Toegevingen door Syriza leiden tot nog meer agressie van EU

Slaagt de Griekse Syriza-regering erin om een alternatief op het Europees besparingsbeleid uit te voeren? En met welke strategie wordt dit mogelijk? Deze vragen zijn niet enkel van belang voor de door crisis, werkloosheid en armoede geteisterde Griekse bevolking. Het zijn evenzeer cruciale vragen voor iedereen in Europa die zich verzet tegen de besparingslogica. Een succes in Griekenland zal aan heel Europa aantonen dat er een alternatief bestaat, als je ervoor durft op te komen. Een nederlaag zou evenwel gebruikt worden om elk verzet te smoren met het verhaal dat het in Griekenland toch ook niet is gelukt. Veel tijd zal Syriza niet krijgen. Met de hete adem van politieke ontwikkelingen in Spanje, Ierland, … in de nek wil de Europese heersende elite geen ruimte laten aan Syriza om haar beleid te ontwikkelen. Dossier door Bart Vandersteene.

 

De kapitalistische EU toont haar tanden

De Syriza-regering en de sociale en politieke bewegingen in Griekenland staan voor een grote uitdaging. Het Europese establishment is vastberaden om de Grieken langzaam te wurgen. Zij controleren de geldkraan en kunnen op elk moment beslissen de Griekse overheid op droog zaad te zetten. Het is een illusie te denken dat Varoufakis en Tsipras het puur en alleen op basis van ‘goede’ argumenten zullen halen.

Op 20 februari verkreeg Syriza een verderzetting van het steunprogramma, maar wel tegen een heel zware prijs. Ze vatte de onderhandelingen aan in de wetenschap dat de Griekse banken binnen de paar dagen zonder cash zouden komen te zitten en een gelijkaardig scenario voor de overheid. Dagelijks verdwenen honderden miljoenen euro’s van de Griekse bankrekeningen. Van onderhandelen is er weinig sprake wanneer je opponent dreigt met economische sabotage en daar ook reëel de middelen toe heeft. Onder deze gigantische druk beloofde de Griekse regering alle schulden terug te betalen (want niet strookt met het Syriza-verkiezingsprogramma) en alle maatregelen die ze plande eerst ter goedkeuring voor te leggen aan de instellingen. Daarmee won de regering zogezegd tijd, maar is ze met handen en voeten gebonden aan de tot ‘instellingen’ omgedoopte trojka. In dit akkoord zitten alle ingrediënten die zullen leiden tot een nieuw gigantisch conflict in de aanloop naar 20 april, wanneer de regering haar beleidsplan moet voorleggen aan de instellingen. Als ze akkoord gaan krijgt Griekenland een nieuwe schijf van 7,2 miljard euro, niet om een sociaal beleid te voeren, maar wel om schulden te herfinancieren. Als de instellingen niet akkoord gaan, staat Griekenland op de rand van de afgrond.

Ondanks de verklaringen van premier Tsipras en minister van Financiën Varoufakis dat de Griekse regering een veldslag heeft gewonnen, maar zeker nog niet de oorlog, is de realiteit een pak genuanceerder en ontnuchterend. Costas Lapavitsas, parlementslid voor Syriza en deel van de linkervleugel in de parlementaire fractie was scherp voor de leiding: “Dus de Grieken gingen onderhandelen, hadden hoge verwachtingen en trapten in de val die de instellingen voor hen hadden opgezet. De val betekende eenvoudigweg (a) een tekort aan liquide middelen bij de banken en (b) een financieringstekort bij de overheid. Zo vertaalden de instellingen hun structureel overwicht ten opzichte van de Grieken. De Grieken hadden geen optie meer. Ze konden niet om deze chantage heen. Syriza kon er niets op antwoorden omdat ze de context van de euro volledig hadden aanvaard. Zolang je hun voorwaarden aanvaardt die verbonden zijn aan die euro, heb je geen afdoende antwoord in huis.”

Lapavitsas staat niet alleen met zijn kritiek. Op de bijeenkomst van de verkozen Syriza-leiding op 1 maart stemden 41% van de afgevaardigden voor een resolutie die werd opgesteld door het links platform, dat op het laatste congres een derde van de zetels in het leidinggevend orgaan won. “We drukken onze onenigheid uit met het akkoord dat werd gesloten en de lijst van hervormingen die werd overeengekomen met de eurogroep. Beide teksten vertegenwoordigen een ongewenst compromis voor ons land. In dit akkoord zit een richting die, op basis van de essentiële punten, in tegenstelling staat tot de programmatorische engagementen van Syriza.
“Syriza moet in de onmiddellijke toekomst, ondanks het akkoord met de eurogroup, initiatief nemen om stelselmatig en prioritair haar engagementen en regeerakkoord uit te voeren.

