Corona-crisis heeft een (soort van) federale regering gebaard

Sophie Wilmès. Foto: Wikimedia Commons

We stelden na de verkiezingen dat een immense externe druk zou nodig zijn om tot een federale regering te komen: een no-deal Brexit, een aanzettende economische crisis aangewakkerd door de handelsoorlog tussen VS en China, … Uiteindelijk was een ernstige bedreiging van de volksgezondheid nodig om een regering te vormen, maar zelfs nu gaat het niet verder dan het geven van volmachten aan de reeds bestaande minderheidsregering van lopende zaken, die de steun krijgt van een grote parlementaire meerderheid, maar nog steeds geen meerderheid van de Vlaamse zetels.

Door Anja Deschoemacker

Terwijl de straten zo goed als leeg zijn, zelfs in de drukste plaatsen in de hoofdstad die normaal broeien van het leven, zal de regering-Wilmès deze namiddag het vertrouwen vragen in de Kamer. Naar alle verwachting zullen alle partijen behalve Vlaams Belang, N-VA en PVDA/PTB dat vertrouwen ook geven. Van N-VA wordt verwacht dat het enkel steun geeft aan de volmachten.

Het is tot stand gekomen door een voorlopig laatste aflevering van puur Belgisch politiek theater. N-VA-voorzitter Bart De Wever – die op 8 maart nog stelde dat men geen drastische maatregelen mocht nemen omdat de economische gevolgen erger zouden zijn dan het coronavirus zelf en die als burgemeester weigerde de eerste, (te) zeer beperkte aanbevelingen van de federale regering uit te voeren – wierp zich voor het weekend ineens op als kandidaat eerste minister voor een noodregering.

Zijn manoeuvre werd beantwoord door een samenbundeling van krachten rond PS en MR, gesteund door Open VLD en de groene partijen. De “noodregering” werd herleid tot een doorstart van de bestaande minderheidsregering – slechts 38 van de 150 zetels – met steun van de oppositie. Om dit vehikel enige slagkracht te geven, krijgt die minderheidsregering volmachten om te kunnen omgaan met de corona-crisis, maar ook met de economische gevolgen ervan. Ook de Waalse regering en de regering van de Franstalige Gemeenschap (de federatie Wallonië/Brussel) hebben zich al volmachten aangemeten, verwacht wordt dat ook de Brusselse, de Vlaamse en de Duitstalige Gemeenschapsregering in de komende weken op dat pad zullen volgen.

Nationale eenheid is slechts een façade

Daadkracht, nationale eenheid, … het zijn geen woorden die spontaan opkomen als men aan de Belgische regeringen denkt. Solidariteit en algemeen belang zijn dan weer woorden die men best wantrouwt als ze uitgesproken worden door politici van partijen die de laatste decennia er alles aan hebben gedaan om alle solidariteitsmechanismen af te bouwen die in het verleden door de strijd van de arbeidersbeweging werden afgedwongen. Als ze uitgesproken worden door die partijen die er voor hebben gezorgd dat de sociale zekerheid deze crisis moet aanvatten met een reeds historisch groot gat in het budget en met een gezondheidssector die kampt met enorme tekorten, vooral op het vlak van voldoende personeel.

Ondanks de passage van het virus in China en later in Italië was de voorbereiding minimaal: niet voldoende testmateriaal, mondmaskers, … En zelfs niet voldoende middelen om het materiaal snel uit te breiden. Vandaag zijn we getuige van ziekenhuizen die oproepen tot publieke giften om meer beademingsmateriaal aan te kopen – hun gewone budgetten reiken immers niet ver genoeg om dat te doen! Tandartsen, kinesisten, brandweer/ambulanciers, huisartsen, thuisverplegers, … allemaal hebben ze moeite om voldoende materiaal te hebben om zichzelf en hun personeel voldoende te beschermen.

Hoeveel communautaire spelletjes de N-VA en co ook spelen, die tekorten zijn er niet door een gebrek aan nationale eenheid op communautair vlak. De grote partijen aan beide zijden van de taalgrens hebben allemaal dezelfde neoliberale politiek gesteund die de openbare diensten en de sociale politiek uitkleedden om steeds meer middelen te verschuiven naar de aandeelhouders van de grote bedrijven. Ook de “linkse partijen” zoals N-VA ze consequent noemt  – de sociaaldemocratie en de groenen – zijn in hetzelfde bedje ziek, zelfs als zij dat daarvoor een andere retoriek aanhielden en dat feit eerder verborgen wilden houden.

De façade waarvoor wij willen waarschuwen heeft niet zozeer met communautaire zaken te maken, maar met klassenverschillen. Buiten de PVDA/PTB zit er in het parlement geen enkele partij die bereid is de gezondheidscrisis niet te laten betalen door de grote meerderheid van de bevolking i.p.v. door de rijksten en de grote bedrijven die de economie leegzuigen om hun kapitaal te doen groeien.

Inspanningen voor bedrijven – maar allerarmsten blijven in de kou staan

De economische gevolgen van de coronacrisis zullen enorm zijn. Het land ligt meer en meer stil, reeds meer dan 400.000 werkenden komen terecht in tijdelijke werkloosheid en dat is slechts het begin. Na de horeca, waar veel van de 158.000 werknemers geen vaste contracten hebben en dus gewoon werkloos worden, worden alle handelszaken die geen voeding aanbieden stilgelegd. Een hele reeks industriële bedrijven stoppen noodgedwongen de productie door een combinatie van tekorten aan materiaal om mee te produceren en de druk van de werkenden voor bescherming die in de huidige productiemethodes niet geboden kan worden.

Van daadkracht van de politieke overheden is feitelijk geen sprake: constant lopen ze achter op wat mensen zelf doen. Het stilleggen van bedrijven die niet kunnen voorzien in bescherming voor hun personeel wordt geïnitieerd vanuit vakbonden, in het beste geval vanuit vakbonden in overleg met directies. Decathlon, JBC, … hebben zelf beslist de deuren te sluiten, net als Bombardier, zonder op beslissingen van de overheden te wachten. In de supermarkten eisten de vakbonden beschermingsmaatregelen voor het personeel vooraleer de frank viel in regeringskringen. “De burger lijkt het ernstiger te nemen dan de politiek”, de titel van het edito van De Standaard op dinsdag 17 maart, is een understatement van jewelste!

Maar waar de daadkracht van de politiek in ons land zeer beperkt, zelfs grotendeels onbestaand is om de nodige maatregelen te nemen om de verspreiding van het virus tegen te gaan, zal die daadkracht een stuk groter zijn als het gaat om ons allemaal voor de economische gevolgen te doen opdraaien. De ene na de andere sector vraagt nu al om staatssteun, in verschillende Europese landen staan nationalisaties van bedrijven die dreigen failliet te gaan op de agenda. Zelfs de meest gehaaide neoliberale economisten stellen nu dat budgettaire bekommernissen even van tafel moeten worden geveegd. De grote bedrijven die hun bijdragen aan de lonen, sociale zekerheid en belastingen in de laatste decennia stelselmatig hebben afgebouwd ten voordele van hoge dividenden en beurswinsten, zijn de eersten om de door hen uitgeklede staat aan te spreken voor steun.

De respons van de staat op deze vragen staat in schril contrast met de reactie op de situatie waarin de meest kwetsbare groepen in de samenleving zich bevinden. In de daklozenopvang komen de tekorten nu scherp tot uiting – de aftandse opvang kan geen bescherming voorzien en verschillende centra sluiten dan ook de deuren. Vluchtelingen kunnen geen asiel meer aanvragen en komen gewoon op straat te staan. Sans papiers en andere groepen die op onze door de privé gedomineerde huisvestingsmarkt als enige optie dakloosheid of woonst bij huisjesmelkers hebben, moeten het zelf maar zien te rooien. Dat deze kwetsbare groepen nergens terecht kunnen, zal niet enkel voor hen zelf een drama zijn, maar hoe hou je dit virus tegen door in je kot te blijven als je geen kot hebt of als dat kot door teveel mensen gedeeld moet worden?

Ons voorbereiden voor wanneer de rekening komt!

Nu al zijn de economische gevolgen zodanig dat het effect ervan groter is dan de crisis in 2008 – ter herinnering: we betalen er nog steeds voor door alle besparingsmaatregelen op de rug van werkenden en gewone mensen terwijl de winstcijfers bleven stijgen en bedrijven en de rijksten hun geld parkeerden in belastingparadijzen.

De rekening zal komen, eerder vroeger dan later. En die rekening zal in ons land dus gepresenteerd worden door een regering die met volmachten werkt. Ter herinnering: volmachten zijn in de Belgische politiek in het verleden steeds gebruikt om “de bevolking” in tegenstelling tot tot de rijksten en de grote bedrijven de rekening voor allerlei crisissen te presenteren. We kunnen ons niet permitteren hier enige illusies over te hebben.

