Kautsky en de parlementaire weg naar het socialisme – Een antwoord op Eric Blanc (Jacobin)

Reactie door Rob Rooke (Socialist Alternative) op het artikel van Eric Blanc in Jabobin met als titel ‘Waarom Kautsky gelijk had.’

We leven in een dramatische periode van de Amerikaanse geschiedenis. Terwijl het presidentschap van Trump de rechterzijde aanmoedigt, is er ook een heropleving van stakingen, de groei van nieuw links met DSA (Democratic Socialists of America), Alexandria Occasio Cortez’s verbluffende opmars op het politieke toneel, en nu de mogelijkheid dat Bernie Sanders president wordt. Eric Blanc’s artikel in Jacobin over “Waarom Kautsky gelijk had” (april 19) is gericht op nieuwere activisten die zich vragen stellen bij hoe met de electorale successen moet omgegaan worden en hoe deze kunnen bijdragen aan systeemverandering en het einde van het kapitalisme. Het artikel pleit ervoor om verder te gaan dan enkel verkiezingscampagnes en heeft het zelfs over de nood aan een marxistische stroming binnen de DSA. Dat alles is positief.

De recente ervaringen van de door Syriza geleide coalitieregering in Griekenland en de mogelijke verkiezing van Corbyn in Groot-Brittannië maken dat een discussie over de weg naar het socialisme en de rol van een linkse partij in het parlement, voor activisten van vitaal belang is. Daarom is Socialist Alternative blij met deze discussie.

Gedurende een groot deel van de vorige eeuw leefde bijna de helft van de wereld in samenlevingen die het kapitalisme omver hadden geworpen. Dit proces begon met de machtsovername door de arbeidersklasse in Rusland in 1917. Ondanks de politieke ontaarding van de Sovjet-Unie dreef de crisis van het kapitalisme in de 20e eeuw de werkende mensen voortdurend naar de revolutie. Het is van cruciaal belang dat degenen die vandaag strijden voor een democratische socialistische samenleving vertrouwd zijn met die revolutionaire processen om ons te helpen begrijpen hoe de arbeidersklasse haar eigen organisaties test op basis van overwinningen en nederlagen, en de rol die een marxistische stroming en partij kan spelen.

Blanc bekritiseert terecht die ultralinkse groepen die zich “in principe” verzetten tegen deelname aan parlementen en de revolutionaire strategie reduceren tot de kwestie van “machtsovername”. Maar door Lenin tegenover Kautsky te plaatsen en de Russische tegen de Finse revolutie, vraagt Blanc de lezer te kiezen tussen twee verkeerd gepolariseerde opvattingen. De conclusies van het artikel, waarin de belangrijkste lessen van elke revolutie over het hoofd worden gezien, zijn onevenwichtig en zullen jonge socialistische activisten een verkeerde richting uitsturen.

Is Kautsky vandaag relevant?

Karl Kautsky was een vooraanstaand socialistisch theoreticus tijdens de opkomst van het Duitse kapitalisme aan het eind van de 19e eeuw, toen het idee dat het socialisme het kapitalisme kon vervangen door stapsgewijze wettelijke hervormingen voor het eerst ontstond onder vakbondsleiders en in een vleugel van de Duitse Sociaal Democratische Partij (SPD). Kautsky verzette zich tegen dit reformisme vooral vanwege de conclusies die Marx had getrokken uit de ervaringen van de Parijse Commune van 1871, waar de arbeidersklasse drie maanden lang aan de macht was. Kautsky en Lenin waren het beiden met Marx eens dat het oude kapitalistische staatsapparaat niet stapsgewijze kon worden overgenomen, maar moest worden ontmanteld en vervangen door een democratische arbeidersstaat.

Kautsky, zoals Blanc zelf aangeeft, viel uiteindelijk echter ten prooi aan het reformisme. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, verwierp Kautsky samen met de leiding van de SPD, het socialistische internationalisme en steunde hij de oorlogsmobilisatie van de Duitse heersende klasse. Dit historische verraad door bijna alle leiders van de massale arbeiderspartijen in Europa, leidde tot de dood van 16 miljoen werkende mensen. In het kielzog van de oorlog verspreidden zich echter revoluties over heel Europa.

Finse parlement en partij

De kern van Blanc’s artikel is het idee dat de Russische Revolutie niet relevant is voor werkende mensen in ontwikkelde kapitalistische landen en dat we binnen de Finse Revolutie van 1917-8 een nieuw model zullen vinden voor de “parlementaire weg naar het socialisme” die Kautsky had bedacht.

Ten tijde van deze revoluties werden Finland en Rusland met een ijzeren vuist geregeerd door de tsaar en hadden ze beperkte electorale vrijheden. Het politieke systeem van Rusland was in het voordeel van de grootgrondbezitters en de opkomende kapitalisten, en verhinderde dat arbeiders en arme boeren, de overgrote meerderheid van de bevolking, enige politieke macht hadden. De Doema, die door de tsaar werd opgericht, was in geen geval een echt burgerlijk parlement. Ze had een zeer beperkte macht en kon op elk moment door de tsaar ontbonden worden. In feite was een echte parlementaire democratie een belangrijke eis van de anti-tsaristische oppositie. Toch namen de bolsjewieken, de linkervleugel van de Russische sociaaldemocratische arbeiderspartij, deel aan de meeste verkiezingen en konden ze vertegenwoordigers voor de Doema laten kiezen. Volgens het boek, ‘Bolsheviks in the Tsarist Duma’ van Aleksej Badajev, kregen de bolsjewieken de steun van 88% van de één miljoen industriële arbeiders die in 1912 stemden bij de verkiezingen.

In Finland, dat toen deel uitmaakte van het Russische Rijk, liet de tsaar in 1907 na de revolutie van 1905 een beperkt parlement toe. Tussen 1908 en 1916 werd de macht van het Finse parlement bijna volledig geneutraliseerd door de Russische tsaar Nicolaas II met een regering gevormd door keizerlijke Russische legerofficieren tijdens de tweede periode van “Russificatie”. Het parlement werd regelmatig ontbonden en bijna elk jaar werden er nieuwe verkiezingen gehouden. Toen de Finse Sociaal-Democratische Partij (SDP) een meerderheid won in de verkiezingen van 1916, doekte de tsaar het parlement op. Finland kende dus geen langdurige politieke stabiliteit, in tegenstelling tot Kautsky’s Duitsland of Finland’s buurland Zweden, waar de ideeën van het reformisme sterker waren en de socialistische partijen steeds bureaucratischer werden omdat ze steeds meer gedomineerd werden door vakbondsleiders en parlementairen.

Blanc schrijft de electorale overwinning van de Finse SDP toe aan “geduldige klassenbewuste organisatie en educatie”, wat waar is, maar voorbijgaat aan de dramatische bewustzijnsverandering als gevolg van gebeurtenissen, vooral de oorlog. Finland kende geen gestage, geleidelijke economische vooruitgang, maar was in deze periode zeer volatiel, in veel opzichten meer verwant aan de Russische ervaring. De Russische en Finse socialisten waren ook in constante dialoog en de correcte benadering van de bolsjewieken van de nationale onderdrukking en de steun voor het zelfbeschikkingsrecht van Finland versterkte de betrekkingen. Op het Finse SDP-congres van juni 1917 kreeg de Russische bolsjewistische leider Alexandra Kollontai een daverend applaus toen ze opriep tot een socialistische revolutie en het recht van Finland op onafhankelijkheid. De bolsjewieken waren diep internationalistisch, wat tot uiting komt in de vele Joden, Georgiërs, Oekraïners en andere nationale minderheden in hun leiding.

De suggestie dat de Finse socialisten “onder de leiding van een kader van jonge ‘Kautskyisten’ onder leiding van Otto Kuussinen” kwamen te staan, is een zeer eenzijdige momentopname van het proces. Eind 1918 was Kuussinen, die met de overwinning van de Witten in mei 1918 Finland ontvlucht was, toegetreden tot de Bolsjewieken en had hij de Finse Communistische Partij in ballingschap opgericht. Helaas koos hij later de kant van Stalin tegen Trotski. Kautsky’s geschriften werden veel gelezen door de Finse socialisten, maar slechts tot er meer bruikbare theoretische ideeën kwamen, gebaseerd op de rijke ervaring van de Russische Revolutie van 1917.

Hoe de Finse Revolutie zich ontvouwde

De Finse revolutie brak eind 1917 uit na de verkiezingsnederlaag van de SDP in dat jaar. De spanningen namen toe met toenemende stakingen en demonstraties. De Finse kapitalistische klasse organiseerde antisocialistische gewapende milities om zich voor te bereiden op de onthoofding van de socialistische beweging en de dreiging van een bolsjewiek Finland.

De leiders van de SDP, de LO (de vakbondsfederatie) en de Rode Garde (de gewapende zelfverdedigingsmilities van de arbeiders) organiseerden zich in een nieuwe formatie: de Revolutionaire Centrale Raad. De Raad begon een algemene staking om de kracht van de arbeiders tegenover de kapitalistische klasse te tonen. De staking verlamde heel Finland en de arbeiders waren klaar om de macht te grijpen. De arbeidersleiding was echter verdeeld over de weg vooruit en de algemene staking werd afgeblazen. Dit was een cruciale fout die de heersende klasse in staat stelde om zich opnieuw recht te trekken.

De Finse kapitalisten, gesteund door Duitsland, begonnen toen een burgeroorlog waarbij 20.000 mensen omkwamen. Blanc verwijst hier niet naar. Na de overwinning van de kapitalisten werden nog eens 10.000 activisten geëxecuteerd en ongeveer 5% van de Finse bevolking werd in politieke concentratiekampen geplaatst. Dit is geen bijkomstig detail om over het hoofd te zien als je de Finse revolutie voorstelt als model voor de “democratische weg naar het socialisme”. Deze vreselijke nederlaag maakte dat Finland een uitvalsbasis werd voor de invasie van imperialistische naties in de jonge Sovjetunie. Daarbij vielen 21 legers, waaronder het Amerikaanse, de Sovjetunie binnen om het kapitalisme in Rusland te herstellen. In 1921 hebben de bolsjewieken deze invasie afgeweerd, maar tegen een enorme prijs voor de socialistische democratie die ze probeerden te vestigen.

Waarom de Russische Revolutie er nog steeds toe doet….

Het kapitalisme heeft, door een leger van ingehuurde academici, tientallen boeken geproduceerd die gericht zijn op het verdraaien en belasteren van de bolsjewistische revolutie. Studenten wordt geleerd dat in 1917 een echte volksrevolutie bloeide die werd gekaapt door een opstand onder leiding van een samenzwering, de bolsjewieken, die een dictatuur in het leven riepen. Alle burgerlijke geschiedenissen van 1917 zijn variaties op dit basisthema. Ze kunnen niet accepteren dat de arbeiders konden kiezen en met succes een democratische arbeidersregering begonnen op te bouwen. Helaas danst Blanc rond deze onjuiste, maar algemeen aanvaarde, visie.

Toen de revolutie in Rusland in februari 1917 uitbrak, werd de tsaar gevangen gezet, en kwam een Voorlopige Regering aan de macht die evenwel weigerde de macht van de kapitalisten en grootgrondbezitters aan te vechten en die bovendien de imperialistische oorlog voortzette. In de daaropvolgende acht maanden herwonnen de bolsjewieken (Russisch voor “meerderheid”), waarvan de vertegenwoordigers in de Doema verbannen waren omdat ze zich tegen de oorlog verzetten, steeds meer populariteit met bijna een kwart miljoen mensen die zich bij de partij aansloten.

Arbeidersraden

In het snelle tempo van een revolutionaire situatie zal de arbeidersklasse alle structuren gebruiken die zij levensvatbaar acht om vooruitgang te boeken. Bij stakingen, bijvoorbeeld, zullen arbeiders allerlei structuren opzetten die hen ruimte geven om verder te gaan dan de langzame, soms te gecentraliseerde formele vakbondsorganen. Dit gebeurde bijvoorbeeld vorig jaar in West-Virginia in de aanloop naar de historische lerarenstaking. Deze organen kunnen de bestaande vakbondsstructuren aanvullen of botsen met de bestaande vakbondsstructuren. In de Russische Revolutie van 1905 kwam een groep van 30-40 arbeiders van een aantal werkplaatsen in Sint-Petersburg, de hoofdstad, samen om een politieke algemene staking te organiseren. Dit stakingscomité werd ingevuld met afgevaardigden die rechtstreeks verkozen werden op de werkplaatsen en onmiddellijk teruggeroepen konden worden. Dit werd de eerste Sovjet (Russisch voor raad). Deze manier van organiseren stelde de arbeiders in staat om volledig betrokken te zijn bij het bepalen van de richting van de revolutie. Het voorbeeld kreeg in het hele land navolging omdat het voldeed aan de behoeften van de beweging.

Na de Februari-revolutie van 1917 bevonden de meeste bolsjewistische leiders zich nog steeds in ballingschap. De arbeidersklasse begon aan de heropbouw van sovjets. Soldaten en mariniers, voornamelijk afkomstig uit de boerenbevolking, bouwden ook dergelijke revolutionaire afgevaardigdenorganisaties op die regelmatig verkiezingen hielden. Deze sovjets vertegenwoordigden de meningen en stemmingen van gewone mensen. Ze sloten zich aan bij gemeentelijke sovjets van afgevaardigden van arbeiders, soldaten, mariniers, en waren de meest dynamische, democratische en transparante vorm van democratie die tot nu toe is uitgewerkt.

Ondanks het feit dat ze nog geen meerderheid in de Sovjets hadden, riepen de bolsjewieken op tot ‘alle macht voor de Sovjets’, als de duidelijkste weg naar de arbeidersmacht. Zij voerden campagne voor een vollediger democratie zonder vertegenwoordiging van de bazen. Onder dreiging van een bolsjewistische meerderheid in de Sovjets organiseerde de kapitalistische klasse onder generaal Kornilov in september 1917 een poging tot militaire staatsgreep die door de arbeiders en soldaten van Petrograd werd verslagen. Toen het Tweede Congres van de Sovjets in oktober bijeenkwam met een meerderheid van bolsjewieken en linkse Sociaal-Revolutionairen (een belangrijke boerenpartij), verving zij de ter ziele gegane Voorlopige Regering en nam concrete stappen om de macht weg te nemen van de grootgrondbezitters en kapitalisten. Ze stuurden soldaten en arbeiders uit om alle overheidsfuncties over te nemen en arresteerden de top van het leger en de oude kapitalistische staat. Deze “harde” maatregelen waren een essentieel onderdeel van de omverwerping van het kapitalisme, maar werden uitgevoerd in Rusland met een groot mandaat. Dit opstandige element van de revolutie resulteerde in een relatief bloedeloze revolutie.

Binnen enkele dagen nadat de Sovjets de macht in Rusland hadden overgenomen, riepen ze het einde van de oorlog uit; werd alle land aan de boeren gegeven; werden alle huurprijzen afgeschaft; waren de voormalige Russische koloniën vrij om de onafhankelijkheid uit te roepen; werd discriminatie en ongelijkheid voor vrouwen verboden; ontstond het recht op een snelle echtscheiding; werden banken genationaliseerd en homoseksualiteit werd gedecriminaliseerd. Voor het eerst was de opbouw van een wereld zonder uitbuiting en onderdrukking een realistisch vooruitzicht geworden als de revolutie zich kon uitbreiden, vooral naar de ontwikkelde kapitalistische landen, zoals de strategie van de bolsjewieken was. Het nieuws van Oktober verspreidde zich wereldwijd, en elke baas vroeg zich af wanneer de hooivorken hen zouden komen halen.

Terwijl de aanvankelijke revolutie relatief bloedeloos was, kwam er in Rusland ernstig geweld op gang toen de grootgrondbezitters en kapitalisten zich met buitenlandse imperialistische mogendheden verbonden en een burgeroorlog begonnen, die ook Finland overspoelde. Veel van de linkse arbeidersleiders van de Finse sociaaldemocratische partij die aan de Finse revolutie deelnamen, geloofden dat een algemene staking de bazen zou dwingen een parlementaire overgang naar het socialisme te accepteren. Engels had lang voordien gewaarschuwd voor de gevaren van een halve revolutie. Zowel de Bolsjewieken als de Finse SDP waren geworteld in de arbeidersklasse, maar het cruciale verschil was dat de Bolsjewieken een duidelijk perspectief hadden op de klassenkrachten die aan het werk waren in het revolutionaire proces en een organisatiemodel dat geschikt was om een beslissende strijd tot het einde toe te kunnen leiden.

Het parlement, de staat en de opstand

Marx voerde campagne tegen een ‘opstand’ onder leiding van kleine samenzweerderige groeperingen en pleitte voor massale actie. Lenin en de vroege Kautsky waren het eens. Oktober was een massale democratische actie. De politieke machtsovername uit handen van de kapitalisten werd uitgevoerd als defensieve maatregel tegen de dreiging van een militaire staatsgreep door generaal Kornilov. Maar de bolsjewieken waren niet bang om op het kritieke punt “illegaal” beslissende actie te ondernemen, omdat ze begrepen dat als ze dit niet deden de weg open zou liggen naar een contrarevolutie en het verpletteren van de verworvenheden van de arbeiders. De parlementaire wetgeving zou geen einde hebben gemaakt aan grootgrondbezit en kapitalisme in Rusland, aan het kapitalisme in Rusland, noch elders. Toen de Amerikaanse slavenhouders hun eigendomsrechten bedreigd zagen door wetgeving, reageerden ze met een burgeroorlog, de bloedigste oorlog op Amerikaanse bodem.

De staat onder het kapitalisme bestaat uit alle instellingen die het economisch systeem beschermen: de politie, de rechtbanken, het gevangeniswezen. Marx’ medestander Friedrich Engels bestudeerde de geschiedenis van de staat in klassenmaatschappijen en stelde vast dat de staat een instrument is van klassenheerschappij. Dit apparaat stelt het kapitalisme in staat te functioneren zonder voortdurende klassenconflicten. Hij voegde eraan toe dat de staat onder het kapitalisme uiteindelijk “gereduceerd zou kunnen worden tot gewapende mannen” wier taak het is om de status quo te beschermen. Het is in dit licht dat we het parlement zien als onderdeel van het machtsbehoud door de kapitalistische klasse. Maar Blanc pleit er integendeel voor dat we ons moeten “concentreren op de strijd voor de democratisering van het politieke regime”, wat impliceert dat wettelijke hervormingen de aard van de staat kunnen veranderen.

Wij vinden dat socialisten de staat moeten uitdagen door zijn kapitalistische vooringenomenheid duidelijk te maken. We vechten voor elke mogelijke democratische hervorming, inclusief hervormingen van de repressieve machine zoals de politie. Maar we doen dit om de grenzen van hervormingen en de noodzaak van systemische verandering bloot te leggen. Door sterke massabewegingen op te bouwen die zich tegen politiegeweld verzetten, kan de politie minder brutaal worden gemaakt en kunnen belangrijke hervormingen worden afgedwongen die een positief effect hebben op de gemeenschappen die door politiegeweld worden getroffen. Maar uiteindelijk zal de politie de belangen van de kapitalisten verdedigen door de arbeiders en de onderdrukten “op hun plaats” te houden. De enige manier waarop we dit kunnen stoppen, is door revolutionaire veranderingen.

Terwijl veel Amerikaanse werkenden de kapitalistische staat als onpartijdig zien, zien anderen de rol van de staat vaak duidelijker vanwege hun ervaring. Afrikaanse Amerikanen zien de Amerikaanse kapitalistische staat vaak niet als democratisch of neutraal, maar als onderdeel van een systeem van onderdrukking. Voor marxisten is de rol van zelfs het meest “democratische” parlement onder het kapitalisme het handhaven van de klassenoverheersing. Als het ophoudt voor hen te werken, zullen ze proberen het te ondermijnen. Lenin stelde in ‘Staat en revolutie’ dat een “democratische republiek het best denkbare omhulsel van het kapitalisme” is. Hij voegde er aan toe dat het “zijn macht zo veilig en zeker grondvest dat geen enkele wisseling, noch van personen, noch van instellingen, noch van partijen van de burgerlijke democratische republiek deze macht kan schokken.” Daarom vinden zoveel mensen uit de arbeidersklasse die de democratie verdedigen, dat de regering ook een marionet is voor de miljardairs.

Socialisten in de parlementen

In een periode van sociale onrust kunnen socialisten in het parlement een belangrijk extra gewicht geven aan massabewegingen. De Militant Tendency in Groot-Brittannië lanceerde en leidde in de jaren 1980 de Anti-Poll Taks campagne die een massabeweging werd met miljoenen mensen die weigerden om de nieuwe vlaktaks van de Britse regering te betalen. Meer dan tien miljoen mensen sloten zich aan bij de beweging om deze taks niet te betalen. Het dwong premier Margaret Thatcher tot aftreden. Militante gemeenteraadsleden en parlementairen werden bedreigd met gevangenisstraf wegens niet-betaling. Deze beweging om de wet te overtreden kreeg weinig steun in de parlementaire fractie van Labour, met Jeremy Corbyn als een van de weinig uitzonderingen.

Gemeenteraden en parlementen zijn inherent conservatieve en vijandige omgevingen voor de arbeidersklasse. Zodra een vertegenwoordiger van de werkenden deze instellingen binnenkomt, gebruikt de heersende klasse haar volledige historische, culturele en economische gewicht om hen ervan te overtuigen dat grote hervormingen eenvoudigweg onrealistisch zijn. Het is geen toeval dat sinds de verkiezing van Jeremy Corbyn als partijvoorzitter Labour de grootste steun voor zijn linkse beleid afkomstig is van de partijbasis en het grootste verzet van de meerderheid van de parlementsleden.

Ondanks de obstakels is het betwisten en winnen van zetels in burgerlijke instellingen een noodzakelijk en belangrijk onderdeel in het opbouwen van massale steun voor socialistische veranderingen. Socialist Alternative ziet de verkiezing van socialisten als een kans om massabewegingen te versterken en op te bouwen en overwinningen te behalen die de werkenden en hun gezinnen aanmoedigen om zich zelf te organiseren. SA-lid en gemeenteraadslid Kshama Sawant uit Seattle gebruikt haar zetel om te strijden voor hervormingen, zoals de overwinning met de verhoging van het minimumloon tot 15 dollar per uur. Dit is geen doel op zich, maar als een middel om het vertrouwen en de actiebereidheid van de arbeidersklasse te vergroten.

Wanneer socialisten deze instellingen van de kapitalistische staat betreden, hebben we een gezonde, functionerende, onafhankelijke politieke partij van de werkende klasse nodig om ervoor te zorgen dat ze trouw blijven aan de beweging. Door middel van democratische mechanismen kan zij ervoor zorgen dat er verantwoording wordt afgelegd. Zulke vertegenwoordigers moeten niet alleen weigeren om bijdragen van bedrijven aan hun verkiezingscampagnes te accepteren, maar ook slechts een loon van een geschoolde werknemer accepteren en de rest teruggeven aan de beweging.

Marxisten hebben een nog hogere standaard. Het beleid van de bolsjewieken en de in 1919 opgerichte Communistische Internationale was zeer specifiek. Het dagelijkse werk van vertegenwoordigers in de burgerlijke parlementen moest rechtstreeks verantwoording afleggen aan de partij, waarbij hun werk geïntegreerd werd in het bredere politieke werk van de partij. Veel van deze benadering vloeide voort uit de rampzalige breuk met het marxisme door de SPD-parlementsleden die met een overweldigende meerderheid voor de Eerste Wereldoorlog stemden.

Zullen revolutionaire bewegingen het parlement gebruiken?

Aan het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig, tijdens de grootste revolutionaire golf sinds 1917-23, volgden de meeste opstanden van de werkende klasse niet de “parlementaire weg”. De Franse algemene staking van 1968 nam revolutionaire dimensies aan. In de Portugese Revolutie van 1975 nationaliseerden arbeiders hun industrieën van onderaf door middel van bezettingen en directe massale acties. In 1979 organiseerden de arbeiders in de Iraanse Revolutie hun eigen Shoras (raden) die het hele land overspoelden, voordat de contrarevolutie van de mullahs onder leiding van de sjiitische geestelijke kaste het tij kon keren.

De Chileense revolutie 1970-1973 leek daarentegen wel de parlementaire weg te volgen, omdat de gebeurtenissen werden versneld door de verkiezing van een socialistische regering. Ook hier begonnen de arbeiders alternatieve structuren op te bouwen om zich te verdedigen tegen de kapitalistische staat. De Cordones (revolutionaire raden) hielpen de fabrieksbezettingen en de voedseldistributie te coördineren. Maar toen de arbeidersklasse van haar regering eiste dat ze zich bewapende tegen een mogelijke Amerikaanse militaire staatsgreep, aarzelden de socialistische parlementaire leiders in de hoop op een compromis met de Chileense heersende klasse. Het moment ging verloren en generaal Pinochet drukte met de steun van de CIA de revolutie de kop in. Het nieuwe regime executeerde meer dan 4000 socialisten en vakbondsactivisten.

Al deze revoluties voltrokken zich in een periode waarin stalinistische partijen een belangrijke en zeer negatieve rol speelden in de arbeidersbeweging en voortdurend op zoek waren naar een akkoord met het kapitalisme, zoals de sociaaldemocraten dit in de periode na 1917 deden. In al deze revolutionaire perioden ontbrak het aan een leiding binnen de arbeidersbewegingen met een duidelijk begrip van de kapitalistische staat, een leiding die bovendien een strategie kon ontwikkelen om de beweging naar de overwinning te leiden en een democratische arbeidersrepubliek te vestigen.

Perspectieven voor een linkse regering

Het toevlucht nemen tot een militaire dictatuur om radicale veranderingen een halt toe te roepen is een benadering die wordt geassocieerd met de heersende klassen van de “derde wereld” landen, niet met de “ontwikkelde” kapitalistische landen. Maar in werkelijkheid zijn alle heersende klassen bereid om zich tot het uiterste in te spannen om hun heerschappij te verdedigen. De Duitse, Italiaanse en Spaanse heersende klassen namen hun toevlucht tot het fascisme. In Spanje, Griekenland en Portugal gingen de rechtse dictaturen tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw door.

In 1975 werd een linkse Labour-regering in Australië afgezet door een constitutionele staatsgreep van de Britse monarchie. De bestseller van de Britse politicus Chris Mullin, “A Very British Coup”, onderzocht in 1982 het vooruitzicht op soortgelijke ontwikkelingen als een linkse Labourregering in Groot-Brittannië zou worden gekozen. Alle legale en illegale mechanismen van de staat zullen worden gebruikt om elke serieuze poging van de arbeidersklasse om het parlement te gebruiken voor een socialistisch te ondermijnen. De arbeidersbeweging moet net zo goed voorbereid zijn op zulke momenten als de kapitalistische klasse. Om succesvol te zijn in het winnen van Medicare for All en andere belangrijke eisen zou een presidentschap onder Sanders gesteund moeten worden door een massabeweging op straat en op de werkvloer. Het zou ook de steun nodig hebben van een onafhankelijke linkse partij, gebaseerd op de belangen van de werkende mensen en de onderdrukten met een strijdbaar programma. Zo’n partij zou moeten streven naar een volledige meerderheid in het Congres, de wetgevende macht van de staat en de gemeenteraden. In de strijd tegen de machtigste heersende klasse uit de wereldgeschiedenis zal een leiding met een duidelijk begrip van de rol van de kapitalistische staat doorslaggevend zijn.

In de VS beschuldigde de heersende klasse in het verleden revolutionaire socialisten van een samenzwering om “de regering omver te werpen”. Helaas sluit Blanc zich bij dit argument aan. Niets is minder waar. Marxisten proberen de meerderheid van de arbeidersklasse en zelfs de bevolking als geheel te winnen voor de noodzaak van socialistische verandering.

Maar we geloven ook dat de heersende klasse de democratische wil van de samenleving niet zal accepteren als dat betekent dat ze hun macht en privileges verliezen. Als de democratie voor hen niet werkt, zullen ze proberen om de democratie te stoppen. In de jaren dertig van de vorige eeuw onderzocht het Congres een plan voor militaire staatsgreep tegen president Franklin Roosevelt, georganiseerd door een vleugel van de Amerikaanse heersende klasse omdat ze zelfs de beperkte hervormingen van de “New Deal” niet konden verdragen.

Revolutionaire organisatie

Het artikel van Blanc getuigt van een onvolledig beeld op het karakter van de staat. Het gaat voorbij aan de grenzen van de kapitalistische democratie en stelt vervolgens dat het socialisme kan bekomen worden binnen een burgerlijk parlementair kader. Zijn doel is om de Russische Revolutie te weerleggen als een model voor vandaag. Samen met zijn kritiek op opstanden, pleit hij in wezen tegen het idee dat de werkenden een eigen revolutionaire organisatie nodig heeft die geworteld is in hun klasse. Een massale revolutionaire partij die de grenzen van de burgerlijke democratie begrijpt, is echter van cruciaal belang voor het succes van de overgang van de mensheid naar het socialisme. Een dergelijke partij zou gebaseerd moeten zijn op een duidelijk begrip van de perspectieven en de taken voor de arbeidersklasse. Zij zou ernaar streven om een gemeenschappelijke organisatie op te bouwen op nationaal en internationaal niveau. Zij zou vertrouw moeten zijn met de lessen uit het verleden om voor haar ideeën te strijden in de vakbonden, bredere politieke formaties en in alle strijd van werkenden en onderdrukten.

We gaan nu een nieuwe, meer onrustige, politieke periode in de VS in. De tijd dat het kapitalisme de ‘rode dreiging’ kan gebruiken om angst te zaaien, ligt achter ons. De euforie van de markt ten tijde van de val van het stalinisme is verdwenen. De verrassende verkiezing van Kshama Sawant met 96.000 stemmen in 2013 was een uitdrukking van de hernieuwde opkomst van socialisme onder een nieuwe generatie. Deze overwinning van een kandidaat van Socialist Alternative in de stad Seattle maakte deel uit van het proces dat de weg opende voor de campagne van Bernie Sanders in 2016, die op zijn beurt de explosieve groei van de DSA op gang trok.

In onze strijd voor het socialisme moeten onze bewegingen ook de valkuilen en kansen zien die de weg voorwaarts zullen bepalen. Het artikel van Eric Blanc schetst niet de economische achtergrond van zijn lineaire, ordelijke weg naar het socialisme. We staan niet op het punt een economische periode in te gaan die vergelijkbaar is met de periode die gepaard ging met de opkomst van sociaaldemocratische partijen in de jaren 1890 of de jaren 1950, toen de “welvaartsstaat” in het Westen op zijn hoogtepunt was. We bevinden ons in een periode waar de kapitalistische klasse geen weg vooruit heeft om de economie te ontwikkelen, waarin crisis en instabiliteit permanente kenmerken zijn. Dit zal grote sociale omwentelingen teweegbrengen en het bewustzijn van de arbeidersklasse radicaal veranderen. Het wordt een periode waarin de socialisten moeten omgaan met de complexiteit van zowel het opkomende rechtse als linkse populisme, en van nieuwe versies van het reformisme.

Parlementen moeten door de socialisten worden gebruikt, maar we begrijpen wat deze instellingen betekenen en wat de gevaren ervan zijn voor de socialisten.

De kapitalisten hebben vele malen geprobeerd Karl Marx te begraven, maar zijn ideeën komen steeds weer terug. Met een marxistisch begrip van de komende veranderingen in onze wereld en onze geschiedenis als klasse, zal de arbeidersklasse de weg vinden om alle rotte en corrupte instellingen van het kapitalisme te vervangen en een wereldwijde socialistische democratie op te bouwen.

Print Friendly, PDF & Email