“5 van de 11 kandidaten trotskist”? De Franse verkiezingen en het marxisme

Op 14 april publiceerde de “zakelijke portaalsite” Express Live een artikel over de Franse verkiezingen onder de veeleer alarmerende titel: “Help! 5 van 11 Franse presidentskandidaten zijn trotskisten en 1 zit in de kopgroep“. Express Live is een website die het wel meer van goedkoop lokaas moet hebben in zijn titels. Geen clicks, geen inkomsten. Maar wat klopt er van de straffe bewering van de site? Reactie door Peter Delsing. 

Express Live liet zich inspireren door een naar sensatie hengelend artikel van de Franse journalist Marc Sylvestre. Sylvestre ziet bij bijna de helft van de Franse presidentskandidaten de erfenis van de Russische marxist Leon Trotski opdoemen. Is die invloed echt aanwezig?

Wat PS-kandidaat Benoit Hamon en de exotische Jacques Cheminade met de Russische revolutie van 1917 te maken hebben, is niet helemaal duidelijk. Het verband zal hen zelf vermoedelijk ook wel ontgaan. De programma’s van deze figuren geven weinig aanleiding bij de burgerij om voor haar kapitaalbezit te vrezen. Hamons eisen voor een “Europees investeringsplan” om jobs te creëren, een “Europees minimumloon” en weigering van asociale vrijhandelsakkoorden zijn terecht. Dat wil zeggen: als de neoliberale EU geen excuus wordt om in Frankrijk zelf niets te doen. Op veel vlakken is dit linkse programma een kopie, of zelfs een doorslagje, van de voorstellen van Jean-Luc Mélenchon.

Maar wie gelooft dat Hamons zo’n programma zou realiseren, na de faliekante neoliberale regeerperiode van PS-president Hollande? Die was zelfs zo desastreus, denk aan de blijvende schande van de massawerkloosheid (meer dan 10%) en de doorvoering van flexibilisering op de arbeidsmarkt (de wet-El Khomri die o.a. gaten sloeg in de officiële 35-urenweek, op vraag van de patroons), dat Hollande zich zelf niet meer kandidaat stelde! Dat is ongezien. De sociaaldemocratische PS geniet stilaan evenveel aanzien als Pasok in Griekenland, de weggeveegde Pvda in Nederland, of de gehate Labour Party in Ierland. De cynische neoliberale tegenhervormingen hangen als een doodsklok rond de hals van de Europese “sociaaldemocratie”. Reformisme zonder positieve sociale hervormingen, wel integendeel, wordt in een periode van crisis ongenadig afgestraft.

Dan zijn er nog 3 andere kandidaten die Express Live met het “trotskisme” verbindt: Jean-Luc Mélenchon van de massaal gedragen campagne France Insoumise, het fenomeen van deze verkiezingen; Philippe Poutou van de NPA en Nathalie Arthaud van Lutte Ouvrière. Heeft de website hier een punt? Verdedigen deze politici een breuk met het bestaande systeem van uitbuiting, racisme en groeiende armoede? Gebruiken ze dezelfde methodes als diegene die in de Russische revolutie werden gebruikt? En waarom zou dat de manier zijn om de maatschappij te veranderen? Is er geen tussenweg mogelijk, een modernisering van linkse ideeën, waarbij de rijken betalen zonder het private bezit van de bedrijven uit hun handen te nemen?

Mélenchon creëert indrukwekkende beweging

Werkende mensen en jongeren hebben de buik vol van de holle nietszeggende praatjes van de meeste politici. Een gezonde dosis ideologie – omkadering van de eisen en programmapunten – en programma kan de appetijt wekken om zelf ons lot als klasse in handen te nemen. Tijdens Mélenchons meetings spreekt hij dikwijls meer dan een uur over diverse thema’s die ons als werkenden en jongeren direct aanbelangen. Welke politicus, behalve linkse uitdagers zoals Bernie Sanders of Jeremy Corbyn tijdens hun massameetings, doet zoiets nog?

