Waarheen gaat Cuba? Dreiging van versneld kapitalistisch herstel

Eind 2014 en begin 2015 kondigden de Amerikaanse president Obama en Raul Castro van Cuba een reeks historische akkoorden aan. De diplomatieke betrekkingen tussen beide landen werd hersteld, een aantal reisbeperkingen werden verzacht en er werden eerste stappen gezet om het handelsembargo af te bouwen. Dat embargo was opgelegd ten tijde van de revolutie in 1959-60. Er werd meteen overgegaan tot de vrijlating van gevangenen door het Cubaanse regime en van Cubanen die in de VS werden vastgehouden. Een analyse door TONY SAUNOIS.

Dit is een breuk met het beleid dat het VS-imperialisme voorheen voerde ten aanzien van Cuba. Het vormt ook een verdere kwalitatieve stap van het Cubaanse regime in de richting van kapitalistisch herstel. Dit proces is al jarenlang bezig. Deze aankondigingen vormden het hoogtepunt van de geheime onderhandelingen tussen beide regering. Deze onderhandelingen waren al jarenlang bezig en vonden plaats in Canada. Ook de rechtse Canadese regering en de paus speelden een rol in het bekomen van het huidige akkoord.

Obama verklaarde dat je niet meer dan 50 jaar lang hetzelfde kunt doen en toch een ander resultaat verwachten. De Europese heersende klassen, maar ook de Canadese en de meeste Latijns-Amerikaanse burgerijen hadden een andere benadering, ze worden daar nu in gevolgd door Obama. Raul Castrok kondigde het akkoord aan en verklaarde daarbij dat Obama de Nobelprijs voor de vrede verdient. En dat voor een Amerikaanse president die meer aanvallen met drones heeft gedaan dan George Bush.

Sinds de Cubaanse revolutie van 1959-60 heeft het VS-imperialisme een strikt embargo opgelegd en waren er verschillende pogingen om het Cubaanse regime omver te werpen en het kapitalisme te herstellen, zo was er in 1961 een gewapende interventie. Ondanks de gevolgen van het embargo, die de Cubaanse economie sinds het opleggen ervan naar schatting 1 triljoen dollar hebben gekost, is dit beleid mislukt. Dit kwam vooral door de sterke sociale steun en basis voor de revolutie. Het was bovendien een beleid dat vooral gericht was op het winnen van politieke steun onder de Cubaanse bannelingen in Miami, Cubanen die omwille van de revolutie waren gevlucht.

Het VS-imperialisme neemt nu een nieuw beleid aan waarbij het embargo geleidelijk aan opgeheven kan worden. De dreiging van een kapitalistisch herstel in een geïsoleerde arbeidersstaat kan niet alleen van militaire interventie uitgaan. Zoals Trotski waarschuwde met betrekking tot de voormalige Sovjet-Unie kan het ook komen in de vorm van “goedkope goederen in de goederentrein van het imperialisme.” Het doel van het VS-imperialisme blijft hetzelfde, maar er wordt gehoopt om dit via een andere weg te bekomen. Het wil de Cubaanse economie bestoken met goederen en investeringen met als doel om uiteindelijk het kapitalisme volledig te herstellen.

Verandering in Amerikaans beleid

Deze koerswijziging van het VS-imperialisme werd mogelijk door een generatiewissel in de gemeenschap van Cubaanse ballingen. Voorheen was die gemeenschap getrouwd met steun aan het embargo en een strijd om het regime omver te werpen. Volgens sommige peilingen zou tot 52% van de Cubanen in de VS ondertussen voorstander zijn van het einde van het embargo. Delen van de kapitalistische klasse, zoals suikermagnaat Alfy Fanjul, spraken zich uit voor het opheffen van het embargo. Zij kijken naar de mogelijkheden van nieuwe markten in een kapitalistisch Cuba.

De rampzalige economische situatie in Cuba maakt dat veel Cubanen afhankelijk zijn van steun van familieleden in de VS. Naar schatting 62% van de Cubaanse gezinnen krijgt steun van familie in het buitenland. Volgens sommige economische schattingen zou dit goed zijn voor maar liefst 90% van de omzet in de kleinhandel.