Om deze weg te kunnen inslaan, moeten we rekenen op de volkse strijd en arbeidersstrijd, we moeten bijdragen aan hun heropstanding. We moeten de populaire steun uitbreiden die ons zal toelaten om ons te verzetten tegen elke vorm van chantage. We moeten het perspectief naar voor schuiven van een alternatief plan dat onze radicale doelstellingen kan realiseren.

“De belangrijkste conclusie van de recente ontwikkelingen is de noodzaak dat belangrijke beslissingen pas genomen mogen worden na een debat binnen de leidinggevende organen van de partij. Dit zal van cruciaal belang zijn voor onze toekomstige koers. De volledige partij en haar afdelingen moeten een grotere rol spelen in de nieuwe koers van het land.”

De Griekse regering en bevolking worden in een wurggreep gehouden door de EU, ECB en IMF en elke daad van de Griekse regering lijkt die greep te verstrakken. Heeft de Syriza regering naast ‘slim’ onderhandelen een plan B, een strategie die tot een echte overwinning kan leiden?

Varoufakis die als minister van Financiën naast Tsipras het meest gekende gezicht is van de Griekse regering, maar geen lid van Syriza, lijkt bereid heel veel water bij de wijn te doen. Midden maart probeerde hij opnieuw goodwill te creëren bij de andere onderhandelaars: “We willen onze schulden tot het eind terugbetalen, maar we vragen onze partners ons te helpen om de groei in Griekenland te herstellen. Hoe sneller onze economie stabiliseert, hoe sneller onze terugbetaling,” stelde hij in een interview. Zoals algemeen geweten zet zwakheid aan tot agressie. En de agressie is enorm. De Duitse minister van Financiën Schauble stelde al meermaals dat “het geduld op geraakt.” Er wordt stelselmatig gedreigd met een Grexit, zelfs al belooft de regering de schulden van het bankencasino en de corrupte neoliberale politieke kliek terug te betalen.

De Süddeutsche Zeitung schrijft dat ze zich eerder aan een Grexit om politieke, dan wel om economische redenen verwacht: “Nooit eerder was de eurogroep meer verenigd dan tegen deze nieuwe Griekse regering, die haar zelf-isolatie blijkbaar niet vat. De uitbarsting tegen Portugal en Spanje bewijst dat een Grexit niet langer een zaak van economische strategie is – het besmettingsgevaar is klein, de collateral damage beheersbaar. Griekenlands toekomst zal dus op politiek niveau worden beslist. En hier gaat een eenvoudige vergelijking op: Athene moet niet langer hulp verwachten eens de politieke prijs voor de andere eurolanden te hoog wordt.”

De enige optie voor de Syriza-regering is beroep doen op het sterke mandaat dat ze van de Griekse bevolking krijgt.

Democratie op z’n Europees, verkiezingsresultaten tellen niet

Syriza heeft het sterkste mandaat van alle Europese regeringen om haar programma uit te voeren. 80% van de Grieken maakt een positief bilan na de eerste weken van de nieuwe regering. Zelfs dat deel van de Griekse bevolking dat niet klassiek tot de linkerzijde wordt gerekend, heeft respect voor een regering die niet op zoek is naar persoonlijke privileges en die durft in te gaan tegen de dictaten van de EU.

Tot zover echter de democratie in Europa. Eens verkozen kan je als regering in Europa niet het beleid zelf bepalen, ook al krijg je de steun van 80% van de bevolking. De regels van de EU bepalen dat de grote lijnen van het beleid al op voorhand vaststaan, wat ook het resultaat van verkiezingen is.

De doelstelling van het Europese establishment is niets minder dan de volledige onderwerping van de Griekse overheid aan de dictaten van de ECB en de Europese Commissie. Daarvoor bestaan twee mogelijke opties, Syriza – of toch een belangrijk deel ervan – op de knieën krijgen, de adem afsnijden en doen plooien voor de dictaten van de neoliberale EU-leiders. Mocht dit niet lukken dan treedt plan B in werking, het vernietigen van Syriza, door Griekenland uit de eurozone te zetten en het economisch te isoleren. Dit laatste scenario draagt een pak risico’s in zich en zal pas toegepast worden als de Syriza-regering de belangen van de Griekse werkenden, werklozen, jongeren en gepensioneerden consequent blijft verdedigen.

