Film over Ierse strijd tegen Britse onderdrukking.”The wind that shakes the Barley” van Ken Loach

De nieuwe film van Ken Loach draait sinds vandaag in de Belgische bioscopen. Het is een film over de strijd voor zelfbeschikkingsrecht van de Ieren tegen de Britse bezetting in de jaren 1920. Ken Loach is een gekende filmmaker die o.a. eerder reeds ‘Land and Freedom’ maakte over de Spaanse revolutie. Met zijn nieuwe film neemt Loach opnieuw een controversieel historisch thema op in een meeslepende film.

De titel van de nieuwe film van Ken Loach komt van een oud Iers verzetslied over de opofferingen die mensen maken in hun strijd voor vrijheid. Het spreekt boekdelen over het talent van Loach dat hij er in slaagt een reeks erg controversiële thema’s aan te raken in een film tegen de achtergrond van de Ierse onafhankelijkheidsoorlog en de daaropvolgende burgeroorlog.

De film brengt echter geen gewoon historisch verhaal. Het toont eerder aan hoe gewone mensen de geschiedenis kunnen bepalen en op hun beurt bepaald worden door de geschiedenis. De film handelt over een ‘vliegende brigade’ van het IRA, een eenheid van guerrillastrijders in de buurt van Cork.

Het hoofdpersonage Damian ontwikkelt van een sceptische student tot een overtuigde revolutionair. Zijn ervaringen met geweld en onderdrukking brengen hem zo ver. Zijn broer Teddy leidt een groep die zodanig bezig is met het punt van de Britse overheersing in Ierland dat deze groep geen aandacht heeft voor de bredere politieke context.

Dan, ooit een vakbondsmilitant en een radicale socialist, is de linkse stem van de Ierse onafhankelijkheidsbeweging. Die stem wordt thans vaak genegeerd of naar de achtergrond verdreven door de officiële geschiedenisschrijvers in Ierland. Tenslotte is er ook nog Sinead die aantoont welke belangrijke rol vrouwen speelden tijdens de oorlog.

Dit is echter geen verhaal over Ierse guerrilla-strijders die de confrontatie aangaan met het machtige Britse rijk. Het is een brutale film dat ook het onmenselijke effect van een bezettingsleger toont.

Verschillende commentatoren maakten vergelijkingen met de ‘Black and Tans’, een paramilitaire organisatie van veteranen uit de Eerste Wereldoorlog die werd ingezet voor operaties om opstanden onder de burgerbevolking tegen te gaan. Er werden ook vergelijkingen gemaakt met het gedrag van de Amerikaanse en Britse troepen in Irak.

De film toont aan hoe een combinatie van racistische ideologie en een vervreemding van de lokale bevolking kan leiden tot vijandigheden en verschrikkelijke misdaden door de bezetters. Dat leidt op zijn beurt tot verzet dat vaak brutaal is.

James Connolly

Ken Loach gaat ook in op de invloed van de opvattingen van de revolutionaire socialist James Connolly op de beweging. Hij doet dit aan de hand van gesprekken tussen Damien en Dan.

Eén citaat van Connolly klinkt bijzonder sterk door in de film:”Als je het Engelse leger morgen kan verdrijven en de groene vlag [de Ierse nationale vlag] over Dublin Castle kan laten wapperen, zullen alle inspanningen nutteloos geweest zijn indien er geen werk gemaakt is van de organisatie van een socialistische republiek. Engeland zou ons nog steeds overheersen. Het zou ons overheersen door haar kapitalisten, haar landheren, haar financiers, het volledige gamma van commerciële en individuele instellingen dat het in dit land heeft gevestigd…”

Het IRA werd vooral gesteund door arme boeren en arbeiders, maar de leiding bestond vooral uit middenklasse-elementen die geen programma hadden om Ierland uit de armoede en afhankelijkheid te halen. De film maakt duidelijk dat ook de elite in Ierland zelf een even grote onderdrukker van de gewone Ieren was als haar Britse collega’s.

