Links aan de macht. De ervaring van Barcelona

In mei 2015 kwamen in Spanje verschillende gemeentebesturen aan de macht op basis van linkse eenheidslijsten. Dit was onder meer het geval in Barcelona en Madrid. De basis voor het succes bij de verkiezingen lag bij de mobilisaties tegen het besparingsbeleid na de crisis van 2008. De economische moeilijkheden werden versterkt door de besparingen en zorgden voor een enorm ongenoegen. Dit leidde in 2011 tot de beweging van de ‘indignados’ (verontwaardigden), bewegingen voor de verdediging van de openbare diensten en drie algemene 24-urenstakingen in 2012 en 2013.

Artikel door Marisa (Brussel), geschreven voor het referendum van 1 oktober en de ontwikkelingen daarna

Het PAH, Platform van Slachtoffers van Hypotheekkredieten, werd een sociale beweging die in heel de Spaanse staat sterk stond. Het platform komt op voor het recht op huisvesting op een ogenblik dat de immobiliënzeepbel spat. De woordvoerder van PAH, Ada Colau, trok de lijst ‘Barcelona en Comú’ bij de lokale verkiezingen. Aan die eenheidslijst namen zowel Podemos als Izquierda Unida (IU, Verenigd Links) deel.

Een plan tegen armoede

Eén van de centrale elementen in het programma van Barcelona en Comú bestaat uit de strijd tegen armoede: uithuiszettingen stoppen, publieke basisdiensten herstellen, een sociaal noodplan voor de allerarmsten en een verlaging van de lonen van de verkozenen tot maximum 2.200 euro per maand. Ada Colau werd in 2015 verkozen als burgemeester van Barcelona, de eerste vrouw en de eerste burgemeester die niet tot een traditionele partij behoort. Het is een belangrijke stap vooruit omdat het duidelijk maakt dat we in de strijd tegen besparingen kunnen winnen. De overwinningen van de linkse eenheidslijsten in de lokale verkiezingen van 2015 zouden mee leiden tot Unidos Podemos, de eenheidslijsten van Podemos en IU in de parlementsverkiezingen van 2016.

De ervaring van onder meer Barcelona is belangrijk voor de linkerzijde in heel Europa. Na de helft van de termijn zijn er heel wat positieve maatregelen doorgevoerd. Zo is er in de strijd tegen ondervoeding van kinderen drie keer meer geld vrijgemaakt voor sociale bijstand en maaltijden op school. Er kwam steun voor eenoudergezinnen en gezinnen in armoede met kinderen jonger dan 16 jaar. De kost voor kinderopvang neemt af met 62%. De centrale regering in Madrid onderneemt niets om vluchtelingen te verwelkomen, waardoor Barcelona zichzelf uitgeroepen heeft tot “gastvrije stad” waar asielzoekers en al wie geen hulp van de overheid krijgt welkom is.

Strijd voor betaalbare huisvesting

Het stadsbestuur heeft een bemiddelingsdienst opgezet voor mensen die hun huisvesting dreigen te verliezen. Er was in 2016 een afname van het aantal uithuiszettingen met 8%. Het aantal gevallen waar de stad tussenkwam en een oplossing vond, is verdubbeld. Die cijfers geven echter ook aan dat de uithuiszettingen niet gestopt zijn: er zijn er nog steeds gemiddeld 8 tot 10 per dag. Volgens PAH is er een verschuiving in de redenen voor uithuiszetting: in 93% gaat het om achterstand met de huur en niet met de hypotheek. De speculatie heeft geleid tot enorm hoge huurprijzen. Ook wie werk heeft, is vaak niet in staat om de hogere huurprijs op het einde van een contract op te hoesten. Toerisme is belangrijk voor de inkomsten en de werkgelegenheid, maar de massale omvang ervan en misbruik met praktijken als Airbnb dragen bij tot de opwaartse druk van de huurprijzen.

De komende 10 jaar wil het stadsbestuur 18.500 betaalbare wooneenheden creëren. De afgelopen twee jaar kwamen er 750 bij en er is al een krediet van 125 miljoen euro bij de Europese Investeringsbank om 2.200 publieke huurwoningen te bouwen. Geen enkel ander bestuur realiseerde een dergelijke uitbreiding van de sociale huisvesting. Maar het volstaat niet om de tekorten op te vangen. Het PAH publiceerde recent een rapport waarin het positief is over de vooruitgang op vlak van bemiddeling tegen uithuiszettingen, maar waarin het tegelijk verklaart dat het beleid van de vroegere woordvoerder van het platform onvoldoende is. Het platform eist dat het aandeel van sociale huisvesting opgetrokken wordt van de huidige 1%, een historisch opgebouwd tekort, tot 15%. Dit betekent dat er de komende tien jaar 120.000 nieuwe sociale wooneenheden nodig zijn of meer dan 10.000 per jaar. Het stadsbestuur komt niet in de buurt van dat aantal.

