Tussentijdse evaluatie en perspectieven – november 2014

Op het Nationaal Comité van LSP op 22 november werd een actualiteitsresolutie besproken en goedgekeurd. Het gaat om een tekst die werd geschreven na de betoging van 6 november maar voor de regionale stakingsdagen. Het doel van de tekst is zoals de titel aangeeft om een tussentijdse evaluatie te koppelen aan perspectieven voor de komende periode. Deze tekst is licht aangepast  met het oog op publicatie voor een extern publiek.

In periodes van relatieve kalmte, wanneer het politieke spel van meerderheid en oppositie haar vrije gang gaat in daarvoor door de burgerij ontwikkelde instellingen, wordt de politiek beheerst door speciaal daarvoor bestemde electorale machines. Voor revolutionaire partijen zijn dat geen gemakkelijke omstandigheden. Ze moeten voortdurend opboksen tegen ongeloof in de mogelijkheid van verandering. Terwijl de minimale meningsverschillen tussen de heersende partijen in de media uitvergroot worden, is er nauwelijks aandacht voor de nochtans aanzienlijke nuances tussen revolutionaire partijen. Ze worden niet begrepen, gezien als muggenzifterij en weggezet als irrelevant. Revolutionaire partijen zijn nu eenmaal niet in hoofdzaak gericht op periodes waarin de tegenstellingen binnen de maatschappij zich geleidelijk, kwantitatief, opstapelen. Veel van de voormalige revolutionaire partijen zijn onder die slepende druk bezweken en verveld tot wat in essentie kiesmachines zijn.

De echte uitdaging voor revolutionaire partijen komt er als de tegenstellingen kwalitatief tot uitbarsting komen en de klassenstrijd onbetwistbaar versnelt. Dat gebeurt doorgaans niet in periodes van economische groei of neergang, maar in de overgang van de ene fase naar de andere. Dan worden de finesses van revolutionaire perspectieven, strategie, tactiek en programma ineens wel relevant. Dat betekent niet dat revolutionaire partijen zich in afwachting daarvan rustig kunnen terugtrekken. Hun reactievermogen wordt immers mee bepaald door hun capaciteit om zich ook in kalmere periodes op te bouwen of in stand te houden. Dat vergt een enorme investering met een nauwelijks merkbaar rendement. De echte test, die komt er als de klassenstrijd versnelt. Hebben we het tijdig zien aankomen? Hebben we de juiste initiatieven genomen? Beantwoorden onze slogans en ons programma aan het bewustzijn en de nood om dat op te tillen?

Als dat allemaal juist zit, dan wordt alles ineens veel gemakkelijker, dan zit een revolutionaire partij in haar natuurlijke biotoop. In deze tekst maken we een stand van zaken op, evalueren we hoe we het er tot nog toe van afgebracht hebben en geven we de richting en prioriteiten aan voor de komende periode.

Monetaire kunstgrepen houden kapitalisme moeizaam overeind, maar kunnen het niet redden

Eind vorige maand schreef de Amerikaanse economieprofessor Nouriel Roubini in een opiniestuk “De wereldeconomie is op dit moment een vliegtuig dat alle vier zijn motoren nodig heeft om stormen te ontwijken, helaas werkt maar één van die motoren: de VS en hun neefje, het VK”. Het zegt veel diens inschatting van de toestand van de wereldeconomie. Het bevestigt de stelling die we al sinds het begin van de grote recessie in 2007 verdedigen: het beste dat het kapitalisme ons nog kan bieden, is een uitgerokken periode van zwakke economische groei tot stagnatie die op ieder moment kan afglijden naar een nieuwe diepe recessie.

Zelfs de sterkte van de Amerikaanse economie, laat staan het Verenigd Koninkrijk, moeten we met een flinke korrel zout nemen. Ze wordt vooral verklaard door de zwakte van de andere economische blokken. De forse vertraging van de zogenaamde groeilanden deed de “carry trade” omkeren, het verschijnsel waarbij speculanten geld aan lage rentevoeten lenen in de VS om het te beleggen aan hogere interesten in de groeilanden. Nu die economisch verzwakken, repatriëren die speculanten hun geld naar veiliger havens. Maar dit drijft tegelijk de vraag op naar dollars en de waarde ervan. De dure dollar weegt op de buitenlandse handel van de VS. Ondanks de toevoer van kapitaal en de economische groei, moet de FED bijgevolg vasthouden aan haar nulrentebeleid.

In de eurozone is het bijzonder zwakke economische herstel nu helemaal stil gevallen. Een noordelijke kern van sterke eurolanden is erin geslaagd haar monetaire beleid op te dringen aan de rest van de eurozone. Die werd verplicht tot een meedogenloze ‘interne devaluatie’ (sociale afbraak) terwijl de kern via export nog mee profiteerde van het stimulusbeleid elders ter wereld.  Met de forse vertraging van de groeilanden, mogelijk zelfs een volledige crash getriggerd door bijvoorbeeld het instuiken van de Chinese immobiliënmarkt, massale bewegingen op het Chinese vasteland voor democratie, een open handelsoorlog tussen het Westen en Rusland, nieuwe massabewegingen in Brazilië of India, lijkt die uitweg voor de kern van de Eurozone zich te sluiten.