Deze klassentegenstelling is een grimmige voorbode voor een gewelddadige confrontatie die eindigt met een vredesakkoord tussen de IRA-leiding en de Britse onderdrukkers. De aanvankelijke euforie voor de strijd slaat dan al snel om in een gevoel van verraad aangezien het vredesakkoord niet de volledige onafhankelijkheid aanbiedt.

De meer middenklasse-elementen in het IRA, waaronder Teddy, denken echt dat dit het best mogelijke akkoord vormde voor de Ierse bevolking. Ze worden daarin gesteund door het Ierse establishment, de kranten en de katholieke kerk. De tegenstanders van het vredesverdrag zijn vooral arme boeren en arbeiders die menen dat een onafhankelijkheidsstrijd zinloos is indien het niet leidt tot een bevrijding uit de armoede en de honger.

De scènes op het einde van de film zijn verschrikkelijk. Voormalige kameraden richten zich tegen elkaar en bewijzen dat het enige dat tragischer en brutaler is dan een onafhankelijkheidsstrijd een burgeroorlog is.

“The wind that shakes the Barley” werd door sommigen bekritiseerd als een historisch stuk dat niet relevant is voor het moderne Ierland met economische rijkdom. Deze critici stellen ook dat iedere vergelijking met Irak mank loopt.

Er zijn echter minder evidente lessen die bijzonder relevant zijn voor Irak. De film toont hoe een onafhankelijkheidsbeweging zonder een duidelijk programma dat breekt met het kapitalisme, gemakkelijk kan verdeeld worden door buitenlandse imperialisten nadat het haar troepen uit het land heeft teruggetrokken. Die les werd reeds getrokken door James Connolly. In Ierland werd de beweging verdeeld op basis van klassenverschillen waarbij de Britten wapens leverden aan de meer gematigde voorstanders van het vredesakkoord.

In Irak lijkt het verzet het enkel eens te zijn over hun haat tegenover de Amerikanen. Als de VS zich terugtrekt, zal er niet langer een bindmiddel zijn voor de gewapende fracties. Tenzij er een duidelijke visie over een socialistische samenleving komt die steun kan krijgen van alle delen van de arbeiders en arme boeren over religieuze verschillen heen.

De nieuwe film van Ken Loach is zeker een aanrader voor wie een beter beeld wil krijgen op deze opvallende periode uit de Ierse geschiedenis. De film slaagt er in om het verhaal te brengen van mensen die door velen vergeten waren. Het is een boeiende en aangrijpende film.

 

De Ierse burgeroorlog (1922-1923)

Neil Cafferky en Niall Mulholland

De Ierse burgeroorlog (28 juni 1922 – 24 mei 1924) was een conflict tussen die fracties van het IRA die tegen het Engels-Ierse akkoord van 6 december 1922 waren en de voorstanders ervan. Het akkoord kwam er na de Ierse onafhankelijkheidsoorlog van het IRA tegen de Britse bezetters.

Na de dood van James Connolly in 1916 stelden de arbeidersleiders hun hoop in de nationalistische leiders. De engere agenda van die nationalisten zorgde ervoor dat er geen gehoor kon gewonnen worden onder de protestanten in het noorden. Het potentieel voor een opleving van de klassenstrijd na 1918 – met algemene stakingen, landbezettingen en het opzetten van raden – ging verloren toen de Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak onder invloed van het nieuw opgerichte IRA (Iers Bevrijdingsleger) en haar politieke vleugel, Sinn Fein.

Dit was een voornamelijk landelijke guerrillastrijd tegen de brutale Britse koloniale overheersing. De leiding van Sinn Fein kwam vooral voort uit de middenklasse en de lagere middenklasse. Deze leiding zag zichzelf reeds als leiders van een nieuwe onafhankelijke staat. De meeste IRA-strijders waren stedelijke arbeiders en arme boeren. Heel wat van die strijders maakte instinctief de verbinding tussen sociale en nationale bevrijding.

Oorlogsmoeheid en de vrees dat de massa’s de strijd ook zouden voeren voor sociale en economische bevrijding, zorgden ervoor dat een deel van de republikeinse leiders een akkoord sloten met de Britten in 1921.

In plaats van een volledig onafhankelijke republiek op te zetten, zoals de meeste Ierse nationalisten het wilden, kwam er een Ierse vrijstaat die nog steeds gedomineerd werd door het Britse rijk.Tegenstanders van het verdrag waren ertegen om een band te behouden met Groot-Brittannië en ook tegen het afgeven van de zes noordelijke graafschappen. Michael Collins, de republikeinse leider die het akkoord onderhandelde, verklaarde echter dat het verdrag Ierland “de vrijheid gaf om vrijheid te bekomen”. De arbeidersklasse leed een belangrijke nederlaag aangezien het eiland verdeeld werd in twee sectaire, repressieve staten.

De verdeeldheid over het verdrag was soms erg persoonlijk. Heel wat vroegere kameraden en zelfs familieleden bevonden zich in verschillende kampen. De Dáil Eireann (het Ierse parlement) stemde in december 1921 nipt voor het verdrag. Dat gebeurde met 64 tegen 57 stemmen. Een compromisvoorstel tot een republikeinse grondwet stuitte op een Brits veto. De Britten dreigden ermee het land binnen te vallen indien het akkoord niet werd goedgekeurd.

Bij de ophefmakende verkiezingen van maart 1922 haalde het deel van Sinn Fein dat het akkoord steunde meer stemmen dan het deel van Sinn Fein dat ertegen was. Ze haalden respectievelijk 239.193 en 133.864 stemmen. De andere partijen haalden samen 247.226 stemmen. De meeste andere partijen steunden het verdrag.

In april begonnen zo’n 200 anti-verdragsmilitanten een bezetting van de Four Courts in Dublin. Er was een gespannen sfeer, maar uiteindelijk gaf de Ierse vrijstaat toe aan de Britse druk. In juni 1922 werd een gepensioneerde generaal, Heny Wilson, vermoord in Londen. Churchill dreigde ermee Britse troepen in te zetten tegen de bezetters van de Four Courts.

Collins aanvaardde het voorstel van het Britse leger om hem te steunen en hij begon aan het bombarderen van de Four Courts, wat leidde tot straatgevechten waarin 315 doden vielen, waaronder 250 burgers. Na de gevechten was Dublin in handen van de vrijstaat en moest het verslagen IRA zich terugtrekken op het platteland. Zo’n 3500 strijders, vooral van het IRA, hadden het leven gelaten in de burgeroorlog. Daarnaast viel er een onbekend aantal burgerslachtoffers. Er vielen in de burgeroorlog meer slachtoffers dan in de Onafhankelijkheidsoorlog.

Op het eerste gezicht leek het erop dat de Britse wapens en de steun van de katholieke kerk zouden volstaan voor de aanhangers van het vredesverdrag. Het was echter het falen van de IRA-leiding om de arme boeren en de arbeiders een socialistische oplossing aan te bieden die er toe leidde dat ze verslagen werd door de meer conservatieve vrijstaat.

Ierland kende tussen 1913 en 1922 een aanhoudende revolutionaire golf. De werkloosheid was erg hoog en de bevolking was bang van een langdurige strijd die enkel zou leiden tot een vage republiek en een voortdurende oorlog met het Britse rijk.

Linkse figuren zoals de IRA-leider Liam Mellowes (die werd vermoord door aanhangers van het vredesakkoord), vochten tegen het verdrag en voor echte onafhankelijkheid en socialisme. De tegenstanders van het vredesverdrag werden echter ook gedomineerd door pro-kapitalistische leiders zoals Eamonn DeVelera, die enkel een beter akkoord met de Britten wou.Toen DeVelera een deel van de verslagen tegenstanders van het akkoord naar het parlement leidde in 1927, kwam het tot een splitsing van Sinn Fein en het IRA.

De gevolgen van de burgeroorlog blijven tot vandaag voelbaar in Ierland. De opvolgers van de voorstanders en de tegenstanders van het vredesakkoord domineren nog steeds de Ierse politiek met hun partijen Fine Gael en Fianna Fail. De verschillen tussen deze partijen zijn soms uiterst beperkt. Zelfs de burgerlijke media merkt op dat de enige effectieve oppositie in het huidige Ierse parlement komt van Joe Higgins, een parlementslid van de Socialist Party in Ierland.

Neil Cafferky

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie