Europa in crisis – revolutionaire wind in Catalonië

Deze tekst werd besproken en gestemd op een internationale bijeenkomst van het CWI eind november/begin december. Het vormde de basis voor de discussie over Europese perspectieven tijdens deze bijeenkomst van de verkozen internationale leiding van het CWI.

De dramatische gebeurtenissen in Catalonië en de Spaanse staat zijn een uitdrukking van de onderliggende sociale en politieke crisis die tal van Europese landen raakt. De propaganda van de heersende klasse stelde dat de politieke en sociale crisis in Griekenland was opgelost, maar dan volgden eerst de Brexit en nu Catalonië. Dit wijst op een onderliggende sociale en politieke situatie die in veel Europese landen bestaat. Er was nog geen algemene opgang van klassenstrijd in Europa sinds vorig jaar. Dit betekent echter niet dat de kapitalistische klasse met een stabiele situatie te maken heeft. Politieke schokken, crises en opstanden blijven de kapitalistische klasse doorheen Europa treffen. De revolutionaire gebeurtenissen die Catalonië raken zijn van belang voor de Spaanse staat, de EU en de rest van de wereld.

Een aantal commentatoren kijkt vol vertrouwen naar een terugkeer tot substantiële economische groei op basis van de groeicijfers in de Eurozone in de laatste kwartalen. De groei waarvan sprake – 2,1% dit jaar – is in het beste geval beperkt en erg ongelijk. Het ging niet gepaard met een stijging in de levensstandaard, maar met aanhoudende besparingen. Griekenland, Spanje, Portugal en Italië blijven een massale werkloosheid kennen, vooral onder de jongeren. Het reële niveau van werkloosheid in de Eurozone, dus niet enkel de officiële cijfers, bedraagt 18%. Onzekere jobs en bijzonder lage lonen, zeker voor jongeren, worden steeds meer de norm doorheen de EU. Het stelsel van slavenarbeid voor jongeren in Italië die bijna zonder loon moeten werken, is een indicatie van de omvang van de aanvallen.

Tegelijk is het onderliggende probleem van de schuldencrisis niet opgelost. Naast de mogelijkheid van een nieuwe uitbarsting van de Griekse schuldencrisis, is er ook de mogelijkheid van een crisis in Italië waar de publieke sector onder druk kan staan door de hoge overheidsschuld die oploopt tot 130% van het BBP. De Scandinavische en noordelijke landen kwamen relatief onbeschadigd uit de crisis van 2007/08. Maar het opbouwen van schulden in deze landen geeft aan dat ze harder kunnen geraakt worden in een toekomstige crisis, wat belangrijke gevolgen zal hebben voor de klassenstrijd waarop we voorbereid moeten zijn.

Er zijn ook belangrijke ontwikkelingen in de Europese economie als gevolg van de invoering van robotica en andere veranderingen in de productie. In Duitsland is er discussie over de nood aan herstructurering van de automobielsector. De spanningen tussen handelsblokken kwamen recent tot uiting in een conflict tussen de VS en Canada rond Bombardier, wat vervolgens ook gevolgen had voor Groot-Brittannië.

Bovenop de Brexit zijn er nu ook toenemende confrontaties binnen de EU zelf. In het oosten zijn er groter geworden spanningen met Polen en Hongarije. Polen wil een claim voor oorlogsherstellingen van Duitsland indienen. Donald Tusk, de voormalige Poolse premier, ging zo ver dat hij verklaarde dat “de EU Polen niet nodig heeft en vice versa.” Het leidde bij enkele commentatoren tot de vraag of er een “Polexit” aan de orde is.

Er zijn tekenen van paniek in het Kremlin naar aanleiding van de komende presidentsverkiezingen. Die zijn vervroegd om samen te vallen met de verjaardag van de overname van de Krim. De paniek is er deels omwille van de aanhoudende economische crisis – de reële lonen dalen nu al vier jaar, maar ook omdat de glans van nationalistische retoriek na de Oekraïense gebeurtenissen stilaan verdwenen is. Procentueel kost het Russische leger drie keer zoveel als het gemiddelde in de NAVO-landen. Tegelijk zijn er geen middelen voor onderwijs, zorg en pensioenen. De regio’s en interne republieken worden uitgehongerd van middelen, een derde van hen heeft een schuld die hoger is dan 85% van hun jaarlijkse inkomsten en dreigt bankroet te gaan. Samen met nieuwe aanvallen op de taalrechten, is een terugkeer van etnische spanningen tussen Moskou en Tatarstan of de Kaukasische republieken bijna onvermijdelijk.

Poetin zal wellicht de verkiezingen winnen, er wordt geen ernstige tegenkandidaat toegelaten en hij distantieert zich van zijn eigen partij ‘Verenigd Rusland’, die minder dan 20% haalde in de lokale verkiezingen in grote steden in de lente van 2017. Er is dringend nood aan een oprecht arbeidersalternatief dat het enorme ongenoegen tegenover corruptie en ongelijkheid mobiliseert. In afwezigheid hiervan, wordt het vacuüm gevuld door Navalnii, een rechtse populist die linkse slogans rond lonen en gratis gezondheidszorg hanteert. De grotendeels jonge protestacties hebben het ijs gebroken – het aantal acties nam het afgelopen jaar significant toe. Door de problemen niet aan te pakken, verhoogt het Kremlin de kans op meer en grotere protestacties na de verkiezingen.

Macrons poging om een grotere integratie van de economieën in de Eurozone door te drukken met een overeengekomen begroting werd deels gestopt omdat Merkel een stap achteruit moest zetten, terwijl ze over haar schouder naar extreemrechts moet kijken. Er komen mogelijk nieuwe pogingen om de integratie van de Eurozone te versterken. Maar hoe ver dit zal gaan, is erg onzeker aangezien het ingaat tegen de centrifugale krachten die nu dominant zijn. Dit zal tot nieuwe conflicten binnen de EU en binnen de Eurozone leiden. Delen van de Duitse heersende klasse waren bezorgd dat zij de prijs voor een meer geïntegreerde Eurozone zouden moeten betalen en dat willen ze niet.

Revolutie en contrarevolutie in Catalonië

De situatie in Catalonië omvat elementen van zowel revolutie als van contrarevolutie. De gebeurtenissen tonden het belang van de nationale kwestie voor de werkende klasse en voor revolutionaire marxisten. Ze tonen ook de crisis van leiding vandaag. Dergelijke dramatische gebeurtenissen vormen een test voor alle linkse en socialistische organisaties, en in het bijzonder voor revolutionaire marxisten. De kameraden van Izquierda Revolucionaria hebben het recht van de Catalaanse bevolking om over het eigen lot te beslissen terecht verdedigd. Ze eisen een Socialistische Republiek van Catalonië, gekoppeld aan gezamenlijke strijd van de werkende bevolking in de rest van de Spaanse staat tegen de heersende klasse en de PP om tot een vrijwillige, democratische socialistische confederatie van alle volkeren in de Spaanse staat te komen.

Dit staat in een schril contrast met de verraderlijke rol van de PSOE, die doorheen de crisis steeds actieve steun gaf aan elke maatregel van de PP-regering en het staatsapparaat in hun repressief opbod. De leidingen van Izquierda Unida en de Communistische Partij speelden jammer genoeg geen positieve rol, ze namen in de praktijk de verdediging van het recht op zelfbeschikking van de Catalaanse bevolking niet op en ze toonden een vijandigheid tegenover de massabeweging. Ze ontkenden zelfs het bestaan van politieke gevangenen in Catalonië en enkele partijleiders spraken op bijeenkomsten van de Spaanse rechterzijde in Barcelona. De positie van de leiding van Podemos in de Spaanse staat was anders: zij bleef buiten het reactionaire Spaans-nationalistische blok. Maar ook de Podemos-leiding vertoonde grote gebreken. Enerzijds verzette het zich tegen het opzeggen van de Catalaanse autonomie en werd ook het bestaan van politieke gevangenen erkend. Maar de Podemos-leiding weigerde deel te nemen aan het proces van mobilisaties voor een Catalaanse Republiek en aan het promoten van strijd in de rest van de Spaanse staat tegen de repressie van het staatsapparaat. De Podemos-leiding verdedigt als enige oplossing het idee van een referendum op basis van een akkoord met dezelfde partijen en dezelfde staat die het recht om te beslissen nu weigeren te erkennen. Iglesias heeft zelfs de algemeen-secretaris van Podemos in Catalonië aan de kant geschoven, nadat bleek dat die algemeen-secretaris een veel consistenter standpunt innam tegenover de onafhankelijkheidsbeweging. Tegelijk miste de links-nationalistische CUP een belangrijke kans om de revolutionaire crisis in Catalonië verder te duwen voorbij de beperkingen opgelegd door de burgerlijke en kleinburgerlijke leidingen van PDeCAT en ERC. De CUP-leiders weigerden een onafhankelijk politiek programma naar voor te schuiven voor de werkende klasse en om die werkende klasse te mobiliseren rond een socialistisch beleid. In de praktijk heeft de CUP zich onderworpen aan de constante manoeuvres van de PDeCAT-ERC onder leiding van Puigdemont. Desalniettemin heeft de CUP aan steun gewonnen onder brede lagen van jongeren omdat het gezien wordt als een meer strijdbare kracht.

De fouten van de Catalaanse linkerzijde en die in de Spaanse staat werden in verschillende gradaties herhaald door andere linkse krachten in de rest van de wereld. Tegelijk waren de onafhankelijkheidsgezinde SNP in Schotland of de Ierse premier Leo Varadkar niet bereid om Catalonië te steunen en zich uit te spreken tegen de EU of de centrale PP-regering van Madrid.

De brutale reactie van de PP-regering en de vastberadenheid van die regering om de onafhankelijkheidsbeweging te breken, hebben delen van de heersende klassen in Europa gealarmeerd. Ze vrezen dat het conflict uit de hand kan lopen en kan leiden tot een grote crisis in de EU. Het hield de EU, in het bijzonder de ‘3M’en’ – Macron, Merkel en May, ondertussen niet tegen om Rajoy te ondersteunen door te verklaren dat het referendum illegaal was.

Het brutale antwoord van Rajoy is deels een uitdrukking van de samenstelling van de staatsmachine en de PP in de Spaanse staat. Er is een machtige Franquistische erfenis en traditie die na de transitie in 1978 nooit aan de kant geschoven werd. Het omvat extreem repressieve en bonapartistische elementen. Dit gaat gepaard met een angst voor de gevolgen van Catalaanse onafhankelijkheid. Catalonië is goed voor meer dan 20% van de Spaanse BBP en export. Bovendien zou een Catalaanse onafhankelijkheid mogelijk gevolgd worden door Baskische onafhankelijkheid.

Puigdemont en de PDeCAT toonden dat ze bang zijn om de massa’s te mobiliseren in een echte strijd tegen de PP en voor onafhankelijkheid. Het toonde dat deze burgerlijke nationalistische politici niet in staat zijn om effectief tot onafhankelijkheid te komen. Puigdemont trok samen met vijf andere ministers naar België, de ‘thuisbasis’ van de EU die zich verzette tegen de onafhankelijkheidsverklaring van Puigdemont en die de PP-regering steunde. Puigdemont vroeg dezelfde EU om tussen te komen en de onafhankelijkheidsbeweging te steunen. De Catalaanse burgerlijke politici vrezen bovenal het vooruitzicht van een onafhankelijkheidsbeweging van de werkende klasse die nodig is om de repressie van de PP te stoppen. De repressie van de PP en de arrestatie van enkele ministers zal de positie van de Catalaanse regering tijdelijk versterken. De Spaanse staat heeft omwille van de repressie alle legitimiteit verloren in de ogen van miljoenen Catalanen en in het bijzonder onder de jongeren. Dit zal ernstige gevolgen hebben voor de heersende klasse in de komende periode.

De nationale kwestie is van cruciaal belang voor de arbeidersbeweging. Marxisten verdedigen het recht op zelfbeschikking en ook de eenheid van alle delen van de werkende klasse. We geven niet toe aan burgerlijk nationalisme, maar erkennen dat er in nationale onafhankelijkheidsbewegingen vaak een element van “nog niet ontbolsterd bolsjewisme” zit. Elke nationale kwestie is erg concreet en het is nodig om elke specifieke situatie te analyseren om onze exacte eisen en slogans te bepalen. Zoals we zagen in Schotland kan de steun voor onafhankelijk toenemen en afnemen. We moeten daar rekening mee houden in het bepalen van de eisen die we in elk stadium naar voor brengen. Een fout wat de nationale kwestie betreft, kan vernietigende gevolgen hebben. Dat zagen we meermaals in de geschiedenis. De verkeerde benadering van Corbyn rond Schotland was een belangrijke factor die maakte dat Labour er onvoldoende vooruitgang boekte waardoor Theresa May uiteindelijk een regering kon vormen na de laatste Britse verkiezingen. Dit gebeurde ondanks het afnemen van de illusies in de SNP aangezien die partij besparingen doorvoerde in Schotland en hierdoor in conflict kwam met delen van de werkende klasse.

In Catalonië was het correct om het recht op een referendum over onafhankelijkheid te verdedigen. In Noord-Ierland daarentegen zijn onze kameraden geen voorstander van een referendum over de grens zoals voorgesteld door Sinn Fein. Dit zou het sectaire opbod tussen katholieken en protestanten versterken zonder dat het iets zou oplossen. We moeten dit met grote gevoeligheid uitleggen aan de verschillende gemeenschappen.

Het repressieve antwoord van de PP-regering heeft de steun voor onafhankelijkheid in Catalonië versterkt. Significante delen van de Spaans sprekende werkenden verwerpen instinctief de Spaanse nationalistische rechterzijde, maar staan wantrouwig tegenover de onafhankelijkheidsbeweging omwille van de rol die gespeeld wordt door de burgerlijke PDeCAT. Deze lagen werden gemobiliseerd in het referendum van 1 oktober en de algemene staking van 3 oktober. Als de strijd voor een Catalaanse Republiek verbonden was met een actieplan tegen besparingen, het aanhouden van de mobilisaties op straat met algemene stakingen en massabetogingen, de organisatie en uitbreiding van de Comités ter Verdediging van de Republiek, dan was het mogelijk geweest om de werkende migranten of oorspronkelijk Spaans sprekende werkenden (die sterk vertegenwoordigd zijn in de industrie) in de strijd te betrekken. Deze taak was vooral de verantwoordelijkheid van de CUP en de leiders van Unidos Podemos. De leiding van de CUP behield echter de banden met de burgerlijke nationalisten, terwijl de reformistische leiders van Unidos Podemos doodsbang waren van een dergelijke revolutionaire ontwikkeling. De politieke beperkingen van Podemos en het inherente parlementaire cretinisme kwamen tot uiting.

Het is niet zeker dat er momenteel een meerderheid voor onafhankelijkheid is, net zoals dit in Schotland overigens niet het geval was. De laatste peiling (op het ogenblik van het schrijven van deze tekst) wijst op een toegenomen steun tot 48,7% terwijl 43,6% tegen is. In een dergelijke volatiele situatie moeten de peilingen met de nodige voorzichtigheid bekeken worden. De peilingen geven aan dat de pro-onafhankelijkheidspartijen hun meerderheid kunnen behouden in de parlementsverkiezingen tegenover het monarchistisch blok. Anderzijds zullen Podemos en de partij van Ada Colau (Catalunya en Comù), die in kartel deelnemen, mogelijk een beter resultaat neerzetten als weerspiegeling van een verwerping van de repressie door de PP en de staat. Als het blok dat zich uitspreekt voor het recht op zelfbeschikking en tegen het toepassen van artikel 155 samen 60% of meer haalt (PDeCAT, ERC, CUP en Catalunya en Comù), wat goed mogelijk is, dan vormt dit een nieuwe complicatie voor de PP-regering en een nieuwe nederlaag voor het regime van 1978. De situatie is erg onzeker en kan nog sterk veranderen, zeker na de verkiezingen van 21 december. Het is niet uitgesloten dat, zoals veel leiders van PdeCAT en ERC voorstellen, er na de verkiezingen geprobeerd wordt om onderhandelingen te voeren met de PP-regering en terug te komen op de onafhankelijkheidsverklaring. Deze burgerlijke en kleinburgerlijke onafhankelijkheidspartijen begrijpen ook de risico’s van wat er gebeurde en ze zijn er zich van bewust dat een republiek opgelegd door een mobilisatie van onderuit met revolutionaire methoden, kan leiden tot een escalatie van de klassenstrijd die hen snel aan de kant zou schuiven.

