Spanje: Sanchez haalt het in de voorrondes van de PSOE

Heersende klasse schiet zichzelf in de voet

Pedro Sanchez haalde een overtuigende overwinning in de voorverkiezingen binnen de sociaaldemocratische PSOE. Met een historische opkomst van 80% van de leden haalde Sanchez 50%. De kandidaat van de rechtse leiding, Susana Diaz, moest het doen met 40% en Patxi Lopez haalde 10%. De overwinning van Sanchez is goed nieuws voor al wie ingaat tegen de conservatieve rechtse regering en deze zo snel mogelijk wil neerhalen.

Standpunt van het Uitvoerend Bureau van Izquierda Revolucionaria

Deze overwinning van Sanchez is de grootste interne nederlaag ooit voor de bureaucratische leiding van Felipe Gonzalez en zijn kliek van regionale ‘PSOE-baronnen’ die een machtsgreep tegen Sanchez uitvoerden. Het is bovendien een duidelijk signaal van de PSOE-leden tegen de strategie van de burgerij om de regeringsstabiliteit in Spanje centraal te stellen.

De onthouding van parlementsleden van PSOE was beslissend om een nieuwe regering-Rajoy op de been te krijgen. Het betekent in de praktijk een grote coalitie tussen conservatieven en sociaaldemocraten. Deze strategie was erg betwist onder de leden van de partij. Na het onverwachte resultaat van Sanchez staat de heersende klasse voor een nieuwe vraag: wat nu? Velen lijken voorstander van een splitsing van PSOE.

Vernederende nederlaag voor de leiding en voor de burgerij

Het resultaat van de voorverkiezingen is een vernederende nederlaag voor de bureaucratie die Sanchez de voorbije maanden zo hard heeft aangevallen. Sanchez haalde het in alle regio’s, behalve Andalucia waar Diaz won en Gipuzkoa en Biscaya waar Lopez de meeste stemmen haalde.

Sanchez haalde 10% en 15.000 stemmen meer dan Diaz, ook al haalde Diaz 6.500 nominaties meer dan Sanchez. Diaz haalde 1.000 stemmen minder dan haar aantal nominaties. Sanchez haalde meer dan 20.000 stemmen meer dan zijn aantal nominaties. Sanchez haalde het in 36 provincies, Diaz won enkel in de 12 provincies van Andalucia, naast Avila, Badajoz, Cuenca en Huesca. Sanchez haalde 82,4% in Catalonië, 71% op de Balearen, 70,5% in Cantabria en 70% in Navarra. Hij haalde 65% in Galicië, 63% in Valencia en 49,5% in Madrid.

Zelfs in regio’s geleid door ‘baronnen’ die vijandig staan tegenover Sanchez haalde hij mooie overwinningen. Het is significant dat de ergste nederlagen van Diaz in Catalonië, Baskenland en Galicië waren, regio’s met een historisch nationaal conflict. De Spaans nationalistische campagne van Diaz werd er zwaar afgestraft.

Het succes van Sanchez is een zware slag voor het partij-apparaat dat de leden niet kon overtuigen, ondanks heel wat druk. Felipe Gonzalez, José Rodríguez Zapatero – alle historische leiders die de partij tot deze diepe crisis gebracht hebben, haalden constant uit met verwijten en aanvallen op Sanchez. Ze noemden hem de “kanker van de PSOE”, “duikboot van Podemos”, “separatist tegen de eenheid van Spanje”, … Deze verwijten werden door alle gevestigde media overgenomen. Maar het kwam als een boemerang terug.

Zoals bij het congres van Podemos in februari werden de pogingen van de burgerij en hun woordvoerders in de media beantwoord door de basis. De nederlaag van Iñigo Errejón in Podemos was een nederlaag voor de pogingen om Podemos aan de controle van de burgerij te onderwerpen zodat het volgzaam de belangen van de kapitalisten zou verdedigen. De nederlaag van Susana Diaz in PSOE is nu nog een zwaardere slag.

PSOE is een steunpilaar van het kapitalistische “regime van 1978.” De partij leidde regeringen die de productieve Spaanse economie omvormden in het belang van het grote kapitaal. Felipe González werd een betrouwbare dienaar van de heersende klasse die alle imperialistische avonturen steunde, de arbeidswet hervormde, de pensioenen afbouwde en ook het onderwijs hervormde. De conservatieve PP kon de afgelopen jaren gewoon verdergaan op wat PSOE eerder deed. González heeft de publieke industriële basis vernietigd, bedrijven geprivatiseerd en strategische sectoren aan de oligarchie geschonken om winsten te maken, ook al ging dit ten koste van honderdduizenden degelijke jobs.

González was een pionier van de invoering van onzekere jobs met lage lonen. Hij deed beroep op staatsterreur om de ETA in Baskenland te verslaan en voerde repressieve wetgeving in om de democratische rechten en nationale aspiraties van de Basken de kop in te drukken. Daarmee legde hij de basis voor Spaans nationalisme. Hij ontwikkelde tal van politieke en persoonlijke banden met de elite, stimuleerde corruptie en zorgde ervoor dat PSOE-politici in de raden van bestuur van verschillende multinationals kwamen. Bovendien vocht hij tegen de meer consequente elementen in de socialistische partij: hij leidde een golf van uitsluitingen tegen dissidenten. Hij was de onbetwiste kopman van de rechtse bocht van PSOE in dezelfde zin als Blair en de rest van de internationale sociaaldemocratie.

De nederlaag van Susana Diaz is dan ook meer dan een beetje vervelend voor dit arrogante en corrupte partij-apparaat. De burgerij had veel hoop gevestigd in haar controle op PSOE en de steun van die partij voor haar agenda van besparingen. Zelfs indien de prijs die moet betaald worden een splitsing van de partij is, dachten ze dat een overwinning mogelijk was en dat Sanchez zou afsplitsen. Deze plannen mislukten. De herneming van het sociaaldemocratisch beleid uit Frankrijk en Griekenland leidde tot een opstand van de basis. Dit doet denken aan de groei van de socialistische linkerzijde onder leiding van Francisco Largo Caballero in oktober 1934.

Lessen uit de geschiedenis

Deze analogie werd door de rechtse PSOE-leiding gebruikt als een dreigement, als een waarschuwing voor de gevolgen indien Sanchez verkozen raakt. Ze waarschuwden dat de instabiliteit van het systeem nog zou toenemen. De historische vergelijking moet met de nodige voorzichtigheid gemaakt worden. De Spaanse klassenstrijd heeft nog geen prérevolutionair scenario aangenomen. Maar er zijn wel enkele gelijkenissen die interessant zijn.

De crisis van de Spaanse sociaaldemocratie is onderdeel van een algemeen internationaal proces als gevolg van de fusie tussen de sociaaldemocratie en de heersende klasse en het aanvaarden van de neoliberale maatregelen die in de periode van economische groei werden genomen. De neergang van de sociaaldemocratie in alle westelijke landen en in Latijns-Amerika werd versneld door de grote recessie in 2008.

De neergang van de Europese sociaaldemocratie in de jaren 1930 was doorgaans veroorzaakt door gelijkaardige factoren: de economische ineenstorting begon met de crash van 1929, er was een crisis van legitimiteit van de burgerlijke democratie, een verarming van de middenklassen en een politieke en sociale polarisatie waarbij miljoenen werkenden en jongeren naar links opschoven, maar waarbij er ook een groei was van fascistische organisaties die een belangrijk deel van de traditionele basis van de rechterzijde overnamen.

In het actuele Spanje is er een polarisatie, een crisis van de burgerlijke democratie, een uitbarsting van een corruptiecrisis in de belangrijkste burgerlijke partij, een verscherping van de nationale kwestie, … Dit doet denken aan de situatie na de uitroeping van de Tweede Republiek in de jaren 1930. Er zijn natuurlijk verschillen, heel belangrijke zelf, maar het is belangrijk om de fundamentele dynamiek van de gebeurtenissen te begrijpen. De evolutie van de belangrijkste politieke spelers toont gelijkenissen.

