Massaal protest in het Midden-Oosten en Noord-Afrika: Hoe verder met de revolutie in Egypte?

Na enkele weken van revolutionaire gebeurtenissen in Tunesië volgden acht dagen van revolte in Egypte. Na het vertrek van Ben Ali en Moebarak vrezen alle autoritaire regimes in de regio en daarbuiten voor hun positie. Dit is echter nog maar het begin van de revolutie in Egypte.

Revolutionaire opstand

In 1936 stelde Leon Trotski over de Franse algemene staking: “De radio was nog nooit zo’n kostbaar gegeven als vandaag.” Vandaag zijn er meer globale communicatiemiddelen, maar het gevoel blijft hetzelfde als we de Egyptische revolutie zien. Miljoenen mensen kregen een beeld van de gebeurtenissen. Alle andere zaken werden even aan de kant geschoven. Zelfs de voetbalwedstrijden van de Egyptische topploegen werden afgelast.

Ook in een spontane revolutionaire beweging is het succes bij het omverwerpen van het oude regime doorgaans afhankelijk van de leiding in de opstand. Die leiding werd vaak voorbereid door revolutionaire krachten. In de Egyptische revolutie was dit een element dat ontbrak, commentatoren hadden het over een “revolutie zonder leiding”. Maar de vastberadenheid was groot, er waren tot zes miljoen betogers.

Een aantal factoren hebben de generaals ertoe aangezet om Moebarak aan de kant te schuiven. Er was de massale bezetting van het Tahrirplein die een element van dubbelmacht vormde waarbij de straat de staatsmacht betwistte. De generaals kregen schrik van het groeiende aantal betogers en zeker toen een aantal groepen in de richting van het presidentieel paleis, de televisiezenders en andere centra van het regime trokken. De Amerikaanse minister van defensie Robert Gates drong er bij de generaals op aan om Moebarak meteen af te zetten. Een beslissend element was de opkomst van de arbeidersklasse met stakingen en zelfs bedrijfsbezettingen.

Element van verrassing

Deze opstandige revolutionaire ontwikkeling kwam als een verrassing voor zowat alle burgerlijke commentatoren. In ons materiaal voor het CWI-Wereldcongres van december stelden we: “Alle despoten en autoritaire regimes in de regio zijn bang van bewegingen en massale revolte. Er zijn bewegingen mogelijk in Iran of in Egypte en deze kunnen een inspiratie vormen voor andere bewegingen. Als de arbeidersklasse niet de leiding opneemt, kunnen die bewegingen erg verschillende richtingen uitgaan.”

Alle ingrediënten voor de revolutie waren vooraf aanwezig met een verdeeldheid in de heersende klasse, verzet van de middenklasse en een enorm ongenoegen onder de arbeiders en armen omwille van de leefomstandigheden, de stijgende prijzen en de ontwikkeling van massale werkloosheid. Dat kwam eerder tot uitdrukking in de stakingsgolven die Egypte de afgelopen jaren kende.

Er is bovendien een traditie van verzet tegen het regime. De dag dat het massaprotest begon, 25 januari, was ook de verjaardag van het beruchte bloedbad onder politie-agenten door Britse troepen. In 1952 was er een revolutie tegen de koning. Er waren ook voedselrellen tegen Moebarak en diens voorganger Anwar El Sadat. Nu vormden de gebeurtenissen in Tunis de vonk die de Egyptische revolutie deed ontbranden.

Een zachte staatsgreep

Er was een enorme vreugde over het vertrek van Moebarak. Maar tegelijk was er het besef dat de revolutie nog niet volledig had overwonnen. Er zijn nog geen democratische rechten en het militaire bewind is niet verdwenen. Een betoger stelde terecht: “We mogen niet halverwege stoppen met de revolutie.” In feite was er een ‘zachte’ staatsgreep door de generaals, waarbij alle centrale elementen van het regime (grootgrondbezit en kapitalisme) overeind blijven.

In het leger zelf is er ook verdeeldheid. Dienstplichtigen zijn goed voor zowat 40% van het leger en zij stonden vaak onder invloed van de revolutie. De generaals zullen nu proberen om de strikte militaire discipline te herstellen. De radicalisering onder gewone soldaten vormt een grote bedreiging voor de legerleiding.