In zowel Schotland als Catalonië was het correct voor ons om de kant te kiezen van de meest strijdbare jongeren en werkenden die voor onafhankelijkheid waren, zelfs indien dit een minderheid was zoals in Schotland in het referendum in 2014. Deze laag is de meest strijdbare en zet in grote lijnen de toon met op- en neergangen.

In Catalonië is het belangrijk om de massa van de werkende klasse die voor onafhankelijkheid is, ervan te overtuigen dat dit enkel kan door een duidelijk verzet tegen besparingen en door op te komen voor een socialistische republiek van Catalonië. Het is ook noodzakelijk om uit te leggen dat een onafhankelijk socialistisch Catalonië de democratische en culturele rechten van iedereen zou verdedigen. Dit is belangrijk als antwoord op de propaganda van de rechterzijde in de rest van de Spaanse staat die de bevolking van Catalonië wil verdelen – en de angst van de tegenstanders van onafhankelijkheid in Catalonië wil versterken – zeker onder diegenen die vanuit de rest van de Spaanse staat naar Catalonië migreerden.

De gebeurtenissen in Catalonië en de Spaanse staat zullen ongetwijfeld verder ontwikkelen op korte termijn met heel wat tegenstellingen en complicaties die vaak ook voortkomen uit de lamentabele rol van de linkerzijde – IU, Podemos en het falen van CUP om een positie in te nemen die onafhankelijk staat van Puigdemont. De rechterzijde rond de PP en Ciudadanos voert een harde Spaans-nationalistische campagne zonder dat de grotere linkse organisaties in de Spaanse staat of Catalonië daar een antwoord op bieden. Het blijft onzeker hoe de gebeurtenissen zullen ontwikkelen, maar het is een keerpunt voor de Spaanse staat en het heeft gevolgen in heel de EU.

Brexit en historische crisis in Groot-Brittannië

Deze ontwikkelingen gebeurden op hetzelfde ogenblik dat er een andere grote crisis is als gevolg van de Brexit. May en haar regering slaagden erin om sinds de ‘verkiezingsoverwinning’ vol te houden ondanks de ene crisis na de andere. In de verkiezingen verloren de winnaars en wonnen de verliezers. De crisis in de Conservatieve Partij is historisch. Er zijn harde fractiegevechten rond de Brexit. Een splitsing op basis van de verdeeldheid, zoals over de ‘graanwetten’ (vrijhandel) in de 19e eeuw, is een mogelijkheid. Dit was een van de oudste en meest succesvolle partijen van de heersende klasse in Europa en misschien zelfs internationaal. Op een bepaald ogenblik telde de partij 1 miljoen leden en een grote sociale basis, zelfs onder delen van de geschoolde arbeidersklasse. Daar blijft niet veel van over. Er zijn naar schatting 100.000 leden met een gemiddelde leeftijd van 71 jaar. May heeft weinig autoriteit en blijft instabiel als premier.

De twee factoren die May toelaten om vol te houden ondanks de vele crisissen, is de angst van een electorale afslachting van de Tories en een overwinning van Corbyn bij vervroegde verkiezingen en het gebrek aan een ernstig alternatief binnen de Tories om haar te vervangen. Deze crisis is een uitdrukking van de historische neergang van het Britse imperialisme op langere termijn en het vat de staat van het Britse kapitalisme goed samen.

Zoals in andere landen is er een diepgeworteld ongenoegen in het bewustzijn rond een “ongelijke samenleving” met een grote concentratie van rijkdom in handen van een kleine minderheid. In steden als Londen gaat de extreme rijkdom samen met wanhopige armoede. Dit kwam tot uiting in Londen met de uitbarsting van ruwe en harde klassenwoede en haat na de vreselijke brand in de Grenfell Tower.

De peilingen wijzen op een groeiende steun voor de Labour Party van Corbyn sinds de vorige verkiezingen. Wellicht, maar dat is niet zeker, kan hij de volgende verkiezingen winnen. De ‘overwinning’ van Corbyn bij de laatste parlementsverkiezingen heeft de rechtse Blairisten in de parlementaire fractie tijdelijk gedemoraliseerd. Maar ze blijven nog steeds de controle uitoefenen op de partijmachine en de overweldigende meerderheid van de gemeenteraden. In die gemeenteraden blijven de Blairisten besparingen doorvoeren waarbij Corbyn weigert om zich daar publiekelijk tegen uit te spreken in naam van de eenheid van de partij. De Blairisten wachten op nationaal vlak als een vijfde colonne die klaarstaat om een door Corbyn geleide regering te ondermijnen als hij de volgende verkiezingen wint. Labour blijft bestaan uit twee partijen en het karakter ervan is onopgelost, zoals we in eerdere documenten en artikels hebben uitgelegd.