Maar zijn die illusies er wel? Veel commentatoren wijzen erop dat het nu “anders” is dan tijdens de crisis van 2008 toen het financiële systeem onderuit ging door onverantwoordelijke risico’s die genomen werden door banken en andere financiële instellingen. Nu gaat het immers om een fataliteit, niemand is schuldig voor het virus. Ze gaan ervan uit – of hopen ons dat aan te praten – dat er minder verzet zal zijn tegen het “redden van de economie” door nogmaals de grote meerderheid van de bevolking te verarmen om de kapitalistische economie recht te houden. Ze worden tegengesproken door vele honderden en duizenden gesprekken tussen mensen die tonen dat een groot deel van de bevolking er bewust van is dat de rekening bij hen en niet bij de rijksten en de grote bedrijven zal terechtkomen.

Vandaag gaat alle aandacht van de gewone mensen terecht naar het gezondheidsrisico en naar hoe zich te organiseren om het in te perken. Ze doen dat niet op aanzetten van enige regering, het is eerder zo dat hun acties de regeringen dwingen tot verdergaande maatregelen. Als het dodenaantal in België beperkt zal blijven, zal het door hun acties zijn en de opofferingsgezindheid van het personeel in sectoren zoals de gezondheidszorg – een opofferingsgezindheid die er in deze crisis is ondanks het feit dat deze sector al jarenlang vecht voor betere personeelsomkadering, lonen en werkvoorwaarden en meer middelen om hun werk correct te kunnen doen. Het applaus van de gewone mensen is dan ook voor de helden uit die sector, niet voor de regeringen van dit land.

Er is geen nationale eenheid. De regeringen van dit land zijn zich aan het voorbereiden op hoe ze de economische crisis die hieruit zal voortvloeien zal doen betalen door ons, door gewone werkenden, werklozen en gepensioneerden. Als de N-VA uit de federale regering wordt gehouden, is dat niet omdat die regering niet bereid zou zijn het vuile werk van de kapitalisten te doen, maar omdat ze dat willen doen zonder een stoorzender die het hen moeilijk maakt om een sociaal masker op te zetten terwijl ze het geld uit onze zakken halen. Dat was voordien al de reden waarom de PS – geen ‘linkse partij’ zoals de N-VA ons wil doen geloven, maar een partij die al sinds de tweede helft van de jaren 1980 trouw de politiek van de burgerij uitvoert door het zoveel als mogelijk een menselijk gelaat te geven – absoluut weigerde met de N-VA in een regering te stappen. Hoe het vakbondsverzet tegen de sanering van zowel de overheidsbudgetten als de sociale zekerheid kalmeren indien je moet regeren met figuren als Francken, Jambon en De Wever die er trots op zijn de grote meerderheid van werkenden, in hun miljoenen georganiseerd in de vakbonden, frontaal aan te vallen?

Geen illusies! De federale regering die nu is opgezet, zal waarschijnlijk niet stoppen nadat het ergste van de eerste besmettingsgolf voorbij is. De economische gevolgen ervan zullen aangegrepen worden om met deze regering – in een noodsituatie die niemand zal ontkennen – verder te gaan. Via een omweg hebben we nu in realiteit een proces in gang gezet naar een Vivaldi-coalitie, een coalitie van “nationale eenheid”, die er is om een nieuwe grote besparingsgolf op vooral de sociale zekerheid in te zetten.

De arbeidersbeweging, de sociale organisaties, de ziekenfondsen, … moeten nu al de aanwezige technische middelen aangrijpen om de nodige discussies te voeren, naast de strijd die moet gevoerd worden om te voorkomen dat het besmettingsrisico groeit door het vooropstellen van de belangen van de bedrijven op de noodzakelijke beschermingsmaatregelen. We moeten ons voorbereiden op de rekening die eraan komt om te vermijden dat deze gezondheidscrisis aangegrepen wordt om de meerderheid van de bevolking nog verder te verarmen, om de openbare diensten, sociale zekerheid en de gezondheidszorg nog verder af te bouwen. Als de coronacrisis ons iets toont, is het immers dat we het ons simpelweg niet kunnen permitteren dat de samenleving verder wordt leeggezogen door de rijke elite!

Print Friendly, PDF & Email