Zowel de legerleiding als de elite die door het leger wordt beschermd, hoopt dat de rol van de massa’s er op zit. Dat zal echter niet zomaar gebeuren. Er zijn een aantal illusies in het leger aanwezig, sommigen denken dat het leger de revolutie zal beschermen. Die illusie wordt versterkt door figuren als Mohamed Elbaradei die verklaarde dat het leger de controle moet overnemen. De kapitalisten begrijpen dat het leger uiteindelijk de rijkdom van de heersende klasse verdedigt.

De dreiging van contrarevolutie

Als de heersende klassen en het leger de keuze hebben tussen het status quo en een echte revolutie, zeker indien het een socialistische revolutie is, dan wordt uiteraard voor de eerste optie gekozen. De Ierse revolutionair Henry Joy McCracken stelde ooit: “de rijken verraden de armen altijd”. Dat is zeker het geval met de grootgrondbezitters en kapitalisten die het voor het zeggen hebben in neokoloniale landen.

De vertegenwoordigers van het oude regime zullen zich moeten aanpassen aan de nieuwe macht, maar dan wel om de eigen positie nadien opnieuw te bevestigen. Dat gebeurde in Rusland na de februarirevolutie van 1917 door de reactionaire generaal Kornilov. Of denk maar aan generaal Pinochet in Chili die zijn positie als legerleider onder de radicale regering van Allende gebruikte om een staatsgreep voor te bereiden en de revolutie in bloed te smoren. Als een revolutie niet tot haar conclusies wordt doorgevoerd, komen er onvermijdelijk contrarevolutionaire stappen van het oude regime.

Leger manoeuvreert

Het volstaat niet om enkel Moebarak en zijn kliek af te zetten, er moet een einde worden gemaakt aan de sociaal-economische macht waarop het regime zich baseerde. De legerleiding is met handen en voeten gebonden aan het grootgrondbezit en het kapitalisme. Legerleider Tantawi is ook een van de belangrijkste industriële machtshebbers van het land. Het Egyptische leger gelijkt op dat vlak op de Pakistaanse militaire elite: beiden bezitten ook grote delen van de industrie en zijn een onderdeel van de kapitalistische elite.

De Egyptische legerleiding is niet alleen met de heersende klasse in eigen land verbonden. Het is onder verschillende Amerikaanse presidenten een integraal onderdeel geworden van de politiek van het VS-imperialisme in het Midden-Oosten. De afgelopen jaren kreeg het Egyptische regime zowat 1,5 miljard dollar per jaar, dat geld ging grotendeels naar de legerleiding.

Van deze toplaag moet geen steun voor de revolutie worden verwacht. Eens de arbeidersklasse op beslissende wijze op het politieke toneel komt met massale stakingen en bezettingen die verder gaan dan onmiddellijke eisen rond lonen en arbeidsvoorwaarden, zal de legerleiding duidelijk kant kiezen. Anderzijds was er nu al onder de lagere niveau’s van het leger steun voor de revolutie. De gewone soldaten zullen zich ook moeten organiseren, ook al is de radicalisering zeker nog niet zo sterk als in het Portugese leger ten tijde van de revolutie van 1974.

Onder de gewone soldaten zal de rol van de legerleiding wel steeds meer in vraag worden gesteld. Dit zal leiden tot een conflict. Revolutionaire krachten moeten daarop inspelen en de kwestie van verbroedering tussen de beweging op straat en de gewone soldaten stellen. Dat kan rond eisen zoals het opzetten van comités van soldaten met democratische rechten om tot verandering te komen in het leger en in de samenleving.

Gigantische kloof tussen klassen

Nu wordt het van cruciaal belang om voort te bouwen op de recente belangrijke elementen van arbeidersstrijd om comités van arbeiders in de fabrieken en armen in de wijken op te zetten en deze lokaal, regionaal en nationaal te verbinden. Een revolutie wekt sympathie en steun op onder de meest uitgebuite lagen van de arbeiders en armen. Zelfs diegenen die buiten de samenleving vallen worden aangetrokken door de gebeurtenissen. De Britse journalist Fisk beschrijft hoe de dakloze kinderen in Cairo werden meegetrokken door de revolutionaire gebeurtenissen. In de Egyptische hoofdstad zijn er 50.000 dakloze kinderen. De regering probeerde hen voor haar kar te spannen, maar veel daklozen kozen de kant van de revolutie. Daar werd de steun niet afgekocht maar was er sprake van echte solidariteit.