Karakter en programma van nieuwe linkse partijen

De meeste krachten die betrokken zijn bij Momentum en Labour hebben heel wat kenmerken van nieuwe linkse partijen die ontstonden in andere Europese landen. Podemos geniet een brede steun onder jongeren en belangrijke delen van de werkenden, zeker de nieuwe jongere lagen van de arbeidersklasse, maar omvat ook brede lagen van de geradicaliseerde kleinburgerlijke jeugd. Het Links Blok in Portugal heeft geen geconsolideerde steun onder de industriële arbeidersklasse. Het lidmaatschap bestaat vooral uit jonge werkenden en kleinburgerlijke jongeren. Momentum in de Britse Labour partij bestaat vooral uit kleinburgerlijke lagen. Dit doet niets af van het belang van deze ontwikkelingen en van de oriëntatie van onze nationale afdelingen op deze nieuwe partijen waarbij we in elk land onze tactische opstelling bediscussiëren. In Frankrijk is het bestaan van France Insoumise rond Jean-Luc Mélenchon een belangrijke factor in de explosieve situatie die daar bestaat. Maar het is geen klassieke massale arbeiderspartij zoals die historisch bestond. Het gaat om formaties die zelfs niet vergelijkbaar zijn met de Italiaanse PRC, die op zijn hoogtepunt een sterke basis had onder de metaalarbeiders en andere delen van de arbeidersklasse.

De gemengde klassensamenstelling van deze partijen komt tot uiting in het programma en de ideeën die ze verdedigen. Deze zijn zelfs niet klassiek reformistisch of links-reformistisch en er zijn momenteel geen of weinig verwijzingen naar socialisme. Zelfs Corbyn, die het meest ‘linkse’ imago heeft op dit ogenblik, brengt doorgaans de kwestie van socialisme niet naar voor. Een van de taken van het CWI is om uit te leggen dat we tegen het kapitalisme als systeem moeten ingaan en daarbij socialisme als alternatief naar voor schuiven. Vanuit historisch oogpunt staat het programma van Corbyn rechts van links-reformisten als Tony Benn in de jaren 1970/80. Gezien de periode waaruit we komen, met de politieke gevolgen van de ineenstorting van het stalinisme en de gevolgen ervan in het achteruitgaan van het bewustzijn van de massa’s, vormt het programma van Corbyn een breuk met decennia van Blairisme en is het ook een uitdrukking van een verandering in de opstelling van de massa’s en van een nieuwe vooruitgang in het bewustzijn, zelfs indien deze vooruitgang nog niet ver genoeg gaat om het belang van een revolutionaire partij te begrijpen. Voor marxisten zijn fenomenen als Corbyn, Podemos, het Links Blok en andere nieuwe linkse formaties een uitdrukking van een vooruitgang in de klassenstrijd. Het opent mogelijkheden om vooruit te gaan en onze krachten te versterken, zeker onder de jongeren. De heersende klassen zijn niet zozeer bang voor het programma van deze nieuwe linkse partijen. Waar ze wel bang van zijn, is van de massale druk die op deze partijen kan komen om een radicaler programma aan te meten. Dit is geen statisch proces en meer radicale links-reformistische of zelfs centristische programma’s en leiders zullen op een bepaald ogenblik ontwikkelen. Er kunnen stappen vooruit gezet worden onder de impact van een hernieuwde kapitalistische crisis en massale strijd gecombineerd met de ervaring van de massa’s in strijd.

De crisis van het kapitalisme betekent dat ze reformisten zonder hervormingen zijn. Dit betekent niet dat de heersende klasse geen toegevingen zal doen als ze geconfronteerd wordt met een krachtige revolutionaire beweging van de arbeidersklasse die het voortbestaan van het systeem bedreigt. Maar het tijdperk van blijvende hervormingen onder het kapitalisme is voorbij. Dit komt tot uiting in het voorzichtige en beperkte programma dat vandaag door moderne ‘reformisten’ wordt verdedigd.

Een van de gevolgen van de economische crisis van 2007/8 was een ondermijning van de middenklasse in heel wat landen. Dit heeft gevaarlijke gevolgen voor de heersende klasse die een deel van de sociale basis ziet verdwijnen. Een significant deel van deze vroegere kleinburgerlijke lagen radicaliseert naar links, wat een positieve ontwikkeling is. Delen ervan, zoals de pas afgestudeerde ziekenhuisdokters in Groot-Brittannië, gingen in strijd en namen de methoden van de meer traditionele delen van de arbeidersklasse over. Maar de onervarenheid en het semi-kleinburgerlijk karakter van deze laag komt ook tot uiting in de samenstelling en organisatie van nieuwe linkse formaties.

De aanvallen op de middenklasse gingen gepaard met andere belangrijke ontwikkelingen in Europa en de rest van de wereld. Er was een versterking van autoritaire repressieve methoden die gebruikt worden door het kapitalistische staatsapparaat. Dit kwam tot uiting in de graad van repressie tegen betogingen en acties in Catalonië, Duitsland, Groot-Brittannië en andere landen. Tegelijk zorgt de gedeeltelijke privatisering van de politie en het gebrek aan middelen voor breed gedragen ongenoegen onder deze laag en zelfs een zekere linkse politieke radicalisering onder een deel van de politie. Dit bleek uit het verzet tegen de Tories van een deel van de politie in de Britse verkiezingscampagne. De dreiging van wat in de praktijk een politiestaking was in Ierland, was er een andere bevestiging van. Onze Ierse kameraden hebben de kwestie van de lage lonen voor gewone soldaten opgenomen. Het leverde een zekere steun op onder de soldaten. Deze ontwikkelingen binnen de staatsmachine zijn op middellange termijn erg gevaarlijk voor de heersende klasse en bieden de arbeidersbeweging een mogelijkheid om minstens delen ervan te neutraliseren.

De zwakte in het programma van nieuwe linkse partijen is deels een uitdrukking van de gevolgen van de ineenstorting van de voormalige stalinistische regimes en het bijhorende terugwerpen van het politieke bewustzijn, terwijl de arbeidersklasse nog niet op beslissende wijze deze partijen in handen heeft genomen om er politieke instrumenten van klassenstrijd van te maken.

Onze Griekse kameraden legden uit dat dit een belangrijk aspect van de Griekse crisis was. Arbeiders stemden voor Syriza maar waren er geen lid van en gingen de strijd binnen Syriza niet aan. Het maakt dat deze organisaties bijzonder instabiel zijn en een onzekere toekomst tegemoet gaan, zeker als ze uitgetest worden in grote historische gebeurtenissen zoals in Griekenland, de Brexit of nu Catalonië. De ineenstorting van de Italiaanse PRC, die een meer solide actieve basis van industriële arbeiders kende, is een waarschuwing voor de beperkingen van deze nieuwe partijen. De gevolgen van het falen van de PRC en de ineenstorting ervan, vormen één van de belangrijkste factoren in de ontwikkeling van de erg moeilijke en complexe situatie vandaag in Italië.

Recente ervaringen toonden aan dat de leiding van deze nieuwe partijen kan overgaan tot bureaucratische ondemocratische methoden als er een linkse oppositie is en zeker als die door marxisten wordt georganiseerd. We zagen dit in Momentum waar onze leden werden uitgesloten, in het Links Blok waar er een nieuwe heksenjacht tegen onze kameraden is ingezet of nog met de acties van Iglesias in Catalonië.

Het exacte karakter en de geschiedenis van deze partijen verschilt van land tot land. Zo werden er in Die Linke in Duitsland nog geen dergelijke ondemocratische acties tegen ons ondernomen. Onze tactieken en hoe we tussenkomen in elk van deze nieuwe partijen wordt dan ook bepaald door de concrete voorwaarden.

Het versterken van de voormalige maoïstische PTB/PVDA in België is significant. Deze partij heeft een zekere electorale basis uitgebouwd op basis van een opportunistische koers, maar tegelijk blijft er een strak stalinistisch aandoend intern regime bestaan. De partij zou volgens peilingen de derde grootste van Wallonië kunnen worden. In Antwerpen was ze voorstander van een kartel met de sociaaldemocratie en de groenen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Het deelnemen aan coalities op lokaal vlak die niet gebroken hebben met de besparingen was een cruciaal element in de neergang van de PRC.

Het falen van de nieuwe linkse partijen om een sterk alternatief op de pro-kapitalistische partijen te vormen heeft in een aantal landen extreemrechts toegelaten om significante vooruitgang te boeken en in te spelen op de bekommernis van lagen van werkenden en de middenklasse rond immigratie. De onverwacht grotere vooruitgang van de AfD (Alternatief voor Duitsland) in de recente verkiezingen was daar een uitdrukking van. Merkel kwam verzwakt uit de verkiezingen en wordt nu steeds meer gezien als een zwakke leider.

De historische neergang van de Britse conservatieven vindt ook elders navolging. De Duitse verkiezingen werden door de baas van Siemens omschreven als “een nederlaag van de elite.” 20% van de steun voor AfD kwam van mensen die voorheen niet gestemd hadden. Deze ‘nederlaag van de elite’ zal niet vermijden dat er een coalitie van de CDU/CSU met de neoliberale FDP en de groenen komt waarbij de volgende regering meer liberaliseringen zal doorvoeren, meer aanvallen dus op de werkende klasse en de jongeren.

Tanende steun voor de sociaaldemocratie

De sociaaldemocratische SPD tuimelde terug tot het laagste stemmenpercentage sinds begin jaren 1930. Daarmee betaalde het een prijs voor deelname aan de coalitie van Merkel en de rol die de partij speelde in het opstarten van de aanvallen op werkenden, in het bijzonder onder Schröder. De neergang van de electorale steun voor de ‘sociaaldemocratie’ is een belangrijk kenmerk van deze periode, zeker onder de jongeren.

De electorale afslachting van de PS in Frankrijk die 90% van zijn zetels verloor, de neergang van de Spaanse PSOE die de helft van zijn stemmen verloor sinds de crisis van 2007/08, de mogelijkheid dat de Ierse Labour partij in de komende verkiezingen alle zetels verliest, de neergang van de PS en SP.a in België en uiteraard de ineenstorting van PASOK in Griekenland zijn daar allemaal uitdrukkingen van. Zelfs in Oostenrijk, waar de SPÖ electoraal relatief standhield, was er een significant verlies van steun onder jongeren en industrie-arbeiders. De partij haalde 17% onder de jongeren (jonger dan 29 jaar) en 19% onder de arbeiders.

Delen van de nieuwe linkse leidingen proberen de sociaaldemocratie te doen herleven vanuit de neergang. Ze proberen dit in een nieuw tijdperk van kapitalistische neergang en aftakeling, wat geen ruimte laat voor hervormingen die langere tijd standhouden zoals in het verleden. Het zijn reformisten zonder blijvende hervormingen. Ze zien hun programma als een manier om het kapitalisme te hervormen om een einde te maken aan de neoliberale fase en een meer menselijke marktvorm in te voeren. Linkse commentatoren zoals Paul Mason in Groot-Brittannië verkondigen dit expliciet. Het zal maken dat de nieuwe linkse leiding snel ingaat tegen de aspiraties en de hoop van de massa’s eens ze aan de macht komen en botsen op de beperkingen en de crisis van het kapitalisme. Dit bleek erg duidelijk in Griekenland met het verraad van Tsipras. Het heeft ertoe geleid dat hij nu geprezen werd door Trump na zijn bezoek aan de VS en de aankondiging van zijn regering dat hij militaire gevechtsvliegtuigen in de VS zou kopen! De hoop die ontwikkelde in de Duitse SPD over een mogelijk herstel onder leiding van Schulz die ‘een Corbyn zou doen’, verdween al gauw toen hij elke verwijzing naar een linkse bocht achterwege liet. Pedro Sanchez en de beweging die rond hem ontstond in de Spaanse PSOE botste tegen de muur van de massabeweging in Catalonië. De mogelijkheid van een radicalisering en splitsing in PSOE lijkt hierdoor verloren te zijn.