De moeilijke economische situatie leidt ook tot een rampzalige situatie voor de massa’s. De enorme sociale verworvenheden als gevolg van de revolutie en het omverwerpen van het kapitalisme worden geleidelijk aan ondermijnd, zeker na de val van de voormalige Sovjet-Unie versnelde dit proces. De steun voor de revolutie en de vijandigheid ten aanzien van het VS-imperialisme zorgden ervoor dat het Cubaanse regime ondanks alles de geplande economie en het bureaucratische regime kon behouden in de jaren 1990 (de ‘speciale periode’) en op het begin van de 21ste eeuw. De waarde van de lonen is vandaag naar schatting nog slechts 28% van de waarde voor de val van de Sovjet-Unie.
Toch kon het regime en de geplande economie deze periode overleven, ondanks de vloedgolf van het vrijemarktkapitalisme die de wereldeconomie in deze periode domineerde. Het regime kon ook politiek standhouden, onder meer door het VS-embargo te gebruiken en de vijandigheid tegenover het VS-imperialisme te gebruiken. De komst van Hugo Chavez in Venezuela bracht wat ademruimte in de vorm van goedkope olie.

Arbeiderscontrole en democratie

Het gebrek aan echte arbeiderscontrole en democratie, het bureaucratische wanbeheer en corruptie hebben de economische en sociale crisis als gevolg van het embargo en het isolement verder versterkt.

De revolutionaire opstoten in Venezuela, Bolivia en Ecuador op het begin van deze eeuw zorgden ervoor dat Cuba het vooruitzicht had om uit het isolement te breken. Een oprechte arbeidersdemocratie zou deze kans gegrepen hebben en stappen gezet hebben om een socialistische federatie van deze landen te vormen. Het zou economische samenwerking en planning tussen deze lande mogelijk gemaakt hebben. Dit zou een enorme aantrekkingskracht uitgeoefend hebben op de rest van het continent.

Jammer genoeg waren noch het Cubaanse regime noch de reformistische regimes van Morales, Chavez en Carrera bereid om daartoe over te gaan. Die laatste regimes bleven vasthouden aan het kapitalisme, ook al werden aanvankelijk hervormingen ingezet en waren er maatregelen die ingingen tegen de belangen van de heersende klasse en het imperialisme. Het Cubaanse regime van zijn kant zette een aantal eerste stappen in het proces van kapitalistisch herstel. De nieuwe ontwikkelingen met de akkoorden met de VS suggereren een nieuwe stap in dit proces.

Het verzachten van de reisbeperkingen zijn natuurlijk erg welkom, maar andere maatregelen vormen een bedreiging voor de verworvenheden van de revolutie. Die verworvenheden waren al ondermijnd, maar de overblijvende vooruitgang wordt bedreigd. De nieuwe arbeidswet vormt een aanval op de arbeidersrechten. De pensioenleeftijd werd in 2008 met vijf jaar verhoogd. De invoering van een ‘dubbele munteenheid’ zorgde ervoor dat sommige werkenden nu in dollars betaald worden en er een groeiende ongelijkheid is met diegenen die in pesos betaald worden. Het regime creëerde de ‘omzetbare peso’ (CUC) die vastgeklikt is op de waarde 1 tegen 1 met de dollar. Deze munt wordt in de toeristische sector en voor de import gebruikt. Lokale producten hanteren de lokale peso (CUP) die op een waarde van 1 tegen 25 met de CUC staat. De regering wil deze dubbelende eenheid schrappen, maar er zijn nog geen stappen gezet om dit ook effectief uit te voeren.

Dit heeft de zwarte markt natuurlijk versterkt. De regering heeft als doel om meer dan een miljoen jobs in de publieke sector te schrappen. Tegelijk wil ze duizenden kleine en medium bedrijven toelaten, er zijn al 500.000 toelatingen gegeven aan ‘cuentapropistas’. Het gaat vooral om kleine bedrijven zoals restaurants. Het aantal werkenden in de private sector is sinds 2007 toegenomen van ongeveer 140.000 tot 400.000. Dat is een significante toename, maar het blijft een minderheid op een totale arbeidsbevolking van meer dan vijf miljoen.

De toeristische sector vormt een bruggenhoofd voor kapitalistisch herstel. Deze sector stond dan ook centraal in de buitenlandse investeringen vanuit Europa, Canada, Brazilië en meer recent ook vanuit China. Na de revolutie werd prostitutie uit de samenleving verbannen, maar nu is het terug op de straten van Havana, vooral in de toeristische gebieden.

Er zijn speciale ontwikkelingszones opgezet, zoals voor de bouw van een nieuwe havenuitbreiding in de baai van Mariel. Dit wordt gefinancierd door Braziliaanse en Singaporese kapitalisten. Het project gaat uit van een einde van het Amerikaanse handelsembargo en van de mogelijkheid om te kunnen groeien op basis van de uitbreiding van het Panama-kanaal en het nieuwe kanaal dat door Nicaragua gepland is. Investeerders krijgen contracten van 50 jaar in plaats van de vroegere contracten van 25 jaar. Ze hebben ook 100% eigendom van het project. Er worden geen arbeidstaksen of lokale taksen opgelegd en ze krijgen een tienjarige vrijstelling op de belasting van 12% op de winsten.

