Brazilië: perspectieven voor het verzet tegen Bolsonaro

Jair Bolsonaro’s Brazilië is een land dat in alle opzichten achteruitgaat. Zeven maanden na zijn eedaflegging zien we armoede, werkloosheid, de afbouw van sociale rechten, aanvallen op democratische vrijheden, autoritaire praktijken, onderwerping aan het imperialisme en een permanent offensief tegen werkenden, vrouwen, inheemse volkeren, LGBTQ+-mensen, zwarte mensen. Dat wil zeggen: tegen de overgrote meerderheid van de bevolking.

Dossier door André Ferrari, LSR (CWI in Brazilië)

Deze extreemrechtse regering vertegenwoordigt het wreedste gezicht van een economisch en politiek systeem in diepe crisis. Met Bolsonaro komt een einde aan de meeste illusies over een “gematigde” uitweg en over verzoening tussen de klassen, illusies die de afgelopen jaren onder de regeringen van de PT (Arbeiderspartij onder leiding van Lula) werden gepromoot.

Bolsonaro dient een heersende klasse die misbruik en autoritarisme tolereert en zelfs stimuleert, zolang ze gebruikt worden om asociale tegenhervormingen door te voeren die de winsten en privileges van banken, grote bedrijven en de agro-industrie garanderen.

Het verzet tegen deze enorme tegenslag begon eerder en met meer kracht dan velen, waaronder sommigen ter linkerzijde, verwachtten. Het is nog niet genoeg geweest om de aanvallen van Bolsonaro te verslaan, maar het is nog maar net begonnen. Het is noodzakelijk dat de arbeidersklasse, de sociale bewegingen en links lessen trekken uit hun nederlagen en ervaringen van de strijd en verder gaan in de strijd tegen deze regering, dit economische en politieke systeem en de barbarij die zij vertegenwoordigen.

Een land in diepe crisis

Het scenario van ernstige politieke onrust in Brazilië is gebaseerd op een economie in diepe crisis en zonder vooruitzichten op verbetering, die gepaard gaat met een verslechtering van de structurele sociale problemen.

Sinds 2014 kent Brazilië geen significante economische groei meer. Het bleef stagneren in 2014 (0,5% bbp-groei), maakte twee jaar van recessie door met dalingen in 2015 (-3,55%) en 2016 (-3,31%) en een verwaarloosbare groei in 2017 (1,06%) en 2018 (1,12%). Het land is nog niet hersteld van een van de ergste recessies in zijn geschiedenis en staat aan de vooravond van een nieuwe recessie. De groeiverwachtingen voor 2019 liggen allemaal onder de 1% en worden meestal slechter.

De werkloosheid bedraagt officieel 12% en omvat 12,8 miljoen mensen. De totale onderbenutting van de beroepsbevolking bedraagt 28,4 miljoen werknemers, naast 4,9 miljoen werknemers in een situatie van inactiviteit (die het zoeken naar werk hebben opgegeven).

Het gemiddelde inkomen van de werknemers is systematisch gedaald en de onzekerheid en de verslechtering van de werkomstandigheden nemen toe. Ongeveer 22,7% van de Braziliaanse huishoudens heeft geen inkomen uit werk en er zijn momenteel ongeveer 11 miljoen jongeren die noch werken noch studeren.

Een teken van verslechterende levensomstandigheden is de situatie in grote steden als São Paulo. Officiële gegevens uit 2019 wijzen op het bestaan van 32.600 daklozen in de stad. Hoewel dit officiële cijfer de realiteit onderschat, vertegenwoordigt het nu al het dubbele van het cijfer uit 2015.

Deze echte sociale tijdbom ligt aan de basis van de enorme instabiliteit en politieke volatiliteit in het land. De neoliberale tegenhervormingen van Bolsonaro zullen de situatie verergeren.

De naderende nieuwe wereldwijde recessie kan een verwoestend effect hebben op de Braziliaanse economie met enorme sociale en politieke gevolgen. De arbeidersklasse moet zich organiseren voor dit scenario van intens verzet en strijd.

Besparingen op onderwijs en tegenhervorming van pensioenstelsel

Er is op meerdere fronten verzet tegen Bolsonaro, maar in deze eerste zeven maanden van de regering waren de grootste mobilisaties die tegen de besparingen op het onderwijs en om de door de regering voorgestelde tegenhervorming van het pensioenstelsel.

Op 15 mei hebben meer dan een miljoen studenten en personeelsleden hun scholen en universiteiten plat gelegd en in het hele land de straat op gegaan tegen de aangekondigde besparingen van de minister van Onderwijs en zijn agressieve extreemrechtse retoriek.

Aanvankelijk kondigde de minister bij wijze van duidelijke politieke vervolging alleen besparingen aan op universiteiten die als “links” werden beschouwd en gekenmerkt werden door de “onrust” van activisme. Hij kondigde vervolgens de veralgemening van de besparingen aan en rechtvaardigde dit met een obscurantistisch discours.

Op straat werd daar massaal op geantwoord. Voor het eerst sinds het aantreden van de regering gingen de mobilisaties verder dan de reeds “oppositionele” lagen van de samenleving en bereikten ze een deel van de sociale basis die eerder door Bolsonaro werd veroverd.

De regering reageerde met een poging tot een tegenaanval op straat. Ze riep op tot demonstraties om kracht te tonen en ook om de stemming en de voorwaarden voor de mogelijke goedkeuring van meer autoritaire maatregelen op de proef te stellen.

De rechtse betogingen vonden plaats op 26 mei en brachten enkele honderdduizenden, voornamelijk middenklasse mannen uit de zuidelijke en zuidoostelijke regionale hoofdsteden op de been. Zij toonden aan dat de regering een aanzienlijke sociale basis in stand houdt die tot op zekere hoogte gemobiliseerd kan worden. Maar het heeft ook laten zien dat er een verdeeldheid binnen rechts bestaat en dat het voor Bolsonaro binnen deze krachtsverhouding op dit ogenblik niet mogelijk is om een meer Bonapartistisch avontuur aan te gaan.

De werkenden en jongeren reageerden met nieuwe demonstraties op 30 juni en de bevestiging van de oproep tot een algemene staking op 14 juni, ditmaal met meer aandacht voor de strijd tegen de pensioenhervorming.

Aan de vooravond van de algemene staking werd het tegenhervormingsproject van de minister van Economie, Paulo Guedes, een ultraliberale “Chicago-jongen”, gewijzigd door de speciale commissie die hierover in de Kamer van Afgevaardigden (het Lagerhuis) was opgericht.

Enkele van de ergste aanvallen werden uit het wetsvoorstel gehaald. Daaronder het voorstel voor een volledige verandering van het socialezekerheidsstelsel met een overgang naar het systeem van kapitalisatie (volledig geïndividualiseerd), naar het voorbeeld van het Chileense model van Pinochets dictatuur, dat tot op de dag van vandaag een echte sociale ramp betekent.

Op 14 juni hebben veel belangrijke delen van de arbeidersklasse de productie en het verkeer van goederen en diensten lamgelegd. Er waren belangrijke betogingen. Maar de staking was kleiner in termen van omvang en impact dan de algemene staking die de ‘hervorming’ van de sociale zekerheid in 2017 onder de regering van Michel Temer had weten te stoppen.

Belangrijke sectoren, zoals het openbaar vervoer, hadden bijvoorbeeld een lagere participatie. Er was sprake van sterke repressie en intimidatie door de rechterlijke macht ten aanzien van de vakbonden met betrekking tot de zogenaamde “essentiële sectoren”, waarbij de vakbonden bedreigd werden met monsterboetes en andere vergeldingsmaatregelen in geval van een staking.

Maar het fundamentele probleem was het gebrek aan vertrouwen van de meeste werkenden in een concreet alternatief. Het discours dat er zonder deze tegenhervorming chaos zou ontstaan – Brazilië zou een Venezuela worden! – vond een echo, zelfs onder delen van de oppositie tegen Bolsonaro in het Congres.

Sommige congresleden en centrumlinkse partijen kozen voor een meer “onderhandelende” benadering, waarbij ze de noodzaak van een tegenhervorming accepteerden, maar probeerden deze te verzachten. Een deel van de vakbondsfederaties, veel van hen ultra-bureaucratisch en rechts, speelde hetzelfde spel.

Het resultaat was een nederlaag voor de arbeiders. Het wetsvoorstel werd goedgekeurd in de Kamer van Afgevaardigden met nog een paar wijzigingen die de aanvallen verzachten, maar die niets veranderen aan het feit dat dit de zwaarste aanval op het pensioenstelsel is sinds de grondwet van 1988 werd aangenomen. Het is harder dan de aanvallen van Fernando Henrique Cardoso (de rechtse PSDB-president) in 1998 of van Lula (PT) in 2003.

Zelfs met de doorgevoerde veranderingen zal de tegenhervorming de waarde van de pensioenen drastisch verminderen en een toenemend deel van de bevolking veroordelen tot het laagste pensioenniveau. Voor werkenden met een stabielere baan zal een lager pensioen in de praktijk de zoektocht naar een aanvullend particulier pensioen stimuleren, wat een grote markt voor banken en particuliere pensioenfondsen opent.

Het wetsvoorstel moet nog worden aangenomen in de Tweede Kamer en vervolgens in de Senaat. Maar het scenario om het voorstel te stoppen, is nu veel moeilijker dan voorheen. Voor augustus worden er vakbondsacties voor de pensioenen geëist, maar de vakbondsleiders hebben het niet meer over een nieuwe algemene staking.

Tegenstellingen onder rechts

De goedkeuring van de aanval op de pensioenen in het Lagerhuis toonde een grote eensgezindheid van de burgerij en haar politieke vertegenwoordigers om over te gaan tot neoliberale contrahervormingen, te beginnen met de sociale zekerheid.

Tegelijkertijd is het niet onbelangrijk dat dit gebeurde op een ogenblik van ernstige tegenstrijdigheden en verdeeldheid tussen traditionele rechtse politici en de nieuwe extreemrechtse ‘bolsonisten’. Tot op zekere hoogte speelt dit conflict zich ook af tussen de instellingen en bevoegdheden van de republiek.

De grote protagonist van de goedkeuring van de tegenhervorming van de pensioenen was de voorzitter van de Kamer van Afgevaardigden, Rodrigo Maia, van een traditionele rechtse partij (Democraten) bestaande uit trouwe marionetten van de landeigenaren, bankiers en grote bedrijven. Maia handelde vaak in openlijk conflict met Bolsonaro en de uitvoerende macht. Op 26 mei werd hij door rechtse betogers aangevallen als ‘vertegenwoordiger van de oude politiek.’ Maia liet het parlement een veel autonomere rol spelen dan normaal is in het Braziliaanse presidentiële stelsel.

Alle oude en traditionele methoden om stemmen van afgevaardigden te kopen, middelen te verdelen voor de parlementsleden om te gebruiken in hun kiesdistricten, enz. werden gebruikt om de tegenhervorming van de sociale zekerheid goed te keuren. Veel kiezers van Bolsonaro waren ontevreden met de traditionele manier van aan politiek doen. De president probeerde zich ver van deze praktijken te houden, ook al was hij er verantwoordelijk voor. Hij probeerde ook nog een ondermijning van zijn sociale basis te verhinderen door enkele sectoren uit de aanval op de pensioenen te halen. Zo zou het leger niet getroffen worden door de maatregelen en voor de politie zijn er verzachtende maatregelen beloofd.

De semi-autonomie van de wetgevende macht met betrekking tot de agenda van de uitvoerende macht kan problemen opleveren voor Bolsonaro bij toekomstige stemmingen over andere kwesties. Delen van de centrumlinkse oppositie wedden op deze weg als een manier om Bolsonaro in te dammen. Met dit in gedachten steunden partijen als PCdoB (Communistische Partij van Brazilië) of PDT (Democratische Arbeiderspartij) Rodrigo Maia bij zijn verkiezing tot Kamervoorzitter begin dit jaar.

Maar Rodrigo Maia’s programma is hetzelfde extreem neoliberale programma van de Braziliaanse bourgeoisie. De verdeeldheid gaat enkel over hoe ze dit beleid opleggen. Maia verdedigt de traditionele methoden van het kopen van stemmen, omkoping en misleidende onderhandelingen en denkt dat de vechtlustige en “populistische” methode van Bolsonaro zal leiden tot de nederlagen voor het project dat ze beiden verdedigen.

De enige manier voor de arbeiders om potentiële verdeeldheid onder de heersende elite uit te buiten is door strijd en de druk van onderaf op te voeren. Zonder dit zullen de elites altijd tot een akkoord komen tegen de meerderheid van de bevolking.

“Car Wash’ crisis…

Een andere fundamentele politieke kwestie die de regering-Bolsonaro rechtstreeks raakt, is de crisis rond de huidige “superminister van Justitie en openbare veiligheid”, de voormalige rechter, Sergio Moro.

Onlangs lekten er berichten uit over communicatie tussen de toenmalige rechter Sergio Moro en de aanklagers van de zogenaamde “Car Wash operatie” (Lava Jato), een mega-operatie om corruptiezaken te onderzoeken waarbij Petrobras, de Braziliaanse oliegigant, en de PT-regeringen betrokken waren.

De gelekte berichten werden gepubliceerd via ‘The Intercept Brazil’, geregisseerd door journalist Glenn Greenwald, die eerder een sleutelrol speelde in de zaak Edward Snowden. De berichten bevestigen het bestaan van een expliciete heimelijke verstandhouding tussen de aanklagers en de rechter, met als duidelijk doel om de voormalige president Lula (PT) te veroordelen en te arresteren en zo een rol te spelen op het politieke en electorale toneel.

De verkiezingsoverwinning van Bolsonaro was voor een groot deel mogelijk omdat Lula niet kon deelnemen aan de verkiezingen. De “Car Wash operatie” speelde ook een centrale rol bij het opbouwen van een gunstige stemming voor de institutionele staatsgreep die de voormalige president Dilma Rousseff (PT) in 2016 omverwierp door middel van een volstrekt onregelmatig proces.

Als beloning voor zijn diensten werd Sergio Moro door Bolsonaro benoemd tot superminister met grote bevoegdheden. Hij nam de verantwoordelijkheid op zich voor twee fundamentele kwesties die verband houden met de opkomst van extreemrechts in Brazilië: de strijd tegen corruptie en de openbare veiligheid. Sergio Moro had ook veel hogere ambities, zoals een benoeming bij het Hooggerechtshof of zelfs een presidentskandidaatschap. Maar de situatie is nu veel gecompliceerder. De berichten die tussen Moro en de aanklagers werden uitgewisseld, laten geen twijfel bestaan. Sergio Moro en de aanklagers pleegden misdaden en handelden illegaal, met alle gevolgen van dien voor de hele rechtsgang die tot de arrestatie van Lula heeft geleid.

In een normale situatie van een burgerlijk-democratisch regime zou hij in ieder geval zijn functie als minister hebben verloren, zich voor zijn misdaden gerechtelijk hebben moeten verantwoorden, en Lula zou zijn vrijgelaten vanwege de onregelmatigheden in het proces. In een echte democratie, zelfs op de liberaal-burgerlijke manier, zouden ook de verkiezingsresultaten van 2018 betwist worden.

Maar Brazilië bevindt zich niet in een normale situatie van een democratisch regime, zelfs niet de beperkte burgerlijke democratie die het sinds het einde van de militaire dictatuur en de grondwet van 1988 kent. In deze context kiezen Sergio Moro en Jair Bolsonaro ervoor om de elementen van de huidige “uitzonderingstoestand” in Brazilië en het Bonaparistische en autoritaire karakter van deze regering te verdiepen.

Als waarnemend minister van Justitie verhindert Sergio Moro elk onderzoek naar de misdaden die hij en de aanklagers hebben begaan en leidt hij het onderzoek van de federale politie, onder zijn bevel, om de oorsprong van de lekken en de vermeende betrokkenheid van journalisten bij het hacken van de autoriteiten na te gaan.

Onlangs heeft de federale politie een groep jongeren ontmanteld, zogenaamd hackers, die geïnfiltreerd waren in de mobiele telefoons van de overheid. Moro verbond de zaak onmiddellijk met lekken uit “Car Wash Operatie” en legde een verband met publieke figuren van Braziliaans links, zoals Manuela D’Ávila (PCdoB), vice-presidentskandidaat in de presidentiële campagne van de Fernando Haddad (PT), die vorig jaar in de tweede ronde van de verkiezingen opkwam tegen Bolsonaro.

Om een sfeer van dreigementen en intimidatie te creëren, heeft Moro ook een verordening uitgevaardigd die voorziet in de voorlopige uitzetting van buitenlanders die als “gevaarlijk worden beschouwd of die daden hebben gepleegd die in strijd zijn met de beginselen en doelstellingen die in de grondwet zijn vastgelegd”. Glenn Greenwald is een Amerikaans staatsburger, hoewel hij in Brazilië woont en getrouwd is met David Miranda, een PSOL congreslid.

Gezien dit scenario heeft het Federale Hooggerechtshof, dat in de zaak van Lula al had moeten beslissen over een habeas corpus, besloten om de beslissing enkele maanden uit te stellen. Zelfs met veel leden van het Hooggerechtshof die de houding van Moro en Bolsonaro in twijfel trekken, zou een definitieve beslissing tegen Moro, die zou leiden tot de vrijlating van Lula, een niveau van politieke onafhankelijkheid en autonomie impliceren die het Hooggerechtshof in Brazilië niet heeft. De medeplichtigheid van het Hof aan de institutionele staatsgreep van 2016 was daar een duidelijk bewijs van.

Autoritaire escalatie

Sergio Moro leunt nog steeds op een reactionaire sociale basis van mensen uit de middenklasse, naast een aantal verwarde volkse lagen, die gebruik maken van retoriek tegen corruptie en criminaliteit, zaken die Bolsonaro expliciet linkt met links doorheen een “anticommunistisch” discours dat typisch is voor de koude oorlog.

Voor deze lagen van de samenleving maakt het niet uit of Moro illegaal handelde in de “Car Wash Operatie”. Waar het om gaat is dat hij Lula en zijn “bende corrupte linkse mensen” heeft kunnen arresteren. Dit is dezelfde redenering die de uitroeiing van zwarte jongeren in de rand van de grote Braziliaanse steden door de politie en de para-legale krachten rechtvaardigt. Het is in de praktijk de invoering van een systematische doodstraf zonder proces of recht op verdediging.

Als minister van justitie en openbare veiligheid is Moro de auteur van een wetsvoorstel dat zogenaamd tegen de criminaliteit is gericht en dat onder andere de Braziliaanse militaire politie (die nu al een van de ergste moordenaars ter wereld is) toelating geeft om te doden zonder angst voor verdere gerechtelijke procedures.

Terwijl de regering de illegale en onwettige acties van Sergio Moro voortzet, heeft de president herhaalde verklaringen afgelegd ter verdediging van de dictatuur en de rol van het leger in het martelen en doden van politieke gevangenen. In een interview viel hij de voorzitter van de Orde van Braziliaanse Advocaten aan met pejoratieve verwijzingen naar zijn vader, Fernando Santa Cruz, een linkse activist die in 1974 door de repressieve krachten van de militaire dictatuur werd gearresteerd en “verdween”.

Met Bolsonaro in de regering is het geweld van de staat in Brazilië kwalitatief toegenomen. Op het platteland zijn inheemse mensen en plattelandsarbeiders systematisch het doelwit van een gewapend offensief van landeigenaren en mijnbouwbedrijven. De meest recente zaak betrof de moord op een inheemse leider van het Wajãpi-volk, Emyra Wajãpi genaamd, in de staat Amapá in het Amazonegebied. Dit gebeurde door een gewapende groep in dienst van mijnbouwbelangen.

Bolsonaro verwierp het protest en verklaarde dat hij van plan is om de acties van mijnbouwbedrijven op inheemse gronden te legaliseren. De strijd voor de verdediging van het Amazonegebied en de milieumaatregelen in het algemeen houden rechtstreeks verband met de strijd van inheemse volkeren en boeren voor het recht op land. De vijand is dezelfde: de agro-industrie en de ontginning van mineralen en hun bloeddorstige methoden.

In de steden zijn er ondertussen situaties waar de politie of het leger bijeenkomsten van vakbonden of zelfs academici binnenvallen als ze weten dat daar over het verzet tegen de regering wordt gesproken. De criminalisering van sociale bewegingen verdiept zich. In São Paulo bijvoorbeeld werden op 26 juni negen leiders van een sociale beweging die strijdt voor huisvesting door onbewoonde gebouwen in het centrum van de stad te bezetten, gearresteerd met in kaart gezette beschuldigingen. Ze zitten nog steeds vast.

Intimidatie en onderdrukking nemen toe. Maar in de lagen die niet echt tot de staat behoren maar er wel voor optreden, zoals rechtse groepen verbonden met economische belangen of georganiseerde criminelen (zoals milities in Rio de Janeiro), gaat dit proces nog verder. Er zijn geen publieke figuren van sociale bewegingen of van links die de afgelopen periode geen bedreigingen hebben ontvangen. Deze acties vinden in Bolsonaro een stimulans en een geruststelling van bescherming.

In zijn eerste toespraak na de verkiezingen zei Bolsonaro dat er maar twee alternatieven voor links zijn: gevangenis of ballingschap. De kracht van massale strijd, die we tot hiertoe reeds zagen, heeft de harde hand van de regering gedeeltelijk ingeperkt. Maar de dreiging blijft aan de horizon. Na de nederlaag voor de massabeweging met de goedkeuring van de pensioenhervorming, nam de regering-Bolsonaro een meer offensieve houding aan. Vechtlustige aanhangers, militieleden en protofascistische extreemrechtse activisten voelen zich gesterkt.

Op dit moment kan de regering haar autoritaire, dictatoriale of zelfs protofascistische roeping niet tot het uiterste doorvoeren. Er zijn in dit opzicht tegenstrijdigheden binnen de elites en de heersende klasse. Maar bovenal is er geen sprake van een kwalitatief diepgaande nederlaag van de arbeiders en de onderdrukte lagen van de samenleving.

De enige garantie dat deze autoritaire uitkomst niet zal slagen, is echter de mobilisatie, de organisatie aan de basis en het vermogen van de werkenden en onderdrukten om te strijden rond een programma van sociale eisen dat een alternatief voor dit systeem biedt. De arbeidersklasse heeft genoeg kracht om zich te verzetten, maar ze heeft een adequaat programma, strategie en organisatie nodig.

Nieuwe aanvallen en verzet

De goedkeuring van de pensioenhervorming in het Lagerhuis is de lastigste aanval tot nu toe. Als het wordt bevestigd in de stemmingen die nog steeds in het Hogerhuis en de Senaat moeten worden gehouden, zal het een grote tegenslag zijn. Hierna zullen regering en parlement met meer aanvallen komen. Een nieuw project voor een wetsvoorstel “voor economische vrijheid”, dat in de praktijk de fundamentele rechten van werkenden herroept, wordt nu besproken. Het zou een radicale verdieping betekenen van de hervorming van de arbeidswetgeving onder de regering-Temer.

De regering heeft een agressief privatiseringsprogramma. Er is al begonnen met de privatisering van belangrijke Petrobras-dochterondernemingen (BR Distribuidora en TAG – Transportadora Associada de Gás) en naar verwachting komt er een mega-veiling voor de concessie van olie-exploratiegebieden in de diepe lagen voor de kust. De regering wil de postkantoren, het elektriciteitsbedrijf Eletrobrás, de staatsbanken en vele andere bedrijven privatiseren.

Bolsonaro heeft ook verdere besparingen op het onderwijs aangekondigd en een agressief privatiseringsproject voor federale universiteiten voorgesteld, waarbij ook het beheer van deze onderwijsinstellingen door zogenaamde “sociale organisaties” van particuliere aard zou worden uitgevoerd. Dit vormde opnieuw een bom in het onderwijs. Er komt een nieuwe onderwijsstaking op 13 augustus die wel eens groot kan zijn.

Deze mobilisatie ter verdediging van het openbaar onderwijs moet door de hele vakbonds-, volks- en studentenbeweging worden gezien als een kans om verschillende strijdbewegingen te verenigen en een nieuwe eengemaakte beweging van verzet op te bouwen tegen aanvallen van de regering.

Onder deze omstandigheden zou een nieuwe eendaagse algemene staking, ditmaal met veel meer organisatie van onderaf en een effectieve impact, moeten worden uitgeroepen. In deze context kan zelfs de aanval op de pensioenen nog steeds worden gestopt, ondanks de stemming in het Congres. Dat zou de positie van de leiding van de arbeidersbeweging moeten zijn.

Bouwen aan een echt links alternatief

Bolsonaro heeft nu slechts de steun van een derde van de bevolking. Sinds het einde van de dictatuur was een president zo kort in zijn ambtstermijn nooit zo weinig populair. Maar de strategie van de regering is om zich precies te baseren op de samenhang en consolidatie van dit derde van de bevolking rond reactionaire ideeën, acties en retoriek. Bolsonaro probeert deze laag te consolideren door vooral in te gaan op de centrale thema’s van zijn campagne: tegen corruptie, tegen criminaliteit, tegen links (in het bijzonder de PT) waarbij links wordt gelijkgesteld met de voorgaande problemen en met het ‘oude beleid’.

Het idee dat Bolsonaro onder invloed van de ‘democratische instellingen’ geleidelijk een ‘normale’ burgerlijke politicus zou worden, is niet op de realiteit gebaseerd. De regering test voortdurend de mogelijkheden uit om de grenzen van het burgerlijk democratische politieke systeem te verleggen. De regering slaagt erin om elementen van een permanente ‘uitzonderingstoestand’ in stand te houden, zelfs onder de scheiding van continuïteit van het politieke systeem.

De verkiezing van Bolsonaro is het resultaat van de institutionele staatsgreep van 2016 en van een volstrekt onregelmatig verkiezingsproces in 2018, gekenmerkt door de willekeurige arrestatie van Lula, door de illegale private financiering van een grootschalig bombardement van nepnieuws door sociale netwerken, door politiek geweld op straat, waarbij de instellingen van het regime volledig ondergeschikt zijn aan dit proces. Dit scenario leidt tot schaamte onder delen van de burgerij zelf.

De grote burgerlijke pers begint te reageren en er zijn veel tekenen van ontevredenheid over de koers van de regering. Maar de fundamentele vraag is voor iedereen of deze regering in staat is om de structurele neoliberale aanvallen door te voeren die de belangen van de grote aandeelhouders en speculanten garanderen.

Bolsonaro zal problemen hebben met de heersende klasse als hij niet doet wat hij beloofd heeft. Terwijl hij zich in deze richting beweegt, zullen we nog steeds enkele klachten en gemompel van enkele vertegenwoordigers van de elite horen. Maar niets dat zijn pad effectief belemmert.

Onlangs verklaarde de president van de grootste Braziliaanse bank (Candido Bracher, uit Itaú) dat de autoritaire retoriek van Bolsonaro de goedkeuring van de “hervormingen” niet in de weg staat en dat de economische situatie nog nooit zo positief is geweest als nu. Op het hoogtepunt van zijn cynisme vierde hij zelfs de werkloosheid: “de hoge werkloosheid maakt groei mogelijk zonder enige invloed op de inflatie … Dit maakt de macro-economische situatie in Brazilië beter dan ik ooit in mijn carrière zag”. Deze mensen maken zich niet echt zorgen over de autoritaire weg van de regering.

Als Bolsonaro zijn beloften niet nakomt, werkt de heersende klasse al aan andere hypothesen en alternatieven in dezelfde richting of nog erger. Zij kunnen rechts een uitweg uit de crisis bouwen rond de vice-president, de generaal van het leger, Hamilton Mourão, of alternatieven die nog in aanbouw zijn. In ieder geval zal dit niet gebeuren zonder een verergering van de politieke crisis met alle gevolgen van dien.

De zogenaamde “democratische” burgerij zal Bolsonaro niet ernstig bestrijden. Hij kan alleen worden gestopt door degenen die rechtstreeks worden getroffen door zijn beleid: de arbeidersklasse als geheel en die delen van onze klasse die het slachtoffer zijn van specifieke vormen van onderdrukking, zoals vrouwen, zwarten, inheemse volkeren, “quilombola’s” (inwoners van Afrikaanse afkomst in nederzettingen), enzovoort.

Daarom moeten de democratische eisen van de massabeweging, die op dit moment van fundamenteel belang zijn, rechtstreeks gekoppeld worden aan de strijd voor de bescherming van de sociale rechten en de verbetering van de levensomstandigheden.

Het is een reactionaire illusie om te denken dat we steun van ‘democratische’ delen van de burgerij zullen krijgen in de strijd tegen Bolsonaro door de strijd tegen neoliberale aanvallen op te geven of ondergeschikt te maken aan het wegkrijgen van Bolsonaro. Het fundamentele probleem is immers dat het functioneren van het kapitalisme in deze tijd van structurele crisis zeker in een perifeer en afhankelijk land als Brazilië steeds meer onverenigbaar is met de democratie, zelfs met een beperkte burgerlijke democratie.

We zullen geen uitweg uit deze crisis vinden door achterom te kijken, zoals de PT en het Lula-kamp dit deden en nog steeds doen met een nostalgie over hun regeringen. We moeten bouwen aan een nieuwe sterke linkerzijde. Er is geen klassenverzoening mogelijk en het is een illusie dat we kunnen terugkeren naar de uitzonderlijke jaren toen zowel bankiers uit het zuidoosten als arme boeren uit het noordoosten geloofden dat de situatie geleidelijk verbeterde.

Blijven kiezen voor klassenbemiddeling en het zoeken naar steun van de progressieve burgerij via institutionele weg, is het recept dat aan de basis lag van de nederlagen voor de werkenden de afgelopen jaren. Het leidde tot het besparingsbeleid onder Dilma Rousseff (PT) in 2015, de institutionele staatsgreep van 2016, de aanvallen onder Temer in 2017, de overwinning van Bolsonaro in 2018 en de goedkeuring van de aanvallen op de pensioenen vandaag.

Wij pleiten voor een brede eenheid in actie rond concrete mobilisaties tegen de aanvallen van Bolsonaro op alle niveaus. We zetten ons ook in voor een verenigd front van de arbeidersorganisaties in de strijd om hun rechten te verdedigen, zoals in het geval van het ‘Front van Mensen Zonder Vrees’, dat vakbondsfederaties, sociale bewegingen (zoals de MTST), studenten-, vrouwen- en zwarte bewegingen, enz. samenbrengt.

Op politiek vlak is het meer dan noodzakelijk om een onafhankelijk en consequent links, socialistisch alternatief op te bouwen dat in staat is de fouten en het verraad van de leiders van de PT en het politieke kamp van het Lulaïsme te overwinnen. Deze taak moet opgenomen worden door de PSOL (Partij voor Socialisme en Vrijheid) in samenwerking met andere delen van de socialistische linkerzijde en de meer militante sociale bewegingen en bewegingen van de arbeidersklasse.

Dit alternatief zou het meest strijdbare en consequente onderdeel moeten zijn van de gezamenlijke strijd tegen Bolsonaro. Maar het moet ook worden gesmeed in deze strijd, die zich momenteel ontwikkelt, als een alternatieve pool voor de illusies in de klassenbemiddeling die nog steeds deel uitmaken van de ideologie van de PT en het Lula-kamp.

Daarom moet zij een strategie voorstellen die gebaseerd is op de strijd van de werkenden en hun bondgenoten onder de onderdrukte lagen van de samenleving, op de organisatie van het volk, op massale mobilisatie, stakingen en bezettingen. Zij moet de electorale campagnes in dienst stellen van de directe strijd van de werknemers en hun politieke niveau versterken in de richting van een antikapitalistisch en socialistisch bewustzijn. Daarom moet zij een coherent programma presenteren met een antikapitalistisch en socialistisch karakter.

Een actieprogramma van socialistisch links moet de volgende eisen bevatten:

  • Stop Bolsonaro en zijn aanvallen op sociale en democratische rechten en verworvenheden!
  • Neen aan de pensioenhervorming van Bolsonaro, Rodrigo Maia en de bankiers! Voor het recht op pensioen voor alle werkenden!
  • Stop de besparingen op onderwijs en alle openbare diensten!
  • Neen aan de afbouw van de rechten van werkenden – trek de tegenhervorming van de Temer-regering in en stop de nieuwe aanvallen van Bolsonaro!
  • Stop de privatiseringen van Petrobrás, Eletrobrás, postkantoren en andere staatsbedrijven! Hernationalisatie van geprivatiseerde bedrijven, zoals Vale en Embraer, onder controle van de arbeiders!
  • Sergio Moro moet nu aftreden! Bestraffing van de rechters en aanklagers van “Car Wash Operatie” die politieke vervolging in dienst van het grote kapitaal bevorderden! Onmiddellijke vrijheid van Lula!
  • Neen aan het repressieve beleid van Sergio Moro tegen de zwarte en arme mensen! Neen aan de uitroeiing van zwarte jeugd in de favela’s en stadsranden!
  • Stop de criminalisering van armoede en sociale strijd! Ter verdediging van de democratische rechten en vrijheden! Vrijheid voor de negen leiders van de beweging voor huisvesting in São Paulo!
  • Ter verdediging van de rechten van vrouwen, LGBT’s, inheemse en alle lagen die rechtstreeks worden aangevallen door de regering-Bolsonaro! Bestraffing van de moordenaars van inheemse volkeren, vrouwen, LGBTQ+ en zwarte mensen!
  • Bouw de massale strijd tegen de aanvallen van de regering weer op! Voor een grote nationale dag van gezamenlijke strijd op 13 augustus en de voorbereiding van een echte eendaagse algemene staking, georganiseerd van onderaf en met massale straatbetogingen!
  • Bouw aan een links politiek alternatief dat vecht voor een arbeidersregering met een antikapitalistisch en socialistisch programma! Dat programma moet verdedigd worden door een alliantie tussen de PSOL, andere delen van de socialistische linkerzijde en de militante sociale bewegingen.
Print Friendly, PDF & Email