Syriza-regering daagt Europese besparingspolitiek uit

Drie weken na de verkiezingen van 25 januari vond 81,3% van de Grieken dat de regering eerder goed tot heel goed werk verrichtte. Indien er midden februari verkiezingen werden gehouden dan had Syriza, volgens een peiling van de zender Alpha TV, kunnen rekenen op 45% van de stemmen. Het zijn duizelingwekkende cijfers waar andere regeringen enkel maar van kunnen dromen. Het contrast tussen de Syriza-regering en de rest is zo scherp en opvallend dat het niet anders kan dan interesse en enthousiasme opwekken. Vandaar ook dat de operatie om de Griekse regering op de knieën te dwingen de dag na de verkiezingen op volle sterkte van start is gegaan. De weg naar een onderhandeld compromis lijkt al snel uitgesloten. De enige opties zijn de onderwerping aan de trojka of een alternatieve, socialistische weg inslaan. Dossier door Bart Vandersteene voor de maarteditie van ‘De Linkse Socialist’.

Een populaire regering die een ingaat tegen het besparingsbeleid moet zowat de ergste nachtmerrie van de Europese elite zijn. Voor hen moet Syriza mislukken. En met dit doel voor ogen zullen alle middelen die noodzakelijk blijken ook aangewend worden. Griekenland heeft middelen nodig voor haar nog steeds zieke financiële sector en om haar staatsschulden te herfinancieren. De Europese ministers van Financiën, de ECB en het IMF houden het mes op de Griekse keel. Niets minder dan een volledige capitulatie is hun eis. Niet gewoon een aantal of veel toegevingen, maar een aanvaarding dat de dictaten van de trojka, uitgewerkt in de memoranda, gedwee zullen worden gevolgd door de nieuwe regering. We spreken dan over meer privatiseringen, besparingen in openbare diensten en sociale zekerheid. Het zijn exact diezelfde recepten die Griekenland in een sociaal drama hebben gestort.

Steeds opnieuw hetzelfde doen, maar toch een ander resultaat verwachten. Volgens Albert Einstein is het de definitie van waanzin. Door veel commentatoren wordt de Europese politiek van de voorbije crisisjaren als waanzinnig omschreven. “Mijn voorkeur zou uitgaan naar de volledige stopzetting van deze gefaalde politiek van de voorbije vijf jaar,” (1) schrijft econoom Münchau in de Financial Times. Zijn de Europese leiders waanzinnig of vertegenwoordigen ze eerder een waanzinnig systeem? In het eerste geval bestaat de oplossing uit het verkiezen van niet-waanzinnigen, in het andere, op het eerste gezicht moeilijker geval, moet een strategie worden ontwikkeld om het kapitalisme naar de vuilnisbelt van de geschiedenis te verwijzen.
Syriza aan de macht als resultaat van strijd

Deze regering en zijn praktijk komen niet uit de hemel vallen. Ze is het resultaat van de diepste crisis die een West-Europees land heeft gekend sinds de jaren ‘30 en een heroïsch verzet van de bevolking tegen de dramatische besparingsprogramma’s opgelegd door de politieke en economische elite van het land en de EU.

In eerste instantie hadden de Griekse werkenden en jongeren hun hoop gesteld in de meest linkse van de Europese sociaaldemocratische partijen, PASOK. Tussen 1981 en 2009 haalde deze massapartij telkens tussen de 38 en 48% van de stemmen, in 2009 nog 43,9%. Zes jaar later is dat nog slechts 4,7%. Toen PASOK opvallender dan ooit de kant koos van de 1% rijksten werd ze definitief afgestraft en afgevoerd. De politieke horizon werd afgezocht naar een alternatief. De reden waarom Syriza in het oog sprong, was haar resolute en consequente houding tegenover de besparingspolitiek. Ze vertaalde dit in de eenvoudige ideeën dat Griekenland politici nodig had die neen durfden te zeggen tegen de dictaten van de trojka en dat een linkse regering in staat zou zijn om de verzuchtingen van de gewone Grieken te vertegenwoordigen. Met die boodschap klom ze van 4,6% in 2009 naar 16,8% in mei 2012, naar 26,9% in juni 2012, 36,3% in januari 2015 en volgens de peilingen nu rond de 45%.

Dat deze regering voorlopig ook de steun krijgt van een pak Grieken die niet voor Syriza hebben gestemd, heeft ze te danken aan het feit dat ze er alles aan lijkt te doen om haar verkiezingsbeloftes na te komen. Hoe verschillend van alles wat de Grieken en wij gewoon waren.

En die beloftes waren niet min:

– Er zou gebroken worden met de graaicultuur. De ministers vliegen inderdaad economy class, verkochten het dure wagenpark en haalden de dranghekken weg voor het parlement als teken dat het parlement geen schrik dient te hebben van de bevolking en de bevolking geen reden heeft om zich te keren tegen het parlement.
– De grote symbolen van strijd werden beloond. Op het ministerie van Financiën werden 600 door de vorige regering afgedankte kuisvrouwen terug aangeworven onder het motto dat hun werk ondergewaardeerd werd, daartegenover werden een aantal ‘experts’ van het ministerie naar huis gestuurd.
– Na maandenlang volksverzet beloofde de nieuwe regering om de enorm vervuilende goudontginning door een Canadese multinational in Halkidiki stop te zetten.
– Mensen met een betalingsachterstand op hun hypotheek kunnen niet meer uit hun huis worden gezet en de elektriciteit mag niet meer worden afgesloten.
– De werknemers van publieke omroep ERT die jarenlang strijd voerden tegen de sluiting halen hun slag binnen. De ERT gaat opnieuw open en zal beheerd worden door de structuren die de werknemers de afgelopen jaren zelf hebben opgericht.
– Het minimumloon zal terug op 751 euro worden geplaatst nadat de vorige regeringen die hadden doen dalen tot 500 euro. Dit levert een directe loonsverhoging op voor 8% van de werknemers en een opwaartse druk voor de andere lonen.
– Kinderen van migranten krijgen vanaf nu de Griekse nationaliteit.
– Afgedankte ambtenaren werden beloofd hun job terug te krijgen.

Krachtmeting met de EU

Naarmate het einde van het vorige Memorandum op 28 februari in zicht kwam, werden de onderhandelingen tussen Griekenland en de EU op het scherp van de snee gevoerd.

De nieuwe minister van Financiën Varoufakis kon niet echt rekenen op bondgenoten tijdens de vergaderingen van de Europese ministers van Financiën. België, via N-VA minister Van Overtveldt, sloot zich aan bij de hardliners die met niet minder dan een Griekse overgave naar huis wilden. Duitsland, Finland, Nederland en Oostenrijk bevonden zich tevens in deze groep, alsook de Baltische staten, Slowakije en opvallend ook de andere landen uit de periferie, Portugal, Spanje, Ierland, … Die laatsten uitten zich zowaar nog heviger in hun verzet tegen een compromis met Griekenland. Mocht Griekenland een einde kunnen maken aan de dramatische besparingspolitiek, dan zou het de politieke leiders van deze landen helemaal in hun hemd zetten. Zij die gedwee de antisociale politiek uitvoerden, zouden zich niet meer kunnen verstoppen achter het adagio dat er nu eenmaal geen alternatief bestaat. Dit wilden ze met de hete adem van Podemos in Spanje en de Anti-Austerity Alliance in Ierland in de nek kost wat kost vermijden.

De vraag was in hoeverre het establishment Syriza tot toegevingen kon dwingen. Syriza had sinds de verkiezingen van 2012 al heel wat water bij de wijn gedaan, en dus was er reden om aan te nemen dat ze voor druk gevoelig waren en voor onderhandeling open stonden. De dreiging om de Griekse overheid en de banken droog te zetten, maar vooral ook het gebrek aan een plan B voor Syriza was voldoende om nu reeds heel wat toegevingen af te dwingen.

Griekenland kreeg wel vier maanden verlenging van haar steunprogramma. Maar in ruil beloofden ze o.a. “om maatregelen van voorbije regeringen niet terug te schroeven en geen unilaterale veranderingen door te voeren aan het beleid en de structuurhervormingen die een negatieve impact zouden hebben op de fiscale doelstellingen, het economisch herstel of de financiële stabiliteit, zo bepaald door de ‘instellingen’ [nieuwe naam voor de trojka, n.v.d.r.].”

Daarmee heeft Syriza wel tijd gekocht maar is ze met handen en voeten gebonden aan een akkoord dat haar verbiedt om ook maar een van de vele fundamentele verkiezingsbeloftes waar te maken. De trojka blijft alle macht in handen houden.

Botsen op de limieten van de Europese besparingspolitiek

De andere Europese landen willen Griekenland binnen het keurslijf van de besparingspolitiek houden. Maar dat beleid staat hard onder druk. Het zorgt immers voor een langdurige periode van heel lage groeicijfers die op hun beurt nog meer besparingen noodzakelijk maken. En het is opvallend hoe de grootste verdedigers van het kapitalisme de politieke en economische leiders waarschuwen voor de gevolgen van hun politiek. In The Economist waarschuwen ze Merkel dat als ze “verder alle pogingen tegengaat die kunnen leiden tot het kickstarten van de economie en het bannen van de deflatie, ze Europa veroordeelt tot een verloren decennium dat nog slopender zal zijn als dat van Japan in de jaren 1990.” The Economist vreest dat dit tot “nog een grotere populistische reactie zal leiden in heel Europa. Dit zou het voortbestaan van de euro kunnen bedreigen en Duitsland zou hiervan de grootste verliezer zijn.”

Ook op het recente World Economic Forum in Davos werd in termen gesproken van ‘het kapitalisme redden van de kapitalisten’. Minister Varoufakis behoort tot deze categorie van economen die eerst en vooral de groei van het kapitalisme willen redden van de desastreuze neoliberale recepten. Een van zijn collega-economen, die voor de radicaal pro-kapitalistische Financial Times schrijft, gaf raad aan Varoufakis: “Mijn advies aan Yanis Varoufakis zou zijn om de geërgerde blikken en gesluierde bedreigingen te negeren en vol te houden. Hij is lid van de eerste regering in de eurozone met een democratisch mandaat om op te staan tegen een volstrekt disfunctioneel regime dat heeft bewezen economisch niet te deugen en politiek onhoudbaar te zijn. Wanneer de eurozone wil overleven binnen het huidige stelsel, dan moet dit regime gaan.”

De huidige politieke leiding van de EU legt deze raad naast zich neer. Ze houdt vast aan de logica dat een competitief Europees kapitalisme komaf moet kunnen maken met de zekerheden uit het verleden: een stabiele job aan een degelijk inkomen, sociale zekerheid en openbare diensten. Om te kunnen concurreren in deze geglobaliseerde kapitalistische wereld, zo gaat de redenering, moet in Europa de winstvoet omhoog en dus moeten de lonen omlaag. Om nog minder belastingen te vragen aan de ‘ondernemers’ moet de staat verder worden afgebouwd en de staatsschuld worden weggewerkt. De EU en de muntunie bieden voor de Europese kapitalisten het ideale instrument om via de interne concurrentie binnen de EU een neerwaartse spiraal te creëren.

Het is niet uitgesloten dat de EU onder druk van massabewegingen verplicht zal worden om het geweer van schouder te veranderen. Het succes van de beweging in Griekenland en de inspiratie die dit internationaal teweegbrengt, kan dit proces enorm versnellen. Maar wat dan? Dan worden de regels voor het begrotingstekort losser, kan er terug geïnvesteerd worden vanuit de overheid en worden de neoliberale hervormingen vertraagd doorgevoerd. Dit zal het menselijk leed een beetje verlichten, maar het biedt geen fundamentele oplossing. De impulsen die de economie ontvangt door een minder snelle daling van de koopkracht en als gevolg van de overheidsinvesteringen zullen teniet worden gedaan door een daling van de investeringen door de kapitalisten, omdat de winstgevendheid voor hen niet verbetert. Op kapitalistische basis is er geen uitweg uit deze crisis.

Probeert Syriza water met vuur te verzoenen?

In de onderhandelingen met de Eurogroep leek Varoufakis kinderlijk naïef te geloven dat zijn argumenten het zouden halen. Daardoor was de Syriza-leiding niet voorbereid op het scenario dat de EU-leiding het been tot het einde stijf zou houden. Er was geen plan B en ook de bevolking werd niet voorbereid op een plan B.

Syriza heeft in de verkiezingscampagne terecht niet gepleit om uit de eurozone te stappen. Voor een grote meerderheid van de Grieken was dit tot voor kort ook geen optie. Deze meerderheid voelde als het ware spontaan aan dat op kapitalistische basis de muntunie verlaten geen enkele stap vooruit zou betekenen, integendeel. Het Europese establishment weet ook dat de Syriza-leiding geen ander scenario voor ogen heeft dan binnen de muntunie te blijven. Daarom is ze extra onderhevig aan de enorme druk en chantage die op haar wordt uitgeoefend.

De ambities van deze regering, het vervullen van de behoeften van de bevolking, niet de banken, zijn volledig tegenovergesteld aan de spelregels en ambities van de eurozone. Daarom moet de Syriza-leiding haar basis en de Grieken voorbereiden op het scenario dat het vasthouden aan hun principes meer dan waarschijnlijk zal leiden tot een Grexit.

Binnen of buiten de EU, er zal in Griekenland geen groei komen zolang de wetten van de vrije markt en het kapitalisme gelden. Op kapitalistische basis kunnen groei en investeringen enkel plaatsvinden wanneer het voldoende winsten oplevert voor de 1%, wat onverzoenbaar is met het programma van Syriza en de noden van de 99%.

De regering kan best de bevolking voorbereiden op een serieuze confrontatie door een strategie aan te bieden die kans maakt op een overwinning. Ja, we zullen onderhandelen en de grenzen aftasten van wat we binnen de huidige verhoudingen in de EU kunnen afdwingen. We zullen ondertussen de beweging en de zelforganisatie in Griekenland en internationaal verder uitbouwen. Maar op elke dreiging om ons droog te zetten, reageren we met een offensieve tegenzet. Als reactie op de kapitaalvlucht van de 1% installeren we kapitaalcontrole. Als we dan toch zovele jaren hebben betaald voor onze financiële sector, dan kunnen we ze maar beter direct volledig in publieke handen en onder werknemerscontrole plaatsen. Zo kunnen we zonder chantage een eigen publiek investeringsprogramma financieren. Op de dreiging van de 1% om fabrieken te verhuizen of investeringen te staken en daarmee een nog groter sociaal kerkhof te creëren, reageren we met inbeslagname. De sleutelsectoren van de economie moeten beheerd worden met de doelstelling om welvaart en jobs te creëren voor de gewone bevolking, niet voor de winstmaximalisatie van een kleine minderheid. Zo’n offensief programma, op de juiste momenten vertaald in directe slogans en voorstellen, kan de meerderheid van de Grieken overtuigen om een socialistische weg in te slaan en zo de weg voor te bereiden voor een Europa van de solidariteit.

Wiens schuld?

Een recent edito in de Financial Times suggereerde dat de hoge overheidsschuld van Griekenland een quasislavenstaat maakt. “Om haar schulden te kunnen terugbetalen zou Griekenland als een quasi-slaveneconomie moeten fungeren, jarenlang een primair overschot op de begroting realiseren van 5% van het BBP, enkel maar ten voordele van hun buitenlandse schuldeisers.”

De Griekse staatsschuld hangt inderdaad als een molensteen rond de nek van de gewone Griekse bevolking. De gewone Grieken dragen hier geen verantwoordelijkheid voor. De schuld is in grote mate het gevolg van het internationale financiële casinokapitalisme in een van de meest lucratieve locaties, Griekenland. Buitenlandse banken raapten jarenlang dikke speculatieve winsten in Griekenland en verwezen de latere schulden door naar de gewone Grieken. Een ander deel van de schuld is het gevolg van een cliëntelisme dat door zowel de politieke als economische elite werd geïnstalleerd ter verrijking van zichzelf. De beruchte Olympische Spelen van 2004 hebben, dankzij de lucratieve contracten/verspilling voor bevriende ondernemers, uiteindelijk het honderdvoudige gekost (11,5 miljard euro) van het bedrag waarmee de Spelen werden verkocht aan de bevolking (123 miljoen euro).

Van het geld van de trojka is slechts 11% gebruikt om de magere staatsfinanciën te ondersteunen. De humanitaire crisis had nochtans de sociale noden enorm doen toenemen. Tegelijkertijd betaalden de 0,1% rijksten, de oligarchen, zo goed als geen belastingen. De rest van het geld van de trojka ging volledig naar de gokschulden van de haaien uit de internationale financiële sector.

De eis van de kwijtschelding van de schuld moet dan ook gekoppeld worden aan de eis dat de echte verantwoordelijken opdraaien voor de kosten van hun braspartij. Via inbeslagname van speculatieve winsten, vermogensbelastingen en het in publieke handen nemen van de financiële sector kan de samenleving zich herstellen van de aangerichte schade. Zo’n eisen zijn noodzakelijk als antwoord op de verdeel-en heerspropaganda die op volle toeren draaien, als zouden wij gewone Belgen mee moeten opdraaien voor de schulden van de gewone Grieken. Als antwoord organiseren wij internationale solidariteit met hun strijd. Want een overwinning in Griekenland versterkt ons in de strijd tegen onze besparingsregeringen.

Noten

1. Wolfgang Münchau, FT, 15 februari 2015, Athens must stand firm against the eurozone’s failed policies
2. The Economist; 31 januari 2015; Go ahead, Angela, make my day
3. Wolfgang Münchau; FT; 15 februari 2015; Athens must stand firm against the eurozone’s failed policies
4. Financial Times; 26 januari 2015; Syriza’s electoral win is a chance to strike a deal

Print Friendly, PDF & Email