2019: een keerpunt in de processen van revolutie en contrarevolutie

Massaal protest in Chili. Foto: Wikimedia Commons

2019 markeert wereldwijd een politiek keerpunt. Vooral in de afgelopen maanden hebben we over de hele wereld massale strijd en algemene stakingen met revolutionaire kenmerken gezien. Dit is een massa-explosie, een gevolg van opgestapelde woede en ontevredenheid tegen de machthebbers, hun neoliberalisme en gebrek aan democratie. Deze protesten bevatten ook enkele basiselementen van socialistische strijd – met name de kracht van de arbeidersklasse en de behoefte aan internationalisme.

Door Per-Ake Westerlund

Tegelijkertijd hebben regeringen, dictators en generaals bewezen dat de heersende klasse niet vrijwillig zal aftreden. In verschillende landen was er sprake van gewapende contrarevolutie en brute repressie tegen vreedzame betogingen en jonge activisten.

De meeste regeringen zwijgen over het geweld van de contrarevolutie of roepen op tot ‘rust’. De media spreken over “gewelddadige botsingen” tussen veiligheidsdiensten en betogers. Het is een feit dat “geweld” overal aanvallen van zwaar bewapende contrarevolutionaire staatstroepen betekent, terwijl de demonstranten zich alleen maar proberen te verdedigen. In Bolivia zijn de afgelopen weken meer dan 30 mensen gedood door veiligheidstroepen, acht van hen in een bloedbad in El Alto op 19 november.

Voor het imperialisme en de regeringen zijn deze gebeurtenissen een scherpe waarschuwing voor de zwakheden van hun kapitalistische systeem. Deze golf van protesten vindt plaats op hetzelfde moment als een sterke toename van inter-imperialistische conflicten, een waarschijnlijke neergang van de wereldeconomie en een verdieping van de klimaatcrisis.

En de protesten verspreiden zich nog steeds. In november werden Iran en Colombia de meest recente arena’s voor massaprotesten. In Iran vonden, na weer een drastische prijsstijging van brandstof, protesten plaats in meer dan 100 steden.  De economische last voor arbeiders en armen werd onmiddellijk gekoppeld aan de theocratische dictatuur. De opperbevelhebber, Khamenei, ging op televisie om de protesten te veroordelen en beweerde dat de extra inkomsten uit brandstof bestemd waren voor de armsten. De reactie was een toenemende woede, waarbij onder meer poppen die Khamenei afbeelden in brand werden gestoken. In Colombia werd de algemene staking van 21 november, met 250.000 betogers, gevolgd door meer straatprotesten. Dat protest is gericht tegen privatiseringen en besparingen op de pensioenen. De staat antwoordde met een avondklok in Bogota en een alomtegenwoordige aanwezigheid van de politie.

Vergelijkingen met 2011

Commentatoren hebben historische vergelijkingen gemaakt met 1848 en 1968, jaren van revolutionaire en pre-revolutionaire strijd die zich in vele landen heeft verspreid. Er zijn ook vergelijkingen gemaakt met 2011, de zogenaamde ‘Arabische Lente’, waarbij Mubarak in Egypte en Ben Ali in Tunesië omvergeworpen werden. Nu, 8-9 jaar later, is de golf van protesten niet beperkt tot één regio, maar wereldwijd, en met duidelijkere sociale eisen, voor jobs, water, elektriciteit, etc.

Politiek gezien hebben de massa’s ook de conclusie getrokken dat een verandering van regime niet voldoende is. In Soedan hebben de lessen van Egypte, waar al-Sisi een nieuwe dictatuur heeft ingesteld, ertoe geleid dat de massa’s na de omverwerping van al-Bashir hun mobilisaties hebben voortgezet.

Vergeleken met 2011 en andere protesten in de afgelopen jaren zijn de gevechten van 2019 veel langduriger. De protesten in Haïti begonnen in februari en die in Hongkong in juni. De ‘Oktoberrevolutie’ van Libanon dwong premier Hariri om na twee weken af te treden, maar is sindsdien doorgegaan. Medio november waren de bankmedewerkers voor onbepaalde tijd in staking, werden de wegen in het land geblokkeerd en werden de staatsgebouwen geblokkeerd door protesten. Algerije heeft elke vrijdag massademonstraties meegemaakt, ook nadat Bouteflika gedwongen werd af te treden, met “Nieuwe Revolutie” als een veelgebruikte slogan.

Bij veel van de protesten stonden jongeren en vrouwen vooraan, zonder twijfel geïnspireerd door de klimaatstakingen van jongeren en de wereldwijde vrouwen- en vrouwenbeweging. In september namen 7,6 miljoen mensen deel aan de klimaatstakingen, met een toenemend bewustzijn over de kwestie en de noodzaak van een beweging voor drastische sociale verandering. De acties rond vrouwenrechten hebben ook een internationaal karakter en gebruiken het stakingswapen.

Waar de arbeidersklasse met algemene stakingen en stakingsgolven tot doortastend protest is overgaan, werd de krachtsverhouding duidelijk: een kleine geïsoleerde elite tegenover de meerderheid van arbeiders en armen. Dit onderstreept de economische en collectieve rol van de arbeidersklasse, de kracht die een socialistische transformatie van de samenleving kan bewerkstelligen.

De bewegingen combineren veel zaken: economische tegenspoed en gebrek aan democratie met seksistische onderdrukking en het milieu. Dit werd eind september duidelijk gemaakt door de beweging in Indonesië. De studentenprotesten aan meer dan 300 universiteiten werden uitgelokt door een wet die seks buiten het huwelijk onwettig maakt, gericht tegen LGBTQ+ mensen, maar die ook onmiddellijk corruptie en de vernietiging van regenwouden als thema’s opnamen.

“Leuk en spannend”

Burgerlijke “experts” hebben grote moeite om deze bewegingen uit te leggen. Persbureau Bloomberg benadrukt dat het hier niet gaat om protesten van de arbeidersklasse, maar om “consumenten” die reageren tegen een stijging van de brandstofkosten, belastingen of reiskosten. Hiermee worden de politieke eisen van de bewegingen onderschat, hoewel er in de meeste landen nog een sterke, georganiseerde en verenigde arbeidersbeweging moet worden opgebouwd.

Het magazine Economist wijst verbanden met het neoliberalisme en het overheidsbeleid van de hand. In plaats daarvan zegt het: “Het zoeken naar een verenigend thema is zinloos.” De spreekbuis van het kapitaal stelt dat protesten “spannender en zelfs leuker kunnen zijn dan het saaie dagelijkse leven.” Het waarschuwt dat “solidariteit mode wordt.” Dit verklaart natuurlijk niets: waarom vinden de protesten nu plaats en waarom genieten meer mensen niet altijd van dit soort ‘plezier’?

Als marxisten moeten we zowel de gemeenschappelijke elementen, de sterke en zwakke punten van deze bewegingen als de verschillende krachten van contrarevolutie in overweging nemen en analyseren. Natuurlijk zijn er nationale specifieke elementen, maar er zijn ook veel gemeenschappelijke kenmerken.

Wat zit er achter de explosieve woede?

Dit is een mondiaal keerpunt, dat is ontstaan door de diepe politieke en economische crisis van het kapitalisme, zijn doodlopend straatje en verval, zoals uitgelegd in vele discussies en documenten van de CWI Meerderheid. Politiek zien we dat de heersende klasse vertrouwt op rechtspopulisme en nationalisme, in een economisch systeem dat steeds meer parasitair wordt. Zij hebben geen uitweg.

Tegen wie zijn deze massale protesten gericht? Wat zit er achter de explosieve woede?

  • Er is een enorme haat tegen regeringen en partijen. In Libanon is de overheersende slogan “Ze moeten allemaal weg.” Anders dan de grote beweging in 2005, is deze eis nu ook gericht tegen Hezbollah en haar leider, Nasrallah. In Irak wil de beweging alle bestaande partijen verbieden zich kandidaat te stellen voor de komende verkiezingen, inclusief de beweging van Muqtada al-Sadr, die in staat was om eerdere protesten af te leiden. Studenten in Bagdad lieten een spandoek zien met “Geen politiek, geen partijen, dit is het ontwaken van studenten.” In Chili roepen de mensen op straat “Weg met alle dieven.” Het verzet tegen regeringen werd recent ook in Tsjechië getoond, met 300.000 in een betoging tegen de miljardairpresident.
  • Deze haat is gebaseerd op decennia van neoliberalisme en dalende levensstandaard, en het vooruitzicht op geen toekomst. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) adviseert verder neoliberalisme door het verminderen van overheidssubsidies. Dergelijke verminderingen hebben de opstanden in Soedan en Ecuador veroorzaakt. In Libanon gaat 50% van de overheidsuitgaven naar schuldaflossingen. Nieuwe besparingen waren ook de aanleiding in Haïti, Chili, Iran, Oeganda en andere landen. Het is een kwestie van tijd totdat het andere landen bereikt, bijvoorbeeld Nigeria. Dit houdt verband met de extreme toename van de ongelijkheid, met Hongkong en Chili als belangrijke voorbeelden.

 Stakingen en straatprotesten

De strijd vertoont veel gemeenschappelijke en belangrijke kenmerken.

  • In veel landen begon het protest met massale vreedzame betogingen. In Hongkong, met een bevolking van 7,3 miljoen inwoners, trokken twee miljoen mensen de straat op! In Chili en Libanon telkens meer dan een miljoen. Op het Tahrirplein in Bagdad waren er enkele honderdduizenden. In de meeste gevallen waren de protesten niet beperkt tot de hoofdsteden of grote steden, maar waren ze verspreid over hele landen.
  • Algemene stakingen zijn doorslaggevend geweest bij het omverwerpen van regimes en bij het dooreenschudden van de machthebbers. 2019 begon met de grote algemene staking in India (150 miljoen) en ging verder met Tunesië, Brazilië en Argentinië. Dit najaar zijn er algemene stakingen geweest in Ecuador, Chili (twee keer), Libanon, Catalonië en Colombia, plus stedelijke stakingen in Rome en Milaan. In Irak waren er grote stakingen van leraren, havenarbeiders, dokters en artsen en andere groepen. Overheidsgebouwen zijn bezet (zoals de centrale bank in Beiroet) of afgebrand, zoals in veel steden in Irak. Wegen zijn geblokkeerd in Irak en Libanon, zoals in Peru, waar de inheemse bevolking milieubedreigende mijnbouwprojecten wil stoppen. Wegversperringen waren ook de methode van de gele hesjes in Frankrijk.
  • De strijd heeft nieuwe strijdmethoden en de kenmerken van een nieuwe samenleving laten zien. In Bagdad heeft het Tahrirplein de traditie van het gelijknamige plein in Egypte in 2011 overgenomen, met een hospitaaltent, gratis vervoer en zelfs een dagblad. In Ecuador was er de ontwikkeling van volksvergaderingen en in Chili waren er lokale organisatievergaderingen. In Libanon verlieten de studenten de universiteiten voor praktisch onderwijs in de steden. In Hongkong hebben de jongeren een aantal methoden bedacht om zich te beschermen tegen traangas en repressie.
  • Sectaire verdeeldheid wordt overwonnen door gemeenschappelijke strijd, een typisch kenmerk van revolutionaire strijd. In Libanon strijden sjiitische en soennitische moslims naast de christenen. In Irak strijden sjiieten en soennieten ook samen, ook al is het tot nu toe vooral in de sjiitische gebieden. In Latijns-Amerika spelen inheemse organisaties een leidende rol, in Ecuador, Peru en Chili, en in het verzet tegen de staatsgreep in Bolivia.
  • Het internationalisme is duidelijk, met de solidariteitsverklaring van de massa’s in Irak aan de protesten in Iran en de grote betoging in Buenos Aires tegen de staatsgreep in Bolivia.