Wij zijn het eens met het PAH. Een drastische uitbreiding van de sociale huisvesting is de beste manier om een neerwaartse druk te zetten op de huurprijzen op de private markt. Een drastische uitbreiding van de sociale huisvesting laat bovendien toe om degelijke jobs met goede lonen en arbeidsvoorwaarden te creëren in de bouwsector. Enkel op deze manier kan de vermarkting en speculatie van huisvesting gestopt worden. De stad kan zich ook uitroepen tot “zone zonder uithuiszettingen” waarbij banken die tot uithuiszettingen overgaan geboycot worden en waarbij de massale steun van de bevolking wordt gemobiliseerd om de uitvoering van uithuiszettingen onmogelijk te maken.

Het recht op water en energie garanderen

Een ander probleem waarmee het gemeentebestuur geconfronteerd werd, was het toepassen van het plan tegen energie-armoede. In de openbare aanbesteding (tendering) voor de elektriciteitsbevoorrading van de stad had Ada Colau een sociale clausule toegevoegd om de leverancier te verplichten om de helft van de kost voor het oplossen van energie-armoede te dragen. De twee grootste energiebedrijven (Endesa en Gas Natural Fenosa) beslisten hierop om geen aanbod te doen en bovendien een proces te beginnen wegens ‘inbreuk op de vrije concurrentie.’ De openbare aanbesteding zat hierdoor vast en het minimale sociale programma werd geblokkeerd door de wetten die de concurrentie en eigenlijk vooral de winsten beschermen.

Het maakt duidelijk dat we ons niet moeten richten op de goede wil van private bedrijven om zelfs maar een kleine sociale maatregel te nemen. Zelfs als er beperkingen worden opgelegd, dan nog vinden bedrijven duizenden manieren om eraan te ontsnappen. De stad besliste om een publiek energiebedrijf op te zetten met hernieuwbare energie: Barcelona Energia. Maar eens te meer werd de wet op de concurrentie ingeroepen om de impact ervan te beperken: de publieke sector mag niet meer dan 20% van de totale markt in handen hebben. Het publieke energiebedrijf mag enkel elektriciteit leveren aan de publieke administratie en aan 20.000 gezinnen.

Vandaag maken private bedrijven grote winsten op basis van diensten die als fundamentele rechten voor de bevolking zouden moeten gelden. De enige manier om die dienstverlening centraal te stellen, is door de hele sector in publieke handen te nemen met democratische controle en beheer door de gemeenschap. Het stadsbestuur wilde de watervoorziening in publieke handen nemen. Dat gebeurt niet zonder verzet van Agbar, het private waterbedrijf van Barcelona, dat aankondigde een schadevergoeding van 1 miljard euro te eisen indien het bestaande contract wordt opgezegd.

De beperkingen overstijgen

Als alle regels en beperkingen van het systeem aanvaard worden, is het quasi onmogelijk om diensten in publieke handen te nemen. Ondertussen zijn er voor privatiseringen en uitbestedingen tal van mogelijkheden. Om de strijd te winnen, zal het stadsbestuur buiten de instellingen moeten treden en zich baseren op de kracht van de massa’s. Door haar verleden als woordvoerder van het PAH kent Ada Colau de kracht van de beweging als deze vastberaden strijdt tegen onrechtvaardige wetten. We betreuren dat ze de voorbije periode geen gebruik maakte van die kracht om de obstakels voor de realisering van haar programma te overwinnen. De maneuvreerruimte binnen het kader van de wettelijke begroting is erg beperkt en laat slechts enkele dringende sociale maatregelen toe. Om een massaal publiek investeringsplan in huisvesting, openbare diensten, hogere lonen en arbeidsvoorwaarden, … te realiseren, moeten de budgettaire beperkingen verworpen worden.