Onder die omstandigheden dreigt de Europese monetaire politiek het continent in een neerwaartse deflatiespiraal te storten. Een nieuwe diepe recessie is dan onvermijdelijk. De landen die het dichtst bij de afgrond staan, betwisten dit beleid het luidst. Andere houden er hardnekkig aan vast omdat het alternatief evenmin werkt. Noch het Franse ‘vraagmodel’ , noch het Zweedse ‘aanbodmodel’ bieden een uitweg. Toch zou het voor de burgerij een totale catastrofe betekenen indien Europa dezelfde weg opgaat als Japan dat al decennia lang poogt om uit de val van de deflatie te geraken. Voor de begrotings- en monetaire politiek van de Japanse regering heeft men de term Abenomics moeten uitvinden. Na 25 jaar geld bijdrukken in de hoop de economie te kickstarten, zat er niets anders meer op dan de “nucleaire” optie: een monetair en begrotingsbeleid waarbij zo massaal  geld in de economie wordt gepompt als nooit tevoren. Alle problemen, vooral de torenhoge staatsschuld (in 2012 238% van het BBP), zijn er nog veel groter door geworden, maar de economie kickstarten deed het niet.

Economische crisis zet heel maatschappelijk systeem en geopolitieke relaties onder stoom

Dat de economische crisis uiteindelijk de autoriteit van de burgerij en haar instrumenten en instellingen zou ondermijnen, was onvermijdelijk. Maar dat is geen formeel logisch proces waarbij gevolg vanzelfsprekend voortvloeit uit oorzaak. Dit is de reële wereld, waarin ook tegenwerkende krachten aanwezig zijn. De autoriteit van de burgerij en haar instellingen als leider van de natie(s), ligt historisch geworteld in de grootste groeiperiode uit de geschiedenis, die van na WOII. Zelfs met het water aan de lippen, klampen velen zich nog wanhopig vast aan die vervlogen zekerheden en vrezen ze de sprong naar het avontuur van de maatschappijverandering. In diezelfde naoorlogse periode verkreeg de sociaaldemocratie als goed geïntegreerde tegenmacht van de arbeidersbeweging een al even grote autoriteit. Zo groot zelfs, dat velen hopen dat ze ooit terug zou worden zoals toen.

Vooraleer veranderingen duidelijk zichtbaar worden, is de erosie dikwijls al jaren onder de oppervlakte aan de gang. Vandaar het belang van perspectieven. Onze strekking was de eerste en enige die de illusie van herstel van de sociaaldemocratie ruim 20 jaar geleden doorprikte. Het stelde ons in staat de nodige tactische wendingen door te voeren en ons programma aan te passen. Het goed gerodeerde proces waarbij traditionele rechtse burgerlijke partijen en goed geïntegreerde linkse ‘tegenmachten’ (vooral de sociaaldemocratie) afwisselend het beheer van de maatschappij en de oppositie ertegen op zich namen, staat al lang onder druk. Lage participatiecijfers bij verkiezingen, afname van actieve partijleden en electorale verschuivingen met de opkomst van allerlei populisten, drukken dat uit. Dat was niet, zoals sommigen beweerden, de uitdrukking van de verrechtsing van de maatschappij, het einde van de arbeidersbeweging of toch minstens het verval van haar relevantie, maar wel degelijk een nevenverschijnsel van de impasse waarin het naoorlogse model vastliep.

Het vergt talloze schandalen, brutaal onrecht en tergende tegenstrijdigheden vooraleer velen definitief het pad van het verleden willen verlaten. Het ontbreken van een alternatief met de val van het stalinisme, die monsterlijke karikatuur van socialisme, en de draai naar rechts die de officiële leiders van de arbeidersbeweging toen hebben gemaakt, heeft dat proces nog uitgerokken. Kijk maar welk schrijnend verraad vereist was om de ooit zo machtige Griekse PASOK te herleiden tot een schim van zichzelf. Het zal niet overal zo een vaart lopen, maar wat PASOK te beurt is gevallen, staat de sociaaldemocratie ook elders te wachten. Er zullen nieuwe linkse formaties blijven ontstaan, maar doordat ze niet ingebed zijn in een historische periode zoals de sociaaldemocratie dat was, zullen ze veel sneller uitgetest worden en desnoods verdwijnen in de vuilbak van de geschiedenis.

Internationale heropleving klassenstrijd op til

Arbeid en kapitaal zijn de dominante krachten in de maatschappij. De middenklassen – in de wetenschappelijke marxistische betekenis – beschikken noch over de middelen, noch over de cohesie om een onafhankelijke positie in te nemen, maar zijn aangewezen om één van de dominante klassen te volgen. Door de crisis van het kapitalisme keren ze zich af van de traditionele burgerlijke partijen, maar omdat de arbeidersbeweging nog geen alternatief aanbiedt, zwalpen ze van de ene rechtse populist naar de andere. Extreemrechts en andere reactionaire krachten trachten hierop in te spelen. We willen en mogen dat gevaar niet onderschatten en zullen telkens als dat nodig is mobiliseren. Dat zijn geen loze woorden, met Blokbuster hebben we de antifascistische traditie in stand gehouden doorheen de jaren’90 en ’00 terwijl anderen al lang hadden opgegeven. Toch zijn we ervan overtuigd dat onder de oppervlakkige successen van reactionaire krachten een veel fundamentelere kracht stilaan ontwaakt, die van de arbeidersklasse. Laat ons niet vergeten dat het dikwijls de zweep van de contrarevolutie vergt om het proces van de revolutie tot uitbarsting te brengen.

