Massabeweging doet Algerijnse regime wankelen

Vertrek oude en zieke Bouteflika volstaat niet: heel het systeem moet weg

Algerije wordt door elkaar geschud door een massale protestbeweging. In de aanloop naar verkiezingen waarin president Bouteflika, ondanks zijn ver gevorderde leeftijd en ziekte, een vijfde mandaat nastreefde, kwamen eerst de studenten op straat. Ze kregen al snel steun van andere lagen van de bevolking en op 10 maart startte een algemene staking. Het regime begon te wankelen en de verkiezingen werden uitgesteld. De beweging in Algerije kwam voor de gevestigde media als een verrassing. Wij omschreven het land in 2010 reeds als een potentieel kruitvat dat op elk moment kon ontploffen. We spraken met Cédric Gérôme, verantwoordelijke van het CWI (de internationale organisatie waartoe LSP behoort), die de regio opvolgt.

In welke context vinden deze indrukwekkende mobilisaties plaats?

“Jarenlang hebben de grote olie- en gasinkomsten het regime in staat gesteld om met gerichte sociale subsidies de situatie onder controle te houden, zelfs indien de structurele ongelijkheden groter werden. De ineenstorting van de brandstofprijzen na 2014 beperkte de marge. Sindsdien daalde de levensstandaard van meer dan 90% van de Algerijnse gezinnen. Vorig jaar wilden de Algerijnse kapitalisten de massa’s laten opdraaien voor de gevolgen van de crisis met een reeks nieuwe prijsstijgingen terwijl de lonen en pensioenen gelijk bleven.

“De kandidatuur van Bouteflika voor een vijfde mandaat was slechts de aanleiding voor het uitbreken van de latente volkswoede die zich de afgelopen jaren had opgestapeld. In de voorbije periode was er in heel het land strijd op lokaal of sectoraal vlak. Het maakte dat de eerste studentenbetogingen van 22 februari snel oversloegen naar andere lagen van de bevolking. De werkende klasse heeft zich opgeworpen als een belangrijke kracht in de beweging, wat een nieuwe fase in de strijd vormt.”

Hoe ontwikkelden die stakingen?

“Dit gebeurde buiten de controle van de vakbondsleiders van de Union Générale des Travailleurs Algériens (UGTA), de officiële vakbondsfederatie die steeds met het regime heeft samengewerkt om het protest van de werkenden in de hand te houden, strijdbare syndicalisten te vervolgen en het besparingsbeleid te ‘begeleiden’. Sociale media speelden een belangrijke rol bij het omzeilen van de sabotage door de vakbondsleiding en bij het verspreiden van oproepen tot actie onder de werkenden. Vanaf zondag 10 maart en maandag 11 maart gingen heel wat lokale afdelingen van de UGTA tegen hun leiding in over tot stakingsacties. De oproep voor een algemene staking werd verspreid via anonieme oproepen op het internet en via enkele onafhankelijke vakbonden. Voor de toekomst van de huidige beweging zal het belangrijk zijn dat de basis zich de vakbonden terug toe-eigent en verenigt.

“Vanaf 10 maart werd het land overspoeld door stakingen. Er waren acties in de havens, automobielbedrijven, het openbaar vervoer, de voedingssector, scholen en universiteiten, winkels en ook in strategische sectoren zoals de olie- en gaswinning. Het lijdt geen twijfel dat de opgang van deze stakingen Bouteflika ertoe aanzette om aan te kondigen dat hij zou afzien van een vijfde ambtstermijn. De premier nam ontslag en de verkiezingen werden uitgesteld. Deze vergeefse poging van de heersende klasse om de situatie terug onder controle te krijgen, heeft het vertrouwen van de beweging in haar eigen krachten versterkt.”

Hebben de opvolgers van het Front Islamiste du Salut (FIS) nog een grote invloed in het land?

“De steun voor de salafistische politieke stromingen is wat weggekwijnd na de ervaring met de ‘vuile oorlog’ van de jaren 1990. Een legalistische tak van de politieke islam is geïntegreerd in het staatsapparaat, maar de invloed ervan is eerder beperkt. Vooral in het zuiden bestaan er nog jihadistische cellen, waaronder die van Al-Qaida in de Islamitische Maghreb, maar die hebben niet langer dezelfde operationele slagkracht als voorheen.

“De mediane leeftijd in Algerije is 28 jaar, wat net overeenkomt met de tijd die verstreken is sinds de verkiezingsoverwinning van het FIS in december 1991. Onder de jonge generaties is de dreiging van een nieuw bloedbad, wat lange tijd door het regime gebruikt werd om zichzelf in stand te houden, een argument dat steeds minder impact heeft.

“Het is interessant om vast te stellen dat vrouwen in de huidige beweging van bij het begin een prominente rol spelen. Ze nemen een plaats in de publieke ruimte in die enkele maanden geleden nog ondenkbaar was. Het maakt dat er weinig steun is voor het beleid van strikte scheiding tussen mannen en vrouwen zoals verdedigd wordt door de islamistische rechterzijde. Dit gezegd zijnde, is er natuurlijk altijd het gevaar van een zekere ‘slingerbeweging’. Dit is zeker het geval in het kader van patstellingen en tegenslagen in het revolutionair proces, gecombineerd met een gevoel van frustratie onder de bevolking en allerhande manoeuvres door het regime. De opbouw van een links revolutionair alternatief is de beste verdediging tegen rechts, of die rechterzijde nu islamitisch is of niet.”

Wat zijn de perspectieven voor de beweging?

“Er is een ongeziene situatie. Zelfs figuren uit de hoogste kringen van het regime erkenden dat ‘miljoenen’ mensen op straat kwamen. Elke vrijdag lijkt het protest nog groter te worden. De massa’s komen op het politieke terrein en dit zal niet zomaar verdwijnen. Het zal sowieso gevolgen hebben.

“Het gaat om de grootste jongerenprotesten in Algerije sinds 1962, het ogenblik dat de onafhankelijkheid van de Franse koloniale macht werd uitgeroepen. Het is interessant om te zien dat er op alle betogingen slogans en protestborden zijn die verwijzen naar de Algerijnse revolutie tegen het Franse kolonialisme. Dat is erg pijnlijk voor het regime dat zijn gezag steeds baseerde op een zogenaamde ‘historische legitimiteit’ door de band met de nationale bevrijdingsstrijd van 1954 tot 1962.

“Er heerst een sfeer van het ‘einde van een bewind.’ Elementen van een prérevolutionaire situatie zijn in volle gisting. Dit komt onder meer tot uiting in de openlijke barsten in het staatsapparaat. Deze opstandige beweging heeft verschillende topfiguren ertoe aangezet om ontslag te nemen. Enkele ministers en hooggeplaatsten maken de berekening dat Bouteflika beter afgezet wordt om de rest van het regime te beschermen. Bouteflika zorgde voor een fragiel evenwicht in de strijd tussen verschillende clans die elk een groter deel van de economische taart willen. Deze groepen manoeuvreren nu om een ‘overgangsperiode’ voor te bereiden waaruit ze zelf voordeel halen. Dit onderstreept het belang voor de massa’s om eigen politieke instrumenten te ontwikkelen.

“De strijd in Algerije ontwikkelt niet in een vacuüm. In januari staakten 750.000 werkenden uit de openbare diensten in Tunesië. In Marokko was er een stakingsgolf, onder meer in het onderwijs en de publieke ziekenhuizen. Soedan kent al verschillende maanden een semi-opstandige situatie. Er is met andere woorden een ‘nieuwe golf’ van strijd die de beweging in Algerije vooruit kan stuwen. Als het regime van Bouteflika omvergeworpen wordt, kan dit de vlam van de revolutie opnieuw ontsteken in de hele regio.

“De ervaring van de revoluties van 2010-2011 maakt dat de Algerijnse beweging niet van nul begint. De massa’s trekken lessen uit strijdbewegingen, overwinningen en nederlagen in de regio. Er waren snel oproepen om het regime weg te krijgen, maar de beweging beseft dat het niet volstaat dat Bouteflika van het toneel verdwijnt. Bouteflika is erg oud en ziek. Hij is niet in staat om echt te regeren. Als hij verdwijnt terwijl de rest van het regime blijft, dan komt er geen echte verandering. Het regime zal haar positie dan opnieuw herstellen ten koste van de massa’s.”

Welke eisen en ordewoorden zijn nodig om heel het regime weg te krijgen?

“Het nog voorzichtige proces van zelforganisatie is in volle gang. Dit is van vitaal belang om de strijd langere tijd vol te houden en te consolideren. Stakerscomités op de werkplaatsen en in de scholen, algemene vergaderingen in de wijken en de dorpen, zijn nodig om de strijd democratisch van onderuit te organiseren, om collectief de acties te plannen en om de levendige krachten van de beweging te structuren los van de macht en de satellietpartijen van het regime.

“Deze comités kunnen zich in elke wijk en elk dorp organiseren en vervolgens afgevaardigden verkiezen voor een revolutionaire grondwetgevende vergadering die een nieuwe grondwet opstelt. Zo’n grondwet zou de Middeleeuwse regels tegen vrouwen schrappen, democratische vrijheden uitbreiden waaronder het recht op vrije meningsuiting en vergadering of het recht op het vormen van vakbonden. Zo’n grondwet zou tevens de niet-inmenging van religie in staatszaken vestigen. Verder zouden de taalkundige, culturele en religieuze rechten van elke gemeenschap in het land bevestigd worden, met inbegrip van het recht van het Amazigh-volk om vrij over zijn toekomst te beslissen.

“De beweging moet ook discussiëren over een alternatief op het economisch beleid van het regime en dat van de neoliberale oppositie waarachter zich enkele oligarchen verschuilen. Die oligarchen hopen de huidige beweging te gebruiken om de openbare sector sneller te ontmantelen en om een algemene verarming van de bevolking op te leggen zodat de eigen winsten sneller toenemen. Het gaat om krachten die nauw verbonden zijn met het westerse imperialisme. Er moet een einde komen aan de privatiseringen. De strategische sectoren, te beginnen met de olie- en gassector, moeten genationaliseerd worden onder controle en democratisch beheer van de bevolking. Het zou de ruimte creëren om over te gaan tot een massaal plan van publieke investeringen in de sociale sector, huisvesting, renovatie van infrastructuur, … Het openen van de boekhouding van de bedrijven is eveneens een belangrijke eis om een einde te maken aan de corruptie en de diefstal van publieke middelen.”

Print Friendly, PDF & Email