Largo Caballero had een reputatie als leider van de meest rechtse reformistische fractie in PSOE. Hij werd politiek gevormd in de laatste periode van de leiding van Pablo Iglesias Posse, op een ogenblik dat de eerste voortrekker van het Spaanse socialisme een politiek van klassencollaboratie voerde waarbij hij “geleidelijke” verandering pleitte. Caballero nam verschillende functies binnen PSOE en de vakbond UGT in, waarbij hij nauw samenwerkte met Julian Besteiro en zich actief verzette tegen de integratie van PSOE in de Derde Internationale. Zijn reformisme leidde zelfs tot deelname aan het parlement van dictator Primo de Rivera op een ogenblik dat de belangrijkste vakbondsfederatie in het land, de CNT, brutaal onderdrukt werd en de jonge krachten van de Communistische Partij noodgedwongen clandestien moesten werken.

Dezelfde Caballero die minister van Werk was in de republikeins-socialistische coalitieregering na 14 april 1931 zag hoe rampzalig de sociaaldemocratische koers was. PSOE probeerde om de cirkel vierkant te maken: progressieve hervormingen zonder met de logica van het kapitalisme te breken, betekende in de praktijk het doorvoeren van hetzelfde kapitalistische beleid en een confrontatie met de eigen sociale basis. De linkse radicalisering van de basis van de sociaaldemocratie, die het beu was om altijd bedrogen te worden met een retoriek die tot geen enkele verandering leidde, en de angst voor een verdere vooruitgang van de reactie en het fascisme, overtuigden Largo Caballero ervan om terug te kijken naar een consequent socialistisch programma en zelfs naar elementen van het marxisme.

Caballero slaagde er niet in om PSOE om te vormen tot een massale marxistische partij. Maar zijn rol en vooral dat van zijn aanhangers was van beslissende aard om te vermijden dat het fascisme bijna zonder verzet aan de macht kon komen, zoals eerder het geval was in Duitsland en Italië. Als de PSOE-leiders vandaag de figuur van Largo Cabellero aanvallen, dan zegt dit vooral veel over welke partij deze elementen willen behouden.

De rol van individuen in de geschiedenis is belangrijk en werd nooit ontkend door marxisten. Veel politieke leiders weerspiegelen de verschillende klassenkrachten die in opgang of neergang waren, of gebeurtenissen die de veranderingen weerspiegelden. Felipe González, Blair, Crasi, Papendreu en tal van andere soortgelijke leiders weerspiegelden de nederlagen van de arbeidersklasse en de jongeren in de grote strijdbewegingen van de jaren 1970, de groei van de economie en de val van het stalinisme. Al deze factoren vormden de basis voor een scherpe bocht naar rechts in de traditionele arbeidersorganisaties, de sociaaldemocratie en verschillende communistische (stalinistische) partijen, maar ook in de vakbonden. Het was een wereldwijd fenomeen met een oorsprong in de nederlaag van de arbeidersklasse die leidde tot een sterke ideologische terugtocht van de linkerzijde met tal van rechtse marktideeën die ook onder de linkerzijde opgang maakten.

Maar de mol van de geschiedenis bleef graven. Wat op een triomf van het kapitalisme leek, werd al gauw het tegenovergestelde. De aardbeving in het systeem met de economische crisis heeft alles overhoop gegooid. Zoals in de jaren 1930 leidde het tot politieke instabiliteit met een impact op alle traditionele vormen van burgerlijk bewind en leidt het tot crisis in de organisaties waarop de politieke stabiliteit gebaseerd was.

Het einde van het tweepartijenstelsel in Spanje is het gevolg van de economische recessie en de ellende voor miljoenen werklozen, de sociale afbraak, de opmars van precaire arbeidsomstandigheden en de algemene verarming. Maar het belangrijkste is dat de krachtsverhoudingen veranderd zijn en dat miljoenen werkenden, jongeren en delen van de middenklasse naar links kijken voor een antwoord op de onhoudbare situatie.