De revolutie biedt kansen aan de arbeidersklasse om haar eigen eisen op economisch en politiek vlak naar voor te schuiven. Het waren uiteindelijk ook economische factoren en ongenoegen die aan de basis lagen van de bewegingen in Tunesië en Egypte. De dalende lonen en astronomische prijsstijgingen (zeker voor basisproducten als voedsel) waren beslissend in de ontwikkeling van de revolutie. Dit trok de middenklasse, maar vooral ook de arbeiders en de armen, over de streep. De officiële statistieken stellen dat op een bevolking van 80-85 miljoen mensen 40% in armoede leeft, 44% kan niet of slecht lezen en schrijven, 54% werkt in de ‘informele’ sector.

Er is een grote kloof tussen rijk en arm en deze kloof werd nog groter door de huidige wereldwijde economische crisis. In een poging om de beweging te stoppen beloofde Moebarak vlak voor zijn vertrek nog een loonsverhoging van 15% voor de zes miljoen personeelsleden in de openbare sector. Dat volstond evenwel niet om het protest te stoppen. Eisen voor een leefbaar loon, een kortere arbeidsweek en andere eisen van de arbeiders (onder meer rond gezondheid en veiligheid) moeten een onderdeel uitmaken van een strijdbaar arbeidersprogramma in de komende periode. Daartoe zullen de arbeiders eigen onafhankelijke organisaties en vakbonden moeten opzetten.

Onafhankelijke arbeidersorganisaties

De onafhankelijke vakbonden die nu worden opgezet, mogen zich niet laten vangen aan de Westerse vakbondsleiders die hen binnen de veilige paden van het kapitalisme willen houden. De strijd die wordt gevoerd, gaat niet enkel om economische eisen. De strijd gaat ook over democratische rechten zoals het stakingsrecht en het recht om vakbonden te vormen.

De arbeidersklasse heeft eigen strijdorganisaties nodig in de fabrieken en in de samenleving in het algemeen. Er is een eigen krachtige en onafhankelijke stem nodig. De heersende klasse zal proberen om een ‘parlement’ op te zetten dat de belangen van de heersende klasse dient. De massa’s moeten hun eigen ‘parlement’ opzetten: raden van arbeiders en arme boeren die opkomen voor een democratische grondwetgevende vergadering.

Er is nood aan een onafhankelijke vakbond van Egyptische arbeiders en daaraan gekoppeld een eigen democratische politieke uitdrukking voor de georganiseerde arbeidersklasse. Dat kan op basis van massale comités, zoals deze destijds ook in Rusland en andere landen werden opgezet bij revolutionaire ontwikkelingen. Bij de eerste Russische revolutie van 1905 ging het om geïmproviseerde stakerscomités waarvan niemand dacht dat het massale strijdinstrumenten zouden worden en na de revolutie van oktober 1917 zelfs organen van de arbeidersmacht. De eis van massale arbeiderscomités kan niet altijd naar voor worden geschoven, maar in revolutionaire periodes is dit wel noodzakelijk.

Een revolutionaire grondwetgevende vergadering

De stakingen hebben niet alleen economische eisen, maar ook politieke. Dit is een uitdrukking van hoe Egyptische arbeiders tegenover de situatie aankijken. Een revolutie brengt heel wat lessen, in een dergelijke periode leren de massa’s meer en sneller dan in gelijk welke andere periode. De 18 dagen van revolutie in januari en februari vormden voor de Egyptische arbeiders een leerschool inzake de processen van revolutie en contrarevolutie.

Om daar verder op te gaan, zal de arbeidersklasse de nodige conclusies moeten trekken. Het is noodzakelijk om onmiddellijk massacomités op te zetten. De arbeidersklasse moet opkomen voor haar onafhankelijke positie en daarbij weerstaan aan de pogingen van ‘goedmenende’ liberale figuren om aan het hoofd van de beweging te staan.

De arbeidersklasse moet vooraan staan in de strijd voor een democratisch programma en voor democratische rechten. Dat is enige manier om de steun te krijgen van andere onderdrukte lagen in de samenleving: de boeren, de armen in de steden en delen van de middenklasse. Die zien de strijd voor democratische rechten als de meest dringende taak vandaag.

Democratische slogans zoals voor vrije media en het recht om actie te voeren, zijn noodzakelijk. Een slogan voor vrije media kan worden gekoppeld aan de nationalisatie van de gedrukte media om deze open te stellen voor alle standpunten, in het bijzonder die van de arbeidersklasse.