‘Barcelona en Comú’ geeft er momenteel de voorkeur aan om met de Socialistische Partij van Catalonië (PSC) een bestuurscoalitie te vormen. Wij denken dat er voor het realiseren van het antibesparingsprogramma van Ada Colau een confrontatie nodig is met recht, de werkgevers, de regionale en de centrale regering. De sociaaldemocraten van de PSC zullen daar nooit toe bereid zijn. Het is niet gemakkelijk om een minderheidsbestuur te vormen, een links bestuur moet zich dan ook naar krachten buiten de gemeenteraad richten. Daar is er wel een grote meerderheid die bereid is om deel te nemen aan strijd voor concrete doelstellingen. De publieke druk en massamobilisaties zouden het bestuur toelaten om juridische betwistingen te doorstaan.

Werkenden in strijd vormen een kracht tegen besparingen

Strijd loont. Dat is wat het metro- en buspersoneel in Barcelona heeft aangetoond na twee jaar strijd met de directie. Er is een loonsverhoging bekomen bovenop een vermindering van het aantal deeltijdse en tijdelijke contracten. Een aantal arbeiders die uitbesteed waren worden terug in het bedrijf opgenomen.

Toen het linkse bestuur met wortels in de sociale bewegingen aan de macht kwam, dachten de arbeiders dat het moment gekomen was om het eerder prijs gegeven terrein te heroveren. Er was achteruitgang door besparingen op het openbaar vervoer en het personeel wilde dat ongedaan maken. We betreuren de opstelling van Colau in dit conflict: ze beschuldigde de arbeiders ervan ‘bevoorrecht’ te zijn waarbij ze verkeerde cijfers over hun lonen gebruikte om de stakers te discrediteren. De echte privileges bevinden zich bij de directie waar er lonen van meer dan 100.000 euro zijn met een opslag van 14,27% op vier jaar tijd! In dezelfde periode stagneerden de lonen van het personeel en leidde de privatisering van diensten tot de afbraak van de voorwaarden van personeel dat uitbesteed werd.

De opstelling van Colau toont de beperkingen als er wordt vertrokken van de beperkte middelen. Het leidt ertoe dat werkenden ervan beschuldigd worden een ‘elite’ te vormen waarbij hun belangen tegenover die van de armsten geplaatst worden om hen te discrediteren. Het personeel werd tegen de gebruikers uitgespeeld met de stelling dat de tarieven zouden verhogen om de eisen in te willigen. Dit zijn zware fouten en we hopen dat de burgemeester zich in het vervolg aan de kant van de strijd schaart en personeel in actie net ziet als een kracht om vooruit te gaan.

De bevolking is bereid om in actie te komen en voor betere sociale voorwaarden te strijden. In februari van dit jaar waren er een half miljoen betogers voor een beter onthaal van vluchtelingen, waarbij de hypocrisie van zowel de centrale als de regionale regeringen onder vuur werd genomen. Het linkse stadsbestuur speelde een belangrijke rol in die mobilisatie. Waarom gebruikt het stadsbestuur de kracht van sociale mobilisatie niet om ook de strijd op het lokale toneel te versterken?

Voor een front van rebelse steden tegen besparingen

Het is niet voor het eerst dat een lokaal links bestuur voor een dergelijke uitdaging staat. In 1982 becijferde Militant, de marxistische vleugel binnen het Britse Labour, dat de stad Liverpool 30 miljoen euro extra nodig had om aan de noden te voldoen. Militant stelde dat het stadsbestuur best een illegale deficitaire begroting kon indienen. Op basis van dat voorstel kon de linkerzijde binnen Labour de controle op de gemeenteraad krijgen en werd een programma van massale publieke investeringen opgestart. De strijd werd niet beperkt tot het stadhuis, er werd actief gemobiliseerd op straat, in de bedrijven en in de wijken. Op basis van stakingen en regionale stakingen dwong het stadsbestuur van de regering-Thatcher extra middelen af. Deze historische strijd toont dat het mogelijk is om overwinningen te boeken op basis van een beleid dat de behoeften van de meerderheid van de bevolking centraal stelt.

Het organiseren en mobiliseren van brede lagen kan besparingen stoppen. Net zoals 19 Griekse stadsbesturen weigerden om een wet toe te passen waardoor duizenden gemeentewerkers zouden afgedankt worden, kunnen de ‘steden van verandering’ (steden met een links bestuur) in de Spaanse staat de basis vormen voor een front van verzet dat zich niet neerlegt bij de wettelijke verplichtingen en de door de centrale en regionale regeringen opgelegde besparingen.

Print Friendly, PDF & Email