Zelfs de kleinste maatregelen kunnen worden tegengehouden door de EU. Op 17 maart verstuurde een medewerker van de Europese Commissie een brief naar de Griekse regering. Die was van plan om op 18 maart een wet te stemmen die o.a. de armste gezinnen recht geeft op een ‘portie’ gratis elektriciteit en voedselbonnen. Volgens de EC zou de stemming van deze nieuwe wet, zonder hun goedkeuring, ingaan tegen het akkoord dat op 20 februari werd gesloten. De stemming is doorgegaan en de wet is aangenomen, maar dit zal worden aangegrepen om de Syriza-regering te beschuldigen van het niet naleven van het akkoord. Het Europese establishment is op ramkoers met de Syriza-regering, hoe gematigd die zich ook opstelt.

De nederlagen van februari en maart hoeven niet fataal te zijn. Maar om succesvol te zijn, zal Syriza snel haar foute strategie moeten aanpassen en zich harder moeten opstellen. De Griekse bevolking blijkt daar volgens peilingen toe bereid. De zachte houding van Syriza komt niet uit de lucht vallen. Ze is het gevolg van de illusie, die in de Europese linkerzijde volop leeft, dat een verandering van politiek eenvoudigweg tot stand kan komen wanneer links de verkiezingen wint. Daarmee onderschatten ze de harde strijd die noodzakelijk is om verandering te realiseren. Het huidige EU-project is een neoliberale constructie die als doel heeft lonen te laten dalen, openbare diensten en sociale zekerheid af te bouwen ten voordele van de winsten van de grote bedrijven en banken. Deze constructie hervormen, blijkt in de praktijk onmogelijk. Dat bewijst het Griekse voorbeeld. Als een groot deel van de bevolking begint in te zien dat hervormingen onmogelijk zijn, dan zullen ze open komen te staan voor revolutionaire antwoorden.

Nederlaag van de ‘goede’ eurostrategie

De leiding van Syriza dacht dat ze toegevingen kon afdwingen van de Europese instellingen. Ze dacht dat de ECB zou aarzelen als die geconfronteerd werd met de dreiging van een implosie van de Griekse financiële sector, al was het maar uit schrik voor een besmetting van de volledige Europese bankensector. De leiding van Syriza dacht dat de Europese instellingen het risico van een Griekse exit uit de eurozone niet zouden willen lopen vanwege de schade die dit zou toebrengen aan het neoliberale EU-project.

Deze inschattingen bleken verkeerd te zijn. De dreiging van politieke besmetting, van linkse regeringen die succesvol de afschuwelijke besparingen en schuldencrisis aanpakken, werd als veel gevaarlijker beschouwd door de Europese kapitalistische klasse. Er bestaat geen twijfel dat de heersende klassen bereid zijn om desnoods een nationaal bankensysteem te vernietigen en een land uit de eurozone te dwingen om daarmee een koude douche te bezorgen aan iedereen in Europa die zou overwegen een linkse regering aan de macht te helpen.

Een grote meerderheid van de Grieken wil vandaag in de eurozone blijven en ook de leiding van Syriza verdedigt consequent dat ze koste wat kost in de eurozone wil blijven. Daar tegenover staan het links platform binnen Syriza en andere linkse groepen als Antarsya en de KKE. Die creëren allen een andere illusie, met name dat vrijwillig uit de eurozone stappen voldoende zou zijn om het besparingsbeleid te stoppen. Wat ze er helaas niet bij vermelden, is dat een Grexit op kapitalistische basis tot een enorme verarming van de Griekse bevolking kan leiden. Vandaag zegt 36% van de Grieken dat ze willen dat de regering een hardere positie inneemt in de onderhandelingen, ook al zou dit leiden tot een Grexit. Dit toont aan dat de bevolking terecht verwacht dat de strijd eerst binnen de EU gevoerd wordt, maar vooral dat de regering consequent haar programma uitvoert. Wanneer de bevolking expliciet voor de keuze wordt geplaatst om het sociale beleid verder te zetten of in de eurozone te blijven, dan is er een grote kans dat een meerderheid voor het sociale beleid kiest, op voorwaarde dat er een geloofwaardig perspectief wordt gegeven dat deze ontwikkeling niet hoeft te leiden tot economische achteruitgang of isolement.

Een antikapitalistische strategie is noodzakelijk

De gebeurtenissen sinds de verkiezingen eind januari hebben aangetoond hoe populaire steun kan worden gewonnen door een regering. In opiniepeilingen en op straat manifesteerde een groot deel van de bevolking haar goedkeuring voor een consequente verdediging van Syriza’s verkiezingsbeloftes. Maar evenzeer tonen de recente ontwikkelingen aan dat een breuk met het neoliberale beleid niet alleen van bovenaf kan worden doorgevoerd. Het moet gepaard gaan met een strijd van onderuit.

Een linkse regering kan op een bewuste manier pleiten voor de nood aan zo’n organisatie van onderuit en helpen deze te structureren. Via algemene vergaderingen op werkplaatsen en in buurten kunnen raden ontstaan van verkozen vertegenwoordigers die de strijd vanuit de bevolking organiseren en coördineren. Op deze basis wordt een parallelle structuur opgezet die de oude hiërarchische staatsstructuur op termijn kan vervangen.

De regering zou onmiddellijk haar maatregelen tegen de ‘humanitaire crisis’ moeten doorvoeren, privatiseringen stoppen en terugdraaien. Ze moet doorgaan met de belofte om terug collectieve loonakkoorden mogelijk te maken, de verhoging van het minimumlonen tot 670 euro netto (op basis van 751 euro bruto) per maand door te voeren en de zware ‘huizentaks’ af te schaffen die veel werkende gezinnen niet kunnen betalen waardoor ze hun huizen dreigen te verliezen. Dergelijke basismaatregelen zouden een enorm enthousiaste steun van de bevolking krijgen.
Dit beleid zal niet aanvaard worden door het Europese establishment. In een referendum zou de regering de bevolking kunnen bevragen of ze al dan niet moet doorgaan met deze maatregelen. Een stevige overwinning in zo’n referendum zou een sterke maatschappelijke basis verzekeren voor het beleid en een reactie op de tegenaanvallen die gelanceerd worden vanuit de 1%, zoals kapitaalvlucht, staken van investeringen, economische sabotage, …

Tegelijk moet Syriza uitleggen wie echt verantwoordelijk is voor de schulden om zo te kunnen beargumenteren waarom het gerechtvaardigd is om te stoppen met de terugbetaling ervan. Als de EU dreigt om vanwege deze redenen Griekenland uit de eurozone te zetten heeft Syriza alle argumenten voorhanden om socialistisch maatregelen te nemen: de financiële sector in publieke handen brengen, de sleutelsectoren van de economie onder de controle en het beheer van de werkende bevolking plaatsen. Want zulke maatregelen zullen noodzakelijk zijn om een massaal programma van publieke investering te financieren. Zo kan de economie gepland worden en is economische groei mogelijk. Werklozen kunnen aan een job worden geholpen, productie zal ten dienste staan van de behoeften, jongeren krijgen terug een toekomst en de welvaart kan eerlijk worden verdeeld.

Tsipras kiest vandaag niet voor deze weg. Dat is waarom er druk van onderuit nodig is, van de werkende bevolking en andere bewegingen. Onze zusterorganisatie Xekinima geeft kritische steun aan de regering zolang ze geen maatregelen tegen de meerderheid van de bevolking neemt. Maar er rust een cruciale en historische taak op de schouders van de Griekse linkse socialisten. Ze moeten de massabeweging organiseren die druk kan zetten op de regering. Maar anderzijds moet ze ook bijeenkomsten en discussies organiseren om het socialistisch alternatief te populariseren onder bredere lagen van de bevolking.

Een socialistisch alternatief vereist een oproep aan de werkenden en jongeren in andere Europese landen om dezelfde breuk te maken met het kapitalistische EU-beleid en haar structuren. Via de opbouw van directe vormen van internationale samenwerking kan de basis worden gelegd voor een toekomstige vrijwillige socialistische federatie van Europa.

Zelfs wanneer de recente ontwikkelingen een stap achteruit zijn verandert dit het algemene beeld niet. De verkiezing van een linkse regering is een historische stap. Het opent de deur voor nieuwe ontwikkelingen zowel in Griekenland als in de rest van Europa. Daar kunnen enorm waardevolle lessen uit getrokken worden voor de opbouw van het broodnodige socialistisch alternatief op het kapitalisme.

Print Friendly, PDF & Email