Wat gebeurde er echt op 10 november 1918 in Brussel?

BWP doet er alles aan om revolutie te vermijden

Dossier door Wilfried Mons

BWP-kopstuk Joseph Wauters deed er alles aan om de roep naar een socialistische republiek in de kiem te smoren.

10 november 1918, Brussel. De volgende dag zullen de wapens eindelijk zwijgen. Een dag ervoor is de Duitse keizer afgetreden en werd Duitsland feitelijk een republiek. Daar broeit revolutie.

Het zijn dagen met een machtsvacuüm. Het gezag over het Duitse leger wankelt. Een Duitse soldatenraad heeft zich in Brussel in de plaats gesteld om de aftocht zo ordelijk mogelijk te laten verlopen. De soldatenraad zoekt ook contact met Brusselse arbeiders. Rode vlaggen wapperen. Er wordt gedacht aan een arbeidersstaat. Ook in de Belgische vakbond groeit de steun daarvoor.

Maar het traditioneel Belgisch gezag liet dit niet zomaar toe. Het establishment was in die vier lange oorlogsjaren steeds goed vertegenwoordigd geweest via het Nationaal Hulp- en Voedingscomité onder leiding van bankier Francqui, de voorzitter van de Société Générale. De Belgische Werkliedenpartij (BWP) werd als beloning voor het goedkeuren van de oorlogskredieten en de loyale houding tijdens de oorlog verzekerd van deelname aan de eerste naoorlogse regering. Dat moest een regering van nationale eenheid met de katholieken en liberalen worden.

Maakte een revolutionaire omwenteling geen kans in ons land? Die vaststelling lijkt te overheersen in de meeste literatuur over de novembergebeurtenissen van 1918. Achteraf krijgen we de indruk dat de weigering van de uitgestoken hand van de Duitse soldatenraad door de BWP-leiding volstond om elke revolutionaire poging vanuit de Belgische arbeidersbeweging in de kiem te smoren.

Zo stelt het standaardwerk ‘Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn” (uitgave 1977) onder de hoofding “Het revolutionaire tij handig bezworen” op pagina 88: “Toen één dag voor de wapenstilstand Duitse soldatenraden de rode vlag hesen op het Brusselse stadhuis en contact opnamen met de Belgische socialisten, liet de BWP duidelijk verstaan dat zij helemaal niet ingenomen was met dit soort revolutie. Zij weigerde dan ook elke medewerking. Zij maande de bevolking voortdurend aan zich niet te laten gaan in wanordelijkheden, die de bestaande chaos alleen nog maar konden vergroten.”

In ‘De Geschiedenis van de BSP’ door Guido Van Meir (uitgave 1975) klinkt het onder de hoofding ‘Kom kom, vrienden’ zo: “Er worden overal arbeiders- en soldatenraden opgericht, ook in Brussel waar op 10 november 1918 de Duitse soldaten aan het muiten slaan tegen hun officieren. Zij bezetten de Kommandantur, richten een revolutionaire soldatenraad op en zoeken contact met de Brusselse syndicaten. Bij de BWP is er uiteraard geen sprake van de beweging te volgen. De partij vaardigt Joseph Wauters af naar de soldatenraad, en die houdt zich als passief toeschouwer op veilige afstand. Wauters is de socialist met de grootste invloed in het Nationaal Hulp- en Voedingscomité, waarin hij tijdens de oorlog met Emile Francqui (voorzitter van de Société Générale) een regering van nationale unie voorbereid heeft.” (onze nadruk)

In ‘L’histoire du Parti Ouvrier Belge’ (Marius des Essarts en Sylvain Masy, 1937), het eerste uitgebreide historisch overzicht van de BWP, wordt duidelijk gemaakt dat de socialistische partijleiding de soldatenraden van Brussel en Antwerpen niet gunstig gezind was. Het waren nog altijd vijanden die misdaden hadden begaan, zo kan de teneur samengevat worden. “Het is niet omdat jullie een halfbakken revolutie hebben opgezet die het gevolg is van jullie eigen militaire nederlaag, dat we jullie fouten en misdaden als invallend leger gaan vergeven.” In dit historisch werk wordt niet op de rol van Joseph Wauters ingegaan. Wat verder blijkt wel dat Wauters de werkenden probeerde te verzoenen met het koningshuis en zelf positief stond tegenover Albert 1.

De studie van Luc Schepens, ‘Koning Albert, Charles de Broqueville en de Vlaamse Beweging tijdens de Eerste Wereldoorlog’ (uitgave 1982) meldt over ‘De gesprekken van Loppem’ op pagina 208: “Op 11 november 1918 ontving de koning, in aanwezigheid van de regeringsleider G. Cooreman, op het kasteel van de familie van Caloen te Loppem, een afvaardiging van het Nationaal Hulp- en Voedingscomité, samengesteld uit P.E. Janson, afgevaardigd door Emile Francqui, en Pedro Saura, afgevaardigd door de Spaanse gezant markies de Villalobar. Te Gent had de socialistische volksvertegenwoordiger Edouard Anseele zich bij hen gevoegd. In een brief van 24 november 1918 aan zijn vrouw, verhaalt minister A. Van de Vyvere, wat hij uit de mond van G.Cooreman, over dit onderhoud vernomen heeft. Pedro Saura verklaarde aan de koning: ‘Gisteren [noot: 10 november dus] zijn Duitse soldaten te Brussel in opstand gekomen. Ze hebben de rode vlag gehesen en hebben een raad van soldaten opgericht en de bevolking uitgenodigd met hen te verbroederen en de sociale revolutie af te kondigen. Een deel van de socialistische partij, op aanstoken van een zekere [Vincent] Volckaert, heeft zich rond die idee geschaard. Wauters, redacteur van Le Peuple en socialistische volksvertegenwoordiger, heeft zich onmiddellijk naar het Maison de Peuple begeven waar men zich gereed maakte om de republiek af te kondigen. Hij heeft er gedurende twee uur moeten pleiten om de aanwezigen tot meer redelijkheid te overhalen en heeft de Brusselse arbeiders het algemeen enkelvoudig stemrecht op de leeftijd van 21 jaar moeten beloven .”

Het is duidelijk dat deze versie afwijkt van de andere die we reeds aanhaalden en waar de rol van Wauters ofwel helemaal niet aan bod komt of slechts als die van ‘passief toeschouwer op veilige afstand’ en waarin in alle toonaarden wordt gezwegen over een poging om de republiek uit te roepen in Brussel.

‘Putch van Loppem’

Het lijkt er op het eerste gezicht op dat Schepens alleen staat met zijn versie van de feiten. Dat is ook de mening van de bekende linkse historicus José Gotovich die opmerkt: “il est bien seul à évoquer cette épisode.” In het overzicht dat Gotovich brengt van de woelige momenten in Brussel brengt hij pas op het einde de versie van Schepens. Hij voegt er ten onrechte aan toe dat Schepens geen bron vermeldt. We hebben er voor alle zekerheid ook de Franstalige versie van het werk van Schepens uit 1983 bijgenomen, maar ook daar staat zijn bron netjes vermeld: een brief van A. Van de Vyvere zoals in extenso gepubliceerd in een boek van Valéry Janssens. De brief wordt bewaard in een familiearchief.

Het gaat om een persoonlijke brief bewaard in een privé archief. De inhoud van een onderhoud met de koning wordt in principe nooit aan de openbaarheid prijsgegeven, de koning is immers onschendbaar. Het maakt dat de socialisten moeilijk weerwerk konden bieden tegen de beschuldiging dat ze de koning die dag chanteerden om het algemeen enkelvoudig stemrecht af te dwingen waarbij ze met revolutie zouden gedreigd hebben. Deze beschuldiging staat bekend als de ‘putch van Loppem.’ Het verwijt kwam vooral uit conservatieve kringen. Maar als de versie van Schepens klopt, heeft de BWP-leiding enkel een feitelijke stand van zaken aan de koning gegeven. Niets meer of minder.

Een bijkomend pijnlijk detail is dat de roep om een republiek gedeeld werd door eigen vakbondsmensen, wat vervelend was voor de BWP-leiding die meteen een regering van nationale eenheid wilde vormen. Die betrokkenheid van vakbondsleden ondermijnde de betrouwbaarheid van de BWP onder de andere partijen. Wellicht daarom dat alles eraan gedaan werd om deze episode zo snel mogelijk te vergeten. Terloops: Gotovich spreekt over Volkaert als ‘un syndicaliste Bruxellois’, maar het ging om een vakbondssecretaris en hij was niet de enige leidinggevende syndicalist.

Bredere steun voor socialistische republiek in vakbonden

We gingen op zoek naar bronnen om de versie van Schepens te ondersteunen.

Eveneens in 1937 verscheen een monografie over Joseph Wauters (door dezelfde Sylvain Masy die we eerder tegenkwamen). Hierin hadden we bevestiging kunnen vinden. Helaas gaat het om een eerste deel over de periode voor 1914. Het vervolg werd aangekondigd, maar is er zover wij konden nagaan nooit gekomen.

Joseph Jacquemotte dan, iemand die op de bewuste meeting was als vakbondsverantwoordelijke die nadien mee aan de basis van de Communistische Partij zou liggen. Van Jacquemotte is geweten dat hij de soldatenraad in Brussel gunstig gezind was. Maar de brochure “Een grote figuur van de Belgische arbeidersbeweging: Jozef Jacquemotte, artikels en parlementaire interpellatie 1912-1936” (uitgave 1963) springt van 1912 recht naar 1920. De aanloop naar de Wereldoorlog en de oorlogsjaren zelf komen niet aan bod.

Misschien komt dit omdat Jacquemotte niet bereid was om zijn steun aan de soldatenraad hard te maken? Claude Renard schreef in zijn werk “Oktober 17 en de Belgische arbeidersbeweging” hierover: “Toen de revolutionaire Raad van de Duitse soldaten beroep deed op de samenwerking met de vakbonden, hield Jacquemotte de boot af net zoals de andere leden van de Syndicale Commissie. Deze distantiëring werd op verschillende manieren geïnterpreteerd en ook vandaag nog zijn er heel wat mensen die zich erover verwonderen. (…) In werkelijkheid was Jacquemotte de man er niet naar om initiatieven te nemen waarvan de morele waarde niet zwaar genoeg zou wegen, om te riskeren dat hij politiek zou worden geïsoleerd, zonder voordeel noch voor de Duitse revolutie, noch voor zijn eigen toekomstobjectief dat hij had uitgetekend. Zijn bedoeling was lid te blijven van de BWP en in de partij een methodische actie te beginnen om ze te winnen voor zijn concept van klassenstrijd.”

Gotovich noteerde dat Wauters als bezoeker aanwezig is op een vergadering van de Duitse soldatenraad in Brussel. In een voetnoot lezen we: “Alors que la réunion sera essentiellement consacrée au maintien de l’ordre, Joseph Wauters signe dans ‘Le petit Parisien’ du 20 novembre un article où il souligne le sentiment d’imminence d’un soulèvement.” Gotovich interpreteert dit als: “Il s’agit sans doute là de justifications nécessaires pour légitimer la mission envoyée auprès du Roi Albert à Lophem.”

Zo wordt het revolutionair karakter van de gebeurtenissen afgezwakt en wordt de uitleg van Wauters jammer genoeg niet gekoppeld aan zijn tussenkomst in de namiddag in het Maison du Peuple, waar Schepens naar verwees. Nochtans sluit het gevoel van dreiging van een opstand wel aan bij de stemming die onder bredere lagen van vakbondsleden leefde, zoals opgemerkt door Schepens.

Er is echter nog een bron die een belangrijk licht op de zaak kan werpen: een interview door Karel van de Woestijne met dezelfde Wauters, verschenen in de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC) op 17 november 1918, dus kort na de feiten.

“Ik schreef u gisteren, dat de Brusselse Soldatenraad, emanatie van de Duitsche Republiek, herhaald had aangedrongen op samenwerking met de Brusselsche socialisten, of beter met de Belgische Arbeiderspartij. Was zulk een manoeuvre niet heel erg Duisch? Zoekt Duitschland niet langs dien weg aan al te erge vredesvoorwaarden te ontsnappen? Of die gissing niet al te gewaagd was, ben ik vanavond gaan vragen aan het socialistisch Kamerlid Wauters.

De heer Wauters is een der meest gezaghebbende leiders van zijne partij . Dat hij over kort eene belangrijke rol zal spelen in de Belgische politiek staat zoo goed als vast. Hij zegt mij :

“ in hoeverre de Soldatenraad als zuiver socialistisch lichaam mag beschouwd, is natuurlijk niet uit te maken. En dat legt dan onze houding er tegenover uit. Die houding kent gij. Zij is door den volledigen partijraad goedgekeurd.

K vd W: Er bestaat dus volkomen eendracht in het optreden der partij?

Wauters: “ Neen die eendracht is niet volkomen. De syndikaten, die onder den oorlog zich zoo prachtig gedragen hebben, willen thans alle vrijheid van handelen terugnemen, wenschen geen enkele toegevingen te doen, zelfs niet op het stuk van het koningschap, zien de kans schoon, in één woord, om het geheele socialistische ideaal werkelijkheid te maken. Over een drietal leiders van die vakbonden is de geest van het Fransche syndicalisme vaardig geworden: dit maakt u duidelijk wat zij bedoelen.

(…)

Wauters : “Maar wij denken, dat men sommige vraagstukken voorloopig moet uitschakelen, willen wij van de burgerpartijen die tegemoetkomingen bekomen, die wij noodig achten.Het is het eeenige wat ons van de extremisten scheidt: een kwestie van taktiek dus, maar die op dit oogenblik wel gewichtig is.

KvdW : En die uitgeschakelde vraagstukken?

Wauters : “ Wel in de eerste plaats dan: het koningschap. Voor het welzijn van het land is het noodig, over dit punt voorloopig te zwijgen. …..”

Wauters spreekt dan wel niet woordelijk over een poging tot uitroepen van de republiek, maar zijn uitleg laat zich moeilijk anders interpreteren: geen toegevingen op de kwestie van de monarchie, de geest van het Franse syndicalisme, … En dan de ‘uitgeschakelde vraagstukken’ waar opnieuw het koningschap toe behoort. Hij spreekt bovendien over “een drietal leiders” van de vakbonden, het was dus niet beperkt tot Volkaert.

Besluit

De verzuchting voor een socialistische republiek werd dus vervangen door het algemeen enkelvoudig stemrecht. Ironisch genoeg zou dit laatste (let wel : alléén mannenstemrecht) er toch gekomen zijn want in bezet gebied hadden de socialisten in mei, de liberalen in oktober 1918 hun standpunt bepaald : algemeen mannenstemrecht vanaf 21 jaar. Alleen de katholieken wilden de zaak voor zich uit schuiven zoals ook Kardinaal Mercier in een van zijn brieven laat verstaan: “ .. je crois qu’une élection donnerait à l’heure présente une forte représentation socialiste. Il faudra …. laisser l’ouvrier ….. comprendre l’échec de la solidarité ouvrière internationale.” (Luc Schepens pg 212 en 213 ) Mercier rekent er dus op dat de internationale samenwerking van de arbeiders zal mislukken; de brief dateert van december 1916, dus nog voor de Russische Revolutie!

De socialisten van hun kant gingen er van uit dat – eens het stemrecht verworven – de realisatie van een socialistische maatschappij wel vanzelf zou volgen. Dit zou al snel een serieuze misrekening blijken. De Duitse soldatenraad zelf ging onderuit: het gebrek aan steun van de Belgische arbeidersbeweging maakte de verderzetting ervan onmogelijk. Een kans op socialistische maatschappijverandering in ons land ging verloren, vooral door de rol van de BWP-leiding.

Bronnen

Gedrukte werken werden onder meer geraadpleegd in de koninklijke bibliotheek ‘ Albertina ‘, Brussel en in het Amsab (Archief en museum van de socialistische arbeidersbeweging) te Gent:

  • Luc Schepens: Koning Albert, Charles de Broqueville en de Vlaamse Beweging tijdens de eerste Wereldoorlog, 1982. De Franstalige versie van dit werk : 1983
  • Jaak Brepoels: Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn ? deel 1 : 1830- 1966,uitgave 1977
  • Guido Van Meir : de geschiedenis van de BSP 1975
  • Marius des Essarts en Sylvain Masy: L’histoire du Parti Ouvrier Belge, 1937
  • Sylvain Masy: Joseph Wauters, 1937
  • Jozef Jacquemottestichting: Een grote figuur van de Belgische arbeidersbeweging : Jozef Jacquemotte, artikels en parlementaire interpellaties 1912 -19 36, uitgegeven 1963
  • Valéry Janssens : Burggraaf Aloys van de Vyvere in de geschiedenis van zijn tijd ( 1871-1961), uitgave 1982
  • Karel van de Woestijne, Verzameld journalistiek werk. Deel 9 Nieuwe Rotterdamse Courant maart 1916 – september 1919 (ed. Ada Deprez ) 1992
  • Gotovich: Révolution à Bruxelles : le Zentral-Soldaten-Rat in Brüssel, in: Roland Baumann et Hubert Roland (éds.), Carl Einstein in Brüssel : Dialogue über Grenzen = Carl Einstein à Bruxelles : dialogues par-dessus les frontières, 1998, Francfort, 2001, p. 237-257.
  • Claude Renard : Oktober 1917 en de Belgische arbeidersbeweging, uitgebracht door DACOB in 2017 (http://www.dacob.be/ONLINETEKSTEN/Claude%20Renard%201917.pdf), pagina 64-65
Print Friendly, PDF & Email