De neergang van de sociaaldemocratie is natuurlijk niet uniform en er zijn uitzonderingen. Zoals we eerder uitlegden was er een grote toename van steun en lidmaatschap van Labour omwille van de ontwikkelingen rond Corbyn. De Portugese PS blijft op dit ogenblik relatief populair. Het wordt aan de macht gehouden door het Links Blok en de Communistische Partij. De PS zet de besparingen door, maar veel selectiever. Samen met het idee van een beperkte economische groei geeft dit het gevoel dat we ‘ten minste niet kapot gedrukt werden zoals de Grieken.’ Deze sfeer kan snel veranderen, zeker bij een hernieuwde economische crisis of meer besparingen door de regering.

Vooruitgang van extreemrechts

Het CWI erkent de dreiging van groeiende steun voor extreemrechts in een aantal landen. Vaak gebeurde dit op basis van rechtse populistische ideeën, soms, zoals in Frankrijk, door de traditionele voorstellen van de socialistische linkerzijde in te pikken om stemmen te winnen. Het Duitse AfD hield de meest neoliberale maatregelen uit zijn programma bewust op de achtergrond.

De AfD is nog niet de politiek geconsolideerde kracht die het kan worden, zoals het Vlaams Belang in België of het Front National in Frankrijk. Dergelijke partijen zijn echter beperkt in hoever ze kunnen gaan en komen snel in crisis als er obstakels of nederlagen zijn. Dit was het geval met het FN na de recente presidentsverkiezingen. Bij afwezigheid van krachtige massale arbeiderspartijen kan het bestaan van dergelijke partijen permanent of semi-permanent zijn in Europa. Dit zien we met het FPÖ in Oostenrijk waartegen nieuwe massale partijen van de arbeidersklasse nodig zijn. Het feit dat de FPÖ 59% van de stemmen haalde onder de arbeiders, is een uitdrukking van de bestaande vervreemding en de bekommernissen onder deze laag na de vluchtelingencrisis.

De krachten van het CWI spelen een cruciale rol in de strijd voor de verdediging van de rechten van migranten, in het verzet tegen racisme en in de strijd voor arbeiderseenheid waarmee ook de angsten en bekommernissen van veel werkenden worden beantwoord. De dreiging van extreemrechts kan ook tot grote bewegingen, zeker onder jongeren, leiden. We zagen dit in Duitsland na de verkiezingen. Maar ook de betoging met 20.000 aanwezigen in Göteborg tegen de fascistische NMR, een betoging waar de Zweedse CWI-afdeling Rättvisepartiet Socialisterna een grote rol speelde. Zweden bleef relatief gevrijwaard van de economische crisis van 2007/08. Maar de constante politieke herschikkingen en verschuivingen en de toename van vastberaden sociale strijd, zijn indicaties van de komende onrust.

Het aan de macht komen van rechtse, populistische nationalistische partijen in een aantal landen van centraal en oostelijk Europa is een waarschuwing voor de dreiging die van deze krachten kan uitgaan. De extreme nationalistische retoriek en bonapartistische maatregelen van de regerende ‘Orde en Rechtvaardigheidspartij’ in Polen zijn er voorbeelden van. De aanvallen op democratische rechten en pogingen om het gerecht aan te pakken, hebben er geleid tot tegenreacties. Tegelijk voerde de regering een aantal sociale hervormingen door op vlak van kinderbijslag, een minimum uurloon en de belofte om de pensioenleeftijd naar beneden te halen. Daarmee behoudt de partij een zekere steun onder de werkenden. Het regeringsbeleid heeft echter ook geleid tot protest en strijd. De eerste protestacties tegen de voorstellen om de controle op het gerecht te vergroten, kwamen van de kleine linkse krachten rond Razem en de vakbondsfederatie OPZZ.

In Tsjechië hebben de rechts-populistische miljardair Asrej Babis en zijn ANO-partij de verkiezingen gewonnen met de belofte van belastingverlagingen, meer investeringen en beperkingen op migratie.

Frankrijk

De groeiende oppositie tegen Macron in Frankrijk toont hoe tijdelijk en onzeker de verkiezingsoverwinningen van burgerlijke kandidaten in deze periode zijn. Macron won de verkiezingen, maar werd slechts gesteund door 25% van de stemgerechtigden. In de parlementsverkiezingen haalde zijn partij REM amper 15% in de eerste ronde. Op enkele maanden tijd is de populariteit van Macron verder de dieperik ingegaan naarmate hij harde besparingen, aanvallen op de arbeidswet en belastingcadeaus voor de rijken aankondigde.

Macron heeft bonapartische vormen aangenomen: hij riep het parlement in Versailles bijeen voor zijn eedaflegging. Zoals in andere landen heeft de Franse heersende klasse meer elementen van parlementair bonapartisme opgenomen. De arbeidswet werd met een presidentieel decreet aangenomen zonder stemming in het parlement. Ook Theresa May nam gelijkaardige methoden aan door stemmingen te vermijden of deze te negeren.

Op vier maanden tijd nam de afkeer van Macron toe tot 57% van de bevolking terwijl diegenen die hem positief inschatten nog maar met 15% zijn. Het is de grootste daling van populariteit sinds Jacques Chirac in 1995. Macron is nu minder populair dan zijn voorganger François Hollande. Er bestaat een potentieel explosieve situatie in Frankrijk. Het kwam tot uiting in stakingen en protestacties. Ook Force Ouvrière (FO) en CFDT moesten door druk van onderuit tot stakingsacties overgaan.

Zoals in andere landen waren de vakbondsacties het resultaat van massale druk van de werkende klasse, maar er was geen ernstige strategie of een strijdplan om de draconische wetten van Macron te bestrijden. De vakbondsleiding vormt in de meeste gevallen een rem op de arbeidersbeweging in Europa. Veel vakbondsstructuren zijn leeggelopen en de bureaucratie slaagt er niet in om nieuwe lagen van werkenden te organiseren in sectoren waar er veel jongeren zijn. De organisatie van deze nieuwe laag van jonge werkenden is geen eenvoudige kwestie en het wordt bemoeilijkt door de vele tijdelijke en onzekere contracten waarbij velen tot twee of drie jobs veroordeeld zijn. Maar het is wel een van de cruciale taken voor de arbeidersbeweging en het CWI.

Onrust in Ierland en economisch ‘herstel’

De ontwikkeling van syndicale strijd in Ierland de voorbije periode bevat belangrijke lessen. Tegen de achtergrond van een minderheidsregering van FG en onafhankelijken, van buitenaf ondersteund door FF, waren er belangrijke strijdbewegingen, in het bijzonder in de transportsector. Er was in de praktijk een algemene staking van het personeel bij het openbaar vervoer in Dublin. Er waren ook strijdbewegingen in het onderwijs en andere sectoren. Deze acties vonden plaats tegen de achtergrond van een zeker economisch herstel dat sterk benadrukt werd door de regering als bewijs van de noodzaak van besparingen in het verleden. De conclusie van veel werkenden was dan ook onvermijdelijk dat het einde van de crisis betekent dat ze hun deel van de koek willen. Een gelijkaardig proces zagen we in Slovenië en Slovakije. In Griekenland was er de afgelopen 12 maanden een beperkte groei van het BBP met 1,5 tot 2%. Dit leidde tot een beperkte daling van de werkloosheidsgraad van 25 tot 21%. Een laag van werkenden hoopt dat dit het einde van de crisis inluidt. Tsipras speelt op die wanhoop in om een zekere steun te heroveren. Op dit ogenblik is de economische ‘groei’ niet voldoende om een heropleving van arbeidersstrijd te veroorzaken. Dit ‘herstel’ volstaat bijlange niet om de val van het BBP met meer dan 30% tijdens de crisis op te vangen.

Dit was een belangrijk element in de schitterende overwinning van de Ierse kameraden in de kwestie van de waterbelasting, een belasting die gezien werd als een uithangbord van het besparingsbeleid. De massamobilisaties en de niet-betalingscampagne waarin onze kameraden een leidinggevende rol speelden, leidde tot een grote nederlaag voor de Ierse heersende klasse. Dit werd versterkt door de overwinning van onze kameraden in de pogingen om de activisten van Jobstown via het gerecht te veroordelen. Deze overwinningen waren een factor in het versterken van het vertrouwen van lagen van werkenden om in actie te gaan. Tegelijk is er in Ierland een revolte rond sociale thema’s zoals het homohuwelijk en nu de beweging voor het recht op abortus en het intrekken van het 8ste amendement op de grondwet (waarmee abortus verboden wordt). In veel landen komen vrouwen, in het bijzonder jonge vrouwen, in actie tegen de vaststelling dat er wel formele gelijkheid is, maar dat hun leven en toekomst bepaald wordt door besparingen en aanvallen op reproductieve rechten die onder vuur liggen vanwege de conservatieve regeringen. Het is echter niet mogelijk om zomaar de klok terug te draaien, aanvallen op vrouwenrechten leiden tot protest zoals de beweging in Polen en het #metoo fenomeen. We komen daarin tussen en namen initiatieven in verschillende landen, waarbij we een belangrijk rol in deze strijd spelen door niet alleen vrouwen te organiseren maar ook te strijden voor een socialistisch programma waarbij dit protest verbonden wordt met de arbeidersbeweging.

Dergelijke thema’s kunnen belangrijk zijn voor strijd, zeker onder jongeren. We zagen dit ook in het protest tegen de pogingen van de Poolse regering om abortusrechten aan banden te leggen. Het leidde tot massaprotest dat de regering een nederlaag bezorgde. Deze beweging werd gevolgd door een strijd in het onderwijs waar de regering eveneens toegevingen moest doen. We moeten in dergelijke bewegingen tussenkomen met een klassenstandpunt waarbij we het verbinden met de strijd tegen het kapitalistische establishment en de noodzaak van een socialistisch alternatief.

De schokken van de voorbije periode – Brexit, Catalonië en de groei van het AfD in Duitsland – zijn indicaties van grotere schokken in Europa in de komende periode. Deze zullen elementen van revolutie en contrarevolutie omvatten, zoals we al zagen. Door het toepassen van flexibele en stoutmoedige tactieken en initiatieven kan het CWI in Europa stappen vooruit zetten en werkenden en jongeren op het terrein van politieke en syndicale strijd bijstaan in het trekken van de nodige conclusies rond de taken en het programma waarmee we het kapitalisme kunnen verslaan.

Print Friendly, PDF & Email