30 jaar geleden: bloedbad op Tiananmen om verzet tegen dictatuur de kop in te drukken

Dertig jaar geleden barstte in China een massale protestbeweging los. Die vond haar sluitstuk in een ongeziene militaire repressie van het dictatoriale Chinese regime. Iedereen kent de wereldberoemde foto van de man die op zijn eentje voor een tank staat op het Tiananmenplein (Plein van de Hemelse Vrede), als symbool van vreedzaam protest. De reactie op het protest was echter niet vreedzaam: in de nacht van 3 op 4 juni 1989 vonden wellicht meer dan 1000 betogers de dood.

Artikel door Jarmo (Antwerpen)

Video van chinaworker.info:

De nachtmerrie van 4 juni was de laatste episode van een strijdbeweging die meer dan anderhalve maand had geduurd. Het was een beweging die in de eerste plaats democratische eisen stelde, maar gaandeweg ook politieke en sociaal-economische bekommernissen naar voor bracht. Grote en diverse lagen van de bevolking waren erin betrokken. Het regime van de Chinese Communistische Partij (CCP) en Deng Xiaoping daverde op zijn grondvesten.

40 jaar eerder, in 1949, had de Chinese Revolutie plaatsgevonden. Die historische gebeurtenis bracht de CCP van Mao Zedong aan de macht. Maar de Chinese Revolutie was niet in de eerste plaats het werk van de georganiseerde arbeidersklasse geweest, zoals de Russische Revolutie in 1917. Het waren integendeel de boeren en plattelandbewoners – de overgrote meerderheid van de Chinese bevolking – die de basis vormden voor het verzet en de steun aan de CCP. Dat leidde ertoe dat er een regime geïnstalleerd werd zonder dat er effectieve actiecomités, wijkcomités, democratische vakbondsstructuren, … aanwezig waren. De Chinese Volksrepubliek was van bij aanvang een gedeformeerde arbeidersstaat: de sleutelsectoren werden wel genationaliseerd, maar niet onder de controle van de werkende bevolking geplaatst. Een dictatoriale staat, naar stalinistisch model, controleerde elk aspect van de samenleving.

In 1989 maakten de Chinese boeren nog steeds 78% van de totale bevolking uit. Maar de beweging voor democratie die zich toen ontwikkelde, had een fundamenteel ander karakter. Het was begonnen als een protestbeweging die voornamelijk uit studenten bestond. Ze eisten democratische vrijheden en soms ook een herinvoering van de vrije markt naar het voorbeeld van de Sovjet-Unie onder Gorbatsjov (‘perestroika’). Het was een beweging die zich in de eerste plaats in de steden ontwikkelde. Aanvankelijk probeerden de studenten nog om de arbeidersklasse niet toe te laten tot het protest. Bepaalde leidinggevende figuren binnen de beweging vreesden dat de arbeidersklasse eisen zou opnemen die tegen de vermarkting ingingen.

Maar de werkende bevolking kwam toch tot protest. Op 16 mei was er een betoging aan de gebouwen van de Chinese overheidsgestuurde vakbondsfederatie. De betogers eisten het recht op onafhankelijke vakbonden, stakingsrecht en het ontslag van de bureaucratische federatieleiders. Een dag later, op 17 mei, was er een massale betoging in Beijing met delegaties van alle grote Chinese bedrijven en werkplaatsen. Nog een dag later, op 18 mei, werd een onafhankelijke vakbond met een duidelijk socialistisch programma opgericht: de Beijing Autonome Arbeidersfederatie. Het programma was erop gericht om de verworvenheden van 1949 te verdedigen en verder uit te breiden. Zo werd er bijvoorbeeld geëist dat de overheidsgestuurde bedrijven onder de controle van de werkende bevolking zouden komen. Dat viel uiteraard niet in goede aarde bij de leiders van de CCP. Met een sterk staaltje Orwelliaanse doublespeak verklaarde ze de organisatie als “contra-revolutionair.” De leiders werden op enkele dagen tijd gearresteerd en achter tralies gezet. Maar het was duidelijk dat het regime de controle over de massa’s kwijt was. Dat werd al aangetoond op 15 mei, toen een staatsbezoek van Mikhail Gorbatsjov (het eerste staatsbezoek van een Sovjet-leider in 30 jaar) op de luchthaven van Beijing moest doorgaan omdat het Tiananmenplein bezet werd door actievoerders.

De studenten op het plein waren op dat moment al in hongerstaking. Ze waren met 160 begonnen, maar twee dagen later waren er al 3000 hongerstakers. Op 17 mei kwamen meer dan een miljoen betogers op straat om de actievoerders te steunen. Het was zonder twijfel de grootste massabijeenkomst sinds 1949.

De CCP was de situatie niet meer de baas. Ze was ook zelf onderhevig aan een interne machtsstrijd tussen grote leider Deng Xiaoping en secretaris-generaal Zhao Ziyang. Eigenlijk wilden beide leiders hetzelfde: China stap voor stap richting vrije markt brengen. Maar Zhao wilde dat doen door enkele voorzichtige toegevingen aan de studenten te doen. Dat was, voor alle duidelijkheid, volgens hem de meest efficiënte manier om de beweging te stoppen en vooral de factor dat de arbeidersklasse in beweging kwam, te ontmijnen. Deng stond echter geen toegevingen toe; hij was vooral bang dat dat een gevaarlijk precedent zou scheppen. Zhao verdween in huisarrest – onder beschuldiging van ‘hoogverraad’ – tot aan zijn dood in 2005.

Het regime wankelde, was verlamd en kon verslagen worden. Alle objectieve voorwaarden waren aanwezig om de heersende bureaucratie omver te werpen. Slechts één beslissend element ontbrak: een leiding met een duidelijk programma, en duidelijke tactieken om dat programma te verwezenlijken. De studentenleiders geloofden dat ze door vreedzaam protest het regime tot toegevingen zouden dwingen. Maar dat zou inhouden dat de CCP de macht plots zou moeten delen met een hele resem nieuw-gelegaliseerde partijen, vakbonden en andere organisaties. Dat was voor het regime vele bruggen te ver. Zij zagen de uiteenrafeling van de Sovjet-Unie en het Oostblok en vreesden een gelijkaardig scenario. Er moest een duidelijk voorbeeld gegeven worden van wie de baas was. Dat kwam er op 4 juni met de helse slachtpartij van Tiananmen.

Jammer genoeg was er geen politiek instrument van de georganiseerde arbeidersklasse aanwezig. Dat zou ervoor gezorgd kunnen hebben dat de arbeiders niet naar de studenten zouden gekeken hebben als leiders van de beweging, maar zelf die rol zouden hebben opgenomen. Met een duidelijk anti-stalinistisch en anti-kapitalistisch profiel zou zo’n instrument de voorhoede hebben kunnen vormen van een beweging die het gehate regime ten val zou gebracht hebben. Dan zouden de verworvenheden van 1949 mee aan de basis hebben kunnen liggen van de weg naar een echte democratisch socialistische samenleving.

Dat blijft ook in China vandaag de belangrijkste les uit deze zwarte episode. China kent al lang geen geplande economie meer, maar blijft wel een dictatuur. Het omverwerpen ervan zal ook vandaag de tussenkomst van de georganiseerde arbeidersklasse vereisen.

Print Friendly, PDF & Email