Ondanks deze elementen moeten buitenlandse investeerders nog steeds onderhandelen met de regering of met staatsbedrijven. Het Cubaanse regime hanteert nog steeds een socialistische retoriek – een uitdrukking van de steun die nog bestaat voor de revolutie, zeker onder de oudere generatie – maar legt steeds meer de nadruk op verwijzingen naar José Marti, de leider van de onafhankelijkheidsbeweging tegen de Spaanse kolonisten.

De jonge generatie is wanhopig op zoek naar nieuwe vrijheden zoals het gebruik van internet en het maken van internationale reizen. Deze generatie heeft de vooruitgang na de revolutie niet bewust meegemaakt, maar wel de aftakeling ervan met economische en sociale crisis of nog de ijzeren greep van de bureaucratie. De komst van ‘goedkope producten in de goederentrein van het imperialisme’ kan aanvankelijk aantrekkelijk lijken, maar de realiteit van het leven in een kapitalistische samenleving is dat niet.

Stappen naar een herinvoering van het kapitalisme

Er zijn duidelijk stappen in de richting van een herinvoering van het kapitalisme. Dit gebeurt in bepaalde sectoren, maar wel onder staatstoezicht en mits instemming van de overheid. De staat blijft een machtig controleorgaan en kan de stappen in de richting van het kapitalisme nog steeds afblokken. Buitenlandse investeerders moeten nog steeds rechtstreeks met de overheid of met overheidsbedrijven onderhandelen. De belangrijkste sectoren werden nog niet geprivatiseerd of verkocht aan buitenlandse kapitalisten.

Voor socialisten en werkenden vormt dit proces naar kapitalistisch herstel een stap achteruit. Het betekent dat de verworvenheden van de Cubaanse revolutie ondermijnd worden. Het zal ook gebruikt worden door de heersende klasse, zeker in Latijns-Amerika, om socialisme als alternatief op het kapitalisme te discrediteren.

Dit zal echter niet hetzelfde effect hebben als het ideologisch offensief tegen het socialisme na de val van de voormalige stalinistische regimes in de Sovjet-Unie en Oost-Europa. Internationaal is er een nieuwe fase van kapitalistische crisis en arbeidersstrijd. De arbeidersklasse en de massa’s hebben 25 jaar lang de ‘suprematie van de vrije markt’ aan de lijve ondervonden en beginnen de strijd ertegen aan te gaan. In Brazilië, Argentinië, Chili en andere landen is er al een nieuwe opleving van strijd.

Het opheffen van het embargo vormt een nederlaag voor het vroegere beleid van het VS-imperialisme en de pogingen om het Cubaanse regime omver te werpen. Het zal Cuba een kans geven om op de wereldmarkt te treden. Maar zonder het bestaan van echte arbeidersdemocratie omvat dit het gevaar van een versneld proces van kapitalistisch herstel. Een staatsmonopolie op buitenlandse handel onder controle van een regime van arbeidersdemocratie is essentieel om deze dreiging tegen te gaan. Anderzijds verwelkomen socialisten de grotere vrijheid van reizen uiteraard wel.

Internationale kapitalistische crisis

De overgang naar een volledig kapitalistisch herstel in Cuba zal geen rechtlijnig of ononderbroken proces zijn. Delen van het regime willen niet in die richting gaan. Zo benadrukte Mariela Castro, de dochter van Raul, bij de aankondiging van het akkoord dat de bevolking van Cuba “ geen terugkeer van het kapitalisme wil”.

Onder de voorwaarden van een nieuwe internationale kapitalistische crisis kunnen stappen naar kapitalistisch herstel beperkt worden. Een gemengde of hybride situatie kan een tijdlang standhouden. Aanvankelijk kunnen een aantal verworvenheden van de revolutie, zoals de gezondheidszorg en het onderwijs, standhouden. En dat ondanks het feit dat ze reeds hard geleden hebben door het gebrek aan investeringen de afgelopen periode. Er blijven heel wat obstakels bestaan en wellicht zal er verzet zijn als de realiteit van kapitalistisch herstel zich laat gevoelen. Delen van de bevolking zijn bang dat de verworvenheden van de revolutie zullen verdwijnen en dat Cuba een nieuw Puerto Rico zou worden.

Meer dan ooit is het dringend nodig om het verzet tegen het kapitalistisch herstel uit te bouwen en om te strijden voor echte arbeidersdemocratie en een genationaliseerde planeconomie in Cuba. Een dergelijke beweging kan banden smeden met de arbeidersklasse en jongeren doorheen Latijns-Amerika, waar er een toename van strijd is. Het zou het begin van een socialistisch alternatief op het kapitalisme vormen waarbij alle lessen van de Cubaanse revolutie worden getrokken.

Print Friendly, PDF & Email