Deze veranderingen in de objectieve situatie en in het bewustzijn van de onderdrukten, is wat leidt tot de crisis van de sociaaldemocratie en de opkomst van formaties als Podemos, France Insoumise, Jeremy Corbyn in de Britse Labour partij en Syriza. Het is ook de reden voor de overwinning van Sanchez.

We willen wat gebeurd is niet minimaliseren. Wat Pedro Sanchez nu doet, is een breuk met wat hij de voorbije jaren deed. Hij begon als een marionet van het apparaat maar werd iemand die de aanvallen van González en alle arrogante lokale baronnen van de partij onderging. Hij nam noodgedwongen ontslag maar bleef vasthouden aan zijn verzet tegen de machtsoverdracht aan Rajoy. Hij ging de strijd niet uit de weg, maar ging die aan, ondanks de enorme obstakels en het verzet van de media die er alles aan deden om hem volledig af te maken. Sanchez deed een oproep aan de leden en baseerde zich op hen waarbij hij mobiliseerde rond een duidelijk idee: PSOE opnieuw omvormen tot een linkse partij die onafhankelijk is van de PP. Het leverde hem geen windeieren op. Sanchez heeft nu een autoriteit onder de partijleden en de kiezers die veel groter is dan gelijk welke andere partijleider. Hij heeft de sympathie van heel wat werkenden en jongeren die voor Podemos stemden.

Sanchez moet bocht naar links doorzetten en eenheidsfront met Unidos Podemos vormen

Het editoriaal van dagblad El Pais op 22 mei beschreef de vooruitzichten van de heersende klasse en de rechterzijde van PSOE indien Sanchez het haalt: oorlog, oorlog, oorlog. Om helemaal duidelijk te zijn een citaat uit deze verklaring:

“De overwinning van Pedro Sanchez in de voorverkiezingen van PSOE plaatst de partij in een van de moeilijkste momenten uit haar lange geschiedenis. De terugkeer als algemeen secretaris van een leider met een geschiedenis die zo gekenmerkt werd door electorale nederlagen, interne verdeeldheid en ideologische bochten kan enkel maar verontrustend zijn. De programmatorische en organisatorische voorstellen van Sanchez zijn een samenvatting van andere ervaringen, van Brexit tot het Colombiaanse referendum, tot de overwinning van Trump waar emoties en verontwaardiging het haalden op de rede, argumenten en feiten. Spanje kent een eigen populistisch moment. En het kent dit in een partij die zo belangrijk is voor de regeerbaarheid van ons land. Hetzelfde gebeurde de voorbije maanden met het Franse socialisme dat op het punt staat om te verdwijnen onder de radicaal Benoît Hamon. Een gelijkaardige ramp dreigt in de Britse Labour partij onder leiding van de populist Jeremy Corbyn. Het is een illusie te denken dat PSOE geen gelijkaardig risico loopt. In alle gevallen heeft de demagogie – zoals bij Podemos en Trump – van de ‘basis tegen de top’ het gehaald op de waarheid, verdiensten en de rede. Jammer genoeg zal het project van Sanchez, dat door niemand die de erfenis van 22 jaar PSOE-regeringen of enige significante regionale macht meedraagt wordt verdedigd, de partij verder op weg zetten naar een nog grotere uitdieping van de reeds grote interne crisis.”

Voor dagblad El Pais is Pedro Sanchez publieke vijand nummer één geworden. Met tal van leugens en laster wordt hij op dezelfde voet geplaatst als Trump, Brexit, Pablo Iglesias en Podemos: het is allemaal populisme! Het blijft schokkend om te zien dat redacteurs met een lange staat van dienst regelmatig dergelijke nonsens uitkramen, maar het weerspiegelt hun wanhoop nu ze niet meer kunnen doen wat ze willen. De redacteurs worden geconfronteerd met een situatie waarin hun voorspellingen steeds weerlegd worden en waarin de bevolking zich keert tegen wat volgens deze redacteurs de “waarheid, verdiensten en de rede” vormt. De kranten beginnen eenzelfde wanhoop en klassenhaat te tonen als hun broodheren van de grote bedrijven.

Het leidt weinig twijfel dat de heilige alliantie van kapitalisten, het rechtse partij-apparaat en de gevestigde media elke gelegenheid zullen aangrijpen om Pedro Sanchez te vernietigen. Ze probeerden dit eerder ook met Pablo Iglesias en in Groot-Brittannië gebeurt het met Jeremy Corbyn. Voor Sanchez is de strategie dan ook erg belangrijk.

“Eenheid” met het rechtse partij-apparaat levert Sanchez enkel een voordeel op als hij politiek zelfmoord wil plegen en alles wat hij bereikte overboord wil gooien. Er is geen mogelijkheid van verzoening met de ‘baronnen’ als hij een echt links beleid wil voeren, de besparingen wil stoppen en de PP uit de regering wil zetten. Sanchez moet verduidelijken dat hij geen akkoord zal sluiten of zelfs maar beperkte toegevingen zal doen aan deze rechterzijde. Elke opening naar hen toe is zoals het plaatsen van een touw rond de eigen nek. De vleugel rond Patxi Lopez is niets anders dan een Trojaans paard van het partij-apparaat om Sanchez te neutraliseren. Zoals Sanchez in de campagne uitlegde, was Lopez onderdeel van hetzelfde project als het apparaat.

Sanchez moet zich baseren op de kracht van de leden en het enthousiasme dat hij teweegbracht binnen en buiten de partij. Op deze basis kan hij zijn programma uitwerken. Dat moet bestaan uit een volledig verzet tegen de besparingen en de aanvallen op onze democratische rechten. Sanchez moet gaan voor een politieke alliantie met Unidos Podemos (de electorale coalitie van Podemos, Izquierda Unida en anderen) om de PP zo snel mogelijk van de macht te verdrijven.

De opstelling van Susana Diaz en de regionale baronnen tegenover de motie van wantrouwen van Unidos Podemos was schandalig. Ze plaatsten zich aan dezelfde kant van de barricaden als de PP en maakten duidelijk dat ze de corrupte en asociale regering verder blijven steunen. Het is belangrijk dat Sanchez zich bereid verklaart om het initiatief van Unidos Podemos te steunen en zijn positie bijstuurt, of toch minstens bereid is om een nieuwe motie van wantrouwen te onderhandelen zoals voorgesteld werd door Pablo Enchenique van Podemos. Dat is wat de leden en de volledige linkerzijde verwacht en hoopt.

De grote mobilisatie van Unidos Podemos op 20 mei met tienduizenden betogers op de Puerto del Sol (een centraal plein in Madrid) was het beste bewijs dat de voorwaarden om de conservatieve regering te stoppen op straat gezocht moeten worden en niet in het parlement. We moeten gaan naar eenzelfde sfeer van sociale opstand als die tussen 2011 en 2014, we moeten de sfeer van de ‘indignados’ terugvinden en gaan naar massamobilisaties met onder meer een algemene staking om het ontslag van Rajoy te eisen.

Sanchez moet begrijpen dat hij geen minuut ademruimte zal krijgen. Als hij zijn beloften wil waarmaken, moet hij een stevige basis van steun opbouwen in alle afdelingen van de partij, breken met de politieke cultuur die van PSOE een steunpilaar van kapitalistische stabiliteit heeft gemaakt. Hij moet terugkeren naar een socialistisch programma, dat enkel marxistisch kan zijn. Het blijft afwachten of Sanchez deze weg zal opgaan in de confrontatie met een partij-apparaat dat er alles aan zal doen om hem opnieuw aan de kant te schuiven, desnoods door een splitsing van de partij. Een eerste test wordt het federaal partijcongres in juni.

Wat er ook gebeurt, de ontwikkelingen in PSOE maar ook de mobilisatie op de Puerto del Sol maken duidelijk dat verandering mogelijk is. Er is nood aan een sterke revolutionaire linkse organisatie om tot een andere samenleving te komen.

Print Friendly, PDF & Email