Overwinningen

De bewegingen hebben grote overwinningen en toegevingen behaald. Langdurige dictators in Soedan en Algerije zijn omvergeworpen, de regering in Ecuador is de hoofdstad ontvlucht, ministers zijn afgetreden in Libanon, Chili en Irak. In Chili beweerde president Pinera eerst dat het land “in oorlog” was tegen de protesten, maar hij moest zich vervolgens “verontschuldigen” en alle maatregelen die de beweging op gang hebben gebracht intrekken. Ook in Frankrijk werd Macron gedwongen toegevingen te doen inzake de brandstofprijzen en hij moest het minimumloon verhogen als reactie op het protest van de gele hesjes.

In de meeste gevallen zijn de protesten na deze toegevingen gewoon doorgegaan.

Hongkong

De strijd in Hong Kong onderscheidt zich op vele manieren. We hebben kameraden ter plaatse om ons analyses en informatie uit de eerste hand te geven. De strijd wordt gekenmerkt door de ongelooflijke vastberadenheid en moed van de jongeren. Het feit dat Hongkong vanuit Peking geregeerd wordt, maakt dat toegevingen zoals in andere landen met massaprotest niet op de agenda staan.

In augustus waarschuwden onze leden in Hongkong voor een “sluipende noodtoestand.” Half november veranderde dit, toen Xi Jinping nieuwe richtlijnen gaf: de protesten moeten stoppen. De hoop van het regime om de beweging uit te putten en vervolgens repressie te gebruiken (zoals bij de paraplu-beweging in 2014) faalde. In plaats daarvan creëerde de protestbeweging een grote crisis voor Xi’s bewind.

Met de repressie op een nieuw niveau waren er op maandag en dinsdag 18-19 november oorlogsscènes, waarbij de politie dreigde met het gebruik van scherpe munitie en met studenten op universiteitscampussen die zich probeerden te verdedigen met molotovcocktails en pijlen. Op dinsdagochtend viel de politie aan met meer dan 1.500 traangasflessen. De studenten van de PolyTech-universiteit werden gedwongen zich over te geven aan de politie. Meer dan duizend studenten werden gearresteerd, met het risico van tien jaar gevangenisstraf.

De brede steun van de bevolking voor de strijd van de jeugd bleek uit solidariteitsuitingen op straat en nog meer uit de enorme nederlaag van de regeringsgezinde partijen bij de lokale verkiezingen van zondag 24 november.

De indrukwekkende strijd in Hongkong moet verdere stappen zetten, met inbegrip van een democratische organisatie, de organisatie van een algemene staking en een vastberaden uitbreiding naar het vasteland van China. De tactiek van de studenten om “water te zijn” – vormloos, geen leiders – gaf hen een aantal voordelen in straatprotesten en het liet hen toe om de blokkerende rol van de liberale pan-democraten te doorbreken. Maar dit volstaat niet om de strijd naar het noodzakelijke hogere niveau te brengen. Een groot probleem is de zwakte van de vakbonden en het uitblijven van stakingen. Politiek gezien kan dit ruimte geven voor illusies in de ‘internationale gemeenschap’ en in het bijzonder het Amerikaanse imperialisme en Trump om steun te geven. Het geeft ook ruimte om te blijven geloven in een “Hongkongse oplossing”, los van de rest van China.

De complicaties van deze periode

In de debatten en splitsing van het CWI dit jaar was er heel wat aandacht voor de inschatting van het bewustzijn. De leiding van onze voormalige Spaanse sectie, die in april vertrok, onderschatte de problemen van het lage socialistische bewustzijn, terwijl de groepering die in juli vertrok deze problemen net overschatte. Deze laatste groep gaf er de voorkeur aan om te wachten op een “echte” beweging in plaats van tussen te komen in de huidige. De doorslaggevende rol van de georganiseerde arbeidersklasse begrijpen betekent niet dat men andere belangrijke sociale bewegingen negeert.

Het bewustzijn kan sprongen maken op basis van ervaringen door strijd. Dit proces is begonnen, maar in het algemeen ontbreekt het de massale strijd aan de organisatie en leiding die nodig zijn om een strategie te ontwikkelen voor een socialistische transformatie van de samenleving. Tot nu toe zijn er geen arbeiders- of linkse partijen ontstaan die in staat zijn om deze taak te vervullen. De nieuwe linkse formaties zijn onstabiel en politiek zwak. Het laatste voorbeeld is de toetreding van Podemos tot een coalitieregering met de PSOE (sociaaldemocratie) in Spanje.

De vergelijking met 1968 laat zien hoe ver de arbeidersbeweging – arbeiderspartijen en vakbonden – stappen achteruit heeft gezet in termen van actieve basis. Dit betekent echter ook dat stalinistische communistische partijen en sociaaldemocratie minder mogelijkheden hebben om de strijd te blokkeren en af te leiden.

Contrarevolutie

Deze herfst zagen we dat de kapitalistische klasse niet aarzelt om de meest brute contrarevolutionaire repressie te gebruiken om aan de macht te blijven. Ze geven de voorkeur aan andere, vreedzamere middelen, maar zijn bereid om geweld te gebruiken wanneer dat nodig is.

  • In Bolivia was er een militaire staatsgreep, met de steun van het Amerikaanse imperialisme en de Braziliaanse regering onder Bolsonaro. De nieuwe “president” Anez werd “gekozen” door minder dan een derde van het parlement. Europese regeringen, zoals de Zweedse, toonden “begrip” voor de staatsgreep.
  • In Irak vielen er meer dan 300 doden en 15.000 gewonden de afgelopen maand.
  • In Chili zijn 285 mensen in de ogen geschoten. In Frankrijk zijn in het voorjaar veertig mensen verblind.
  • In Guinee, West-Afrika, werden 5 mensen gedood en 38 gewond bij protesten tegen president Alpha Conde, die zich voor een derde termijn kandidaat stelde. De protesten gaan nog steeds door.

Het gevaar bestaat nog steeds dat het Chinese leger in Hongkong een grote repressie uitvoert, ook al zijn de vele waarschuwingen van een nieuw bloedbad zoals dat op het Tiananmenplein in 1989 tot nu toe niet uitgekomen. Ook een terugkeer van het sektarisme in Libanon of Irak is een reëel gevaar.

De heersende klasse wil de protesten ontwapenen en ze laten ontsporen in verkiezingen of onderhandelingen. In Argentinië was dit duidelijk toen de Peronistische kandidaten, Fernandez en Fernandez-Kirchner, de verkiezingen wonnen. Het hoofddoel van de massa’s was Macri, de voormalige grote hoop voor het kapitalisme in Latijns-Amerika, te verdrijven. Onder Macri was er een nieuwe diepe financiële crisis. De nieuwe Peronistische regering zal echter geen wittebroodsweken kennen, aangezien zij het beleid van het IMF zal blijven uitvoeren.

In Soedan hebben officiële protestleiders boven de hoofden van de massa’s een overeenkomst met het leger ondertekend over het delen van de macht. Hierdoor bleef de echte macht in handen van generaal Hemeti en zijn beruchte troepen. Nu zijn er opnieuw meer protesten, tegen de overeenkomst en tegen de generaals.

Een belangrijke eis in Chili is die voor een nieuwe grondwet. De huidige dateert uit 1980, onder de dictatuur van Pinochet. De vraag naar een revolutionaire grondwetgevende vergadering van democratisch gekozen vertegenwoordigers van werkplekken en arbeiderswijken is echter het tegenovergestelde van een vergadering met president Pinera en rechtse partijen.