De kopman van France Insoumise spreekt geïnspireerd over de nood aan een leefbaar minimumloon, investeringen in onderwijs, het massief optrekken van de bijdrage van de superrijken (door een maximale loonspanning en verhoging van de belastingvoet voor grootverdieners die de werkende klasse uitbuiten), tegen de privatisering van de gezondheidszorg en besparingen, voor steun aan stakers in diverse bedrijven en sectoren, de overgang naar een ecologisch verantwoorde productie, massale investeringen om jobs te creëren, directe afzetbaarheid van politici die hun beloften niet nakomen of sjoemelen, het afschaffen van de verhoogde flexibiliteit van de wet-El Khomri, het via de wet afdwingen van gelijk loon voor gelijk werk voor vrouwen, het inschrijven van het recht op abortus doorheen een Grondwetgevende Vergadering die de massa’s betrekt, het uitstappen uit de oorlogszuchtige NAVO, een alternatief op de neoliberale EU, … Het is die sociale en politieke inhoud – op een scherpe en dikwijls geestige manier naar voren gebracht door Mélenchon en zijn woordvoerder Alexis Corbière – die de massale aanhang van France Insoumise verklaart.

Hoe meer Fransen zijn programma leren kennen, hoe hoger France Insoumise klimt in de peilingen. Een zelfde fenomeen deed zich voor met Bernie Sanders in de VS. Meer dan 400.000 mensen onderschreven Mélenchons kandidatuur op internet en zijn YouTube-kanaal wordt eveneens gevolgd door honderdduizenden. Linkse personaliteiten als Noam Chomski, schrijfster Naomi Klein, zelfs Amerikaanse acteurs, … roepen op om op de kandidaat van France Insoumise te stemmen. De opkomst bij de meetings van Mélenchon is vele malen groter dan die van de extreemrechtse Marine Le Pen of de “onafhankelijke” burgerlijke kandidaat Macron, die zich op meer passieve lagen in de maatschappij baseren. Helaas is dat nog geen garantie om door te stoten naar de tweede ronde. De vermeende terroristische aanslag in Parijs op de Champs Elysées enkele dagen voor de eerste ronde kan enkele procenten doen kantelen, ten voordele van het extreemrechtse FN en de burgerlijke kandidaat Macron. Individueel terrorisme versterkt de burgerlijke staat en de reactie, en heeft de neiging om massabewegingen te isoleren en naar de achtergrond te duwen.

De opkomst van de massale, enthousiaste beweging rond Mélenchon – met zijn toespraken en betogingen met tienduizenden aanwezigen, de gerichte aanvallen op de neoliberale politieke kaste, op de schreeuwende ongelijkheid, de ecologische catastrofe, de achterstelling van vrouwen, tegen de dreiging van oorlog – heeft niet alleen de hoop op verandering opgewekt bij miljoenen Fransen. Ook internationaal kijken de klassen – zowel de patroons met een bang hart, als de werkenden en jongeren op zoek naar een alternatief – naar deze ontwikkeling. Naast het rechtse populisme met zijn vulgaire racisme en flagrante verdeel-en-heers politiek is er ook een nieuwe linkse beweging die opkomt. Zoals voorspeld door het marxisme verkruimelt het politieke centrum onder de mokerslagen van de crisis en stagnatie van het kapitalisme, dat zich in een periode van uitgerekte doodstrijd bevindt. Alleen: wat is het alternatief? De sociale “Zesde Republiek” van Jean-Luc Mélenchon, of het “communisme” dat Natalie Arthaud aanhangt? Hoe kan een reële breuk met dit systeem dat geen toekomst biedt worden gemaakt?

Ultralinks isolement of een overgangsbenadering naar brede lagen van de werkende klasse?

Philippe Poutou van de Nouveau Parti Anticapitaliste (NPA) lanceerde in een TV-debat enkele mooie aanvallen op de harde neoliberaal Fillon en de extreemrechtse Le Pen. Maar zijn beweging organiseert honderden of maximaal duizenden. Vandaag kijken miljoenen werkenden en jongeren uit naar de linkse beweging rond Mélenchon. Zijn meetings trekken steevast tienduizenden aan. France Insoumise kende een steile opgang en maakt, op enkele procenten na volgens de peilingen, zelfs kans om naar de tweede ronde te gaan. Poutou en Arthaud van Lutte Ouvrière behalen samen ongeveer 2 tot 2,5% in de peilingen. Als ze hun achterban zouden oproepen om een kritische stem uit te brengen op Mélenchon zou dat het verschil kunnen maken in de eerste ronde. Maar dat doen ze niet. Willen deze sectaire organisaties vrije baan geven aan de nieuwe neoliberale aanvallen van Macron? Of de verantwoordelijkheid op hun schouders laden voor een desastreuze overwinning voor het extreemrechtse en racistische Front National van Le Pen? Dit heeft helemaal niets te maken met de ideeën en methodes van het marxisme, van Leon Trotski, of de ideeën die leidden tot de Russische revolutie van 1917.

De Russische revolutie van oktober 1917 was een breuk met het kapitalisme en het feodale grootgrondbezit. Ze vestigde, weliswaar kortstondig, een stelsel van arbeidersdemocratie met vrije verkiezingen in de bedrijven en kazernes met meerdere partijen, permanente afzetbaarheid van verkozenen, een maximale loonspanning van 1 op 4, … Dit proces werd doorkruist door het binnenvallen van meer dan 20 buitenlandse legers uit het “vrije” en “democratische” westen. In veel Europese landen bestond overigens nog geen echt algemeen stemrecht. In Rusland in de raden van arbeiders en soldaten wel. In België werd pas onder druk van de revolutionaire golf overgestapt naar algemeen enkelvoudig stemrecht, maar enkel voor mannen, in 1918.

Trotski bestreed vanaf 1923 de toenemende bureaucratisering, het onderdrukken van vrij debat binnen de Communistische Partij en het on-marxistische “socialisme in één land” van Stalin, wat de zucht naar binnenlandse privileges van de opkomende bureaucratie uitdrukte. Trotski richtte de Linkse Oppositie op om in te gaan tegen de totalitaire dictatuur van de nieuwe elite rond Stalin. Hij bekritiseerde de ideeën van klassenverzoening in de Chinese revolutie van 1925-27 van de stalinisten en hun samenwerking met vakbondsbureaucraten in Engeland die de strijd van de werkenden effectief zouden uitverkopen. Kortom: Trotski’s methodes belichaamden de verderzetting van het marxisme en de ideeën van de Oktoberrevolutie. Het stalinisme ontstond als conservatieve, rechtse en dictatoriale fractie, met de planeconomie als enige progressieve erfenis van de revolutie. Deze ontwikkeling was het gevolg van het geïsoleerd blijven van de revolutie in een cultureel en industrieel onderontwikkeld land.

Lenin en Trotski hadden, net als Marx en Engels, een gevoelige en zeker geen misprijzende benadering tegenover het heersende bewustzijn van de arbeidersklasse. Ze staken hun ideeën en programma nooit onder stoelen of banken, maar waren flexibel wat organisatorische methodes en tactieken betreft. Hun doel was steeds het door geduldige discussie en concrete campagnes winnen van een meerderheid van de werkende klasse voor socialisme.

De bolsjewieken – de Russische marxisten – verdedigden de arbeiders- en soldatenraden, de sovjets, tegen de rechterzijde, ook toen die nog in meerderheid achter de meer gematigde, reformistische stromingen stonden. Zoals in de strijd tegen de staatsgreep van Kornilov in augustus 1917. Ze boden de andere arbeiders- en boerenpartijen een eenheidsfront aan tegen de gemeenschappelijke tegenstrever – de burgerij en de tsaristische reactie – met volledige vrijheid binnen zo’n alliantie om de eigen standpunten en kritieken naar voren te brengen. Daarvoor al had Lenin in de April-stellingen opgeroepen om via de sovjets samen met de andere “socialistische” stromingen – de mensjewieken en sociaal-revolutionairen – de macht te grijpen en controle over de productie en de maatschappij te nemen. Het was het verraad van de mensjewieken en de rechtse SR’s rond de kwesties van land aan de boeren, stopzetting van de oorlog en een nieuwe democratische arbeidersstaat, gesteund door de boeren, die de meerderheid van de stemmen in de sovjets tegen eind september naar de bolsjewieken deed kantelen.

Begin jaren ’20 werden in veel landen Communistische Partijen gevormd, maar de sociaaldemocratie behield veelal nog een brede en actieve basis. In tegenstelling tot vandaag, waarbij deze partijen door deelname aan het neoliberale beleid zo goed als volledig “burgerlijke partijen” zijn geworden. De Communistische Partijen begonnen als kleine propagandacirkels, maar ontwikkelden in die revolutionaire periode snel tot kleine massapartijen met duizenden of zelfs tienduizenden leden en begonnen vakbondsstrijd te leiden. De sociaaldemocratie kon echter in veel landen nog rekenen op een massabasis van honderdduizenden of miljoenen leden, en was stevig verbonden met de vakbonden.

In de plaats van zich daarvan af te zonderen, stelde de Derde Internationale onder Lenin en Trotski voor om eenheidsfronten tussen de arbeiderspartijen – communistisch en sociaaldemocratisch – te vormen rond concrete eisen en doorheen brede acties voor betere lonen en condities. Op die manier konden de marxisten in actie de sociaaldemocratische werkenden overtuigen, meenden ze, van de nood aan een massapartij met een echt socialistisch programma. Lenin riep de marxisten in Engeland in 1920, tijdens een bijeenkomst van de Derde Internationale, ook op om gebruik te maken van de vrijheid van discussie binnen de Labour Party om als Communistische Partij lid te worden en de Labour Party kritisch te steunen in verkiezingen. En zich niet als “pure” maar inefficiënte sektaire partij daar tegenover te plaatsen en zo de meest strijdbare werkenden te isoleren van de brede lagen van de klasse. Hij riep op om op de sociaaldemocratische Labour Party te stemmen, met de nodige kritieken, zodat ze aan de macht zou komen en onder druk zou staan van een strijdbare basis die veel verder wilde gaan dan de burgerlijke leiders.

Marxisten zonderen zich niet af van de actieve, brede lagen van de werkende klasse. Ze richten zich daarop om de discussie over het meest efficiënte programma, eisen, tactieken en strategie aan te gaan. Op dezelfde manier richt de zusterpartij van LSP in Frankrijk, Gauche Révolutionnaire, zich op de massale campagne van Jean-Luc Mélenchon om suggesties te doen die de beweging kunnen vooruithelpen, te waarschuwen voor illusies en om een socialistische breuk met het kapitalisme te bepleiten. De NPA verdedigt in zijn programma het onder gemeenschapsbezit brengen van de sleutelsectoren van de economie. Dat is heel goed, maar de argumenten daarvoor horen te weerklinken in discussies binnen de massabeweging die Mélenchon creëerde. Niet erbuiten en in concurrentie ermee.

Nathalie Arthaud van Lutte Ouvrière stelde in een interview met de radiozender France Inter “als enige” het “communisme” te verdedigen. Dat doet Lutte Ouvrière vanop een politiek eiland en niet als deel van de massabeweging rond France Insoumise. Daar zou het argument moeten weerklinken dat hiermee niet een bureaucratische eenpartijstaat wordt bedoeld, maar een democratisch geplande economie en een meerpartijensysteem.

Sociale hervormingen binnen het kapitalisme?

Jean-Luc Mélenchon begon zijn politieke leven als jonge aanhanger van nog een andere trotskistische stroming, de zogenaamde Lambertisten. Ook zijn woordvoerder Alexis Corbière kreeg zijn politieke vorming in de rangen van deze organisatie. Beiden braken met deze groepering. Mélenchon werd een aanhanger van Francois Mitterand, die in 1981 president werd met de Parti Socialiste.

Werden de juiste lessen getrokken uit de ervaring met de reformistische regering van Mitterand? Dit is vandaag voor wie de neoliberale afbraak wil stoppen een belangrijke discussie. Mitterand voerde, aanvankelijk samen met de Parti Communiste, een beperkte nationalisering door van industriële bedrijven, banken en andere financiële instellingen. Naar schatting goed voor 3% van het BBP. In totaal was toen 8% van de economie “genationaliseerd” (zij het bureaucratisch en niet onder reële arbeiderscontrole). Daarnaast werden het minimumpensioen en de pensioenen in het algemeen opgetrokken, net als het kindergeld, het minimumloon, en werd de betaalde vakantie uitgebreid van 4 naar 5 weken. De werkweek ging van 40 naar 39 uren. Er werden tienduizenden jobs gecreëerd bij de overheid.

Die hervormingen waren nodig en in het belang van de werkenden. Maar aangezien de economische stimulans beperkt bleef, net als de nationaliseringen, en de verhoging van uitkeringen niet werd gekoppeld aan de overgang naar een democratische geplande economie bleef de inflatie hoog (meer dan 10%) en groeide de werkloosheid zelfs van 7,4% in ‘81 naar 10,1% in 1985. In 1981 was er een tweede olieschok die de prijzen omhoog joeg en vond er een kapitalistische wereldrecessie plaats. Aangezien Mitterand de hefbomen van de economie in private handen liet, kreeg hij de inflatie en werkloosheid niet onder controle. In 1983 maakte Mitterand – omwille van het falen van die Keynesiaanse, reformistische politiek – een drastische bocht naar een neoliberaal beleid. De lonen moesten inbinden, de investering in recent genationaliseerde bedrijven werd verlaagd en er vielen ontslagen bij de overheidsbedrijven.

Het investeringsplan in de economie dat Mélenchon vandaag voorstelt, is broodnodig om de werkloosheid te bestrijden. Er moet alles aan worden gedaan om dit plan door strijd af te dwingen. Maar zal hij de realisatie laten afhangen van goedkeuring door de Europese Centrale Bank? Zou het niet logischer zijn om dit te verbinden met de nationalisatie onder werknemerscontrole van de Franse banksector? Bovendien: als je het niet koppelt aan een mobilisatie van de massa van de bevolking voor de controle over de sleutelsectoren van de economie, als de investeringsbeslissingen in handen van het kapitaal blijven, dan kunnen dit soort stimulansplannen – Keynesiaanse vraagstimulatie – tot inflatie leiden en het idee dat “links” de economie niet kan beheren.

We denken dat het zeer nuttig zou zijn om een Grondwetgevende Vergadering van de massa’s bijeen te roepen en om permanente afzetbaarheid in te voeren van politici en leidinggevenden. Maar waarom dit niet verbinden aan een uitleg over de nood aan een democratische, socialistische maatschappij? De nood aan reële controle over de rijkdom en economie? Het belang van economische democratie in de bedrijven om echt “de pagina om te draaien” van de neoliberale afbraak? Mélenchon oogst veel succes met zijn oproepen voor een “radicale transformatie van de maatschappij” tijdens zijn meetings. Het is belangrijk om daarbij uit te gaan van een bewuste politiek van socialistisch internationalisme, aangezien de “soevereiniteit van Frankrijk” op kapitalistische basis volgens ons een illusie zal blijken te zijn.

Mélenchon wil de neoliberale EU “veranderen en als dat niet lukt verlaten.” Hij pleit voor een sociale en fiscale harmonisatie naar boven. Maar binnen een winstsysteem in crisis vrezen we dat dit niet haalbaar is. Zelfs geconfronteerd met het minimale herstelplan van het Griekse Syriza greep de EU naar de zwaarste en meest genadeloze middelen. Ze dreigde de Griekse banken droog te leggen en zo de hele economie te wurgen. Met een groot land als Frankrijk zal wellicht een andere toon worden aangeslagen. Maar we mogen niet de illusie hebben dat het kapitaal een breuk met de besparingspolitiek zal aanvaarden. Enkel een revolutionaire massastrijd kan die breuk maken. De werkenden in Europa zijn elkaars bondgenoten. We moeten opkomen voor een vrijwillige federatie van socialistische landen om de werkgelegenheid, de levensstandaard en het milieu te redden. Dit is de enige manier om een diepe crisis van het kapitalisme te vermijden wanneer de neoliberale EU onvermijdelijk uit mekaar valt.

De nood aan een democratische massapartij

In februari 2016 werden overal in Frankrijk comités van France Insoumise opgericht. Die organiseren honderdduizenden activisten. De campagne roept sympathisanten op om zelf stands te zetten op straat met het programma en ander materiaal. Los van het feit of Mélenchon de tweede ronde haalt of president wordt, zal de uitbouw van een democratische massapartij van de arbeidersklasse en jongeren cruciaal zijn. Bernie Sanders stelde in de VS die beslissing steeds uit en laat daardoor belangrijke kansen liggen. Het bestaan van een democratische, open en inclusieve massapartij in Frankrijk die de strijdbewegingen kan verenigen en richting geven, is van levensbelang om de krachtsverhouding met de heersende klasse op te bouwen. Moest Mélenchon kans maken om president te worden, dan mag de tegenstand en furie van de kapitalisten wereldwijd niet worden onderschat.

De patroons hebben niet enkel de media grotendeels in handen. Een linkse president die de rijkdom herverdeelt en de besparingspolitiek wil stoppen, zal het kapitaal raken waar het pijn doet: de winsten. Mitterand kreeg begin jaren ’80 te maken met kapitaalvlucht en aanvallen op de Franse munt. De beurzen en de Europese Centrale Bank kunnen een linkse regering onder zware druk zetten. Wat als de bazen de werkloosheid organiseren om sociale maatregelen te counteren? Een massapartij gebaseerd op vrije discussie, deelname aan de strijd in de bedrijven, scholen, wijken, etc. zal cruciaal zijn om hierop efficiënt te antwoorden. Een programma van democratische controle over de economie, de strijd voor een democratisch socialisme, zou het streven naar een “radicale transformatie” tastbaar kunnen maken, waar Mélenchons campagne zo’n frappante uitdrukking van is.