?

“De wanhopige maatregelen van de CCP wijzen erop dat de situatie mogelijk een pak erger is dan wat nu geweten is, zelfs erger dan een ineenstorting met 30% op de beurzen. Er kan een kettingreactie zijn aangezien bedrijven wiens aandelen als onderpand voor leningen werden gebruikt wellicht minder gemakkelijk kredieten toegekend zullen krijgen. De vraag in welke mate de banken gevolgen hebben door deze beurscrash is ook een belangrijke vraag. Komt er een financiële besmetting, zeker in de schaduwbanksector? Deze sector van schaduwbanken is de tweede grootste ter wereld na de VS, maar de onofficiële crediteurs zijn doorgaans onderdelen van de staatsbanken. Ze waren sterk betrokken in de opmars van de beurzen en gaven leningen om aandelen te kopen, onder meer door een hele reeks nieuwe managementproducten te creëren waarmee de markteuforie werd aangevuurd. De wanhopige maatregelen van de afgelopen dagen kwamen er wellicht omdat het Chinese regime de bedreiging voor het systeem zag, het volledige financiële stelsel wordt bedreigd en dat is waarom alles in de schaal wordt geworpen om een verdere implosie van de markt te vermijden.

“Veel internationale commentatoren zeggen dat de Griekse crisis erg is, maar deze nog erger. China heeft immers een veel grotere impact op de wereldeconomie. De markten voor grondstoffen hebben het al moeilijk. Er was een stabilisatie maar nu gaan de prijzen voor koper, olie, metalen opnieuw naar beneden. Dat is vooral omdat gevreesd wordt voor de Chinese economie en een dalende vraag. China is veruit de grootste importeur van de meeste grondstoffen. En er zijn nog tal van manieren waarop een Chinese crisis de wereldeconomie kan raken. Het is waarom anderen, niet alleen de marxisten, gewaarschuwd hebben voor de dieper wordende crisis in China waarvan de beurscrash een uitdrukking is die kan leiden tot een nieuwe wereldwijde kapitalistische crisis na deze van Wall Street in 2008 en de huidige eurocrisis.”

Print Friendly, PDF & Email