De belangrijkste algemene eis is deze voor een democratisch parlement, een grondwetgevende vergadering. Het regime heeft aangekondigd dat er pas binnen enkele maanden verkiezingen komen. De heersende klasse wil wel een aantal democratische rechten toekennen als de druk te groot is, maar een open en eerlijke democratie wil het vermijden. Er mag geen vertrouwen worden gesteld in de legerleiding om tot democratie te komen. De legerleiding zal het protest proberen te stoppen door een aantal beperkte democratische hervormingen toe te staan.

Daartegenover moeten de arbeiders opkomen voor onafhankelijke comités van arbeiders en arme boeren. Het democratische programma moet tevens oproepen voor een grondwetgevende vergadering die gezien de context van de ontwikkelende revolutie enkel revolutionair van karakter kan zijn. Zo’n orgaan kan enkel worden bijeengeroepen indien het een meerderheid van de bevolking vertegenwoordigt. Lokale comités moeten toezien op de verkiezingen voor zo’n vergadering.

Wij verschillen van mening met alle pro-kapitalistische krachten die op een algemene manier de kwestie van een grondwetgevende vergadering naar voor brengen. De arbeidersklasse heeft geen belang bij een regime waarbij de president het laatste woord heeft. Dat is hoe Moebarak te werk ging en voor hem Sadat en ook Nasser. De arbeidersklasse en de armen werden aan de kant geschoven. We verzetten ons ook tegen een tweekamerstelsel waarbij de tweede kamer steevast dient om de radicalere eisen van de arbeiders en armen af te zwakken. Democratische verkiezingen voor een revolutionaire grondwetgevende vergadering die over alles kan beslissen, moet het centrale ordewoord zijn voor de Egyptische massa’s. Als zo’n eis wordt opgenomen in een massale campagne van revolutionaire krachten, dan zou het een enorm effect hebben op de veranderde situatie in Egypte. Het zou verder ondersteund worden door de creatie van een nieuwe massale arbeiderspartij die een stem geeft aan de vergeten en stemloze massa’s.

Internationale gevolgen

De Egyptische revolutie is niet alleen belangrijk voor dit land zelf, maar voor heel de regio van het Midden-Oosten en de wereld. De Egyptische massa’s hebben de fundamenten van de imperialistische machten doen beven. Die machten dachten dat ze alle touwtjes zelf in handen hadden. Deze revolutie zal regionale gevolgen hebben. Op het Tahrirplein had iemand een protestbord bij: “Twee neergehaald, 20 te gaan”. Eerst was er Tunesië en dan Egypte, maar ook de andere dictators in de regio liggen onder vuur. Uiteraard zullen de bewegingen elders niet zomaar worden herhaald of een zelfde ritme aannemen.

Er is in de hele regio geen enkel stabiel regime. De reactionaire regimes van de Golfstaten en de semi-feodale potentaten zijn doodsbang van de Egyptische revolutie. In Jordanië waren er al massale betogingen, maar ook in Algerije, Marokko,… wordt geprotesteerd en zijn massabewegingen mogelijk. De president van Jemen beloofde om in 2013 niet meer herverkiesbaar te zijn, maar mogelijk zal Saleh die datum niet halen.

De krachtsverhoudingen in de regio zijn veranderd. Een van de regimes die daar het meeste van te vrezen heeft, is dat van Israël. Schijnbaar is dit het sterkste regime van de regio. De heersende klasse van Israël werd gesteund door het regime van Moebarak dat het embargo tegen de hongerende Palestijnse bevolking van Gaza ondersteunde. Ook is het Suez-kanaal van groot economisch en strategisch militair belang voor Israël en het imperialisme.

De Israëlische arbeidersklasse kwam recent in aanvaring met de eigen regering. Ongetwijfeld is ook deze arbeidersklasse beïnvloed door de Egyptische revolutie. Een democratisch socialistisch Egypte zou de samenwerking tussen de arbeidersklasse van beide landen kunnen versterken om zo te komen tot een echte en blijvende vrede in de vorm van een socialistische confederatie van het Midden-Oosten.

Het is mogelijk dat er als gevolg van de gebeurtenissen in Egypte op middellange of lange termijn een nieuwe oorlog komt. Maar de belangrijkste “oorlog” in de regio is de klassenoorlog. Er wordt een nieuw tijdperk in de geschiedenis aangevat, zowel voor deze regio als voor de rest van de wereld. Al wie opkomt voor een socialistische wereld kijkt uit naar de Egyptische arbeidersklasse en hoopt dat deze ontwikkelende revolutie een nieuw en mooi hoofdstuk zal openen voor de arbeidersbeweging doorheen de wereld.

 

Analyse door Peter Taaffe

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel