Groot Brittannië. Strijd nodig tegen “nog vijf verdoemde jaren” van Conservatief bewind

“We hebben gewonnen”, titelde de London Evening Standard een dag na de verkiezingen. De krant is eigendom van een Russische oligarch en bracht een uitdrukking van de vreugde bij het establishment na de onverwachte overwinning van de Tories. “Er werden enkele flessen ontkurkt in de chique clubs Cavalry en Guards Club in Piccadilly toen duidelijk werd dat de dreiging van een populistisch beleid verdampte”, stelde de Financial Times. Langs de andere kant wees de krant Daily Mirror op de breed verspreide verbijstering onder gewone werkenden. De krant titelde: “Weer veroordeeld, nog vijf verdoemde jaren.” Analyse door Peter Taaffe.

Hoe is het mogelijk dat David Cameron, George Osborne en hun gehate conservatieve ploeg tegen alle verwachtingen in en ondanks het palmares van harde aanvallen op de werkende bevolking toch de macht kon behouden met 99 zetels voorsprong op Labour en een absolute meerderheid in het Lagerhuis?

Er was geen massale stemmenwinst voor de Tories sinds 2010. Er kwamen vooral extra stemmen van de voormalige coalitiepartner, de Liberaal Democraten. Die betaalden een zware prijs voor de beslissing van partijleider Nick Clegg om zijn “vriend” Cameron in 2010 te ondersteunen. De Tories wonnen ook enkele zetels van Labour waar de sociaaldemocratie de vorige keer nipt won. In vergelijking met 2010 gingen de Tories er nationaal met amper 0,8% op vooruit.

Labour ging nationaal met 1,5% vooruit met winst onder de demografisch erg gemengde bevolking van Londen, maar zwaar verlies in Schotland. De Tories werden ondersteund door de rechtse media die alles uit de kast haalden om Labour te bestrijden. De Daily Mail, een krant die in de jaren 1930 de fascistische zwarthemden van Oswald Mosley steunde, waarschuwde een dag voor de verkiezingen voor Labour-leider Ed Miliband: “Laat deze zeloot van de klassenstrijd en de SNP onze economie en onze natie niet verwoesten”.

Weinigen zouden dit als een accurate omschrijving van Miliband zien. Die heeft sinds zijn verkiezing als partijleider steeds nadruk gelegd op een pleidooi voor een “verantwoordelijk kapitalisme.” Tegelijk was hij een slaafse volgeling van de besparingsmantra van de conservatieve minister van begroting Osborne.

Maar natuurlijk zal de Daily Mail geen rekening houden met de waarheid indien dit een belemmering is voor een goed verhaal waarmee de lezers kunnen afgeschrikt worden. Hetzelfde kan gezegd worden van de media in handen van magnaat Murdoch, die met zijn krant Sun in Schotland steun gaf aan de ‘antibesparingspartij’ SNP terwijl in de rest van het land voor de conservatieve Tories werd opgeroepen.

De steun van deze kranten voor de Tories volstaat niet als verklaring voor de opdoffer die Labour kreeg. Het asociale beleid van de afgelopen vijf jaar had Labour meer dan voldoende munitie bezorgd om electoraal te scoren. Maar dit gebeurde niet.

Economisch ‘herstel’

De regering van conservatieven en Liberaal Democraten schepte op over het economisch herstel. Maar slechts weinig mensen voelen de beweerde voordelen van dit herstel dat bovendien het traagste herstel na een recessie is sinds meer dan 100 jaar. De regering wees er ook op dat het tekort op vijf jaar tijd gehalveerd was, zelfs indien aanvankelijk werd beloofd om het begrotingstekort volledig weg te werken. Er werden ook complete leugens verteld, zo werd Labour verantwoordelijk gesteld voor het begrotingstekort alsof de wereldwijde crisis van 2008 er voor niets tussenzat.

In 1997, toen de Tories nog aan de macht waren, bedroeg de overheidsschuld 42% van het BBP. Het daalde tot 35% onder de Labour-regering, maar dan kwam de wereldwijde economische crisis die ook in Groot-Brittannië verregaande gevolgen had. De schulden groeiden aan door de crisis en de stijgende werkloosheid. De belastinginkomsten namen af terwijl meer middelen voor uitkeringen nodig waren.

Miliband en Labour waren zelfs niet in staat om hun eigen beleid te verdedigen tegen de conservatieve kritieken in. Hun echte fout was dat ze probeerden te werken binnen het kader van het kapitalisme terwijl ze onder Gordon Brown tegelijk het beeld wilden creëren dat ze de wetten van het kapitalisme met de cycli van groei en neergang hadden afgeschaft.

De bouwsector staat op het laagste punt sinds de jaren 1920, er is een drastische toename van de dakloosheid en voor miljoenen jongeren is het bezit van een eigen huis een onrealistische droom. Voor het eerst in decennia was er over een periode van vijf jaar een daling van de levensstandaard. Meer dan 900.000 mensen zijn afhankelijk van voedselbanken, dat is 15 keer zoveel als ten tijde van de vorige verkiezingen.

Belofte van meer besparingen

De Tories hebben de Liberaal Democratische coalitiepartner niet meer nodig om de beloofde vijf jaar van nog meer ellende en besparingen waar te maken. Cameron keerde als premier terug met de verklaring dat hij de belangen van alle Britten zou verdedigen. Het deed denken aan Thatcher die naar Franciscus van Assisi verwees toen ze aan de macht kwam, maar vervolgens eerder als Genghis Khan handelde.

Deze regering zal de gehate belasting op leegstaande kamers in sociale woningen behouden en wil bovendien 12 miljard pond besparen op kinderbijslag en andere uitkeringen. De regering zal de gezondheidszorg verder plunderen en meedogenloos verdergaan met de privatiseringsagenda. Ze zal ook de campagne tegen de vakbonden opvoeren, onder meer door willekeurig ontslag gemakkelijker te maken.

Het is niet uitgesloten dat de regering de antivakbondsregels verder zal verstrengen, zo is het mogelijk dat er een vereiste zal zijn van een referendum waarin meer dan 50% van alle leden voor actie stemmen vooraleer tot stakingen kan overgegaan worden. En dat terwijl elke regering sinds 2005 op de steun van minder dan vier op de tien kiezers kon rekenen, in deze verkiezingen waren de Tories slechts goed voor 37% van de kiezers.

Er is heel wat discussie over het feit dat Labour ondanks het asociale beleid van de conservatieven minder zetels haalde dan dan in 2010. De overwinning van de Tories was nochtans geen uitgemaakte zaak. Met een andere aanpak dan die van Labour en Miliband hadden de besparingspartijen verslagen kunnen worden. Labour ging volledig mee in de mantra van de besparingslogica, kopstuk Ed Balls beloofde om “het tekort elk jaar verder terug te dringen”. Miliband verklaarde trots dat hij de eerste Labour-leider uit de geschiedenis was die campagne voerde met de belofte om te besparen.

In januari stemden Miliband en zijn parlementsleden, met uitzondering van vijf Labour verkozenen, nog in met een verderzetting van het harde besparingsbeleid, zelfs indien dit in de praktijk georganiseerde armoede is. Het is niet verwonderlijk dat sommigen de voorkeur gaven aan de echte Tories in plaats van de ‘rode Tories’, zoals Labour door Schotse kiezers werd genoemd nadat Labour met Cameron had samengewerkt in de campagne om ‘Neen’ te stemmen in het referendum over Schotse onafhankelijkheid.

Het klopt dat Ed Miliband probeerde om de toon wat naar links te laten opschuiven tijdens de campagne. Zo suggereerde hij dat er grenzen moeten komen op de verhoging van huurprijzen, werd uitgehaald naar de grote winsten van de energiebedrijven en beloofde Miliband actie te zullen ondernemen tegen de superrijken. Het was te weinig en het kwam te laat. De afgelopen vijf jaar probeerde Labour zich immers zoveel mogelijk te distantiëren van iedere strijd tegen de regering. Er werd uitgehaald naar stakingen en de grote lijnen van het regeringsbeleid werden gesteund.

Miliband wijst aanbod van SNP af

De beloften om in te gaan tegen de besparingen kwamen dan ook niet geloofwaardig over. Miliband bleef vasthouden aan het voorstel van een afgezwakt besparingsbeleid en weigerde om gelijk welke samenwerking met de SNP in het parlement te overwegen. Nicola Sturgeon, partijleider van de Schotse nationalistische SNP, had aan Labour voorgesteld om in het parlement samen te werken om Cameron van de macht te houden. Miliband verklaarde dat samenwerking onmogelijk was, zelfs indien het ertoe zou leiden dat Labour hierdoor niet aan de macht zou komen.

Dit versterkte de Engelse nationalistische campagne van de Tories, onder leiding van Lynton Crosby die op Noord-Koreaanse wijze propaganda voerde. Crosby stelde dat Labour bij een overwinning zou gegijzeld worden door het Schotse nationalisme. Dit had mogelijk een effect op twijfelende kiezers. Zoals bij de verkiezingen van 1992 kozen twijfelende Tories toch maar voor het status quo.

De argumentatie van de Tories had gemakkelijk beantwoord kunnen worden met een campagne waarin duidelijk werd gemaakt dat de Britse bevolking gegijzeld wordt door het harde besparingsbeleid waar de regering bovendien geen mandaat voor had gekregen.

De SNP beloofde om met Labour samen te werken in een poging om verdere aanvallen op de levensstandaard te stoppen. Grote delen van de werkende klasse en andere kiezers stonden positief tegenover dit idee. Het was geen toeval dat Sturgeon en de SNP doorheen Engeland en Wales op heel wat sympathie konden rekenen voor het verzet tegen het besparingsbeleid, zelfs indien het slechts om verzet in woorden ging. De afslachting van Labour in Schotland was ook een uitdrukking van de populariteit van de anti-besparingsretoriek van de SNP.

De politieke zwakte van Miliband en Labour bleek eens te meer uit de weigering om het aanbod van de SNP te overwegen. Het zorgde mee voor de nederlaag van Labour en het uiteindelijke ontslag van Miliband als partijleider.

Hoe verder met Europa?

Hoe zal het in Groot-Brittannië verdergaan na deze verkiezingen? Cameron is triomfalistisch, maar ook John Major nam in 1992 een dergelijke houding aan en kwam al gauw binnen en buiten zijn partij onder vuur te liggen.

De interne tegenkanting komt onder meer van de rechtse eurosceptische Tories die eisen dat er steeds meer toegevingen van de Europese Unie worden afdgewongen. Deze vleugel is vandaag sterker dan ooit onder de parlementsleden van de Tories. Nog voor de verkiezingen moest Cameron aankondigen dat er voor december 2017 een referendum over de EU komt. Mogelijk komt het referendum er al in 2016. De rechterzijde binnen de Tories zal ervoor zorgen dat dit thema brandend actueel blijft.

De meeste grote bedrijven vrezen de economische gevolgen van een eventuele ‘Brexit’ – een uittrede van Groot-Brittannië uit de EU. De meerderheid in de conservatieve regering zal daar uitdrukking aan moeten geven, wat de verdeeldheid binnen de Tories nog kan versterken. Er zijn bovendien ook de gevolgen van deze discussie voor Schotland, de leiders van de SNP verzetten zich tegen een uittrede uit de EU. Als Cameron onvoldoende toegevingen van de EU bekomt en bijgevolg al dan niet openlijke steun moet geven aan een uittrede uit de EU, dan zal dit de kwestie van Schotse onafhankelijkheid terug op de agenda plaatsen.

Met de Socialist Party zouden we in een referendum oproepen om ‘Neen’ te stemmen, maar tegelijk zouden we een nationalistische benadering volledig verwerpen. We zullen met een duidelijk klassenprogramma ingaan tegen het Europa van het kapitaal en opkomen voor een socialistische confederatie van Europa.

Schotland, Engeland en Wales

Een nieuwe ronde van besparingen – zoals beloofd door Cameron en Osborne – zal sowieso de kwestie van onafhankelijkheid in Schotland terug op de voorgrond brengen. Dit zal belangrijke gevolgen hebben in Engeland en Wales. De Londense burgemeester Boris Johnson stelde op de verkiezingsavond al dat er nood is aan een “nieuwe grondwettelijke federale regeling”, een indicatie van de richting die de regering wil uitgaan.

De conservatieve ministers willen wellicht een vorm van ‘fiscale autonomie’ aan Schotland geven op basis van een lagere tegemoetkoming vanuit de federale schatkist. Hierdoor zou de verantwoordelijkheid voor de besparingen naar de SNP doorgeschoven worden. Het zou meteen een test vormen voor de antibesparingsretoriek van de SNP. Als de Schotse nationalisten besparingen doorvoeren terwijl ze zich verschuilen achter ‘Londen’ dat hierover beslist, dan zullen ze daar een prijs voor betalen naarmate het verzet tegen de besparingen toeneemt.

Hetzelfde zal gebeuren als de Engelse en Welshe gemeenteraden, ook diegenen die geleid worden door Labour, de door de regering opgelegde besparingen doorvoeren. Zij zullen gezien worden als medeverantwoordelijk voor het besparingsbeleid. De druk zal toenemen om ofwel in te gaan tegen de besparingen ofwel plaats te maken voor wie wel tegen dit beleid vecht.

De regering-Cameron zal wellicht in de richting van een soort federale oplossing willen gaan. Met het idee van ‘Engelse stemmen voor engelse wetten’ zal geprobeerd worden om de verdeeldheid langs regionale en nationale lijnen te versterken. De arbeidersbeweging moet de legitieme nationale aspiraties van de Schotse bevolking erkennen, maar tegelijk moeten we ons verzetten tegen elke versterking van verdeeldheid in de arbeidersbeweging.

Autonome rechten op regionale en nationale basis binnen de vakbonden zijn legitiem en kunnen ondersteund worden, maar we komen tegelijk op voor de eenheid van de werkende bevolking en onze organisaties, zeker de vakbonden, over nationale grenzen heen. De bazen proberen ons steeds te verdelen, we moeten daar tegenin gaan.

De nederlaag van Labour zal gevolgen hebben voor de arbeidersbeweging. Het is waanzinnig om zoals de herboren aanhangers van Blair te beweren dat Miliband niet kon winnen omdat hij een te links “ouderwets socialistisch” profiel had aangenomen. Miliband brak niet met het Blairisme. Hij hield steeds vast aan de neoliberale recepten, slechts hier en daar gekruid met af en toe een vleugje linkse retoriek.

Een echte linkse campagne

Enkel TUSC (Trade Unionist and Socialist Coalition) pleitte consequent voor een breuk met het besparingsbeleid en voor een socialistisch alternatief. TUSC haalde in de verkiezingen voor parlement en gemeenteraden 120.000 stemmen.

Sommigen zullen dat resultaat als beperkt afdoen. Maar TUSC slaagde er wel in om een ernstige nationale campagne te voeren, wat de aandacht trok van heel wat werkenden en jongeren. Sommigen stelden dat ze ‘deze keer’ nog niet voor ons zouden stemmen, maar er werd een basis gelegd voor verder verzet.

Het resultaat van TUSC was beperkt omdat veel werkenden het idee van ‘het minste kwaad’ aanvaardden. De vrees voor een nieuwe conservatieve regering die de levensstandaard naar beneden trekt, zorgde ervoor dat velen toch voor Labour kozen. Ze gaven Miliband het voordeel van de twijfel.

De campagne heeft TUSC op de kaart gezet als electorale kracht op nationaal en lokaal vlak. De vakbondsleden en hun leiders zullen nu ook conclusies moeten trekken. Er werden heel wat vakbondsmiddelen in de campagne van Miliband gestoken. Tijdens de campagne kwam de vakbond Unite met een extra gift van 500.000 pond bovenop de eerder gegeven miljoenen. Wat heeft dit opgebracht? Labour haalde een resultaat dat even slecht was als dat van 1987, toen een van de slechtste resultaten in de naoorlogse periode werd neergezet.

Ook het Blairisme zorgde in 2010 met Gordon Brown als partijleider voor een electorale ramp en maakte de weg vrij voor de regering van de Tories en de Liberaal Democraten.

Ongetwijfeld zal een deel van de rechterzijde binnen de vakbonden TUSC proberen te minimaliseren. Sommige nationale vakbonden zullen mogelijk expliciet tegen TUSC ingaan. Maar had een electoraal alternatief naar het model van TUSC met de steun van de vakbonden en de linkse vakbondsleiders de arbeidersbeweging niet beter gepositioneerd voor het verzet tegen de besparingslogica?

Welke conclusies moeten werkenden uit deze verkiezingen trekken? Velen waren zo ontgoocheld in Labour dat ze in Schotland voor de SNP stemden. Elders kozen sommigen uit protest zelfs voor UKIP.

UKIP

Deze rechtse populistische partij heeft jammer genoeg een grote basis uitgebouwd, zeker in het noorden. Dit zal niet zomaar verdwijnen en bovendien is UKIP nu in alle delen van het land aanwezig. Het gevaar van UKIP is niet verdwenen met deze verkiezingen. Farage haalde zelf geen zetel en zijn partij won slechts één verkozene, maar UKIP was wel goed voor bijna vier miljoen stemmen.

Het leidde tot een hernieuwde roep naar de invoering van een stelsel van proportionele vertegenwoordiging. De Socialist Party steunt dit idee. Maar het ziet er niet naar uit dat er in het parlement brede steun hiervoor zal gevonden worden.

De Tories zullen ongetwijfeld proberen om te prutsen aan de grenzen van de kiesdistricten, uiteraard om hun eigen positie te versterken. Toen de conservatieven dit in de voorbije legislatuur voorstelden, werd het uiteindelijk ingetrokken. Maar na de verkiezingen kan dit opnieuw op tafel liggen.

UKIP begon aan de verkiezingen als een rechtse populistische, maar geen fascistische, partij. Er werd een basis gevestigd onder ontgoochelde voormalige Labour-kiezers maar ook onder ontevreden conservatieven uit de middenklasse. Farage suggereerde dat zijn partij meer aandacht moet besteden aan jongeren, onder meer via sociale media. Dat moet van antwoord gediend worden.

De rechtse populisten kunnen ondermijnd en gestopt worden, maar niet door de partijen die binnen het kader van het kapitalisme blijven. Zij hebben immers geen antwoorden op bekommernissen rond thema’s als migratie. Er is een socialistisch programma nodig als antwoord op de racistische demagogie van UKIP waarbij we eisen naar voor brengen als een onmiddellijke verhoging van het minimumloon tot minstens 10 pond per uur, afschaffing van de nulurencontracten, …

Strijd tegen besparingsbeleid

De zweep van de ‘contrarevolutie’ – in de vorm van harde besparingen en aanvallen op democratische rechten – zal ongetwijfeld de roep naar actie vanuit de basis van de vakbonden en de arbeidersbeweging in het algemeen versterken. Als de arbeidersbeweging geen vooruitgang kan boeken op het electorale terrein, keerde ze zich in het verleden doorgaans tot syndicale actie. De vakbonden zijn verzwakt door de aanvallen op de publieke sector, waar de vakbonden traditioneel sterker staan, en de neerwaartse druk op de lonen en arbeidsvoorwaarden van de afgelopen jaren.

Maar we mogen niet buigen voor de geplande conservatieve aanval op onze levensstandaard. De rechtse vakbondsleiders kozen de voorbije jaren voor deze strategie. Maar indien er geen verzet komt, waarbij we dit nu beginnen te organiseren, dan zullen de aanvallen van de voorbije periode verbleken tegen wat ons te wachten staat.

De periode van economische groei ligt achter ons. We worden geconfronteerd met een door crisis gekenmerkt kapitalisme dat geen verbetering van onze levensstandaard kan aanbieden, we krijgen enkel de belofte van steeds meer contrahervormingen. Dat maakt dat er geen ruimte is voor de sociaaldemocratie die groot kon blijven op basis van de kruimels die van de tafel van de superrijken vielen.

We moeten ons voorbereiden op strijd, onder meer op syndicaal vlak, en tegelijk verderbouwen aan een electoraal alternatief, zeker in de gemeenteraden. Zo kunnen we de basis leggen voor een georganiseerde campagne tegen de plannen van Cameron en de grote bedrijven.

Print Friendly, PDF & Email