We denken dat de gebeurtenissen in het begin van deze eeuw in Latijns-Amerika, de Spaanse indignado’s, de talloze algemene stakingen in Griekenland, het proces van revolutie en contrarevolutie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, de ontwikkelingen in Zuid-Afrika na de slachting van Marikana, de electorale successen van de Ierse SP en van Socialist Alternative in de VS en vooral in Seattle, voorbodes zijn van een ommekeer die zowat overal op til staat. Niet overal zal het keerpunt gelijktijdig en op exact dezelfde manier plaats grijpen, maar we denken dat het aantal uitdrukkingen van het onderliggende proces van heropstanding van de klassenstrijd de komende jaren exponentieel zal toenemen. De materiële basis ervoor is de crisis van het kapitalisme. Die leidt niet alleen tot toenemende tegenstellingen onder de kapitalisten zelf, tot handelsoorlogen, wapenwedlopen en proxyoorlogen, maar ook tot steeds meer klassenstrijd. De burgerij en haar politici hebben immers geen andere uitweg dan de sociale klok terugdraaien. Dat zal de tegenstellingen tussen arm en rijk, waarvan zelfs op DAVOS werd erkend dat het de grootste dreiging is voor de wereldeconomie, nog meer op scherp stellen.

België

Establishment wil opportuniteit crisis benutten

De economische inzinking tijdens de grote recessie was in België minder diep dan elders en het herstel zette sneller in. Na Duitsland was ons land het eerste in de Eurozone waar de economie het niveau van voor de crisis opnieuw bereikte. Economisten verklaarden dat door de “buffer van de economische stabilisatoren”. Daarmee worden de sociale zekerheid en de indexkoppeling van de lonen bedoeld, maar dat zomaar openlijk toegeven doen burgerlijke economen liever niet. Voorts werd gewezen naar de langdurige regeringscrisissen. De vorming van Verhofstadt III na de verkiezingen van juni 2007 nam 194 dagen, die van Di Rupo I 541 dagen na juni 2010. Toen werd nog algemeen erkend dat de afwezigheid van een federale regering en een herstelbeleid een belangrijke factor was in de relatief betere prestatie van de Belgische economie.

Toch werden vooral in de industrie en later ook de dienstensector duizenden jobs vernietigd. Aanvankelijk afgeremd door massaal gebruik te maken van tijdelijke werkloosheid werd dit voor velen naarmate de crisis bleef aanhouden definitief. Het aantal faillissementen blijft jaar na jaar records breken, in 2013 waren het er 11.700. Volgens Peter de Keyzer van BNP was die betere economische groei van de voorbije jaren in België trouwens ‘optisch’. We hebben groei gekocht, zegt hij, en minder gesaneerd dan ‘de rest’. De Keyzer weet maar al te goed dat het enige wat ‘we’ gekocht hebben de waardeloze aandelen van overspelige banken waren voor meer dan 20 miljard €. Daardoor sprong de staatsschuld van 84% in 2007 naar 96% in 2009. Eind vorig jaar bedroeg ze 101,5%.

Ook De Wever verklaart het herstelbeleid van de huidige regering door te verwijzen naar de staatsschuld, die “meer dan 100% bedraagt, een niveau dat jullie in Nederland nooit hebben bereikt”. De Wever laat zich bij zijn uitspraken zelden hinderen door kennis. De Nederlandse staatsschuld (nu 75%) bereikte in de 19de eeuw pieken van 275%, in 1946 223% en steeg de voorbije 4 jaar dubbel zo snel als de Belgische. Waar is het de burgerij, haar huiseconomen en haar politici dan echt om te doen? In hun terminologie heet een crisis een opportuniteit. Door de sterkte van de vakbonden zou het kunnen dat ze die minder benutten dan hun collega’s uit de buurlanden. Voor gewone stervelingen mag dat een akkefietje lijken, aan de top van de maatschappij heet dat pure horror.

Het Belgisch sociaal model onder druk

De arbeidersbeweging baart de Belgische burgerij al veel langer zorgen: haar organisatiegraad, haar mobilisatiecapaciteit, haar strijdvaardigheid. De burgerij heeft geleerd dat je haar beter niet uitdaagt, maar meer resultaat behaalt door een compromis met de vakbondsleiding. Als gevolg daarvan staan Belgische werknemers inzake productiviteit al decennia in de top 5 van de wereld, maar ook voor gebruik van barbituraten, voor hart- en zenuwziekten. In ruil beschikt wie een vast contract heeft over degelijke loon- en arbeidsvoorwaarden. De Belgische regeringen zijn maar al te blij met de bekomen sociale vrede en dragen zelf hun steentje bij door de creatie van gesubsidieerde jobs. Via loonsubsidies, lastenverminderingen en fiscale geschenken trachtten ze tegemoet te komen aan de wensen van potentiële investeerders. De middelen daarvoor worden gezocht in de fiscaliteit en de parafiscaliteit, onze sociale zekerheid dus.

Dit beleid zorgt er wel voor dat er steeds minder middelen zijn, terwijl de crisis juist meer middelen zou vereisen. Voor veel werknemers van KMO’s zijn die goede loon en arbeidsvoorwaarden pure fictie. Voor steeds meer werknemers met interim, tijdelijke en deeltijdse contracten eveneens, zelfs in de openbare sector. Om de cijfers te doen kloppen wordt al jaren beknibbeld op uitkeringen van  gepensioneerden, zieken, gehandicapten en werklozen. De overheid wordt steeds meer uitgekleed, voor gezondheidszorg en onderwijs kan er niets meer af. Dat zet het overlegmodel onder spanning.

Kleinburgerij misbruikt Vlaamse sociale ontvoogding als dekmantel voor patronale pletwals

Bovendien is er een laag van kleine patroons, managers en toeleveranciers van multinationals, vooral in Vlaanderen, die al jaren hunkeren naar dezelfde voordelen als de grote kapitaalgroepen, maar intussen wel vasthoudt aan de lage lonen die ze graag veralgemeend ziet naar alle loontrekkenden. Ze vindt ook dat de overheid moet stoppen met sociale vrede afkopen, dat is te duur. De overheid moet zich zoveel mogelijk terugtrekken ten voordele van de  privésector en zich terugplooien op haar kerntaken, vindt ze. Belastingen betalen noemt ze “éénmalig geld storten in een bodemloze put”. Dat die put ons onderwijs, onze gezondheidszorg en onze infrastructuur betaalt, daar denkt ze zelfs niet meer aan.

Met Vlaams nationalisme heeft die laag van kleine patroons maar weinig uitstaans. Ze beseft echter wel dat haar programma federaal doorvoeren quasi uitgesloten is en als Vlaanderen zou kunnen dienen als hefboom voor sociale afbraak, dan moet dat maar. Het Vlaams Belang, dan De Decker en tenslotte N-VA boden zich aan als politieke spreekbuis. Aanvankelijk was het Vlaams Nationalisme te bruin gebrand, maar toen de N-VA in kartel met de CD&V plots ontluisd werd, grepen de Vlaamse patroons hun kans. Had ze kunnen kiezen, dan had de echte burgerij het kamikaze avontuur aan zich laten passeren. De tripartite van Di Rupo had haar taak immers naar behoren uitgevoerd. Di Rupo zelf heeft dat nog maar eens in de verf gezet door te benadrukken dat 70% van de maatregelen van de huidige regering voortbouwen op maatregelen die hij al in de steigers gezet had.

De verkiezingsuitslag van 25 mei

De verkiezingsuitslag op 25 mei heeft er anders over beslist.  De overwinning van de N-VA ging hoofdzakelijk ten koste van extreem en populistisch rechts. De tripartite haalde zelfs een meerderheid in Vlaanderen waar ze voordien een zetel tekort had. Een federale tripartite was en is dus perfect mogelijk. Net dat levert de burgerij echter een enorme opportuniteit op. Vroeg of laat moet ze met de N-VA afrekenen. Een splitsing van België in hartje Europa, dat zou pas een onvergeeflijke slag toebrengen aan het prestige van de Belgische en van de Europese burgerij. Maar hoe doe je dat? Een cordon sanitaire rond de N-VA die net de verkiezingen glansrijk gewonnen heeft, zou die partij wellicht in staat stellen zich vanuit de oppositie de komende 5 jaar incontournable te maken.

Haar opnemen in de regering op voorwaarde dat ze haar communautair programma voor minstens 5 jaar opbergt, leek een betere optie. De geesten rijpten. Het zou de burgerij de mogelijkheid bieden om zowel de N-VA te proberen aan de macht te verbranden, als uit te testen hoever ze kan gaan in haar aanval op de arbeidersklasse. Zo moeten we de plotse coalitie van PS en CDh in Wallonië en Brussel begrijpen. Het opbod van de liberale partijen bij de regeringsvorming moest de N-VA dwingen zich van haar meest asociale kant te tonen. De CD&V gaf het premierschap af om niet nog een van haar tenoren te moeten opbranden, maar hem integendeel te vrijwaren voor na de kamikaze. Voor Michel en de MR was dit een enige kans om ook eens op de stoel van federaal premier te mogen zitten en lucratieve ministerpostjes uit te delen. Dat De Wever verkoos in Antwerpen te blijven als schoonmoederende burgemeester zegt veel over het vertrouwen dat hij er zelf in heeft dat die regering het lang zal uitzingen.

Voor de burgerij lijkt dat een win-win situatie. Als de regering erin slaagt een deel van haar rechts programma door te voeren, zal ze dat met plezier incasseren. Valt de regering omdat ze teveel sociaal verzet opwekt, dan kan er zonder de hindernis van verkiezingen een alternatieve meerderheid geïnstalleerd worden, een Di Rupo II, maar wellicht met Peeters als premier. Gelijk welke politieke constellatie zal echter een versnelling hoger gaan in het besparingsoffensief. De wereldwijde crisis laat het Belgische kapitalisme geen andere keuze dan te proberen haar competitiviteit te herstellen op de kap van de werkende klasse. Maar dat betekent niet dat het geen verschil maakt.

Een Thatcheriaanse regering

De N-VA wordt gesandwiched. Haar communautair programma moest ze begraven. Om de beloofde verandering te realiseren zijn vette vissen vereist. De burgerij, MR en Open VLD stimuleren hen daarin. Enkel de CD&V moet wat voorzichtiger zijn. Het leidt tot het type Thatcher regering dat we nu hebben. De kranten staan bol van artikels over het ter ziele gaan van het Belgische overlegmodel. Het voornaamste verschil tussen deze regering en alle voorgaande sinds de jaren ’80, is dat ze als doel heeft een radicale breuk te maken met dit overlegmodel omdat het een rem vormt op een meer drastische sanering. Ze wil afmaken waar de vorige rechtse coalities van de jaren ’80 faalden. De voorwaarde daartoe is het breken van de vakbonden en het omkeren van de krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal.

Een deel van de rechterzijde, zeker bij de N-VA, is ervan overtuigd dat de vakbonden een overblijfsel zijn van de vorige eeuw. Dat ze, als je ze de werkloosheidsuitkeringen en de syndicale premies afneemt, in elkaar stuiken als kaartenhuisjes. Ze kennen de vakbonden niet van binnenin. Voor hen zijn vakbonden “apparaten” en niets meer. Hun achterban van kleine patroons heeft weinig of geen ervaring met de vakbondsdelegaties uit de grotere bedrijven, de sterkere sectoren of de openbare diensten. Ze nemen wat ze zien aan voor waar, maar kijken niet. Voor hen zijn de traditionele politici maar slappe janussen en moeten die vakbonden eens een lesje geleerd worden. Ze denken echt dat ze kunnen winnen. Ook dat is een reden waarom de echte burgerij niet warm loopt voor die betwetende kleinburgerij. Maar als de kleine (burgerij) niet wil luisteren, dan moet ze maar voelen.

Als die kolos van de arbeidersbeweging in beweging komt, zal de echte burgerij zich wel tijdig uit de voeten maken. De kleinburgerij zou wel eens het gelag kunnen betalen. Hoe? Bijvoorbeeld door loonsverhogingen, betere arbeidscondities, minder bijdrageverminderingen en vooral syndicale vertegenwoordiging te moeten toestaan. De ongelijkheid heeft nu al een niveau bereikt dat enkel voorkwam in aanloop naar de jaren ’30, naar de crash en de grote depressie. Bovendien drukt de politiek van deze anti-werknemersregering zich uit in een eindeloze reeks van provocaties. Dat moet onvermijdelijk een proces van radicalisering op gang trekken. De vakbonden zijn wel verplicht om te mobiliseren. Een hele nieuwe generatie zal opnieuw opgevoed worden in de kunst van de klassenstrijd. De uitdaging en de inzet is ook groot.

De politieke staking

Zal de beweging, die een ontzettend krachtige kickstart kende met de grootste vakbondsmobilisatie sinds ’86 op 6 november, uiteindelijk leiden tot de val van Michel I? Zowel de staking tegen het Globaal Plan in ’93 als die tegen het Generatiepact in 2005 werden door de vakbondsleidingen beëindigd met het argument dat iedere alternatieve regering rechtser zou zijn dan de zittende. Dat argument valt nu weg. Daardoor kan terug worden aangeknoopt  bij de traditie van de politieke algemene stakingen. Het zou betekenen dat het politieke monopolie van de burgerlijke instellingen, van de kamers van ‘volksvertegenwoordigers’ en de door massamedia en spin doctors gestuurde verkiezingen, opnieuw wordt uitgedaagd door een ander, naar ons oordeel veel democratischer organisme dat nog volop in ontwikkeling is. Gelijk welke daarop volgende regering zou rekening moeten houden met een arbeidersbeweging die een eerste krachtmeting en massa’s zelfvertrouwen gewonnen heeft.

Als we louter op de krachtsverhoudingen af gaan, is bovenstaand scenario veruit het meest waarschijnlijke, zelfs al is de regering Michel I nog zo taai. “De historische crisis van de mensheid is terug te voeren op de crisis van de revolutionaire leiding”, schreef Trotski echter in het overgangsprogramma. Of de regering erin slaagt aan te blijven en nog drastischer aanvallen te lanceren op de organisatiegraad van de arbeidersklasse, zal mee bepaald worden door het vermogen van de vakbondsleidingen om een rot akkoord te sluiten. Voorlopig organiseren ze het verzet. Net als wij hebben ze er belang bij deze regering te verlammen en te doen vallen. De “bevriende partijen”, in de eerste plaats de PS en SP.a, hebben er alle belang bij om aan te tonen dat deze coalitie niet werkt. We moeten de dynamiek die op gang wordt getrokken gebruiken, maar tegelijk bewust zijn dat zodra zij hun doel bereikt hebben, de sociaaldemocratie zal afhaken, gevolgd door de groenen, dan de vakbondsleidingen en wellicht ook de PvdA, die voorlopig niet meer eist dan dat de regering haar asociale maatregelen weer intrekt.

Nieuwe kansen voor de opbouw van de revolutionaire partij

Anticiperen om democratische methodes in te brengen

Ondertussen komt het er voor ons op aan de meest strijdbare jongeren en werkenden te organiseren, die te verbinden met de bredere lagen en de revolutionaire partij maximaal te versterken. Terwijl de rest van links systematisch achterloopt op het snel ontwikkelende bewustzijn, waren wij in staat om op alle mobilisaties het bewustzijn steeds een stapje voor te zijn.

Het begon met te anticiperen op een mogelijke beweging onder jongeren toen deze zomer voor de eerste keer gesproken werd over het verhogen van de inschrijvingsgelden aan de Vlaamse universiteiten. Het zomerkamp en een speciaal daarvoor vervroegd jongerencomité werden gebruikt om onze jongeren hier politiek en organisatorisch op voor te bereiden. Het plan om alle krachten te concentreren op een eerste scholierenactie in Gent, de tweede woensdag van september al, om zo een voorsprong te kunnen nemen en een krachtsverhouding af te dwingen, was een succes. We hebben deze voorsprong sindsdien niet meer afgegeven.

Waar was het ons om te doen? We zijn erin geslaagd om onze methode, het opzetten van scholierenactiecomités als strijdinstrument in handen van de scholieren zelf, te introduceren. We wilden zo zowel programma als actiemethode van onderuit doen bespreken en ontwikkelen om het draagvlak te versterken. We hebben de algemene vergadering als democratisch discussie orgaan voor de actiecomités ingevoerd, waardoor al snel ideeën en voorstellen konden worden uitgetest, maar waarin de jongeren zelf de mogelijkheid kregen actieve deelnemer aan het actieproces te worden en bijgevolg razendsnel ontwikkelden tot politieke activisten op hun school en daarbuiten. Actief Linkse Studenten bereidde deze vergaderingen en acties samen met de scholieren tot in de puntjes voor om in staat te zijn op alle mogelijke ontwikkelingen gepast te reageren. Op de betoging van de 15de oktober bijvoorbeeld, hadden we twee pamfletjes bij met aangepaste voorstellen voor als er meer of minder dan 500 scholieren aanwezig zouden zijn. Het werden er iets minder (400), maar net genoeg om als eerste niet alleen zitacties, maar ook een scholierenstaking te organiseren. Hoewel er in het begin wat aarzelend gereageerd werd, kreeg het enthousiasme de bovenhand naarmate het moment dichterbij kwam. Het mondde uit in de grootste scholierenstaking sinds de anti-oorlogsbeweging in 2003 met tussen de 700 en 800 betogende scholieren uit 5 verschillende scholen. Daarvoor moesten enkele barrières overwonnen worden.  Ze kwamen onder druk van directie, politie en ouders, maar hebben dit glansrijk overwonnen door: systematisch hun argumentatie te verscherpen, hun steun onder zowel scholieren, leerkrachten en ouders uit te breiden en de actiebereidheid op basis van een opbouwend actieplan te doen groeien.

Arbeiders – Studenten: één front

Toen de vakbond tenslotte met hun opbouwend actieplan naar buiten kwam, zagen we daar onmiddellijk grote kansen in om de strijd van de scholieren en studenten te verbinden aan het actieplan van de vakbonden. De aloude maar sinds lange tijd verdwenen eis van een arbeiders-studenten front, werd op een schitterende manier tot leven gewekt toen de Gentse en enkele door ons gemobiliseerde Brusselse scholieren, samen met de vakbondsjongeren vooraan liepen in Brussel op de grootste vakbondsbetoging sinds 31 mei ’86.

Deze rol steekt sterk af tegen die van de officiële studentenorganisaties en Comac. Hun focus op symbolische blitsacties, perfect mogelijk met enkele studenten, zonder de intensieve politieke campagne onder de studenten te voeren en een bredere groep van studenten te betrekken en te organiseren, heeft geleid tot het achterblijven van de studentenbeweging op de Gentse scholierendynamiek en het missen van enorme kansen.

Na de eerste nationale studentenbetoging in Brussel op 2 oktober met zo’n 3000 deelnemers, kwam geen enkel ordewoord om op dit enthousiasme verder te bouwen. De beweging moest kost wat kost onder controle gehouden worden. Vooraleer breed te gaan, moest er “eerst gestructureerd” worden. Op verschillende plaatsen zal men proberen om politieke pamfletten, vlaggen en spandoeken te verbieden en zal men ordewoorden van actiecomités naast zich neerleggen, of actiecomités gewoon niet meer bijeenroepen. Op de sit-ins van de Comac werd gesproken door de leiding en de leiding alleen. Algemene vergaderingen, discussie en democratische beslissingen zijn er onbestaande.  Zelfs de oproep om de studentenbeweging te laten samenvallen met het actieplan van de vakbonden werd in eerste instantie door Comac verworpen op haar sit-ins in Gent. De studentenbeweging had niets van doen met de vakbondsbeweging en ze concentreerden zich op de organisatie van fakkeltochten op 5 november, de dag voor de grote betoging. Dit werd een flop in Gent met 30 aanwezig op de fakkelloop en 100 op de betoging, 60 in Hasselt en zo’n 200 in Leuven. De dynamiek van en de mobilisatie naar de eerste vakbondsbetoging zal hen echter verplichten bij de vakbondsbetoging aan te sluiten.

M.a.w. men loopt systematisch achter de gebeurtenissen aan, men mist enorme kansen en men probeert politieke controle te houden over de beweging, door zoveel mogelijk te depolitiseren, wat een nefast effect heeft op de actiebereidheid onder de studenten.

De arbeidersbeweging neemt anderen op sleeptouw

Na de fantastische betoging op 6 november, zijn de Gentse studenten en scholieren alvast onder de indruk en overtuigd om systematisch aansluiting te zoeken en te vinden met de strijd van de arbeidersbeweging.  De regionale stakingen en nationale staking, moeten we blijven aangrijpen om dit samenkomen van beide bewegingen verder te versterken. Aangezien de regionale stakingen middenin de scholierenexamens vallen moeten we samen met de scholieren bekijken welk type van actie mogelijk is om de solidariteit te organiseren, de periode van de examens te overbruggen, zonder de examens zelf in gevaar te brengen. De volgende grote afspraak waarnaar we dan massaal mobiliseren is de grote staking van de 15de waar we solidariteitsbezoeken organiseren van de scholieren aan de piketten en op een eventuele nationale betoging opnieuw een scholieren – en studenten delegatie te vormen.

Zoals zo vaak in de geschiedenis drukken jongeren soms eerder dan de arbeidersbeweging uit wat onder de oppervlakte aan het borrelen is. Dit is voor de zoveelste keer bewezen, al was het maar op bescheiden schaal. Op de eerste acties bleek een lang niet geziene radicaliteit en begrip van wat deze regering probeert te realiseren. Maar jongeren kunnen een zeer dynamiserende rol spelen in de maatschappij, ze kunnen enthousiasme en perspectief brengen in de beweging, ze kunnen een politiserende rol spelen, maar het zijn niet zij die dag in dag uit de maatschappelijke meerwaarde voortbrengen en dus de belangrijkste hefbomen in handen hebben om verandering af te dwingen. Enkel de massale strijd van de hele arbeidersbeweging kan deze regering doen vallen.

Ook het besluit van enkele migranten om een migrantenstaking te organiseren als reactie op staatsecretaris van asiel en migratie Theo Francken, duidt op een zeer interessante radicalisering onder de migrantenbevolking, als deel van de Belgische arbeidersklasse. Maar om de verdeeldheid van de arbeidersklasse niet verder op te drijven zou zo’n migrantenstaking zich best inschakelen in het algemeen actieplan. Net zoals de culturele sector het best zijn aansluiting daarbij vindt.

Dit betekent niet alleen dat we ordewoorden nodig hebben gericht tegen de federale regering, maar ook tegen de regionale regeringen die zware besparingen doorvoeren. Onder meer in de Vlaamse regering komt Crevits meer en meer onder druk. Het potentieel om naast de federale regering ook de Vlaamse regering in nauwe schoentjes te brengen, is aanwezig en moet zijn uitdrukking vinden in de ordewoorden, slogans en doelstellingen.

Correcte inschatting arbeidersbeweging was cruciaal

De manier waarop we op de syndicale strijd anticipeerden en besloten om begin september zoveel mogelijk werkende en syndicaal actieve kameraden uit te nodigen om het met hen te hebben over hun inschatting van de situatie, perspectieven en ordewoorden is cruciaal gebleken. Deze vergaderingen hebben de basis gelegd voor onze tussenkomst op de eerste massale vakbondsmeeting op 23 september. We waren zeer zichtbaar. Onze slogan “geen Thatcher in Belgie” sloeg in als een bom en ons voorstel tot informatie en actieplan nodig om deze regering in moeilijkheden te brengen zal later bijna letterlijk overgenomen worden door het gemeenschappelijk vakbondsfront. We verkochten er 76 kranten, maakten 4 abonnementen en haalden een goede 800 € strijdfonds op.

Op 6 november waren we minder zichtbaar, wat ook moeilijker is op een betoging van meer dan 120.000 (wij schatten 150.000) dan op een meeting van bijna 4000. Maar we hebben onze grootste interventie gedaan sinds de algemene staking in 2005. We hebben 10.000 pamfletten verdeeld, 647 bladen verkocht en voor 777€ strijdfonds opgehaald met politiek materiaal. Dit is een absoluut record. We moeten de lessen van deze interventie met zoveel mogelijk leden bespreken, bekijken wat hun rol kan zijn op de volgende actie en stakingsdagen en duidelijk maken welk verschil ze kunnen maken als ze actief deelnemen.

Onze boodschap op de betoging van de 6de bestond eruit te discussiëren dat we van deze regering geen fundamentele toegevingen moeten verwachten. Dat als we deze regering op haar knieën willen krijgen, de betoging het startschot moet zijn van een stakingsbeweging die de economische macht van de arbeidersklasse gebruikt om deze regering te doen vallen. Dat we naar huis moeten na deze betoging om overal in de werkplaatsen via algemene personeelsvergaderingen de betoging te evalueren en de regionale stakingen tot in de puntjes voor te bereiden. Het doel: de mobilisatiekracht van de arbeidersbeweging systematisch opbouwen met als hoogtepunt de grootste algemene staking in de geschiedenis van België op 15 december! Dit, en misschien nog meer, is wat we nodig zullen hebben. Deze regering zal niet wijken, tenzij ze wordt gedwongen.

Naar een ruimte zoals we die nog nooit eerder meegemaakt hebben

De betoging heeft haar effect niet gemist. Enkele rabiate en zeer uitgesproken N-VA tenoren uitgezonderd, wordt een iets verzoenender toon gesproken na dan voor de betoging. Tegelijk laat Michel er geen onduidelijkheid over bestaan, de grote lijnen liggen vast. Mogelijk wordt een opening gemaakt om iets meer aan de vermogens te morrelen, maar dat zal de besparingsagenda voor de werkende bevolking niet veranderen. Als er al iets op tafel komt, dan zal het zijn om die extreem bittere pil makkelijker door te doen slikken. Hoe zal de arbeidersbeweging daarop reageren? Zal de vakbondsleiding dit pikken? Wij moeten dit debat alvast aangaan, want het is een reëel gevaar voor de beweging.

Er wordt ook gepoogd om de rellen op het einde van de betoging aan te grijpen om de betogers en de vakbonden in een slecht daglicht te stellen en de impact van de betoging te ondermijnen. Maar dezelfde avond nog werd via de sociale media duidelijk dat er op zijn minst een dubieuze rol gespeeld is zowel door neonazi’s als door politieprovocateurs in het aansturen tot rellen. Dit kennen we nog van de anti-globaliseringsbeweging en is een aloude methode om de publieke steun voor de massabeweging te ondermijnen. Terwijl we moeten opletten jongeren en arbeiders die betrokken raken in dit soort gevechten niet te demoniseren, moeten we tegelijk waarschuwen dat dit soort rellen weinig bijbrengen en dat ze een uitgesproken contraproductief effect kunnen hebben, zeker in het beginstadium van de beweging.

Maar het allerbelangrijkste dat na de betoging bleef hangen was toch die indrukwekkende massa die op een weekdag in Brussel kwam betogen. Als die 150.000 zich de komende weken organiseren om van de regionale stakingen een succes te maken, dan zal het nazinderen in heel de maatschappij, met enorme kansen voor de linkse socialisten om in dit debat tussen te komen.  Het zal een ruimte creëren zoals we die nog nooit eerder hebben meegemaakt.

Nu het moment om te oogsten

We zijn nooit akkoord geweest wanneer geopperd werd dat de opbouw van een revolutionaire partij on hold moest worden gezet tot de situatie zou keren in een meer gunstige periode. Integendeel. Zonder de moeilijkheden te ontkennen die de laatste jaren aanwezig waren, die we uitgebreid hebben geanalyseerd, het effect van het ontbreken van massastrijd op het bewustzijn, etc bleven we altijd focussen op de mogelijkheden en het potentieel van verzet dat sinds de crisis van 2008 onder de oppervlakte aan het rijpen was. Door ons altijd op het potentieel en de mogelijkheden te focussen zijn we in staat geweest de ommekeer van vandaag aan te grijpen. We hebben de mobilisatiekracht van de partij intact gehouden door systematisch initiatieven te nemen waarmee we nieuwe jongeren en werkenden konden bereiken en zo onze krachten bijeen gehouden.

Vandaag krijgen we te maken met een ernstige versnelling in het ritme van de klassenstrijd. Onze partij wordt niet meer gezien als iets vreemd en radicaals, maar als deel van de beweging. Zeker als we in staat zijn om die initiatieven te blijven nemen en die ordewoorden te blijven naar voor schuiven die aansluiten bij het snel ontwikkelende bewustzijn. Dit is niet vanzelfsprekend. Het vereist niet alleen de dagelijkse betrokkenheid van onze leden bij de strijd, maar ook de noodzakelijke organisatie van onze leden in afdelingen om de ordewoorden en slogans systematisch door te discussiëren en aan te passen.  Alleen door deel te zijn van de beweging, kan je de vinger aan de pols houden om die ordewoorden naar voor te schuiven die de beweging vooruit kunnen helpen.

Taken voor de komende weken

Het is onwaarschijnlijk dat de regering valt voor nieuwjaar, maar het is niet helemaal uitgesloten. Op de betoging van 6 november stelden we “niet alleen Michel I, maar heel het besparingsbeleid wegstaken.” We wilden daarmee verduidelijken dat we geen genoegen mogen nemen met een andere regering die hetzelfde beleid aan een gezapiger tempo doorvoert. We brachten het idee van een arbeidersregering die even hard opkomt voor onze belangen als de huidige regering voor die van de kapitalisten. Hoe we dat concreet zien, lieten we toen nog open.  De algemene staking zal een nieuwe situatie creëren die aangepaste analyses en ordewoorden vergt. We zullen de nadruk blijven leggen op algemene personeelsvergaderingen, om de acties te evalueren, de stakingen voor te bereiden, maar ook stilaan om per bedrijf en per sector van onderuit een eisenprogramma van de arbeiders tot leven te brengen.

Print Friendly, PDF & Email