De heersende klasse heeft duizend en één manieren om te proberen de revolutie van onderaf te blokkeren. In 2011 waarschuwde het CWI voor illusies in “regimeverandering” als einde van de strijd. De staat, de kapitalisten en het imperialisme werden intact gelaten en dit opende de deur naar een contrarevolutie.

De nederlagen houden echter niet zo lang stand als in de jaren dertig of zeventig van de vorige eeuw. De massale protesten in Iran werden in 2009 en 2017 verpletterd, maar keerden dit jaar weer terug. Hetzelfde is gebeurd in Irak, Zimbabwe en Soedan. Nieuwe protesten tonen ook aan dat Egypte niet stabiel is.

De macht uitdagen

Algemene stakingen van onbepaalde duur en massabewegingen met een revolutionair karakter werpen de vraag naar de macht op. Welke klasse moet er heersen?

Gedurende lange tijd formuleerden we eerder eisen voor een 24-uren of 48-urenstaking in plaats van een algemene staking. Dit was om de arbeidersklasse voor te bereiden, haar kracht en numerieke superioriteit te laten voelen, zich te organiseren en het bewustzijn over haar vijanden te vergroten, en om haar leiding te selecteren.

De meeste van de huidige strijden zijn algemene bewegingen die onmiddellijk de macht van de kapitalistische klasse in twijfel trekken. De contrarevolutie bereidt zich voor op deze strijd, maar had het de afgelopen maanden moeilijk bij het toepassen van haar traditionele methoden.

Een belangrijke vergelijking is die met de eerste Russische revolutie in 1905. De arbeidersklasse toonde haar kracht en betwistte de macht van de tsaristische staat. Een confrontatie was onvermijdelijk.

Liberalen en mensjewieken beschuldigden de sovjet en vooral de bolsjewieken ervan dat ze te veel over gewapende opstand spraken. Lenin antwoordde: “De burgeroorlog wordt door de regering zelf aan de bevolking opgedrongen.” Trotski verklaarde in zijn toespraak voor de rechtbank waar hij na de revolutie van 1905 werd aangeklaagd: “Ons voorbereiden op de onvermijdelijke opstand, betekende voor ons in de eerste plaats het informeren van mensen, hen uitleggen dat een openlijk conflict onvermijdelijk was en dat alles wat ze afdwingen hen weer zou afgenomen worden, dat ze zich enkel goed konden verdedigen met een krachtige organisatie van de arbeidersklasse, dat de vijand in de ogen moest gekeken worden, dat de strijd tot het einde moest doorgezet worden en dat er geen andere weg was.”

In 1905 zorgde het gebrek aan organisatie en ervaring, ondanks de vorming van een sovjet of arbeidersraad, naast de zwakke strijd op het platteland ervoor dat de contrarevolutie de overhand haalde. In december werd in Moskou een algemene staking van 150.000 deelnemers uitgeput en uiteindelijk won de contrarevolutie.

De ervaringen van 1905 legden de basis voor de overwinning van de revolutie in 1917. De huidige situatie laat geen ruimte voor lange periodes van reactie zonder enige strijd. Het Bolivia van vandaag zal niet het soort contrarevolutie zien zoals na 1905. Wat daar zal gebeuren, is nog steeds onzeker. De contrarevolutie is in Bolivia al eerder verslagen.

We zullen ongetwijfeld nog meer landen en regio’s in deze trend van massabewegingen zien komen. Het effect op het wereldwijde bewustzijn zal zijn dat er meer begrip komt voor strijd als de enige manier om veranderingen te bereiken. Antikapitalistische en socialistische ideeën zullen zich ontwikkelen in de zoektocht naar een alternatief voor kapitalisme en repressie. De zwakte van links en de arbeidersorganisaties betekent dat het een langdurig proces zal zijn, met zowel stappen vooruit als tegenslagen.

De algemene les is echter dezelfde als in 1905 of 1968 – het blijft een kwestie van de nood voor de arbeidersklasse om de macht te nemen om de toegevingen die een massabeweging kan winnen te consolideren en een fundamentele verandering te bereiken.

Print Friendly, PDF & Email