Crisis in Gaza. Massale actie tegen bloedbad nodig

Volledige families worden levend verbrand. Ouders met kinderen. De wijk Shajaiya in Gaza is compleet verwoest. Sinds 8 juli zijn er meer dan 1.100 Palestijnen omgekomen in het meedogenloze inferno dat over deze belegerde, arme en dicht bevolkte strook neerdaalde tijdens de Ramadan-maand. Het suikerfeest, Eid Al-fitr, is doorgaans een feestelijke vakantie om het einde van de Ramadan te vieren. Dit jaar werd het in Gaza gekenmerkt door een van de bloedigste luchtaanvallen van deze oorlog waarbij er meer dan honderd doden vielen. Een analyse door SHAHAR BENHORIN, Socialistische Strijdbeweging (onze zusterorganisatie in Israël-Palestina).

De gemiddelde leeftijd van de 1,8 miljoen inwoners van de Gazastrook is amper 17 jaar. De massale bombardementen hebben al zowat 250 kinderen omgebracht. De meeste inwoners nemen geen deel aan de gevechten. Meer dan 6.000 mensen raakten gewond, daarnaast zijn er tienduizenden die gebukt gaan onder trauma’s. Velen verloren hun huis. Meer dan 100.000 mensen zijn intern in de Gazastrook moeten vluchten.

Het enige energiestation van de Gazastrook is geraakt en zou niet binnen het jaar kunnen heropgestart worden. Voor de oorlog zorgde dit energiestation er samen met de elektriciteit uit Israël voor dat de bevolking enkele uren per dag over elektriciteit beschikte. Zelfs dat is nu verdwenen, naast ook vernielingen aan de waterinfrastructuur en de rioleringen.

Er is geen enkele veilige plaats op de Gazastrook en de bevolking kan nergens naar toe. Iedere nieuwe ronde in het conflict wordt brutaler. Er worden scholen, ziekenhuizen en moskeeën aangevallen. Dat toont het cynisme van de Israëlische propaganda die beweert dat de burgerslachtoffers “spijtige ongelukken” zijn. Sommigen werden vermoord door “waarschuwingsraketten” die worden afgevuurd naar gebouwen die even nadien volledig plat gebombardeerd worden. Deze ‘humanitaire’ waarschuwingsmethode dient enkel als propagandamiddel om de ware aard van de staatsterreur te verbergen.

De herhaaldelijke leugens van de Israëlische regering over het feit dat het een oorlog ter ‘verdediging’ zou zijn waarbij het regime ‘geen andere keuze’ zou hebben, botsen met iedere nuchtere kijk op de krachtsverhoudingen en de volledige context van de systematische militaire en economische agressie en enorme onderdrukking van de bevolking in Gaza.

Deze propaganda wordt ook weerlegd door het relatief beperkte aantal Israëlische slachtoffers in deze oorlog. Er kwamen drie Israëlische burgers om het leven. En ook 53 Israëlische soldaten kwamen zinloos om het leven. Dat is meer dan alle dodelijke slachtoffers in Israël als gevolg van de raketaanvallen door Hamas en andere Palestijnse milities vanop de Gazastrook en dit sinds 2001.

Het Israëlische afweergeschut heeft zowat alle raketaanvallen die burgers konden raken onderschept. Het is geen toeval dat slechts één van de drie burgerslachtoffers in Israël om het leven kwam door een raketinslag en dat het bovendien om een bedoein uit het zuiden van Israël ging. Deze Bedoeïen worden het recht op bescherming ontzegd op basis van een racistisch beleid door de Israëlische overheid. Het dorp van het slachtoffer was niet formeel erkend. De inwoners ervan mogen niet bouwen of een minimale bescherming optrekken. Ze staan niet op de kaart en dus houdt het afweergeschut er geen rekening mee. De andere dodelijke slachtoffers kwamen om het leven door geschut vanop korte afstand. Eén van de slachtoffers was een Thaise migrant die verplicht moest werken in de buurt van de grens.

Het aantal Israëlische soldaten dat om het leven kwam sinds het begin van de grondinvasie op 18 juli ligt hoger dan in gelijk welke vorige militaire campagne op de Gazastrook, waaronder deze tijdens de intifadas. Dit heeft evenwel nog niet geleid tot een aftakeling van de steun voor de oorlog onder de Israëlisch-Joodse bevolking. De angst voor de raketaanvallen en mogelijke aanslagen op burgers via de tunnels van Hamas vanuit de Gazastrook leidt tot een sterk en blind nationaal-chauvinisme onder de bevolking.

De opiniepeilingen hebben vaak erg gekleurde vragen en negeren doorgaans de niet-Joodse bevolking in Israël (toch goed voor een kwart van de bevolking). Hierdoor lijkt het alsof een overweldigende meerderheid van zowat 85% tegen een vredesakkoord is en een verderzetting van de oorlog wil. Dat is meer dan wat voor de grondinvasie het geval was.

Deze reactionaire sfeer is niet alleen gebaseerd op de angst voor aanslagen, een angst waar de regering sterk op inspeelt, maar ook door een zekere wanhoop dat een vredesakkoord niet zal leiden tot meer veiligheid. Na drie weken van oorlog en bloedbad is Hamas nog steeds in staat om raketten tot in Tel Aviv en andere belangrijke bevolkingscentra van Israël af te vuren. Het is echter een waanbeeld om te denken dat een bloedbad op de Gazastrook tot veiligheid voor de Israëlische bevolking kan leiden. Deze illusie zal eens te meer doorprikt worden.

Mislukte vredesonderhandelingen

Hoe is het zo ver gekomen met deze oorlog? Er waren gedurende negen maanden formele onderhandelingen tussen Israël en de PLO (Palestijnse Bevrijdingsorganisatie). Deze onderhandelingen werden in april afgebroken na provocaties door de regering-Netanyahu. De onderhandelingsperiode werd gebruikt om de aanvallen op de Palestijnen op te voeren, daarbij vielen 61 doden in de bezette gebieden, werden honderden Palestijnse huizen verwoest en werden de Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem uitgebreid.

De belegering van de Gazastrook werd intensiever. Het vredesakkoord dat Israël na de vorige oorlog in november 2012 ondertekende, werd geschonden. Toen ging de vorige regering onder leiding van Netanyahu er uiteindelijk mee akkoord om de belegering wat te verzachten, onder meer door wat extra ruimte toe te kennen voor het vissen en voor de landbouw. Er werd met scherp geschoten tegen vissers en Palestijnen die tot op enkele honderden meter van de grens kwamen. De leiding van Hamas en Fatah werden ertoe gedwongen om uiteindelijk effectief een coalitieregering van de Palestijnse Autoriteit te vormen, waardoor formeel een einde kwam aan de twee parallelle overheden in de Westelijke Jordaanoever en op de Gazastrook.

De Israëlische leiders begonnen een campagne om Hamas uit de coalitie te krijgen en om te vermijden dat het kon deelnemen aan verkiezingen. De Israëlische regering stond internationaal steeds meer geïsoleerd, ze verloor zelfs enige steun van de bazen in Washington. Op 30 april ging Israël voor het eerst sinds het staakt-het-vuren uit 2012 over tot het vermoorden van een Hamas-activist in Gaza. Het ging om een topman van een militie. Tegelijk was er in april en mei een sterke toename van het aantal projectielen dat vanuit de Gazastrook werd afgevuurd, na een escalatie in maart (onder leiding van de Islamitische Jihad waarvan drie strijders door Israël waren vermoord). Op 11 juni was er een Israëlische poging om een agent van Hamas te vermoorden, waarbij een zevenjarige jongen zwaar gewond raakte en enkele dagen later overleed.

De volgende dag verdwenen drie Israëlische tieners in de Westelijke Jordaanoever. Ze werden nadien vermoord terug gevonden. Ze werden het slachtoffer van een kleine groep terroristen waarvan Netanyahu en co stelden dat ze banden met Hamas hadden. Een woordvoerder van de Israëlische politie verklaarde enkele dagen geleden dat de politie er niet van uitgaat dat de moord op bevel of door een officiële organisatie van Hamas plaatsvond. Dit weerhield Netanyahu er niet van om cynisch van de situatie gebruik te maken. Hij bleef steeds beweren dat Hamas verantwoordelijk was en ‘zal betalen’. Mogelijk hield hij eerdere vaststellingen dat de drie tieners dood waren verborgen van het Israëlische publiek.

Hij gaf bevel tot een militaire aanval op de Westelijke Jordaanoever en dit op een schaal die jarenlang niet meer gezien werd. Er werden verschillende betogers vermoord en honderden Palestijnse activisten werden opgepakt, waaronder leden van het parlement van de Palestijnse Autoriteit. Er werden ook 50 voormalige gevangenen opgepakt die in 2011 vrijkwamen als onderdeel van een akkoord om de vrijlating van de Israëlische soldaat Shalit te bekomen. Toen de lijken van de drie tieners werden gevonden, eisten Netanyahu en zijn omgeving ‘wraak’. Er waren racistische bendes onder leiding van neofascistische elementen die Arabische Palestijnse arbeiders en omstaanders fysiek aanvielen. Een Palestijnse jongere uit Oost-Jeruzalem werd ontvoerd en op wreedaardige wijze vermoord.

Toen de betogingen en rellen van Palestijnen in Oost-Jeruzalem en binnen Israël begonnen, gingen de verschillende milities uit de Gazastrook over tot het opdrijven van hun raketaanvallen. De gewapende vleugel van Hamas, ‘Azzadin Al-Qaasam, werd daar ook bij betrokken. De controle van de regering-Netanyahu op de nieuwe escalatie die het zelf had opgezet, begon verloren te gaan. Deze oorlog in Gaza is vooral een oorlog om het Israëlische regime en haar prestige overeind te houden. Het is een poging om wraak te nemen, tijd te winnen en de schijn te wekken dat iets aan de veiligheidsproblemen van de Israëlische bevolking wordt gedaan.

Groeiende wanhoop

De rechtse veiligheidsstrategie is echter een totale mislukking. Het belegeren van Gaza om Hamas van de macht te verdrijven en een hele reeks militaire offensieven op Gaza hebben er enkel toe geleid dat Hamas en andere milities ook militair sterker staan. Ze ontwikkelen en bezitten meer raketten. Er wordt wanhoop, dood en vernieling aangericht en daarmee wordt ook het gevaar van terroristische vergeldingsacties tegen Israëlische burgers vergroot.

Amira Hass, een van de weinige eerlijke Israëlische journalisten, leefde decennialang in de bezette gebieden en beschreef het crisisbeleid van het Israëlische regime: “Diegenen die het vredesvoorstel met twee staten van Fatah en Jasser Arafat weigerden, kregen nu Haniyeh, Hamas en BDS. Diegenen die van Gaza een strafkamp voor 1,8 miljoen mensen maakten, moeten niet verwonderd zijn dat er tunnels worden gegraven. Diegenen die de belegering en het isolement zaaien, oogsten raketaanvallen. Diegenen die gedurende 47 jaar op willekeurige wijze de Groene Lijn [de afgesproken grenzen bij de vredesonderhandelingen eind jaren 1940] overstaken, grond in beslag namen en burgers treffen met aanvallen, geweervuur en nederzettingen – welk recht hebben zij om te spreken over Palestijnse terreur tegen burgers?” (Haaretz, 21 juli)

Netanyahu moet nu halfslachtig toegeven dat het Israëlische regime niet langer belang heeft bij een poging om Hamas van de macht te verdrijven in Gaza. Ze zijn immers niet zeker welke andere krachten de plaats van Hamas zouden innemen. Er zijn al beperkte krachten die banden hebben met Da’esh (ISIS) op de Gazastrook. De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Avigdor Lieberman, riep op tot een totale militaire overname van de Gazastrook (terwijl hij in het verleden oproep om de banden volledig los te laten). Het Israëlische Veiligheidskabinet van de regering omschreef de doelstelling van de oorlog als volgt: “Het vestigen van een langere periode van rust en stabiele veiligheid in de Palestijnse gebieden, met Hamas als verantwoordelijke instantie maar militair verzwakt, aan banden gelegd in Gaza en met een economische stabilisering.”

De huidige slachtpartij in Gaza toont aan hoe de situatie in de regio verslechterd is na de spectaculaire volksopstanden van de ‘Arabische Lente’ in 2011. Toen de vorige regering-Netanyahu in 2012 overging tot een oorlog in Gaza, durfde ze niet langer dan een week oorlog voeren. Ze durfde het niet aan om een grondoffensief te starten. Enkele dagen na het begin van die oorlog trokken de ministers van Buitenlandse Zaken van Tunesië en Egypte al naar Gaza. De Israëlische regering was bang dat het vredesakkoord met Egypte op de helling zou staan en er werd ook massaprotest van de Palestijnen gevreesd. Nu krijgt het Israëlische regime de arrogante en criminele steun van de Egyptische president Sisi die de positie van Israël durft te rechtvaardigen. Samen met de internationale steun is er meer ruimte voor barbaarse acties. De huidige oorlog duur langer en is bloediger dan de verschrikkingen in 2008-2009.

Economische en sociale problemen

De oorlog wordt door deze regering ook gebruikt om de aandacht van de sociale crisis en de dieper wordende economische problemen in Israël af te leiden. Op een ogenblik van een ernstige vertraging van de Israëlische economie, gaat de regering midden de oorlog over tot voorstellen van omvangrijke privatiseringen en andere aanvallen.

Het regime gaat echter snel in de richting van een grote crisis na de oorlog. Dit bleek reeds uit de nooit geziene publieke botsingen tussen ministers op een ogenblik van oorlog. De ministers proberen elk voor zich de verantwoordelijkheid voor de enorme crisis van zich af te schuiven. Bovendien is er geen vooruitzicht op de mogelijkheid om een volledige overwinning te claimen. De regering beweert wel dat er zowat 20 tunnels van Hamas verwoest zijn en dit wordt voorgesteld als een strategische overwinning. Maar na nieuwe raketaanvallen die tot in het centrum van Israël doordrongen, moest het regime een hele reeks internationale vluchten afschaffen. Op maandag 28 juli trokken militiestrijders opnieuw via een tunnel over de grens en werden vijf soldaten vermoord. Alle fundamentele problemen blijven gewoon bestaan.

De nieuwe eis van een demilitarisering van Gaza met het afbreken van raketten en tunnels, zal wellicht niet aanvaard worden door Hamas. Het is hypocriet om een eenzijdige ontwapening voor te stellen terwijl Israël alle middelen van militaire agressie tegen de Palestijnse bevolking behoudt. Zelfs indien Hamas formeel met een dergelijk akkoord zou instemmen, is het onwaarschijnlijk dat het op het terrein ook zou uitgevoerd worden.

Hamas heeft totnutoe niet veel toegeven aan de Israëlische eisen. De populariteit van Hamas zat voor de oorlog in een dipje, maar nu kan het zich opwerpen als de belangrijkste ‘verdedigingskracht’. De pogingen van Hamas-leider Khaled Mash’al om zich als nationale leider op te werpen, waarbij religieuze en sectaire verdeeldheid wordt overstegen, doet wat denken aan de retoriek van Hezbollah-leider Hassan Nasrallah tijdens de oorlog tussen Israël en Libanon in 2006. De Israëlische regering wordt nu geconfronteerd met een situatie waarbij de openlijke steun van Sisi maakt dat Egypte voor Hamas geen betrouwbare factor is voor onderhandelingen. De Israëlische leiders dringen aan op een overeenkomst op basis van het “Egyptische voorstel” (mogelijk met Saoedische betrokkenheid) dat werd uitgewerkt zonder de goedkeuring van Hamas. Israël wil immers vermijden dat er een akkoord is waarin Turkije en Quatar betrokken zijn, die landen geven immers steun aan de positie van Hamas.

De centrale eisen van Hamas en de Islamitische Jihad gaan in tegen de belegering door Israël en Egypte en tegen de Israëlische agressie. De regering-Netanyahu kan daar niet mee instemmen omdat het een serieuze slag voor haar prestige zou zijn. Het zou de regering laten overkomen als de verliezer van de politieke onderhandelingen, ondanks het militaire overwicht. Het feit dat de huidige regering de oproepen van Obama en de VN Veiligheidsraad voor een onmiddellijk staakt-het-vuren zomaar naast zich neer legt, bevestigt overigens dat het Israëlische regime wellicht nog meer geïsoleerd zal raken.

Anti-oorlogsprotest

De publieke kritiek en de protestacties op international vlak zullen na deze oorlog enkel luider klinken. Dat blijkt uit de indrukwekkende solidariteitsprotesten voor Gaza doorheen de wereld. Het is overigens opmerkelijk dat de Israëlische regering en haar internationale partners bezorgd zijn over de mogelijkheid van een scherpe radicalisering van de Palestijnse gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en binnen Israël zelf.

Na het bloedbad in de wijk Shajaiya in Gaza waarbij meer dan honderd doden vielen, was er een proteststaking van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en van de Arabisch-Palestijnse bevolking in Israël. Zonder een bredere vakbondssteun – de Israëlische vakbondsfederatie Histadrut neemt een schandalig standpunt van steun aan de oorlog in (zie:http://www.histadrut.org.il/index.php?page_id=3223) – was dit niet zozeer een staking van arbeiders maar eerder een actie van duizenden kleine bedrijfjes. Ook een aantal filialen van Israëlische banken sloten de deuren omdat het management bang was om tegen de stakingsoproep in te gaan.

Op donderdag 24 juli betoogden tienduizenden mensen op de Westelijke Jordaanoever. Dat is een begin van indicatie van de echte kracht die het reactionaire en waanzinnige bloedvergieten kan stoppen, het is mogelijk het begin van de weg van massastrijd. Deze weg werd de afgelopen jaren bewust vermeden door zowel Fatah als Hamas. Er is nog geen massale volksopstand, maar er waren wel protestacties doorheen de volledige Westelijke Jordaanoever. De grootste betoging was een protestmars van het vluchtelingenkamp Al-Am’ari in de buurt van Ramallah naar het checkpoint van Qalandiya. Op die betoging waren er 20.000 aanwezigen. Dit is niet alleen de grootste Palestijnse betoging tegen de oorlog in Gaza, maar ook een van de grootste betogingen op de Westelijke Jordaanoever sinds jaren.

De betogers betuigden hun solidariteit met de inwoners van Gaza en gingen heldhaftig met hun actie door ondanks de zware militaire repressie. Er werd een barricade van brandende banden opgericht om militaire aanvallen af te houden, er werd vuurwerk afgeschoten en sommige jongeren gooiden met stenen en Molotov-cocktails bij confrontaties met het leger. In Betlehem werden voertuigen en afvalcontainers gebruikt om barricades te vormen. Er waren duizenden betogers in Nabloes. En er was ook een militante betoging voor de koloniale nederzetting van Bet-El in de buurt van Ramallah.

Het Israëlische leger vermoordde negen betogers en een kolonist doodde een andere. Op die manier werd geprobeerd om de beweging de kop in te drukken. Dit toont het belang en de noodzaak om de strijd te versterken door democratische comités te organiseren om te mobiliseren, coördineren en het protest te beschermen, waaronder ook op gewapende wijze maar wel met democratische controle.

In Israël waren er betogingen van duizenden Palestijnen in Nazareth, Kfar Kana en Umm Al-Fahem, ondanks de arrestatie van honderden Palestijnse burgers in Israël en inwoners van Oost-Jeruzalem tijdens de maand juli. Er was ook een anti-oorlogsbetoging van 6.000 mensen, voornamelijk Joden, in het centrum van Tel Aviv op zaterdag 26 juli. Het was de grootste anti-oorlogsbetoging die we tot nu toe in Israël zelf zagen. Duizenden mensen kwamen naar de betoging ondanks het feit dat vorige anti-oorlogsacties bijzonder klein waren en gepaard gingen met fysieke aanvallen door extreemrechts (ook leden van de Socialistische Strijdbeweging werden het slachtoffer van dergelijk geweld). De betoging werd niet gesteund door een van de gevestigde partijen. Ook Meretz, een ‘links-liberale’ nationalistische partij die eerst de oorlog steunde maar nu voor een staakt-het-vuren oproept, nam niet deel. De politie kondigde een uur voor de betoging via radio en televisie aan dat het protest afgelast was, waarna het toch opnieuw toelating gaf.

Op het einde van deze betoging was er opnieuw fysiek geweld. Op dezelfde dag werden twee Palestijnen in Jeruzalem hard aangepakt door extreemrechts, ze werden bijna gelyncht. Maar de duizenden betogers tegen de oorlog kunnen zelfvertrouwen geven aan de duizenden anderen die nu nog niet durfden te betogen maar wel tegen de oorlog gekant zijn. De ontwikkeling van deze protestacties vormt alleszins een keerpunt.

Hoe een Palestijnse staat bekomen?

De Socialistische Strijdbeweging, de afdeling van het CWI in Israël/Palestina, staat in volledige solidariteit met de Palestijnse bevolking tegen de brutale en barbaarse agressie door Israël. We zijn ook solidair met de gewone Israëli die onder deze oorlog lijden. Onder de oppervlakte van de huidige chauvinistische stemming is het duidelijk dat een meerderheid van de Israëlische werkende bevolking een fundamentele oplossing wil. Netanyahu maakt steeds meer duidelijk dat hij geen enkele vorm van onafhankelijk Palestina naast Israël zal dulden. De delen van de Israëlische heersende klasse die hij vertegenwoordigt, hebben geen belang bij het idee van een leefbare onafhankelijke Palestijnse staat. Ze vrezen dat dit geen bijdrage zou zijn aan het stabiliseren van het nationale conflict en de situatie in de regio, maar dat het integendeel zou gecontroleerd worden door politieke krachten die vanuit hun standpunt niet betrouwbaar zijn en zich militair zouden versterken met de mogelijkheid dat meer grondgebied en grondstoffen opgeëist worden. Dat zou kunnen leiden tot een radicalisering en destabilisering in de regio, waaronder ook onder de Palestijnse gemeenschappen in Israël en in de diaspora.

Netanyahu verklaarde recent: “Er kan onder geen enkel akkoord een situatie zijn waarbij we de veiligheidscontrole op het gebied ten westen van de Jordaan uit handen geven.” Dit gebrek aan zelfs maar de meest beperkte politieke wil om een vorm van onafhankelijkheid toe te kennen, zal het bloedige conflict enkel versterken. De Israëlische Joodse arbeiders zullen uiteindelijk vaststellen dat ze geen veiligheid, vrede en sociale rechtvaardigheid zullen kennen als ze de kant van hun eigen uitbuiters en onderdrukkers kiezen.

Het is aan de socialistische krachten om consistent te blijven uitleggen dat de Israëlische arbeiders niet alleen voor hun onmiddellijke economische belangen moeten opkomen, maar ook principiële steun moeten geven aan de rechten van de Palestijnen als cruciale stap in de richting van vrede op basis van het stopzetten van de belegering, bezetting, nederzettingen en alle vormen van onderdrukking van de Palestijnen; het stopzetten van alle nationale privileges en discriminatie van gelijk welke groep, en het toekennen van een gelijk recht van zelfbeschikking. Dit betekent het vestigen van een echt onafhankelijk, gelijkwaardig, democratisch en socialistisch Palestina naast een socialistisch en democratisch Israël met twee hoofdsteden in Jeruzalem en gelijke rechten voor minderheden, als onderdeel van de strijd voor een socialistische lente in het Midden-Oosten.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie